De broer/zus van...

Topsport is vaak een familiekwestie. Maar lang niet elk kind groeit uit tot kampioen. Hoe verhouden broers en zussen zich tot het sportieve succes van hun bloedverwant?

Geeske van Kesteren-Zonderland (38), kinderfysiotherapeut

Zus van: Epke Zonderland, olympisch turnkampioen van 2012, drievoudig wereldkampioen rekstok.

‘Ik begon hier in Lemmer bij de gymnastiekvereniging. Als eerste. Mijn ouders vonden bewegen belangrijk. Dus Herre, Johan en Epke gingen ook op de kleutergym. Ik zat bij de selectie van DOS en toen was al duidelijk dat de jongens talent hadden.

‘Ik ben de oudste van het gezin. Epke, de jongste, is vijf jaar jonger. Johan en Epke gingen naar Heerenveen. Herre sloot ook aan. En omdat de trainer van Lemmer ook les ging geven in Heerenveen, ging ik ook mee naar Wik-FTC, de grote club van Friesland. De jongens deden het heel goed. Die kwamen nationaal in deA-lijn, ik de B-lijn. Maar wel vijf keer per week trainen hoor.

‘Mijn vader, Huite, werkte in Heerenveen. Na het werk nam hij ons weer mee naar Lemmer. Wij kozen voor Heerenveen, toen we naar de middelbare school gingen. Niet voor Sneek of Emmeloord. De fietsen gingen achter op de auto. Om 3 uur ’smiddags fietsten we naar de turnhal en daar haalde vader ons om half 8 op. Het was een fijne tijd. Ik heb het nooit als druk ervaren. Mijn broertjes waren in de zaal. Mijn moeder, Sophie, reed ons ook vaak. Dan waren we met het hele gezin in de turnhal.

‘Epke is de jongste, maar hij deed gewoon mee met de rest. Het verschil tussen hem en de rest was dat ie hartstikke, nou ja een beetje, gek was. Als 6-jarige deed ie mee met zijn oudere broers. Hij kon al jong salto’s. Hij leerde het spelenderwijs. Hij was motorisch hoogbegaafd. Dingen snel door hebben en mee kunnen komen met ouderen. Dat had hij van zichzelf.

‘Het was niet zo dat ik die rekstok in zijn leven zag komen hoor. Wij waren niet op die manier met turnen bezig. Het was voor ons lekker sporten. In de tuin thuis stonden turntoestellen. Een lange mat, een brug, maar dan voor jongens. We gingen in de tuin gymmen omdat we het leuk vonden.

‘Ik ben gestopt met turnen, toen ik 14 was en uit de brug was gevallen. Op mijn hoofd. Had ik last van evenwichtsstoornis. Mocht ik een paar maanden niet turnen, dat is cruciaal op die leeftijd. Ik ben daarna aan acrogym gaan doen, met Wya Feenstra en Diane Krafft. Nederlands kampioen geworden met ons drietal. Tot ik lichamelijke opvoeding ging studeren in Groningen. Toen ben ik gestopt.

‘Zelf doe ik nog steeds dans, jazz en hiphop. Mijn meiden, Fleure, Iselot en Vivièn, zitten op gym. De oudste gaat al naar de selectie. Die vindt het ook erg leuk. Nee, ze heten geen Zonderland, gelukkig niet.’

Esmée Betsema (24), medewerker fietsenwinkel

Zus van: Denise Betsema, veldrijster

‘We waren met drie zussen thuis. Ik ben de middelste, Denise is de oudste. We schelen twee jaar. Ze was een voorbeeld voor me, zeker toen ze naar de middelbare school ging. Ze hielp me vaak met make-uppen.

‘We hadden veel van die zussenruzies. Die gaan over van alles. We trokken elkaars kleren aan, zonder het te zeggen. Dan kwam ik op school en zag ik haar op mijn hakjes lopen. We zijn ook tegenpolen. Ik kan lang op de bank zitten, zij is de hele tijd druk. Ik werd later punker. Zwarte kleding, kistjes, tattoos, piercings. Zij is meer van bloemetjesjurken en hoge hakken. Piercings heeft ze ook, maar minder opvallend: in het oor en haar navel.

