PORTRETTEN KOEWACHT

Als je opgroeit in een van de gemiddeldste dorpen van Nederland,
waar kom je dan terecht?

Van een dubbeltje een kwartje worden is in de ene plaats moeilijker dan de andere. Het Zeeuws-Vlaamse Koewacht is wat dat betreft een van de gemiddeldste dorpen van het land, een sociaaleconomische Madurodamversie van Nederland. Hoe ver schopten kinderen uit Koewacht het?

PORTRETTEN KOEWACHT

Als je opgroeit in een van de gemiddeldste dorpen van Nederland,
waar kom je dan terecht?

Van een dubbeltje een kwartje worden is in de ene plaats moeilijker dan de andere. Het Zeeuws-Vlaamse Koewacht is wat dat betreft een van de gemiddeldste dorpen van het land, een sociaaleconomische Madurodamversie van Nederland. Hoe ver schopten kinderen uit Koewacht het?

Deze portretten horen bij de reeks verhalen van de Volkskrant over ongelijkheid in Nederland. Ontdek hier hoe ongelijk de kansen voor kinderen verdeeld zijn – en wat de vooruitzichten waren op jouw geboortegrond.

Aan het Zeeuws-Vlaamse Koewacht is geografisch gezien niets doorsnee: de grens met België snijdt het dorp in tweeën. Daardoor was de enige bakker in het dorp, net veertig meter op Belgische bodem, in maart plots verboden terrein voor de 2499 Nederlandse Koewachtenaren toen België omwille van corona de grens sloot. Sociaaleconomisch gezien is Koewacht juist zo gemiddeld als wat, een soort Madurodamversie van Nederland. Rangschik je alle postcodegebieden op hoe hoog dertigers uit gezinnen met bescheiden inkomens op de maatschappelijke ladder klimmen, dan eindigt Koewacht exact in het midden, met een bruto jaarinkomen van 27 duizend euro, precies het landelijk gemiddelde. Daarom de vraag: wat is er geworden van de kinderen van De Eikelaar (tegenwoordig De Vlaswiek), de enige Koewachtse basisschool aan Nederlandse zijde?

Evelien Baert (1984) 

Merkontwerper 

Den Bosch 

‘Het was een veilige omgeving, waar iedereen elkaar kende en je heel vrij kon opgroeien. We dachten in onze jeugd dat we de hele wereld aan konden, zo van: we gaan het wel even doen.’

Achteraf gezien is het logisch dat Evelien Baert een creatief beroep is gaan uitoefenen, want als kind ontwierpen zij en haar tweelingzus Carolien al een heteluchtballon met hun vriendinnen uit de klas, of ze timmerden samen een boomhut in elkaar, maar dan zo hoog dat de buurman hen moest komen redden met een uitschuifladder. Eveliens moeder had een winkel in behang, gordijnen en andere woonartikelen, en haar vader runde een bouwbedrijf, dus lag er in en om huize Baert altijd wel wat verf, hout of bakstenen om mee te knutselen. ‘Die heteluchtballon was echt een lachertje trouwens, we hadden gewoon wat lakens bij elkaar gesprokkeld en daarmee dachten we een luchtballon te kunnen maken.’

Na de havo studeerde Baert vormgeving aan het Sint-Lucas in Boxtel, gevolgd door een specialisatiejaar graphic design in Engeland aan de universiteit van Lincoln. De eerste jaren na haar studie werkte ze in loondienst bij een Brabants reclamebureau, daarna besloot ze voor zichzelf te beginnen. Haar debuut als zelfstandig merkontwerper maakte ze in Australië, tussen het backpacken en mango’s plukken door.

Sinds 2009 heeft ze in haar woonplaats Den Bosch haar eigen ‘branding studio’ Pulz Brand Design, waarmee ze voor haar klanten merken en websites ontwikkelt. Bijvoorbeeld voor Brabantse zorginstellingen, Nijmeegse elektronicafabrikanten en Bossche horeca, maar ook voor grote spelers als ING en PostNL. Ook startte ze het initiatief The Kicktrip, waarmee ze ondernemers via werkvakanties in bijvoorbeeld Marokko helpt om hun bedrijf een goede smoel en website te geven.

Hoewel ze haar hart verpand heeft aan Den Bosch, denkt ze met plezier terug aan haar jeugd in Koewacht, vertelt Baert, wiens tweelingzus Carolien in Gent werkt als interieurarchitect. ‘In de bossen spelen, overnachten in een oude caravan op het erf, met z’n allen naar het buitenzwembad’, somt ze op. ‘Het was een veilige omgeving, waar iedereen elkaar kende en je heel vrij kon opgroeien. We dachten in onze jeugd dat we de hele wereld aan konden, zo van: we gaan het wel even doen.’

