CIRCULAIRE ECONOMIE AFLEVERING 4

Koptelefoon die nooit meer
bij het afval belandt

Door oneindig te repareren koptelefoons te verhuren proberen twee Rotterdamse ondernemers iets te doen tegen elektronisch afval, de snelstgroeiende afvalstroom wereldwijd. Maar als klanten daar niet om malen en ze gewoon mooi vinden: ook goed. 

Met een weids uitzicht op Station Blaak, de Markthal en de kenmerkende Rotterdamse kubuswoningen pakken Tom Leenders en Dorus Galama de binnengekomen dozen uit. Kapotte kabels en oorkussens worden gesorteerd. De mannen proberen ze te repareren, anders belanden ze in de grote plastic bakken, wachtend op recycling. ‘We gooien niets weg’, vertelt Leenders. ‘We zeggen: dit is de laatste koptelefoon die je koopt. Hij is oneindig repareerbaar.’

De jonge ondernemers verhuren modulaire koptelefoons: alle onderdelen zijn makkelijk te vervangen en te repareren. Bij een kapotte kabel gaat niet het hele product in de afvalbak, maar krijg je simpelweg gratis een nieuwe kabel. Een handgeschreven briefje valt uit een doos: een klant heeft haar abonnement opgezegd, maar wil de eigenaren van Gerrard Street wel aanmoedigen door te gaan met het ‘mooie product’.

Niet alleen voor groene hippies

Aan de TU Delft raakten Leenders en Galama geïnteresseerd in de circulaire economie. ‘We kwamen erachter dat er voor elektronica wel tien kansrapporten liggen, maar nog weinig op de markt was’, zegt Leenders. ‘We wilden wat circulairs maken, maar vooral een schaalbaar product neerzetten’, vult Galama aan. ‘We wilden bewijzen dat er echt vraag is naar circulaire producten en dat het niet alleen voor een klein groepje groene hippies is.’ Ze kozen koptelefoons, die ze niet te koop maar te huur zouden aanbieden. Zes jaar geleden richten ze Gerrard Street op, inmiddels hebben ze ruim tweeduizend betalende klanten in Nederland.

Elektronisch afval is wereldwijd de snelstgroeiende afvalstroom. In 2019 is in Nederland ongeveer 638 miljoen kilo aan elektronische en elektrische apparaten op de markt gebracht, inclusief 190 miljoen kilo zonnepanelen. Dat is zo’n 36,6 kilo per inwoner. Om de stroom van afgedankte elektronica te verwerken heeft de EU afgesproken dat producenten vanaf 2019 65 procent van de verkochte apparaten voor recycling moeten inzamelen. Dat doel werd niet behaald: het inzamelingspercentage van 2019 komt uit op 58 procent, indien zonnepanelen niet worden meegerekend (in verband met de lange levenscyclus van zonnepanelen wordt hierover apart gerapporteerd. Inclusief zonnepanelen is het inzamelpercentage slechts 48 procent).

Het probleem ligt in de nabije toekomst. De verkoop van elektronische apparaten stijgt, waardoor producenten ieder jaar meer moeten inzamelen. Deze inzameling stijgt onvoldoende mee: bij een gelijkblijvende inzameling zal het percentage in 2020 op 49 procent liggen (exclusief zonnepanelen). Vanwege de zogeheten producentenverantwoordelijkheid zijn bedrijven die in Nederland elektronische apparaten op de markt brengen verantwoordelijk voor afvalbeheer en de financiering hiervan.

Waar blijft de rest van het elektronisch afval dat niet wordt ingezameld? Reint Sekhuis, directeur van producentencollectief Weee Nederland, weet waar het misgaat: de kleine apparaten komen in de vuilnisbak terecht in plaats van bij de milieustraat of de inzamelbakken bij winkels. Grotere apparaten komen nog te vaak in de metaalhandel terecht, waar ze niet op de juiste manier worden verwerkt. Sekhuis vertegenwoordigt met Weee Nederland zo’n 30 procent van de elektronicabedrijven in Nederland, die samenwerken om de producten in te zamelen om aan de regelgeving te voldoen.

‘E-waste is niet tastbaar’

Gerrard Street probeert een steentje bij te dragen aan het terugbrengen van elektronisch afval, maar wil niet te veel nadruk leggen op de circulaire achtergrond. ‘We hoorden van mensen uit de duurzaamheidshoek dat we onze duurzaamheid te weinig promoten. Maar dat is vaak niet wat uiteindelijk verkoopt’, zegt Galama. ‘Als de klant onze missie ondersteunt is het tof, maar als ze er niets om geven en het gewoon een mooie koptelefoon vinden: ook goed.’