‘Denise is altijd met haar gezondheid bezig. Dat ik rookte, kon ze niet begrijpen. Als er een potje sperziebonen op tafel kwam, begon ze meteen over de hoeveelheid suiker die erin zat. Het is in mijn puberteit een paar jaar niet goed met me gegaan. Ik ging heel vroeg het huis uit, weg van Texel. Ik was depressief, ik at alleen maar en kwam enorm aan, tot 110 kilo. Nadat ik 45 kilo was afgevallen heb ik een borstvergroting laten doen; er was nogal wat vel over. Zoiets zou zij nooit doen. Je snijdt niet in een gezond lichaam.

‘Dat ik op mijn 16de al tante werd, vond ik superleuk. Denise en Sjoerd zijn er meteen vol voor gegaan; zo mooi. Na Jukka kregen ze Wolf. Ik zat de hele tijd maar te wachten op appjes of ik kon oppassen. Nu ben ik zelf ook moeder, van een dochtertje, ze is vijf maanden.

‘Net als Denise heb ik aan mountainbiken gedaan. Ik had er wel aanleg voor, maar ik miste haar doorzettingsvermogen en het lef. Als we moesten trainen, keek ik altijd eerst uit het raam en zei dat het vast ging regenen. Zij had zich dan al omgekleed. Ik was doodsbang voor mul zand. Denise viel net zolang, totdat ze er wel doorheen kwam.

‘Dat het haar lukte in het veldrijden, vond ik prachtig. Nu kon ik haar op tv zien. Ik ga wel eens naar wedstrijden, maar ik heb ook mijn werk in de fietsenwinkel van mijn vader in Oudeschild. Ik doe daar van alles: verkoop, verhuur, administratie. ik ben nu bezig met de website.

‘De afgelopen maanden waren naar. Ik zat in de auto toen ik een berichtje van haar kreeg: ze was betrapt op doping. Ik had meteen tranen in mijn ogen. Ik wilde met kranten contact opnemen. Zo van: ‘Hoor eens, zij heeft het niet gedaan. Dit is niet waar.’ Enkele weken geleden belde ze, ze klonk opgewekt. Zit je, vroeg ze. Ik mag weer fietsen! Toen heb ik weer gehuild. Tuurlijk. Het is mijn zus, hè.’

Adriaan van Rijsselberghe, personal trainer

Broer van: Dorian van Rijsselberghe de tweevoudig olympisch kampioen windsurfen in de RS:X klasse.

‘Ik ben vier jaar ouder dan Dorian, maar we werden, in 2004, gelijktijdig wereldkampioen. In Oostende, België. Ik bij de senioren in de Formula Experiens, Dorian bij de junioren.

‘Ik ging met mijn 13de, 14de surfen, dus niet heel jong. Dorian was 10, 11 dat hij op de plank de eerste metertjes maakte. Omdat ik alles al had gevaren, wisten we wat hij nodig had. Nee, hij ging niet met mijn oude spulletjes surfen. Hij kreeg een nieuw zeiltje, maar het grote voordeel is dat je niet alles meer hoeft uit te vogelen. Je oudere broer heeft dat al ontdekt.

‘Met het windsurfen had ik eerst niet veel aan hem. Het is als tennissen tegen iemand die niet meer dan de bal over het net kan slaan. Hij was 14, 15 toen ie een beetje kon meekomen. Ik gebruikte hem om op te lijnen. Dat je naast elkaar vaart en kunt zien hoe snel iemand is. Of hem voorbij vaart. Dat werkt ook. Het geeft een indicatie van je snelheid. Ik maakte zijn setjes sneller. En dan er zelf weer langs. Kijken waar het verschil lag.

‘We leerden het bij de surfclub bij Dijkmanshuizen, net boven Oudeschild, aan de lijzijde van Texel. Er is daar minder golfslag, minder stroming. Daar kun je leren windsurfen. Zelf wonen wij een kwartier fietsen van het strand, maar dit was een half uur met de auto naar de andere kant van het eiland. Pa was verschillende keren Texels kampioen, maar hij heeft het ons niet aangeleerd. Hij wist wat voor ellende dat is, vaak naar de overkant om te trainen.