Marcel Morcus (1984) 

Filmmaker 

Rotterdam 

‘Bij ons thuis stond België 1 vaker aan dan Nederland 1. Van FC De Kampioenen keken we iedere aflevering. En in het Nederlandse weerbericht hing er altijd gewoon één wolkje over heel Zeeland, dan klopte het Belgische weerbericht toch altijd net iets beter.’

Als Marcel Morcus geen bedrijfsfilm, reclame of videoclip aan het opnemen is, rijdt hij nog dikwijls 130 kilometer vanuit zijn woonplaats Rotterdam naar Koewacht om slagwerk te spelen in de lokale harmonie. ‘Althans, door corona heb ik een tijdje niet mee kunnen repeteren, omdat alles op anderhalve meter moest en ze de plekken in de harmonie anders moesten verdelen. Heel vervelend, want ik doe het al 25 jaar met veel plezier.’

Met zijn negen werknemers sterke firma Mamascreen is Morcus gespecialiseerd in films voor het bedrijfsleven: van een Hypotheker-commercial of minidocu’s over Rotterdamse topsporters tot 3D-animaties voor scheepsarchitecten en informatiefilmpjes voor het Erasmus MC. Maar Mamascreen produceert ook videoclips voor zangeres Maan of influencer MeisjeDjamila, of instructievideo’s over je het beste rosbief in rodewijnsaus bakt (tip: breng de saus niet aan de kook, tussen de 80 en 100 graden gedijt de smaak het best).

Morcus groeide in Koewacht op tussen de laan- en sierbomen uit zijn ouders’ boomkwekerij. Zijn ouders werkten daarnaast als fysiotherapeut (zijn moeder) en reclasseringsambtenaar (zijn vader).

De maatschappelijke ladder beklimmen is vanuit Zeeuws-Vlaanderen misschien net iets lastiger dan vanuit pak ‘m beet Flevoland of Noord-Brabant, weet Morcus, die na zijn vwo-diploma Media en Entertainment Management ging studeren aan Hogeschool InHolland. ‘Zodra je bijvoorbeeld de havo hebt gedaan en naar het hbo wilt dan is er al geen mogelijkheid meer in Zeeuws-Vlaanderen. Dus moeten bijna alle Zeeuws-Vlamingen de vleugels uitspreiden, de meesten naar elders in Nederland, sommigen naar België.’

Hoewel Morcus zelf uitwaaierde naar de Randstad, is hij zich door zijn jeugd in Zeeuws-Vlaanderen altijd een vleugje Vlaams blijven voelen, des te meer wanneer het veldrijden of ‘Vlaanderens Mooiste’ op de buis is. ‘Bij ons thuis stond België 1 vaker aan dan Nederland 1. Van FC De Kampioenen keken we iedere aflevering. En in het Nederlandse weerbericht hing er altijd gewoon één wolkje over heel Zeeland, dan klopte het Belgische weerbericht toch altijd net iets beter.’

Mirjam Kouijzer (1984) 

Gz-psycholoog 

Breda 

‘Op vrijdag was het altijd feest in de bus, dan gingen alle studenten uit Zeeland terug naar huis, dat was één grote reünie.’

Mirjam Kouijzer is een van die mensen wier beroep door het coronavirus tamelijk op zijn kop is gezet. Als gz-psycholoog bij de GGZ Breburg in Breda helpt ze kinderen met autisme, adhd, depressies, trauma’s en andere klachten. Maar sinds de uitbraak van covid-19 is ze voor haar werk voor een belangrijk deel aangewezen op beeldbellen.

‘Super vermoeiend: je doet hetzelfde werk als anders – klachten bespreken, diagnoses stellen, behandelingen uitvoeren – maar dan thuis achter de computer. Bij mensen met suïcidale gevoelens of andere heftige problemen kan dat natuurlijk niet, die wil je gewoon echt zien. Maar bij elke cliënt moet je de afweging maken of de afspraak ook via beeldbellen kan, want het is ook niet de bedoeling dat de wachtkamer bij mijn werkgever vol zit.’

Kouijzer promoveerde aan de Radboud Universiteit op een proefschrift over de behandeling van kinderen met autisme middels zogeheten ‘neurofeedback’, een trainingsmethode die via het meten van de hersengolven het brein beter in balans zou brengen, beweren althans pleitbezorgers van deze therapie. In haar proefschrift concludeerde Kouijzer echter dat er geen wetenschappelijk bewijs is dat de therapie helpt tegen autisme.

