Coronawandelingen

Een onzichtbaar virus laat fotograaf Stephan Vanfleteren anders naar zijn omgeving kijken: tijdelijk geluk bij een groot drama.

Het gaat niet zo goed met de wereld, of juister, het gaat niet zo goed met de mensheid en haar systeem.

Terwijl steden spoken en economieën barsten, gedraagt de natuur zich niet veel anders dan normaal.

De lente ontluikt. Vorige week zag ik de eerste hommel, eergisteren een vlinder en vandaag nog een paarse dovenetel in de duinen. Wolken drijven voort, vogels fluiten naar elkaar, golven breken en in het Westen verdwijnt het licht. Alles zoals altijd.

En toch kijk je nu beter. Je ziet dat de winterstormen het strand hebben veranderd. Dat eb anders terugstroomt naar de zee. Je fantaseert uitvergrootte virussen in de kruinen van de geknakte bomen. Je tuurt naar de appartementsgebouwen en je denkt niet aan toeristen maar aan gevangenen. Een onzichtbaar virus laat je anders kijken.Tijdelijk geluk bij een groot drama.

Tijdens het avondjournaal ga ik op wandel. Naar zee, duinen of bos, altijd bij valavond.

Wandelingen die trager, langer en donkerder zijn dan voorheen. Geen haast, er wachten geen ongeduldige berichten in je mailbox. Langer op weg, het normale leven staat toch stil. De tocht eindigt altijd in het duister, want het licht wacht op niemand.

Wandelen wordt slenteren. Blijven hangen, op mijn stappen terugkeren, wachten, kijken, observeren. En fotograferen uit de losse pols, die geen horloge draagt.

Sommige klappen in de handen, zingen of maken muziek vanaf een balkon. Anderen sturen gedichten rond via mail of hangen een wit doek aan het raam.

Allen even zinloos, en toch zo geweldig nuttig.

De medemens troost en steunt.

Op wandel in het avondland.

De avond valt niet alleen.

Straks zullen we samen opstaan.