CIRCULAIRE ECONOMIE AFLEVERING 3

De spinaziepulp
van het ‘Groene Monster’
gaat in de falafel

Zo’n twee miljoen ton eetbaar voedsel wordt er jaarlijks in Nederland verspild. Dat kan anders, dachten Ayuk Bakia en Scifo Minnaard. Ze gingen op zoek naar voedselverspilling in hun eigen stad, Rotterdam, en kwamen zo op het idee van de Falafval.

In een kleine keuken van een sapjesbar in het Rotterdamse Kralingen mengen Ayuk Bakia en Scifo Minnaard gemalen kikkererwten en verse kruiden door elkaar. Dan volgt het speciale ingrediënt: donkergroene pulp. Die pulp is spinazie, uitgeperst door juicebar Sajoer voor sapjes met namen als Green Monster en Anti Hangover. De overgebleven pulp belandde voorheen in de afvalbak en dat vonden de jonge Rotterdammers zonde. Daarom maken zij daar nu falafel van met een toepasselijke naam: Falafval.

Tijdens bijbaantjes in de horeca zagen Bakia en Minnaard hoeveel eten er wordt weggegooid. ‘En ook thuis merk je hoeveel voedsel in de vuilnisbak belandt. We wilden graag wat samen beginnen en wisten al snel dat we iets wilden doen tegen voedselverspilling’, vertelt Bakia in de productiekeuken.

Ze gingen op zoek naar reststromen in hun thuisstad die nog niet werden gebruikt. ‘Overal in de stad doken juicebars op en we vroegen ons af of er al iets met de pulp werd gedaan’, aldus Bakia. Ze maakten een lijst van juicebars in de stad en zijn gaan bellen: mogen we jullie pulp eens gebruiken? ‘Sajoer reageerde meteen heel positief’, vertelt Bakia. ‘We zijn langs gefietst, de pulp opgehaald en thuis gaan testen. We kwamen een video tegen van iemand die balletjes van groentepulp frituurde. Zo kwamen we op het idee van falafel.’

Zoals Falafval zijn er tal van start-ups in Nederland die op een of andere wijze voedselverspilling proberen tegen te gaan. Jaarlijks wordt in Nederland tussen de 1,8 en 2,5 miljoen ton eetbaar voedsel verspild. Consumenten zijn verantwoordelijk voor zo’n 23 tot 32 procent van de totale verspilling, de rest komt voor rekening van onder andere producenten, distributeurs en supermarkten. Volgens marktonderzoeksbureau GfK is de waarde van verspild voedsel (inclusief zuivel) in 2019 3,49 euro per kilo. Dat komt neer op zo’n 120 euro per persoon per jaar.

34 kilo per persoon

Uit onderzoek in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit blijkt dat Nederlanders afgelopen jaren minder zijn gaan verspillen. In 2019 verspilden Nederlanders 34,3 kilo eten per persoon; bijna 7 kilo minder dan in 2016. In 2010 werd er nog 48 kilo voedsel verspild.

Volgens de Monitor Voedselverspilling van de Wageningen University & Research is de hoeveelheid verspild voedsel in Nederland tussen 2009 en 2018 niet toegenomen, maar ook niet afgenomen. Dit kan erop wijzen dat enkel de huishoudens verbeteren, maar elders in de keten juist meer wordt verspild.

Voedselverspilling voorkomen draagt bij aan een circulaire economie zonder afval en waarbij grondstoffen optimaal worden benut. Het produceren van voedsel heeft namelijk een groot effect op de wereldwijde CO2-uitstoot: een kwart van de wereldwijde broeikasgassen komen vrij bij voedselproductie. De milieueffecten worden relatief groter naarmate het voedsel later in de keten wordt weggegooid. Er is dan al energie verloren gegaan in de bewerking, verpakking, transport en bereiding. 6 procent van de CO2-uitstoot wordt veroorzaakt door voedsel dat uiteindelijk door de consument wordt weggegooid.

Foodtruck en de coronacrisis

Achter de toonbank van de shop-in-shop van Falafval, in de Rotterdamse bar en club MONO, schept Bakia een pita vol falafel, ingelegde groenten en een flinke hoeveelheid saus. Dat ze hier staan is eigenlijk te danken aan de coronamaatregelen: voorheen verkochten de jonge ondernemers hun broodjes vooral op evenementen. Met het prijzengeld van de Aardig Onderweg Award van vervoersbedrijf RET die ze eind 2019 wonnen, kochten ze een foodtruck, om de broodjes op nog meer festivals te verkopen. ‘Maar die gaan we nu weer verkopen. Door de coronacrisis zijn evenementen voorlopig toch niet mogelijk. We hebben onze strategie snel aangepast.’ Naast de shop-in-shop verkopen ze ook halffabricaten aan horeca.

