Fotoserie Zorgpersoneel

Als de maskers
afgaan, spreken de
gezichten

Artsen en verpleegkundigen van de covid-afdelingen in Uden (Bernhoven) en Breda (Amphia) lieten zich na hun dienst portretteren door fotograaf Jiri Büller. Met op hun voorhoofd soms nog het zweet van een nacht lang werken, vertellen ze over hun grootste worstelingen.

  • Danny Evers (31)

    Amphia

  • Lennart Surewaard (28)

    Amphia

  • Ylona Dekkers (29)

    Amphia

  • Gijs van Bragt (30)

    Amphia

  • Jelte Beljaars (32)

    Amphia

‘Sommige patiënten
pakken me vast’

Hanneke van Casteren (53)

Verpleegkundig specialist palliatief team Bernhoven

‘Ik heb dagen gehad waarop de ene na de andere patiënt overleed. Mensen zijn heel ziek. Heel eenzaam. Vaak ga ik gewoon even bij ze zitten en zeg ik niks. Soms kun je ook niet zoveel zeggen. Sommige mensen pakken me vast. Dan zeg ik dat ze het goed doen. Ik leg een hand op hun schouder, op hun buik. Dan zie je ze rustiger worden. Vanuit mijn werk kom ik vaak dichtbij mensen.

‘Ik ben ook bij mensen van wie je weet dat ze zullen overlijden. Ze worden geregeld in slaap gebracht. Als iemand overlijdt, mogen er nog twee mensen bij om afscheid te nemen. Soms vragen familieleden: mag ik nou écht niet even naar mijn vrouw toe? Dan ben ik degene die moet zeggen dat dat niet mag. Dat vind ik heel hard. Het doet me heel veel. Je gunt mensen zo veel meer. Ik schiet wel eens vol door wat er gebeurt, maar mensen mogen best zien dat ik tranen in mijn ogen heb. Ik zit al 32 jaar in de verpleging, maar zo heb ik het nog nooit meegemaakt. In het begin raakte het me zo dat ik ’s avonds thuiskwam en nergens meer naar toe wilde. Dat mocht ook niet – dat kwam goed uit.’

  • Carin van Haren (54)

    Bernhoven

  • Petra Damen (42)

    Amphia

  • Eveline Roovers-Husson (40)

    Amphia

  • Daniëlle Asselman (42)

    Bernhoven

  • Sophie Venbrux (26)

    Bernhoven

‘Zodra ik naar huis rij, denk ik: waar zijn we in beland’

Wendy Herijgers (34)

Teamleider ic Amphia 

‘Als ik hier ben, zit ik meestal in een flow. Dan gaat het goed. Maar zodra ik naar huis rijd, denk ik: waar zijn we in beland? Wat gebeurt hier? Moeten we niet meer doen? Na de nachtdienst wacht ik vaak de verpleegkundigen en artsen op. Een arts vertelde me dat in zijn laatste dienst van drie patiënten duidelijk is geworden dat ze het waarschijnlijk niet zullen halen. Een ervan is inmiddels al overleden, zonder familie. Soms kan de familie er niet bij zijn, soms kiezen ze ervoor niet te komen. Ik denk uit angst.’

  • Rianne van Raay (45)

    Bernhoven

  • Patty van der Doelen (43)

    Bernhoven

  • Jose Verschuren (57)

    Amphia

  • Lenie van der Linden (63)

    Bernhoven

  • Yvonne Groothuijzen (25)

    Amphia

  • Anneke Neelen (38)

    Bernhoven

‘Mijn patiënt begon te huilen. Heel hard’

Aart Koopmans (46)

Intensivist Bernhoven

‘Vannacht heb ik slecht geslapen. Gisteren is mijn patiënt overleden. Hij was een gezonde dertiger. Ik heb hem zelf opgenomen op de intensive care en ik ben degene die hem het laatst heeft gesproken. Bij het gesprek vertelde ik hem dat er een kans was dat hij zou kunnen overlijden. Toen begon hij te huilen. Heel hard. Hij zei: “Ik heb een kind, dat kan niet”. Op dat moment moest ik even de kamer uit. Ik heb een kind van dezelfde leeftijd. Maar hij zat met zijn eigen emoties. Hij hoeft niet te zien dat ik die ook had.

‘Nog steeds denk ik: hoe is het mogelijk? Dit was gewoon een gezonde vent.’