Voor de dochter van een administratief medewerkster en een politieagent was het letterlijk een lange weg van Koewacht naar een baan als psycholoog. Na het gymnasium begon ze elke maandag bij het krieken van de ochtend aan haar ellenlange bus- en treinreis naar haar psychologie-studie in Nijmegen, om op vrijdag weer naar Koewacht terug te keren voor haar weekendbaantje in de supermarkt en de repetitie van de harmonie, waar ze klarinet speelde. ‘Op vrijdag was het altijd feest in de bus, dan gingen alle studenten uit Zeeland terug naar huis, dat was één grote reünie.’

In psychologisch opzicht had ze bijna op geen betere plek kunnen opgroeien dan Koewacht, denk ze. ‘Het dorp voelde heel veilig en gemoedelijk. Van de ellende in de wereld heb ik als kind weinig meegekregen. Ik zat op een klein schooltje met een superleuk clubje meiden waarmee ik nog steeds bevriend ben. Als kind krijg je daarvan denk ik een enorme dosis vertrouwen in de wereld en in jezelf.’

Bart Savelsberg (1983)

Brandweerman 

Breda 

‘Je zit met zes man op één brandweerauto. Als we moeten uitrukken, dan regel ik het radioverkeer en ik maak het plan over hoe we de brand gaan blussen.’

Bart Savelsberg is feitelijk twee brandweermannen ineen: de 37-jarige vader van drie kinderen is bevelvoerder van de brandweer Breda en in zijn vrije uren ook nog eens vrijwilliger bij de brandweer in zijn woonplaats Teteringen, net buiten de stad. ‘Vannacht was een rustige dienst, gelukkig is er ook wel eens geen brand in de stad’, vertelt Savelsberg, net thuis van een 24-uursdienst in de kazerne aan de Tramsingel in Breda. Zodra zijn pieper afgaat is het weer gedaan met de rust, want als ergens in Teteringen een schuur in de hens vliegt of een vlam in de pan slaat, moet Savelsberg ook weer paraat staan.

Van zijn jeugd in Koewacht herinnert Savelsberg zich nog de saamhorigheid: door weer en wind de elf kilometer fietsen naar de dichtstbijzijnde middelbare school in Hulst, samen met z’n ex-klasgenoten van basisschool De Eikelaar. Of samen met de Vlaamse Koewachtenaren naar het WK-duel België-Nederland kijken in café De Grens, de ene helft van de stamgasten uitgedost als rode duivels, de andere helft in het oranje.

Zijn moeder verdiende haar brood als gehandicaptenverzorger in Clinge, terwijl zijn vader in Terneuzen een kledingwinkel runde van de inmiddels ter ziele gegane modeketen Didi. Savelsberg haalde zijn timmerdiploma aan het vbo, maar de fervente hardloper en gewezen rechtsback van RKVV Koewacht besloot dat de militaire dienst hem beter lag dan een loopbaan in de bouw. Na zes jaar verruilde hij de infanterie voor de luchtmachtbrandweer bij vliegbasis Gilze-Rijen, waar hij zijn brandweerpapieren haalde.

Inmiddels is hij een jaar of zeven bevelvoerder bij de Bredase brandweer. ‘Je zit met zes man op één brandweerauto. Als we moeten uitrukken, dan regel ik het radioverkeer en ik maak het plan over hoe we de brand gaan blussen.’ Nu de feestdagen naderen krijgt ook de brandweer het weer drukker, zegt Savelsberg. ‘Met Oud & Nieuw zie je veel containerbranden door al het vuurwerk. Of schoorsteenbranden nu mensen weer gaan stoken. Maar eigenlijk hebben we het hele jaar door genoeg te doen. Dat is het mooie aan werken bij de brandweer: er is altijd wel ergens een probleem om op te lossen.’

Carolien Baert (1984) 

Interieurarchitect

Gent

‘We leefden als kind echt in onze eigen wereld. Het tijdperk van mobiele telefoons en sociale media was nog niet aangebroken, hele dagen speelden we samen met onze vriendinnen.’

Waar haar tweelingzus Evelien en haar vriendinnen van de basisschool allemaal in Nederland wonen, koos Carolien Baert juist voor België. Vanuit haar woonplaats Gent geeft de Zeeuws-Vlaamse interieurarchitect oude panden een tweede leven – bijvoorbeeld door een Gentse arbeiderswoning met patio te renoveren, of door een Denderlandse pachthoeve om te toveren tot moderne bed & breakfast.

Zeeuws-Vlaanderen lijkt vanuit Nederlands perspectief misschien een uithoek, maar eigenlijk ligt de regio juist heel centraal, met steden als Gent, Brugge en Antwerpen in de buurt, zegt Baert, wiens oudere broer ook architect is. ‘Er zijn allerlei goede scholen aan de andere kant van de grens. Voor mij is het daardoor nooit een belemmering geweest om in Zeeuws-Vlaanderen op te groeien.’

