Fotoserie Bruinkoolwinning Duitsland

Bruinkoolwinning sloopt Duitse dorpen

Energiewende of niet, Duitse dorpen moeten wijken voor de winning van bruinkool. Fotograaf Marcel van den Bergh legt het verval en het verzet vast.

De kerk van Manheim staat nog, maar daar is ook alles mee gezegd. De hoge boogramen zijn dichtgetimmerd, de klokkentoren is stil blijven staan op vijf voor negen. De kerk is afgezet met bouwhekken, daaromheen ligt een lege vlakte.

Ook de huizen rond de kerk verkeren in een staat van ontbinding. Gevels zijn weggeslagen, ramen liggen aan diggelen, voordeuren hangen uit hun hengsels. Het dorpscafé met een reclame voor König Pilsener aan de gevel staat nog overeind. Maar bier wordt er allang niet meer getapt; de luiken zijn dicht. Aan de rand van het dorp trekt een sloopkraan het dak weg van wat ooit een vrijstaande woning was en sorteert de resten op twee stapels: hout bij hout, puin bij puin.

Manheim moet wijken voor de bruinkoolwinning. Duitsland mag dan het land zijn van de ‘Energiewende’ (op naar hernieuwbare energie, weg van kernenergie), het is ook de grootste producent van bruinkool, de meest vervuilende van alle fossiele brandstoffen. Vervuilender dan olie, nog smeriger dan steenkool.

De dichtgetimmerde kerk van Manheim staat nog eenzaam overeind. Huizen eromheen zijn al gesloopt. Op een diepe put is een boomstronk gezet om te voorkomen dat er iemand in valt.

Het land van Merkel is voor een kwart van zijn stroom afhankelijk van bruinkool, dat gewonnen wordt met dagbouw: enorme bovengrondse gaten. Daarvoor zijn twee belangrijke gebieden: het ene ligt in de Lausitz, in het voormalige Oost-Duitsland. Het andere in de deelstaat Noordrijn-Westfalen, die aan Nederland grenst. Daar zijn drie grote mijnen: Hambach, Garzweiler en Inden.

Deze drie mijnen worden uitgebaat door energiemaatschappij RWE, die hier jaarlijks tientallen miljoenen tonnen bruinkool uit de bodem schept en afvoert naar energiecentrales in de buurt waarvan de rookwolken in de hemel drijven. Tegen de tijd dat RWE klaar is in Hambach blijft een gat achter zo groot als Manhattan.
Voor de bruinkoolwinning moet alles wijken: bossen, wegen, zelfs hele dorpen. In de afgelopen jaren zijn al tientallen dorpen verzwolgen door het zwarte gat, ruim een handvol staat op het punt voorgoed te verdwijnen.

Dat roept verzet op. Al jaren verschansen actievoerders zich in de bomen van het Hambacher Bos, aan de rand van de bruinkoolmijn, tussen de grote steden Keulen en Aken. Met boomdorpen en tentenkampen vestigden ze een vrijstaat in het bos. Twee jaar geleden werden die met massale politie-inzet verwijderd, maar ze zijn inmiddels weer terug.

Aangespoord door dit verzet én de wens om de klimaatdoelen van Parijs te halen, besloot de Bondsregering begin dit jaar tot een ‘Kohleausstieg’: in 2038 moet het gedaan zijn met de bruinkool in Duitsland. Het Hambacher bos, uitgegroeid tot een symbool van verzet tegen de bruinkoolwinning, mag blijven staan. Als het bos het overleeft, want voor de kolenwinning wordt het grondwater in het hele gebied al jarenlang weggepompt, zodat het bos goeddeels droog staat.

Ondertussen gaat de sloop van dorpen gewoon door. Manheim is al grotendeels geveld. Inmiddels zijn de slopers ook gearriveerd in Morschenich, een paar kilometer verderop. Bij de ingang van het dorp gaan de eerste huizen tegen de vlakte.

Een man kijkt toe hoe een dragline een gevel neerhaalt. Hij krijgt van een sloper twee bakstenen en een paar oude kranten toegestopt. ‘Mijn schoonfamilie heeft hier meer dan twintig jaar gewoond’, legt hij uit. Inmiddels zijn ze verhuisd naar een nieuw dorp, Morschenich Neu, 7 kilometer verderop. Of ze daar gelukkig zijn? ‘Ach…’

Volgens de laatste berichten kan Morschenich dankzij de Kohleausstieg ook behouden blijven. De gemeente heeft plannen geopperd om er een ‘klimaatvriendelijk woonpark’ van te maken. Maar het dorp oogt verlaten, de woningen zijn leeg, de straten stil. Het huis waarin vluchtelingen worden opgevangen is voor onbepaalde tijd gesloten, wegens corona. De meeste huizen zijn opgekocht door RWE. Er zijn bewoners die hun huizen willen terugkopen, maar daar gaat RWE vooralsnog niet op in.