‘Het is zo frustrerend. We zijn zo hard aan het werk geweest voor hem. We hebben alles gegeven. Hij had complicaties. We hebben hem lang gereanimeerd. Op het moment dat hij overleed, dacht ik: wat hebben we gemist? Heb ik iets over het hoofd gezien? Er is soms geen peil te trekken op deze ziekte. Dit zijn de momenten waarop ik breek.’

‘Vannacht ging mijn patiënt onverwacht achteruit.
Het alarm ging af, het werd kritiek’

Lisa Kreemer (32)

Anesthesieverpleegkundige Bernhoven

‘Vannacht is mijn patiënt onverwacht achteruit gegaan. Het was een uur of drie, vier. Het werd kritiek, hij had te weinig zuurstof in zijn bloed en het alarm ging af. Het was niet zo dat hij meteen zou overlijden, maar ik dacht wel na over wat mijn volgende stappen zouden zijn. We hebben hem honderd procent zuurstof gegeven en direct daarna hebben we hem op zijn buik gedraaid. Al die handelingen moeten snel gebeuren. Rustig en beheerst. Maar ook heel erg snel. Ik weet hoe onverwacht dingen kunnen veranderen nu. Dat heb ik steeds in mijn achterhoofd. Kort geleden is een heel jonge patiënt van ons overleden. Hij was rond de veertig. We hadden alles gedaan om hem te redden.’

  • Willem-Jan van Silfhout (52)

    Amphia

  • Hanneke Braak (37)

    Bernhoven

  • Ntole Sanders (32)

    Amphia

  • Anouk Rovers (34)

    Bernhoven

  • Wiebren Hasselaar (34)

    Bernhoven

  • Mayke Tierie (55)

    Amphia

‘Het voelt alsof ik mijn werk niet kan afmaken’

Eric van Gils (53)

Ic-verpleegkundige Amphia

‘Wat ik het heftigst vind, is de beslissing over het beëindigen van een behandeling. Dat moet je dan aan de familie vertellen, ontzettend kwetsend. Ik kan op zo’n moment niet de begeleiding en ondersteuning bieden die ik zou willen. Het voelt alsof ik mijn werk niet kan afmaken. De verhalen die achter de mensen zitten, de verkleedpartijen, de langdurige coma’s, de hele entourage hier: hoe lang gaat dit nog duren? En kunnen we het aan?’

  • Laura van Roosmalen (43)

    Bernhoven

  • Ilse van den Hurk (32)

    Bernhoven

  • Sjoerd de Boer (58)

    Amphia

  • Linda Buimer (39)

    Amphia

  • Souria Bouts (29)

    Bernhoven

‘Als ik 's ochtends aankom, is iemand soms ineens verdwenen uit zijn bed’

Ilse van de Laak (39)

Ic-verpleegkundige Bernhoven

‘We hadden een jonge vrouw op de ic. Ze lag al langere tijd bij ons en we hoopten allemaal dat ze ‘de bocht’ had gemaakt. Ze had jonge kinderen. Maar de dag erna kachelde ze volledig in. Ik voel me overgeleverd aan dit virus. We hebben er geen grip op. Bij veel ziekten weet je wat je kunt doen, maar hier kun je bijna niets. De ene dag denk je dat het goed gaat, de andere dag is iemand ineens verdwenen uit zijn bed. Ik droom hierover. In mijn dromen heb ik al veel nachten staan werken op de ic. Meestal droom ik dat een patiënt het niet goed doet, dat ik alle zeilen bij moet zetten om hem te redden.’

  • Floortje van Hal-de Wit (37)

    Bernhoven

  • Tobias Hensen (29)

    Amphia

  • Claudia den Tek (47)

    Bernhoven

  • Joost van Oosterwijk (52)

    Bernhoven

  • Gretha Slim (59)

    Amphia

  • Wilma Trappel (56)

    Amphia

‘We gaan over
leven en dood’

Bart Verbaan (51)

Intensivist Bernhoven

‘Wij gaan over leven en dood. Als intensivist weet je dat. Ik zit al tien jaar in het vak en ik heb vaak te maken met patiënten die me aangrijpen. Dit virus is niet zomaar te verslaan. Elke nacht zie ik patiënten hoge koorts krijgen en dan denk ik: ojee, daar gaan we weer. Het maakt machteloos. Want we hebben gewoon niet zo veel. Het is overleven. Als arts probeer ik alle organen van een patiënt zo goed mogelijk te houden. En soms verlies je de wedstrijd. Dan overlijdt de patiënt.