‘Er gaan al jaren beelden over de wereld met wat er met e-waste gebeurt. Vaak zijn dat soort beelden, hoe goed je ze ook maakt, niet tastbaar’, denkt Leenders. ‘Je kunt de consument beter laten veranderen door ze een product aan te bieden dat duurzaam is, maar vooral goed aansluit op hun behoeften.’

Galama: ‘We zijn geen activisten. Ik kan me goed voorstellen dat de consument hier helemaal niet mee bezig is. Wij vinden dit een interessant onderwerp en we zien hier iets om te verbeteren. Andere mensen zijn weer bezig met het verbeteren van ouderenzorg… Er zijn genoeg dingen om de wereld beter te maken, duurzaamheid is daar een van. In mijn ogen ben je niet direct een slecht mens als je je niet inzet voor duurzaamheid.’

Statiegeld op koelkasten

Wat de consument wel kan doen is het elektronisch afval op de juiste plek inleveren, vertelt Sekhuis. Om de consument zover te krijgen bedenkt onder andere Weee Nederland initiatieven. ‘Een van onze voorstellen is een statiegeld op bijvoorbeeld oude koelkasten’, legt de directeur uit. ‘Bij aankoop van een nieuwe koelkast betaal je extra en dat bedrag kun je deels terugkrijgen als je het apparaat weer inlevert.’

Een deel van de retourpremie wil Sekhuis graag reserveren voor een circulair fonds, om nieuwe initiatieven mee te financieren. ‘Circulariteit is een keuze, maar het kost wel geld. Men zegt dat grondstoffen hergebruiken geld opbrengt, maar in de praktijk werkt het niet zo. Het inzamelen en verwerken kost meer geld dan het oplevert.’

De consument overtuigen de apparaten op de goede plek in te leveren is niet het enige probleem, vertelt de Weee Nederland-directeur. ‘Er is een gebrek aan vraag naar gerecyclede kunststoffen. De designafdelingen van grote elektronicabedrijven zitten niet in Europa, noch de producenten. Er is geen verplichting voor hen om gerecycled materiaal te gebruiken. En door de lage olieprijs zijn nieuwe grondstoffen soms gewoon goedkoper.’

Sekhuis: ‘Het Nederlandse kantoor van Samsung kan wel zeggen: we willen circulair worden, maar zij bepalen niet wat er in een product gaat.’ Om dit op te lossen zou hij graag zien dat de EU, met Nederland voorop, afspreekt alleen nog maar apparaten te importeren waar verplicht gerecycled materiaal in zit. ‘Er gaat alleen wat veranderen als je het verplicht. Als we circulair willen worden, moeten we een keuze maken. Dat kost geld en heeft regels nodig. Regels zorgen voor een gelijk speelveld en dat is belangrijk voor producenten.’

Onder een vergrootglas

In het Rotterdamse kantoor liggen de koptelefoons van Gerrard Street gedemonteerd in de kartonnen dozen, wachtend op nieuwe abonnees. Ze delen de ruimte met audiomerk en productiepartner Fresh ’n Rebel. Dankzij de samenwerking kunnen ze hun producten verder ontwikkelen, want door het circulaire businessmodel is het niet zo makkelijk de volgende stap te zetten. Galama: ‘Je hebt geld nodig om te groeien en door de abonnementsvorm duurt het een tijd voordat je je geld terugkrijgt.’

De ondernemers merken dat ze onder een vergrootglas liggen, omdat ze een duurzame missie hebben. ‘Je moet roomser dan de paus zijn, maar dat kan helemaal niet als start-up. We zijn eerlijk over wat we doen en wat nog niet kan’, vertelt Galama. ‘Zoiets opzetten blijft een kwestie van pick your battles. Als je het echt goed zou willen doen, zou je niet in China produceren, maar hier. Maar met die kostprijs krijg je je businessmodel niet rond.’ Leenders heeft een aantal keer de fabriek bezocht, om te kijken naar de werkomstandigheden. ‘Maar we hebben nu niet het team of de schaal om de hele keten te checken, dus voor een deel weet je het niet.’

Leenders: ‘Als je als bedrijf een duurzame stap wil maken, moet je concessies doen. Je kunt nooit gelijk het perfecte plaatje neerzetten.’ Galama knikt: ‘Dat is een fout die veel start-ups maken. Ze willen gelijk alles honderd procent goed doen. Die start-ups bestaan niet meer.’

Wat is de circulaire economie?

Een economie zonder afval, waarbij grondstoffen zo veel mogelijk worden hergebruikt. Het doel van de Nederlandse overheid is om in 2050 compleet circulair te zijn. In deze serie gaat de Volkskrant op zoek naar circulaire initiatieven, om te zien wat de mogelijkheden zijn en waar de problemen liggen.

Volg ons