Na de mavo in Hulst studeerde Baert een blauwe maandag sociale pedagogiek in Terneuzen, waarna ze de bakens verzetten naar België en de binnenhuisarchitectuur. Ze ging eerst drie jaar naar het Technisch Instituut Berkenboom in Sint-Niklaas, gevolgd door een bachelor interior design aan de katholieke hogeschool Mechelen. De eerste jaren na haar studie werkte ze als zelfstandige in Zeeuws-Vlaanderen, sinds drie jaar woont en werkt ze in Gent. ‘Het is een heel levendige stad, met veel studenten en toeristen, en veel creativiteit. Mijn klanten lopen uiteen van jonge koppels en gepensioneerde stellen tot bedrijven en investeerders.’

Koewacht is heel wat minder levendig dan de Arteveldestad, maar dat had voor de opgroeiende Baert juist zijn charme. ‘Iedereen kende elkaar en praatte met elkaar. Er heerste echt een dorpsgevoel, wat in een stad als Gent, waar je je buren amper kent, toch heel anders is. We leefden als kind echt in onze eigen wereld. Het tijdperk van mobiele telefoons en sociale media was nog niet aangebroken, hele dagen speelden we samen met onze vriendinnen.’

Evi Kint (1987)

Hondentrimmer 

Koewacht

‘Je hebt hier alles – een kapper, een apotheek, een pinautomaat, een supermarkt, een voetbalvereniging, een bejaardentehuis. Op veel plekken in Zeeland verschraalt het, maar hier niet.’

In de pauze op de peuterschool in Koewacht was Evi Kint op een dag kwijt. De peuterjuf vond haar terug terwijl ze verwoed kuikentjes aan het schoonspoelen was onder de koude kraan. ‘Die kuikentjes zaten onder de kippenmest’, legt Kint uit. ‘Doordat ik ze zo driftig aan het wassen was met koud water, waren de beestjes onderkoeld geraakt. Ze zijn niet overleden, maar het was kantje boord. Maar het zat er dus al vroeg in dat ik beestjes graag proper wil hebben’, lacht ze.

Tegenwoordig heeft Kint een eigen hondentrimsalon in Koewacht. Na het vmbo in Goes, waar ze door haar klasgenoten als ‘reserve-Belg’ werd bestempeld om haar Zeeuws-Vlaamse accent, volgde ze er een tweejarige opleiding tot hondentrimmer voor in Barneveld. ‘Wassen, scheren, plukken, knippen, de nagels doen, alles wat maar met de verzorging van de hond te maken heeft’, omschrijft ze haar werk. Katten trimmen doet ze ook, het liefst ‘s avonds, dan zijn de beesten wat rustiger. Over klandizie heeft ze niks te klagen, corona of niet. ‘Ik heb al vijf jaar een klantenstop, zo goed gaat het.’

Kint heeft een dochter met haar vriend Jeffrey Kleppe (1984), klasgenoot van de andere geportretteerden in dit Volkskrant-artikel. Kleppe werkt als machinebediener in snoepfabriek De Grens Suikerwerken in Clinge, producent van figuurlolly’s, zuurstokken en oud-Hollandse kaneelkussentjes. Jeffrey’s vader was in Sint Jansteen directeur van het Nederlandse hoofdkantoor van het inmiddels failliete postorderbedrijf Neckermann, terwijl de ouders van Evi samen een loodgietersbedrijf runden.

‘Een vijfsterrendorp’, zo beschrijft Kint hoe het was om op te groeien in Koewacht. ‘Je hebt hier alles – een kapper, een apotheek, een pinautomaat, een supermarkt, een voetbalvereniging, een bejaardentehuis. Op veel plekken in Zeeland verschraalt het, maar hier niet.’

‘Ik ben een honkvast persoon, ik zal hier nooit weggaan. Koewacht is lekker weids, je kan hier nog echt ademen.’

Eens een dubbeltje, altijd een dubbeltje?
Waar in Nederland je wieg staat, kan beslissend zijn voor de hoogte van het inkomen dat je later gaat verdienen, blijkt uit nieuw onderzoek. Ontdek hier hoe ongelijk de kansen voor kinderen verdeeld zijn – en wat de vooruitzichten waren op jouw geboortegrond.

Waar je opgroeit, beïnvloedt je kansen: vijf dertigers over hun geboortegrond
Koewacht hoort bij de meest gemiddelde woonplaatsen van Nederland. Hier vertellen vijf dertigers verspreid over het land hoe zij opgroeiden en hoe ze later terechtkwamen.

Analyse: waar lopen de scheidslijnen in Nederland?
Waar in Nederland je wieg staat, kan beslissend zijn voor de hoogte van het inkomen dat je later gaat verdienen, blijkt uit nieuw onderzoek. Hoe groot is de ongelijkheid? En waar lopen de scheidslijnen?

Volg ons