Zelf maken:
de collagesweater van
Ronald van der Kemp

Sinds we weer wat vaker thuis zijn, is het hele land bevangen door zelfmaakdrift. Daarom presenteren we deze zomer een serie patronen van Nederlandse topontwerpers. Deze week: de collagesweater van Ronald van der Kemp.

Zelf maken:
de collagesweater van
Ronald van der Kemp

Sinds we weer wat vaker thuis zijn, is het hele land bevangen door zelfmaakdrift. Daarom presenteren we deze zomer een serie patronen van Nederlandse topontwerpers. Deze week: de collagesweater van Ronald van der Kemp.

Werkbeschrijving voor Van der Kemps collagesweater 

Door erop te appliceren, mouwen te verwisselen en te schilderen kun je van een saaie sweater een uniek en hoogstpersoonlijk couturestuk maken in Ronald van der Kemp-stijl. Let op, zegt Ronald: spontane actie is belangrijk.

Download hier het patroon voor het collagesweater.

  • Stap 1.

    Leg de delen van het paard op een stuk stof, lakleer of vilt, knip ze uit, speld ze op de trui en stik ze vast. Niet te netjes, want zo werkt Ronald ook niet. Ideaal is bijvoorbeeld een smal zigzagje.

  • Stap 2.

    Maak nu ook de andere vormen in welke stof je maar wilt, en naai ze erop. Geen naaimachine? Met de hand stikken is ook een optie, en er zijn genoeg leuke opstrijkapplicaties te koop.

  • Stap 3.

    Liever een andere afbeelding op je trui? Elke gewenste print, van zelfgemaakte tekening tot krantenfoto, kun je op transferpapier printen en op een T-shirt of sweater aanbrengen, voor € 7 te koop bij de Hema. Pas op: als je letters gebruikt, print die dan in spiegelbeeld, dan komen ze leesbaar op je shirt.

  • Stap 4.

    Vul de rest van je trui op met alle mogelijke versieringen die je nog had liggen: uitgeknipte letters van een baseballjack, sterren van een vlag, lapjes, franjes, knopen. Heb je geen naaimachine? Plak het dan op je trui met hulp van vliesofix en een hete strijkbout.

  • Stap 5.

    Is de trui nog niet vol genoeg? Leef je lekker uit met een kwast en textielverf.

  • Stap 6.

    Knip, als je wil, een deel van de mouwen van de sweater af en zet er afgeknipte mouwen van een andere sweater of bijvoorbeeld een houthakkershemd aan, met de hand of de machine. De trui van Ronald heeft extra lange mouwen, maar kies vooral zelf of je ze graag (te)lang of kort wil.

  • Stap 7.

    Maak de trui af zoals je zelf wil: boordje eraf, kraagje eraan, buttons erop, nestels erin – alles kan.

Ronald van der Kemp in zijn atelier.

Wat is het eerste handwerk dat je ooit maakte?

‘Ik breide altijd als kind, vanaf dat ik een jaar of 10 was. Het leuke van breien is dat je je werk zíét groeien. Toen ik op ballet zat breide ik tijdens het wachten veel beenwarmers. Ik maakte ook ingewikkelde dingen, truien voor mijn vader zelfs.’

Kom je uit een handwerkfamilie?

‘Mijn moeder was altijd aan het handwerken: breien, naaien, borduren. Mijn vader was vooral creatief in zijn siertuin, hij won er ook prijzen mee. Zelfs het gras was altijd helemaal perfect. Hij deed het absoluut met flair, qua kleuren en mixen van planten, dat moet ik wel zeggen.’

Wat is je oudste textiele jeugdherinnering?

‘Ik weet dat mijn moeder een beige-groen-bruin jarenzeventigpakje had van tweed, daar was ik door gefascineerd, maar als ik op schoot zat, dan prikte het heel erg. Ik zie het nóg voor me. Ze droeg dat gewoon thuis, het was niet heel chic en deftig, zo waren we niet.’

Welke kunstenaars bewonder je van jongs af aan?