‘Ik trainde kort met de toenmalige olympische toppers Joeri van Dijk en Casper Bouman. Die RS:X is mijn ding niet. Oude meuk vind ik. Volkomen uitontwikkeld. Het is zeilen. Ik deed slalom, surfen op een funboard. Dat is formule 1. Wat Dorian doet is varen met een lelijk eendje.

‘Hij is de grote kampioen, maar ik wrijf hem graag in dat ik nog altijd sneller ben dan hij. Dat is ook niet zo moeilijk. Ik ben zwaarder, was zeker gespierder, goed voor 90 kilo contragewicht. Ik ben al acht kilo afgevallen sinds ik vorig jaar gestopt ben. Dorian is lang en licht. Dat moet ook met die RS:X. Dorian is een echte mooiweersurfer. Wat dat betreft een watje hoor. Ik ga met een storm als Ciara naar buiten. In de hardste wind van Europa op zo’n middag.

‘Ik maak hem daar niet jaloers mee. We bellen dagelijks met elkaar, facetime voornamelijk. Een reis naar Australië voor dit beslissende WK zit er niet in. Dorian bepaalt zijn focus door veel met zijn omgeving te communiceren. Marc en Geertje, pa en moe dus, ik, Sasha zijn vrouw, Aaron de coach. Het draait om positivisme. Als hij die inzet, leidt dat tot de beste prestatie.’

Danny Herlings (35), marktkoopman

Broer van: motorcrosser Jeffrey Herlings, wereldkampioen MXGP in 2018.

‘Hoewel Jeffrey en ik qua karakter op veel vlakken verschillen, zie ik soms ook dingen van mezelf in hem terug. Jeffrey laat niks aan het toeval over. Als hij op zijn motor voorbij wordt gereden, wil hij achteraf niet hoeven zeggen dat hij meer had moeten trainen of zich beter had kunnen voorbereiden. Hij wil zichzelf niks kunnen verwijten.

‘Als marktkoopman zit ik precies hetzelfde in elkaar. Mijn kraam moet er tiptop uitzien: de rode appels bij de rode appels en de gele appels bij de gele appels. Ook ik wil zo min mogelijk aan het toeval overlaten. Als ik ’savonds naar huis rijd en slecht verkocht heb, weet ik in ieder geval dat ik mezelf niks kwalijk kan nemen.

‘Ik heb vroeger zelf ook altijd gecrosst, maar miste het talent en doorzettingsvermogen. Jeffrey heeft het altijd kunnen opbrengen om in zijn vrije tijd tien kilometer te gaan hardlopen. Ik had daar veel meer moeite mee. Ik had het snel genoeg door en heb voor een maatschappelijke carrière gekozen.

‘Of ik daar nooit moeite mee heb gehad? Eerlijk gezegd niet. Ik ben altijd heel trots op Jeffrey geweest, omdat ik weet hoe zwaar motorcross is en hoeveel hij er voor heeft moeten doen en laten. Ik vind het fascinerend om hem te zien racen. Wat hij met een motor kan, kunnen er maar weinig.

‘Ik zeg altijd dat ik vijftig procent zijn broer en vijftig procent supporter ben. Ik hou van de sport, maar kijk als broer natuurlijk anders naar zijn prestaties dan de gemiddelde motorcrossliefhebber. Vaak met een grote roze bril. Ik ben nu eenmaal bevooroordeeld.

‘Ik probeer zoveel mogelijk naar wedstrijden in Europa te gaan, al lukt dat niet altijd. Jeffrey rijdt zijn wedstrijden op zondag, maar op zaterdag sta ik nog met mijn kraam op de markt. Zaterdag is altijd een drukke dag. Als ik niet langs het circuit sta, dan kijk de wedstrijd op tv.

‘Dat Jeffrey tegenwoordig een goede boterham verdient met motorcross, doet mij niks. Ik ben daar vrij nuchter in. Ik kijk liever naar de sport dan naar het financiële plaatje. Wat is rijkdom? Als het je gezondheid of geluk in de weg staat, is dat geld ook niks waard.

‘We zien elkaar vrijwel dagelijks. We hebben altijd een heel hechte band gehad. En dat hoop ik nog lang zo te houden. Dat is voor mij het allerbelangrijkste.’

