De treffendste oorlogsfoto’s volgens het Nederlandse publiek

Geen historicus of fotokenner, maar het publiek bepaalde de samenstelling van een nieuw fotoboek over de Tweede Wereldoorlog. Dat leverde verrassende inzichten op. De Volkskrant koos de beste tien beelden.

Als er iets is dat de historici Erik Somers en Laurien Vastenhout opviel bij de selectie van De Tweede Wereldoorlog in honderd foto’s is het wel dat het ‘grote publiek’ een voorkeur heeft voor confronterende beelden. Somers: ‘Als historicus heb ik zelf een voorkeur voor foto’s met indirecte informatie: één persoon, iemand met een duidelijk zichtbare emotie. Maar het publiek kiest vaker voor de weergave van gebeurtenissen – bombardementen, gevechten –, voor de harde aanblik van leed en slachtoffers.’

De grote volksraadpleging die heeft geleid tot het boek De Tweede Wereldoorlog in honderd foto’s (en veertien tentoonstellingen die door de coronabeperkingen zijn geannuleerd) verschafte Somers nieuwe inzichten in hoe Nederlanders zich de oorlog willen herinneren, en welke foto’s de ellende van de vijf duistere jaren het best representeren. Zo had Somers verwacht dat het publiek massaal zou kiezen voor foto’s waarop de bevrijding in 1945 wordt gevierd, met optochten, vlagvertoon, oranje sjerpen en met Canadese bevrijders dansende vrouwen. ‘Maar uiteindelijk is er maar eentje (zie foto 21) in de laatste selectie van honderd foto’s geëindigd. ‘

Somers, net als medeauteur Vastenhout verbonden aan het NIOD, het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies in Amsterdam, heeft een imposante rij boeken en tentoonstellingen op zijn naam staan (vaak vervaardigd met zijn compaan René Kok) waarin niet de beschreven geschiedenis maar fotografie de eerste bron van informatie vormt. De Jodenvervolging in foto’s uit 2019 is een imposant voorbeeld van zo’n dubbelslag van een boek en een expositie, in dit geval in het Holocaust Museum in oprichting in Amsterdam en de gedenkplaats Topographie des Terrors in Berlijn.

De begrafenis van een Engelse vlieger met militaire eer op kerkhof Vredenhof op Schiermonnikoog in een onbekend oorlogsjaar. De luchtoorlog boven de Noordzee eiste talrijke levens. De doden werden door de bezetter met eer begraven, ongeacht hun nationaliteit. Foto Sake van der Werff/Fries Verzetsmuseum, Beeldbank WOII, NIOD

Het project bewees nog eens hoezeer foto’s op onnavolgbare manier het hedendaagse kunnen verbinden met het oorlogsverleden. Zonder de ruis van gebrekkige geheugens, misinterpretaties of verdringing waaraan geschiedschrijving ten prooi kan vallen. Ook zonder context inderdaad – een gemis waardoor toch altijd weer een beroep zal worden gedaan op historici en getuigenverklaringen.

In het jaar dat Nederland 75 jaar bevrijding viert, vonden Somers en Vastenhout het tijd dat nu eens niet beeldhistorici maar het publiek zou bepalen welke foto’s de Tweede Wereldoorlog kenmerken - gezien vanuit de bevolking. Somers: ‘We wilden af van dat belerende, van het eenrichtingsverkeer waarin historici het beeld van de oorlog bepalen. We hoopten door iedereen erbij te betrekken een ander bewustzijn aan te spreken. Het keuzeproces was daarbij net zo belangrijk als het eindresultaat.’

Aanhakend bij de initiatieven in het land om 75 jaar bevrijding groots te vieren, benaderden Somers en Vastenhout regionale musea, archieven, bestuurders, historici, werkgroepen en – niet te vergeten – regionale omroepen om het publiek te mobiliseren: kijk in de stoffige fotomappen op zolder, struin door het fotoarchief van de historische vereniging of de plaatselijke krant: bekijk je lokale geschiedenis. ‘We weten dat met het verstrijken van de jaren de waardering van historische foto’s verandert’, zegt Somers. ‘Wat ooit onbelangrijk leek, kan opeens een cruciaal onderdeel van de geschiedschrijving blijken te zijn. Ook daarom is het belangrijk in de archieven te blijven kijken.’