In 2015 spraken de landen aangesloten bij de Verenigde Naties de Duurzame Ontwikkelingsdoelen af, met onder andere als doel om in 2030 voedselverspilling te hebben gehalveerd, zowel bij bedrijven als bij consumenten. Om de doelen te halen, werkt het ministerie samen met de Stichting Samen tegen voedselverspilling. De stichting wil uiterlijk in 2030 een ton per jaar minder voedsel verspillen. Om dat te bereiken willen ze reststromen van bedrijven in de voedselketen zo hoog mogelijk verwaarden, de consument aanzetten om minder te verspillen en de spelregels voor ondernemers aanpassen, zodat het makkelijker en aantrekkelijker wordt om wat goeds te doen met reststromen.

Op jacht naar de reststromen

In elke schakel van de voedselketen ontstaan reststromen die niet naar het eindproduct gaan, maar nog wel te gebruiken zijn. Reststromen worden bijvoorbeeld al ingezet als veevoer, vergist om energie op te wekken of verwerkt tot meststof. Maar het liefst zouden reststromen zo hoog mogelijk worden ingezet, waar mogelijk als voor voedsel voor mensen. ‘Des de eerder in de keten je reststromen aanpakt, des te beter je de kwaliteit kan waarborgen’, legt Toine Timmermans, voorzitter van de Stichting Samen tegen voedselverspilling uit.

Om voedselverspilling echt terug te dringen, moeten vooral grote producenten en supermarkten zich ervoor inzetten, denkt Timmermans. ‘Start-ups hebben vaak niet de faciliteiten om echt het verschil te maken. Ze zijn veelal weinig succesvol omdat ze niet snel genoeg schaal bereiken of niet uniek genoeg zijn.’

Timmermans ziet dat de ene sector zich makkelijker aanpast dan de ander. ‘Een goed voorbeeld is de groenten- en fruitsector. Vroeger maakten telers een jaar van te voren afspraken met supermarkten, over de kwaliteit en de grootte van de producten.’ Was het weer slechter en daardoor de aardbeien kleiner, dan wilden de supermarkten ze niet, vertelt Timmermans. ‘Maar nu ondernemen ze gezamenlijk actie. De aardbeien mogen bijvoorbeeld wat kleiner zijn en dan gaan er wat meer in een bakje.’

600 duizend broden

Een sector waar nog veel te winnen valt is brood, aldus Timmermans. ‘Iedere dag worden in Nederland 600 duizend broden meer gemaakt dan worden opgegeten. Waarom is het systeem zo dat we die broden nog moeten maken? Iedereen weet dat het niet logisch is. De helft van die broden worden niet eens verkocht, de andere 300 duizend broden worden door consumenten verspild.’ Daarom kijkt de stichting met de sector nu naar mogelijke oplossingen, zoals de verkoop van ingevroren brood. ‘De meeste consumenten blijken het namelijk toch thuis in te vriezen. Dus waarom niet zo verkopen?’

Een andere oplossing die in supermarkten terug te zien is: het aanbieden van kleinere porties, voor bijvoorbeeld eenpersoonshuishoudens. ‘Maar daar is een nieuw probleem: de consument staat negatief tegenover verpakkingen’, vertelt Timmermans. ‘Maar de milieudruk van verpakkingen is veel lager dan die van voedselverspilling.’

Naast het tegengaan van verspilling bij bedrijven, blijft het grootste probleem verspilling door de consument, zegt Timmermans. Maar de vooruitgang van afgelopen jaren is hoopvol. ‘Wat helpt is dat Nederlanders bewust zijn van het probleem. 80 tot 90 procent van de Nederlanders zijn bereid om verspilling terug te dringen. Met positieve campagnes proberen we mensen te stimuleren. Niet: ‘Verspilling is slecht.’ Maar: wat kan jij in je eigen keuken doen om minder verspillen.’

De Falafval-eigenaars sluiten zich bij deze positieve benadering aan. ‘Met Falafval willen we niet zeggen: je moet duurzaam eten of je moet plantaardig eten’, vertelt Bakia. ‘We zijn een duurzaam bedrijf, maar het moet vooral gaan om lekker en betaalbaar eten. We willen geen geitenwollensokkenkarakter.’ Ze merken dat klanten het broodje niet per se kiest omdat het circulair is. Dat vinden ze niet erg: ‘Het is gewoon een antwoord op de vraag: wat zou ik vandaag kunnen eten? En dan is dit een lekker alternatief, dat ook nog iets beter is voor de wereld.’

In deze serie gaat de Volkskrant op zoek naar initiatieven op het gebied van circulaire economie. Dat is een economie zonder afval, waarbij grondstoffen zoveel mogelijk worden hergebruikt. Het doel van de Nederlandse overheid is om in 2050 compleet circulair te zijn. Circulariteit is meer dan alleen recyclen, maar bijvoorbeeld ook bij productontwerp al nadenken over reparatie en hergebruik. Dit is de derde aflevering van een serie van zes, waarin de Volkskrant op zoek naar in verschillende branches, om te zien wat de mogelijkheden zijn en waar de problemen liggen.

Volg ons