Carla Grol (29), sales manager

Zus van Henk Grol, judoka, tweemaal winnaar van olympisch brons.

‘Henk is altijd een voorbeeld voor mij geweest. Hij heeft mij mede gevormd tot de persoon die ik nu ben. Zijn invloed is zonder meer groot geweest.

‘Wij komen uit een echte paardensportfamilie. Maar omdat Henk als kind heel druk was, adviseerde de schoolarts hem op judo te gaan. Ik ging van kleins af aan met Henk mee. Dat vond ik geweldig. Toen ik vijf was ben ik zelf de mat opgegaan.

‘We hebben beiden meegedaan aan de WK 2013 in Rio. Henk won zilver, ik werd een ronde voor de kwartfinales uitgeschakeld. Het is de beste prestatie uit mijn carrière. Toen ik mij drie jaar later niet wist te kwalificeren voor de Spelen, heb ik een punt achter mijn topsportloopbaan gezet. Tegenwoordig werk ik als sales manager bij een bedrijf dat verse friet maakt.

‘Henk en ik lijken heel veel op elkaar. Af en toe hoor ik mezelf praten als hij iets zegt. En andersom. Het enige verschil is dat ik iets zachtaardiger ben dan hij. Verwonderlijk is dat niet: ik ken niemand anders met zo’n ijzeren discipline als Henk. Dat maakt hem als mens zo mooi.

‘Die ijzeren discipline had hij als kind al. Vroeger zei hij altijd tegen mij: ‘Je moet meer doen dan je concurrenten. Als zij stoppen met hardlopen, loop jij een paar kilometer door. Als hun training is afgelopen, maak jij nog een paar extra worpen.’ Ik luisterde altijd naar hem.

‘Aan de andere kant wilden anderen mij ook beschermen tegen zijn ijzeren discipline. Als Henk van zijn trainer te horen kreeg dat hij de volgende dag rust moest nemen, ging hij toch voor zichzelf trainen. Hij moest en zou beter worden. Mijn trainers wezen me op zijn extreme karakter en adviseerden af en toe ook een stapje terug te doen. Dat deed ik dan ook.

‘Hoewel we onze eigen trainers hadden, hebben we ook vaak samen getraind. Dan doken we het krachthonk in of gingen we hardlopen. Daarnaast analyseerden we samen onze wedstrijden. Vooral op tactisch vlak gaf hij mij tips.

‘Ik ben nooit jaloers geweest op de carrière van Henk. Ik vind het alleen maar gaaf dat hij drievoudig Europees kampioen is, twee olympische plakken en drie WK-medailles heeft veroverd. Mocht hij zich plaatsen voor de Spelen van Tokio dan zit ik op de eerste rij om hem aan te moedigen.’

Jelle Huntelaar (32), accountmanager

Broer van Klaas-Jan Huntelaar, spits Ajax, 76 interlands (42 doelpunten)

‘Tegenwoordig gaan we naar een andere kapper, maar dan nog willen kinderen vaak met me op de foto, omdat ze denken dat ik Klaas-Jan ben. Ik zeg altijd eerlijk dat ik het niet ben. Maakt ze niet uit. ‘U heet toch ook Huntelaar?’ Dat kan ik dan niet ontkennen.

‘Toen Klaas-Jan nog bij Real Madrid speelde, ben ik wel eens eerder het vliegtuig uitgegaan zodat hij wat rustiger kon uitstappen. Dat vond ik trouwens te gek, dat ik zo vaak naar mijn favoriete buitenlandse club kon dankzij Klaas. Meneer Di Stefano en Mijatovic ontmoet, wedstrijden gekeken in dat immense Bernabéu. Van een totaal andere orde dan mijn Nederlandse lievelingsclub De Graafschap, maar uitersten zijn juist mooi.

‘Klaas-Jan wilde altijd die ballen in het doel schieten, ik geniet meer van de assist. Ik ben middenvelder bij derdeklasser HC’03. Doe ik mee aan een voetbaltoernooi waarbij men me niet zo goed kent, krijg ik vaak nummer 9 toegeworpen. Dan zeg ik: doe mij maar 8 of 6, dat past meer bij waar ik meestal opduik. Later hoorde ik alsnog soms: hoe kan jij die kans missen? Best gek dat geredeneerd wordt dat ik ook wel spits zal zijn.