Pier Nobach, bijgenaamd de Duivel van het Friese Westerkwartier, wordt op 16 april 1945 gevangen genomen door de Binnenlandse Strijdkrachten, voorop een auto gebonden en triomfantelijk door het plaatsje Augustinusga gereden. Nobach voerde een schrikbewind in de Fries-Groningse grensstreek. Hij joeg op onderduikers, was verantwoordelijk voor executies en liet mannen als gijzelaar afvoeren naar Kamp Vught. Hij werd in 1949 veroordeeld tot levenslang maar na enkele maanden vrijgelaten vanwege een verslechterende geestelijke gezondheid. Fotograaf onbekend/ Verzameling Vereniging Friesland 1940-1945, Tresoar Fries Fotoarchief

Per provincie werd, voorafgegaan door uitvoerige discussies, een longlist van vijftig foto’s geselecteerd, in vijf categorieën (zie kader). Vele duizenden Nederlanders hadden daarbij inbreng. Door bijvoorbeeld hun stem uit te brengen voor de belangrijkste Friese foto’s in de Leeuwarder Courant, of een van de vijf Noord-Hollandse bijeenkomsten in Haarlem te bezoeken: die trokken op vijf bijeenkomsten tezamen duizend belangstellenden. ‘Waanzinnig waardevol’ waren de discussies en gesprekken die in het land zijn gevoerd, zegt Somers, omdat de deelnemers werden gedwongen hun voorkeuren te motiveren en discussies op het scherp van de snede werden gevoerd.

Uit de longlist van 50 foto’s werden er 25 per provincie ingestuurd voor de eindselectie, aangevuld met 25 foto’s uit Nederlands-Indië, omdat ook de Japanse bezetting aandacht vergt. Zo werden 325 foto’s voorgelegd aan een 26-koppige jury voor de finale schifting die eind januari plaatsvond in Hotel de Wereld in Wageningen, de plek waar de Duitsers in mei 1945 de capitulatie tekenden.

De publiekskeuze heeft Somers in elk geval geleerd dat Nederland is teruggekomen van de vroeger wel gekoesterde gedachte aan de Tweede Wereldoorlog als een spannende, heroïsche periode. ‘Het romantiseren is er wel vanaf. Er is veel meer oog voor het opbrengen van NSB’ers en zogenoemde moffenmeiden - vrouwen die tijdens de bevrijding grote openbare vernederingen hebben ondergaan voor vaak niet meer dan een foute keuze. De empathie voor hen is gegroeid, dat zie je terug in de foto’s. Zo is het ook met het heldendom van verzetslieden: als je op foto’s ziet hoe iemand eindigt in zijn keuken, badend in het bloed, vraag je je toch af: wat koop je ervoor?’

Intussen zijn onder invloed van het honderdfoto’s-project belangrijke ontdekkingen gedaan. Zoals de foto van het afvoeren naar Westerbork van Joden uit mistig Zwolle - een van de zeer zeldzame beelden van de deportaties van buiten Amsterdam. De ontdekking van de identiteit van een gewond meisje op een medische post in het Groningse Ten Boer (zie foto 20). Of het eindelijk (door inspanningen van RTV-Noord) op waarde schatten van foto’s van twee bouwketen in het bos bij het Drentse Diever: daarin bleek het Joodse gezin Lezer uit Amsterdam jarenlang ondergedoken te hebben gezeten - en zo de oorlog te hebben overleefd.

Dit is de tien beelden tellende Volkskrant selectie uit De Tweede Wereldoorlog in honderd foto’s.

I

Rotterdam na het bombardement van 14 mei 1940 met de Sint Laurenskerk gezien door een grote raampartij, Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. W. van der Randen / Nationaal Archief

De foto symboliseert hoe het nazisme korte metten maakte met het historische centrum van Rotterdam maar ook met de modernistische architectuur van de jaren twintig en dertig. Die destijds nieuwe bouwvorm wordt onder meer gekenmerkt door hoge raampartijen, veel daglichtinval, strakke vormen. Door de raampartij is de verwoeste Sint Laurenskerk te zien die bij het bombardement van Rotterdam op 14 mei 1940 werd getroffen. Bij de luchtaanval vielen in een kwartier achthonderd doden en verloren tachtigduizend Rotterdammers hun woning.