  • Bewoners, natuurliefhebbers en sympathisanten komen bijeen in Lutzerath.

  • De snelweg is verlaten.

Een van de panden waar nog iets van leven te bespeuren valt, is Oberstrasse 14, een vriendelijk rood bakstenen huisje. Helga Funken, een breekbaar ogende dame van 90, doet de poort op een kier open. Ze woont hier sinds 2006, vertelt ze. Ook bij haar zijn de opkopers van RWE aan de deur geweest, met de belofte van een mooi nieuw huis op een andere plek. ‘Maar ik heb ze niet binnengelaten’, zegt ze ferm. ‘Ik blijf hier.’

Funken kent de verhalen over Morschenich Neu. ‘De mensen daar zijn niet gelukkig.’ Ze heeft haar enorme achtertuin ter beschikking gesteld aan de actievoerders die er een tentenkamp in hebben opgezet. Aan de tuin kwam ze toch niet meer toe. ‘Te veel werk.’ En de jongelui vechten volgens haar voor een goede zaak.

Net als tegen het kappen van het Hambacher Bos is ook tegen het slopen van dorpen verzet gerezen. Onder de noemer ‘Alle Dörfer Bleiben’ komen actievoerders op voor het behoud van bedreigde dorpen zoals Morschenich, Keyenberg, Kuckum, Berverath, Unter- en Oberwestrich.

In Lützerath, een gehucht vlakbij de Garzweiler mijn die enkele tientallen kilometers van die van Hambach vandaan ligt, hebben actievoerders zich verschanst tussen de boerderijen. In de tuinen zijn tenten opgezet, aan de provinciale weg L277 die langs het dorp loopt, is een ‘Mahnwache’ opgezet: een permanente bewakingspost.

Het dorp moet wijken voor de winning van bruinkool.

Een man kijkt toe hoe zijn huis wordt gesloopt.

Bewoners troosten elkaar.

Sabine, een 58-jarige vrouw uit Keulen, is een van de mensen die het fort vandaag bewaakt. ‘Ik zit hier mijn achterste te bevriezen uit protest tegen de klimaatopwarming’, zegt ze lachend. Ondanks hun aanwezigheid konden de actievoerders niet verhinderen dat vorige week alle bomen langs de L277 zijn gekapt; de vers omgezaagde stammen liggen nog in de berm.

In Lützerath zijn nog maar drie boerderijen bewoond. Op één ervan hangt een spandoek. ‘Demonstranten raus!’, staat erop. ‘Wij willen hier in rust leven.’ Een teken dat niet alle inwoners blij zijn met het verzet. Sabine knikt: ‘Sommige mensen hier zijn volledig getraumatiseerd. Ze willen gewoon dat het voorbij is.’

Welk lot Lützerath wacht als RWE zijn zin krijgt, is een stukje verderop te zien. Of beter: er is niets te zien. Want op de plek waar ooit het dorp Immerath stond met ruim achthonderd inwoners, resteert nu slechts een lege vlakte met wat hopen zand, puin en verwrongen staal. Alleen lantaarnpalen herinneren eraan dat hier ooit een dorp stond.

Een ingang is dicht getimmerd.

De huizen zijn verlaten in Lutzerath.

Immerath ging twee jaar geleden tegen de vlakte. Van de Sint-Lambertuskerk, een beschermd monument, is geen spoor meer terug te vinden. De kerk werd in 2013 met een plechtige mis ontwijd en vijf jaar later gesloopt. Een bezetting door activisten van Greenpeace kon dat niet verhinderen. Het hoogaltaar verhuisde naar Polen, het orgel werd verkocht.

Als we over het terrein lopen, worden we weggestuurd door een bewakingsdienst die in een witte auto op het terrein surveilleert. Immerath is nu werkterrein van de mijn, leggen ze uit. Verboden gebied voor buitenstaanders.

Aan de rand van wat ooit de dorpsgrens was, ligt de voormalige begraafplaats. Hier zijn kort geleden ook alle oude bomen geveld. Eiken, beuken, berken en dennen liggen schots en scheef door elkaar achter de afbrokkelende muur die de begraafplaats omgeeft. De graven werden in 2014 al geruimd; de lichamen zijn elders herbegraven. Net op tijd: in de verte naderen de gigantische baggermachines al.

Volg ons