‘Ik ben niet opgegroeid met musea, bij mij begon het met luxe bladen. De illustraties op de cover van AvantGarde vond ik geweldig, de Avenue verslond ik – Vogue kende ik nog niet. De tijdschriften hebben me echt wakker geschud. De eerste fotograaf die me fascineerde was Helmut Newton, en dan met name de kleding van zijn modellen. Later leerde ik dat het vooral kleren van Yves Saint Laurent waren die ze droegen. Toen ik zelf mode ging maken raakte ik geïnspireerd door Japanse kleding. Dat was makkelijk te maken, een lap stof met een knoop erin werd een sarongachtige broek. Zelfgemaakte lappige trui erboven en dan hup, naar de Mazzo-discotheek.’

Wie is je handwerkheld?

‘Michael Raedecker, een Nederlandse kunstenaar, die met mij op de Rietveld Academie zat. Hij maakte schilderijen gecombineerd met borduursels. Dat klinkt heel tuttig, maar dat is het dus helemáál niet. Hij is heel succesvol geworden. Hij heeft het handwerk echt naar het niveau van kunst gebracht, op een heel expressieve manier. Je kijkt er niet meer naar als naar borduurwerk.’

Is er folkloristisch handwerk dat je mooi vindt?

‘Ik vind kloskant heel mooi, maar kantklossen is enorm tijdrovend, en ik denk dat mensen, als ze het al zien, niet eens opmerken dat het handgemaakt kant is. Wat ik ook mooi vind is het knopen van repen stof, zoals de vrouwen van Carpet of Life in de Sahara doen. Veel van hun klanten laten een tapijt knopen van de kleding van dierbare overledenen, als aandenken. Ik heb een kleed laten maken van allerlei stofresten en daar een soort bontjas van gemaakt.’

Wat is je lievelingsmateriaal?

‘Ik hou van hele mooie kwaliteiten, liefst zijde. Vroeger, toen ik voor andere merken werkte, gebruikte ik veel wol, kasjmier en double face. Nu kies ik liever stoffen die licht zijn en door je handen glijden. Los daarvan: een combinatie van harde en zachte stoffen vind ik ook altijd mooi.’

Als je naar een onbewoond eiland zou afreizen, welke werkspullen zou je dan meenemen?

‘Kalkpapier, een vulpotlood en wat stiften. Ik vind het heel leuk om te tekenen. Behalve breien ben ik niet zo van het handwerken. Een beetje prutsen en schilderen vind ik wél heel leuk. Zo ben ik tijdens de lockdown gewoon maar wat lapjes gaan beschilderen in het atelier. Toen had ik de rust om dat te doen, ik vond het heel fijn. Vanuit dit soort probeersels zijn ook de collagesweaters ontstaan.’

Hoe kies je je materialen? Met je ogen of je handen?

‘Allebei, dat gaat samen toch? Je moet wel voelen hoe iets valt, anders kun je er niks mee.’

Waaraan (behalve aan het label) kun je zien: ja, dat is typisch RVDK?

‘Kleding met een ziel, expressief en uitbundig. De perfecte imperfectie, je voelt dat het leeft en bruist. Ook mensen die niet van mode houden vinden het leuk om naar te kijken. Mode hoeft niet moeilijk te zijn.’

Wat is het meest tijdrovende stuk dat je ooit hebt gemaakt?

‘Toch wel de spaghettijurk van vorig jaar zomer, gemaakt van ontelbaar veel lange holle slierten dichtgestikte georgettezijde en zijdemousseline. Ik denk dat er wel zes man aan gewerkt hebben. Vooral in het begin ging het héél langzaam. Hij wordt al een jaar lang veelvuldig opgevraagd voor fotoshoots, en is al gedragen door Katy Perry en Bella Hadid.’

Welke techniek(en) beheers je zelf niet maar laat je graag aan anderen over?

‘Ik doe niks zelf! Nou ja, schilderen met textielverf en spraypaint, dat wel. En collages maken. Ik leg de stofjes klaar, teken er wat op en dan mag iemand anders het erop naaien.’

Waarom heb je gekozen voor een sweater?

‘Iedereen kan hem aan, je hebt met weinig moeite als snel veel effect, en je kunt alles wat je nog had liggen erop of eraan naaien. Zo krijgt alles weer een nieuwe plek en functie.’

Volg ons