II

Een Amerikaanse soldaat in Maastricht, eind 1944. Fotograaf onbekend / Regionaal Historisch Centrum Limburg

Een zwarte Amerikaanse soldaat poseert bij de bevrijding van Maastricht, eind 1944. Een op de tien soldaten van de geallieerde troepen was zwart, een aspect dat in de geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog weinig aandacht heeft gekregen. De zwarte soldaten waren gesegregeerd van de blanke en hadden voornamelijk ondersteunende taken: de aanvoer van brandstof en munitie en het begraven van gesneuvelde soldaten. De zwarte soldaten werden vaak racistisch bejegend.

III

Gewond meisje in Ten Boer, Groningen, begin met 1945. Willem van de Poll / Nationaal Archief, Fotocollectie Anefo

Een meisje is gewond geraakt bij schotenwisselingen tussen geallieerden en Duitse artillerie, begin mei 1945 bij het Groningse Ten Boer. Ze zal worden verzorgd in een Rode Kruispost die is ingericht in de openbare lagere school van Ten Boer. Na een oproep om informatie van RTV Noord is het anonieme meisje in april door haar dochter geïdentificeerd als Betsy Wieringa. Door een granaatscherf raakte ze gewond aan haar arm, die de rest van haar leven verlamd is gebleven. Betsy Wieringa is in 1994 op 55-jarige leeftijd overleden.

IV

 Purmerend viert de bevrijding, 5 mei 1945. Dirk Bakker / Collectie Vereniging Historisch Purmerend

Een dia-opname van de Peperstraat in Purmerend, waar volop wordt gevlagd op 5 mei 1945, nadat de Duitse bezetter de aftocht heeft geblazen. Een dag later arriveerden Canadese troepen in Purmerend. Deze foto is een van de weinige kleurenfoto’s van de bevrijding. Scherpe dia-opnamen maken vergde helder weer in die tijd; het fotografische procedé was nog jong. Beweging vastleggen was als gevolg van de lange sluitertijd problematisch.

V

Propagandabeeld: Vrouw in Zeeuwse klederdracht maakt een praatje met Duitse soldaat, Goes, 1940. Foto Zeeuwse Bibliotheek

Goes, 1945: de Zeeuwse Magdalena Kloosterman is in gesprek met een Duitse soldaat. Die rookt een pijpje, terwijl de vrouw zich in het open raam koestert in het zonnetje. Het is een Duitse propagandafoto, bedoeld om aan te tonen dat de bezetter streefde naar een goede verstandhouding met de bewoners. Later in de oorlog werden veel Zeeuwse mannen gedwongen mee te werken aan de bouw van de Atlantikwall, Hitlers verdedigingswerk dat reikte van de kusten van Spanje tot Noorwegen.

VI

Nederlandse politieagent en Duitse soldaat in Amsterdam, 1941. Fotograaf onbekend / NIOD, Beeldbank WO2

Een Duitse soldaat en een Nederlandse politieman regelen in 1941 tezamen het verkeer op de kruising van de Van Woustraat (in de richting van de zon) en de Ceintuurbaan in Amsterdam. De Duitsers vonden het fietsverkeer in Nederland chaotisch. Tot de Februaristaking van 1941, de eerste grootschalige protestactie tegen de bezetter, behield de politie een decentrale organisatie, hoewel zij vanaf mei 1940 onder Duits gezag kwam. Vanaf 1941 werden gemeente-, rijks- en grenspolitie samengevoegd tot de staatspolitie.. Op een speciale politieschool kregen agenten een opleiding in SS-stijl.