‘Ik had al snel door dat mijn talent meer naast het veld ligt. Letterlijk. Toen Klaas-Jan op een gegeven moment bij profclubs trainde, stond ik met allemaal mensen rond het veld te kletsen. Vond ik interessant.
‘Ik ben zodoende toch in het profvoetbal terechtgekomen. Na zes prachtige jaren ben ik deze maand afgezwaaid als accountmanager bij De Graafschap. Het is de club waar Klaas-Jan, mijn oudste broer Niek en ik op de tribune stonden. Ik zou niet zo snel voor een andere club kunnen werken, ook logistiek gezien. De Achterhoek is mijn thuis.

‘Deze maand ben ik begonnen bij de hoofdsponsor AgriBioSource, een bedrijf dat organische reststromen verwerkt en zo een mooie bijdrage levert aan de kringloopeconomie. Past bij me. Naast sportmensen zijn wij Huntelaars echte natuurmensen. Duurzaamheid was ook een van de pijlers van de Foundation van Klaas-Jan. Niek is gek van vogels.

‘We proberen soms met zijn drieën de natuur in te gaan, hebben in de Noorse bossen een keer wildgekampeerd. Vlieghengels mee en in complete stilte je eigen avondeten bij elkaar vissen. ’s Avonds lekker praten met elkaar rond een kampvuur, geen ziel in de buurt. Zalig.’

Jolien Schulting (18) en Marieke schulting (18)

Zusjes van: Suzanne Schulting (22), olympisch kampioen shorttrack.

Jolien: We worden best vaak het zusje van genoemd, maar ik ben mezelf. Ik heet Jolien en niet het zusje van.
Marieke: Ik vond het eerst wel leuk, grappig. Maar later dacht ik dat mensen me alleen maar leuk of aardig zouden vinden omdat ik het zusje van ben. Meestal houd ik het geheim en pas als ze mijn achternaam kennen, komen mensen erachter.

Jolien: Ik ben ik, Marieke is Marieke en Suzanne is Suzanne.

Marieke: We hebben allemaal iets aparts, qua karakter. Dat kan ook wel eens botsen. Verder hebben we het, als we samen zijn, heel gezellig. Vroeger, toen we iets te veel op elkaars lip zaten, was het af en toe een ruzietje, maar daarna was het ook weer over.

Jolien: We hebben veel leuke momenten met elkaar en we kunnen heel erg met elkaar lachen. We hebben dezelfde humor.
Marieke: Vroeger was Suzanne vrij dominant. Ze had heel erg haar eigen mening.
Jolien: Ja, maar ze beschermde ons wel. Dat doet ze tot de dag van vandaag.
Marieke: Ze was een heftige puber.

Jolien: Marieke en ik konden er ook wat van. Ik denk dat we wat dat betreft wel op elkaar lijken.
Marieke: Heel veel mensen zeggen dat ik qua uiterlijk op Suzanne lijk.
Jolien: En dat ik dezelfde trekjes heb. We hebben wel wat van Suzanne, ja.

Marieke: We hebben vroeger geschaatst en ik dacht dat ik ook goed was, maar ik verloor alle wedstrijden.
Jolien: We deden shorttrack en langebaan, maar ik turnde ook op hoog niveau en Marieke hockeyde. Toen we naar de eerste klas van de middelbare school gingen, moesten we kiezen.
Marieke: Ik hockey nog steeds, maar ik heb geen ambitie om prof te worden. Dat past niet bij mij. Ik maak graag lol met de mensen om me heen en wil het niet te serieus nemen.
Jolien: Ik zit nu in een WK-team voor cheerleading, de Frisian Cheer Stars. Dat is iets wat ik heel graag doe.

Marieke: Sporten hoort bij ons. We kunnen niet zonder. Als we een weekje niet sporten, denk we: het is wel weer genoeg geweest. Laten we maar weer lekker bezig zijn.
Jolien: We hebben nooit echt tegen Suzanne opgekeken. We zijn alleen maar super trots op haar en we gunnen het haar super erg.
Marieke: Dat ze zoveel wint is cool.

