De boontjes van opa zijn het lekkerst

In Cor van Doesburg vond fotograaf Nilla Berretty een enthousiaste hoofdpersoon voor haar project over de liefde voor de volkstuin. 90 procent van zijn oogst deelt hij uit.

Cor van Doesburg (77) is bijna elke dag, zeven dagen in de week, in zijn volkstuintje te vinden, weer of geen weer. Op 300 vierkante meter verbouwt hij vier soorten bonen, tomaten, sla, komkommer, pompoenen, worteltjes, koolrabi, prei, spitskool, uien, dille en wat al niet meer. Zoveel dat er niet tegenop te eten valt. Daarom geeft hij zo’n 90 procent van de oogst weg. Wie de andijvie niet meteen dezelfde avond verwerkt in een hutspot, krijgt de tip de stronk in een emmer met een laagje water te zetten. Zo blijft hij vers.

Cor maakt ook soeppakketten, de groenten snijdt hij in zijn schuur. Verpakt in plastic zakjes levert hij ze bij de voordeur af. Bij hoogbejaarde dames en heren, maar ook bij jonge gezinnen, buren en wie er maar om vraagt. Zo’n dertig adresjes heeft hij. ‘Uw sperzieboontjes zijn veel lekkerder dan die uit de supermarkt, opa’, roepen ze hem na. Verser kun je ze niet krijgen, en ze hebben geen draadjes, zegt Cor trots.

‘Opa’, zo noemen ook de kinderen van een Turkse familie op het volkstuincomplex hem. Bedeesd vroegen ze om toestemming. Zelf hebben ze geen ‘echte’ grootvader, vandaar.

Fotograaf Nilla Berretty wil met haar project Een tuintje in mijn hart de liefde van volkstuinierders voor hun zelf gekweekte gewassen in beeld brengen. In Van Doesburg vond ze een enthousiaste hoofdpersoon. Bij haar zwerftochten was hij de eerste die zei: ‘Ga zitten, wat drinken?’ Eerlijk en oprecht zijn, daar gaat het om in het leven, vindt de weduwnaar en gepensioneerde wegenbouwer. ‘Je moet jezelf elke avond in de spiegel aankijken: ben ik vandaag eerlijk geweest, was ik niet uit op zelfverrijking, op materiële rijkdom?’ Rijkdom van geest, daar gaat het om in het leven, vindt hij. ‘Dan kun je geven zonder dat het pijn doet.’

Volg ons