VII

Burgemeester Schoepp van de gemeente Son in gevangeniskledij in Kamp Vught, begin september 1944. Fotograaf onbekend / particuliere collectie

Een zeldzame foto van Kamp Vught: burgemeester Robert Schoepp van de Brabantse gemeente Son staat in gevangeniskledij bij het prikkeldraad dat het kamp omringde. Schoepp was in december 1943 gegijzeld door de Duitsers, na wat de bezetter een ‘politieke moord’ noemde in Son. De foto is vermoedelijk gemaakt op Dolle Dinsdag, 5 september 1944, toen als gevolg van de geallieerde opmars in West-Europa het gerucht ging dat de oorlog ten einde liep. Om die reden heeft de SS wellicht niet ingegrepen – Kamp Vught fotograferen was streng verboden. Schoepp overleefde de oorlog.

VIII

Onderduikers en verzetsstrijders poseren in Benschop, september 1944. Foto Jakob de Jong/ privécollectie De Vos-Klever

Deze foto van verzetsstrijders en onderduikers in het Utrechtse Benschop heeft fatale gevolgen gehad. De groep poseerde, in de euforie rond Dolle Dinsdag, september 1944), als herinnering voor later. De bevrijding kwam echter nog lang niet. Toen de Sicherheitsdienst na verraad een razzia hield in Benschop, kwam een afdruk van de foto in Duitse handen. Hierdoor wist de bezetter precies wie de onderduikers en de verzetslieden in het boerendorp waren. Op 13 februari 1945 vielen bij een razzia aan weerszijden doden. Vier dagen later werden zeven verzetsstrijders geëxecuteerd.

IX

Door het verzet geliquideerde politieman Fake Krist in Haarlem, 25 oktober 1944. Fotograaf onbekend, NIOD, Beeldbank WO2

De collaborerende politieman Fake Krist ligt dood op de Westergracht in de buurt van zijn woning in Haarlem. Hij is doodgeschoten door het verzet vanwege zijn inspanningen voor de Sicherheitsdienst bij het opsporen van Joden, onderduikers en verzetslieden. In 1944 arresteerde hij in één nacht met zijn medewerkers 26 mensen. De dag na de aanslag doodden de Duitsers tien Nederlandse gevangenen en staken ze vier woonhuizen in brand. Harry Mulisch’ roman De aanslag is op de liquidatie van Krist gebaseerd.

X

Loes van Overeem, bijgenaamd de 'Witte Engel’, spreekt gevangenen toe in kamp Amersfoort, 19 april 1945. Particuliere collectie familie Kraaij / Nationaal Monument Kamp Amersfoort

Rode Kruisverpleegkundige Loes van Overeem, later hoofd van de afdeling Speciale Hulpverlening, spreekt op 19 april 1945 gevangenen toe in Kamp Amersfoort. Ze doet dat kort nadat de Duitsers in Amersfoort op de vlucht zijn geslagen. Van Overeem, bijgenaamd de Witte Engel, slaagt erin vanaf 1944 bij kampcommandant Berg verbeteringen te bewerkstelligen in de ellendige leefomstandigheden van de gevangenen. Er is gebrek aan voedsel, kleding en medicijnen.

Erik Somers en Laurien Vastenhout: De Tweede Wereldoorlog in Honderd foto’s. WBooks, €22,90. Gelijknamige uitzending op 4 mei. NPO2, 20.35uur, aansluitend op Dodenherdenking.

Dit schreef de Volkskrant over het boek De Jodenvervolging in foto’s van Erik Somers en René Kok.

Dit interview met de zoon van een Auschwitz-overlevende maakte Arno Haijtema in Israël naar aanleiding van zijn verhaal over het boek De Jodenvervolging in foto’s. En hier een podcast over hetzelfde onderwerp.

Veertien exposities

Maandag 4 mei worden alle honderd foto’s bekend gemaakt. Hier aan voorafgaand laten de provincies vrijdag (meestal via de regionale omroepen ) weten welke van de door hen ingezonden 25 foto’s uit de Tweede Wereldoorlog zijn opgenomen in de selectie van honderd. De keuze is bepaald door een 26-koppige jury onder leiding van Kamervoorzitter Khadija Arib. Voordat de coronacrisis uitbrak, was voorzien in veertien exposities: eentje per provincie, een (onder meer in het Indisch Herinneringscentrum in Den Haag) over Nederlands-Indië, Suriname en de Antillen en een overzicht van de nationale honderd foto’s in het gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag. Het lot van de reeds geproduceerde tentoonstellingen is ongewis: ze bevinden zich in opslag.