Jolien: Maar er is geen strijd tussen ons over de vraag wie de beste is. ­Suzanne heeft haar kwaliteiten en wij hebben ­op onze beurt weer andere kwaliteiten.

Lars Miedema (19), voetballer

Broer van:Vivianne Miedema (23), voetballer bij Arsenal en het Nederlands elftal.

‘Als ik bij het Nederlands vrouwenelftal ga kijken, word ik vaak gezien als het broertje van Vivianne. Maar bij FC Den Bosch, waar ik sinds dit seizoen onder contract sta, ligt dat anders. Daar ben ik gewoon Lars.

‘Wel vragen teamgenoten soms gekscherend wie beter is: Vivianne of ik? Ik kan er wel om lachen. Een serieus antwoord is moeilijk te geven. Op mannen- en vrouwenvoetbal is niet een-op-een een parallel te trekken. Het maakt me eerlijk gezegd ook niet uit. Wat ik wel weet, is dat we als spits allebei een neusje voor de goal hebben.

‘Vivianne en ik waren van kleins af aan altijd al bezig met voetbal. We woonden recht tegenover een voetbalveldje. Daar waren we elke avond te vinden. En als het slecht weer was, zaten we voor de televisie voetbal te kijken. Mijn moeder grapte altijd: ‘Zelfs als de tv uit staat, straalt die nog groen licht uit.’

‘Door onze gedeelde passie had ik al snel een hechte band met mijn zus, die ruim drie jaar ouder is. We hadden nooit ruzie. Al konden de emoties hoog oplopen tijdens het voetbalspel Fifa op de Playstation.

‘Hoewel Vivianne altijd goed heeft kunnen voetballen, kan ik me niet herinneren dat ik ooit tegen haar heb opgekeken. Wel viel het me op dat zij zich tussen al die jongens op straat goed staande hield. De andere meisjes in het dorp gingen paardrijden of hockeyen.

‘We zijn begonnen bij de plaatselijke amateurvereniging en later samen bij Heerenveen terechtgekomen. Vivianne liep bij de vrouwen iedereen voorbij. Toch had ik toen nog niet in de gaten hoe goed ze daadwerkelijk was. Ik kon moeilijk een inschatting maken van het niveau.

‘Pas toen ze in 2014 naar Bayern München vertrok, drong tot mij door dat ze echt veel beter was dan de rest. Haar overstap naar Duitsland werkte ook stimulerend voor mij. Ik was ontzettend trots op haar en dacht: zo ver wil ik later ook komen. Van enige jaloezie is nooit sprake geweest. We gunnen elkaar alles.

‘Afgelopen zomer was ik erbij toen Vivianne de WK-finale in Frankrijk speelde. Hoewel ze nu tot de wereldtop behoort, zal ze voor mij altijd gewoon mijn zus blijven. Andersom is dat precies hetzelfde. Al zou ik het leuk vinden als ze mij ook bij het Nederlands vrouwenteam over een paar jaar niet meer kennen als het broertje van, maar als de spits van een grote club.’

Wybe Mollema (35), advocaat

Broer van: wielrenner Bauke Mollema, winnaar Ronde van Lombardije en van etappe in de Tour.

‘Als advocaat ben ik vaak in de rechtbank. Toen er eens een zitting klaar was, vroeg de rechter: ‘Even heel iets heel anders nu, meneer Mollema: bent u familie van Bauke? Ik moest daar wel om lachen. Hij wilde weten hoe dat nou was, broer zijn van zo’n beroemde renner. En of ik zelf ook vaak op de fiets zat. Het is wat iedereen eigenlijk altijd wil weten. Het antwoord is nee. Toen ik 16 was, wist ik niet hoe snel ik een brommer moest kopen. ’


‘We zijn met drie broers opgegroeid in Zuidhorn, een dorpje vlakbij Groningen. Naar de middelbare school moesten we op de fiets, veertien kilometer heen, veertien kilometer terug. Bauke deed dat zo snel dat hij op een gegeven moment besloot om aan de andere kant van de weg te gaan fietsen, zodat hij niet de hele tijd iedereen hoefde in te halen. Willem, mijn andere broer, en ik dachten alleen maar: wat een raar figuur. Dat hij wielrenner kon worden, kwam helemaal niet in ons op.’


