De wilde, vrije geest

Twee jaar terug begaf fotograaf Johis Alarcón zich in de zwarte gemeenschap van Ecuador. Confronterend: plots was zij de buitenstaander.  

Tussen haar zwarte landgenoten leerde Alarcón (28) ook op een andere manier naar zichzelf te kijken. Ze hoorde er niet bij. ‘Zo voelt dat dus’, dacht ze. Via haar liefde voor zwarte muziek en een zwarte vriendin raakte ze geïntrigeerd door de afstammelingen van Afrikaanse slaven die in de 16de eeuw door Spaanse jezuieten tewerk werden gesteld op plantages in het noorden. Haar vriendin zei: ‘Jij hebt geluk, jij hebt altijd je moeder dichtbij gehad. Ik ken mijn moeder Afrika alleen door mijn spiritualiteit.’

De zwarte gemeenschap leeft al eeuwen in Ecuador. Zo’n 8 procent van de 17 miljoen Ecuadoranen heeft Afrikaanse voorouders. Nog altijd heeft ze een achtergestelde positie. Toen de geketende Afrikanen arriveerden in Zuid-Amerika reisden de geesten van hun voorouders mee, ontdekte Alarcón. Spiritualiteit werd het thema van haar pro- ject.

De jonge generatie zoekt in de tradities een Afrikaanse identiteit om trots op te zijn, een krachtig zelfbewustzijn dat contrasteert met het stereotype van het arme, onderontwikkelde Afrika.

De drie vrouwen bovenin dragen de kleding van hun grootmoeders. De oorlogspatronen van hun voorouders staan op hun gezicht. De mannen in blote bast staan op het punt met zang en dans hun cultuur te vieren én een statement te maken tegen racisme. Albita Pavón draagt het azuurblauw van de god van het zoete water. De meisjes in rokken dansen La Bomba, een eeuwenoude dans. Zwarte vrouwen gebruikten in de koloniale tijd de plooien van hun rokken om verboden boodschappen en ontsnappingsroutes in te verstoppen. Alarcón noemde haar project Cimarrona: wilde, vrije geest.