‘Als Bauke moet rijden, zit ik meestal voor de tv. Dan moet ik wel weten dat hij een kans maakt. Sprintetappes in de Tour sla ik meestal over en als hij gelost is, ga ik ook wat anders doen. Zijn overwinning in de Ronde van Lombardije heb ik gezien, ja. Dat was leuk.’


‘Of Bauke ook interesse heeft in mijn werk? Mwoah. Even voor het algehele plaatje: we hebben een prima relatie, maar we zien elkaar niet zo vaak. Komt natuurlijk ook omdat Bauke in Monaco woont, maar het is ook een beetje onze aard. Mijn andere broer woont 200 meter bij mij vandaan, maar met hem is het ook niet dat we de deur bij elkaar platlopen. Dus om op de vraag terug te komen: hij toont niet meer interesse in mijn werk dan ik in het zijne.’


‘Natuurlijk ben ik trots op hem. Alleen: we zullen dat niet snel ventileren naar elkaar. Als het hem niet was gelukt om profwielrenner te worden, was het ook prima geweest. Ik kijk niet anders tegen hem aan dan tegen mijn andere broer.’


‘Bauke een droogkloot? Als iemand een mening heeft, zullen we doorgaans onze schouders ophalen en iets mompelen in de trant van: ‘prima, dat mag je vinden.’ We zeggen waar het op staat, maar we zijn niet heel erg uitgesproken. Maar of je dan meteen een droogkloot bent? Ik zou eerder zeggen: nuchter.’

Natasja Roest (26), masseur

Zus van: Patrick Roest, tweevoudig wereldkampioen allround schaatsen.

‘Patrick is twee jaar jonger dan ik, maar op de schaatsbaan ging hij me al snel voorbij. Ik kan me nog goed clubkampioenschappen in Nijmegen herinneren. Hij was pupil, ik een C-junior en we reden de 500 meter. Het was de laatste keer dat ik sneller was dan hij.

‘Als het vroor, waren we hele dagen op het slootje achter onze boerderij te vinden. Patrick en ik zijn echt schaatsfanaten. In de winter keken we thuis altijd naar schaatsen op tv. Soms deden we zelf mee, gingen we schaatsbewegingen maken op de gladde vloer of naar buiten om te skeeleren. Ons jongste broertje, Remco, zat ook op schaatsen, maar is al snel gestopt Hij vond er niets aan.

‘Als C-junior werd ik gevraagd voor het gewest Zuid-Holland. Daarna ben ik naar Heerenveen verhuisd om voor het gewest Friesland te gaan schaatsen. Drie jaar heb ik er gewoond, samen met Patrick, die daar een appartementje had gekocht. Mijn doel was om te kijken of ik aansluiting kon krijgen met de top van Nederland.

‘Hoe het is om met hem samen te wonen? We zijn rustige types, maken niet snel ruzie. Hij is alleen soms een beetje makkelijk, dus drie keer raden wie er kon opdraaien voor het eten en het opruimen? Precies, zijn zus. Patrick is, laten we zeggen, een beetje gemakzuchtig.

‘Twee jaar geleden heb ik een punt achter mijn schaatscarrière gezet. De kracht en conditie had ik wel, maar het stukje techniek was net iets minder. Op het einde nam de motivatie ook af. Op een gegeven moment ging ik liever bij Patrick kijken dan dat ik ergens de Holland Cup moest schaatsen.

‘Tijdens die periode in Heerenveen heb ik de opleiding Sport en Bewegen gevolgd, daarin was massage een apart vak. Ik heb nu een eigen praktijk en behandel sporters, soms ook Patrick als hij thuis is. ‘Ik geniet van zijn successen. Natuurlijk had ik dat zelf ook wel gewild, maar als dat er niet in zit, houdt het op. Toen ik zelf nog schaatste, was het soms vervelend dat het altijd over hem ging. Mensen vergaten dat ik ook schaatste. Nu heb ik er vrede mee. Ik vind het juist leuk om over hem te vertellen.

Nee, hij is niet veranderd. Die interviews op tv doet hij heel volwassen. Thuis is hij dat iets minder. Daar is hij gewoon Patrick. Iemand die nog steeds het liefst iemand anders zijn rommel laat opruimen.’