‘Soms kan het ook mooi zijn om iemand naar het einde te begeleiden. Het is niet zo dat iedereen hier strijdend ten onder gaat. Er zijn soms ook mensen die zeggen: als ik maar niet hoef te lijden. Dan is dat het laatste wat we goed kunnen doen voor iemand. En dat doen we dan ook.

‘We hebben veel energie nu, maar je weet ook dat die niet oneindig is. Ik heb een patiënt van in de dertig gehad die overleed. Een aantal van in de veertig. En iemand van begin vijftig. Zelf ben ik niet bang om ziek te worden. Ik ben niet bang voor de dood. Ik heb geen angst. Maar ik heb wel mensen om me heen waar ik me verantwoordelijk voor voel.’

‘We weten vaak niks van de patiënt, geen idee wie het is’

Anouschka van Vessem (40)

Ic-verpleegkundige Amphia

‘We weten vaak niks van de patiënt, geen idee wie het is. Maar ze zijn iemands opa, oma, vader of moeder. Sommigen zijn zo ziek dat je ze onder je vingers ziet wegglijden. Soms is de familie er niet op tijd bij, soms redden ze het net. Een afscheid is altijd vrij intiem. Maar nu moeten de familieleden handschoenen aan. Je kan de huid van je vader of moeder niet meer aanraken. Je kan niet meer voelen hoe warm ze zijn. Dat is verschrikkelijk om te zien.’

  • Petra Scheffer

    Amphia

  • Mirjam van den Nieuwenhuijzen (41)

    Bernhoven

  • Anne Poulussen (32)

    Bernhoven

  • Ellen Schoones (34)

    Bernhoven

  • Maarten van den Bemd (43)

    Amphia

  • Susan Dijkstra (25)

    Amphia

  • Petra van Tongeren (54)

    Bernhoven

‘Ik huil soms
achter mijn masker’

Nicole Kahlert (48) 

Doktersassistent Bernhoven

‘Het is alsof we hier in een horrorfilm zitten. Ik ben bij het laatste gesprek geweest van een vader met zijn zoon, voordat hij naar de intensive care moest. Via een videogesprek zei hij: dit is misschien de laatste keer dat ik je spreek. Het waren zijn laatste woorden. Ik weet nog steeds niet of hij wakker zal worden.

‘Soms overlijden er drie mensen achter elkaar tijdens een dienst. Als ik me terugtrek, dan komen de tranen om wat hier gebeurt. Soms huil ik achter mijn masker, als niemand het kan zien. Ik voel me machteloos. Je zet je honderd procent in voor je patiënten, maar het lot beslist of ze het overleven.

‘Mijn andere patiënte kon niet op de uitvaart zijn van haar eigen man. Ze lag hier in het ziekenhuis, terwijl kilometers verderop haar man werd begraven. Ze zei: ik wil de komende anderhalf uur even helemaal alleen zijn, mag dat? Daarna zocht ik haar op en vond ik haar met het bidprentje van haar man in haar armen. Huilend. Ze had het helemaal in haar eentje gedaan. Ik heb een arm om haar schouders geslagen.

‘Ik werk altijd op de poli, maar ik heb me meteen hier aangemeld. Ik zei: zet me alsjeblieft op de covidafdeling, ik moet iets doen. Hier ben ik nodig.’

  • Lucas Wiegers (29)

    Amphia

  • Sanne Verschuren (33)

    Amphia

  • Ilona Maas (72)

    Amphia

  • Thea van der Kuur (52)

    Amphia

  • Diane Geerts (43)

    Amphia

  • Sophie in den Bosch (25)

    Bernhoven

‘Een patiënt ben ik blijven volgen. Vandaag moest hij worden gereanimeerd’

Manon Vaarties (43)

Verpleegkundig specialist in opleiding Amphia 

‘Een uur geleden moesten we een jonge man reanimeren, hij is rond de 50 jaar. Ik heb hem opgenomen toen hij in het ziekenhuis kwam. Hij was toen nog scherp en was zich ervan bewust dat hij aan de beademing zou gaan. Vanwege de dingen die hij vertelde, en zijn leeftijd, ben ik hem blijven volgen. Ik stond vandaag aan de andere kant van de intensive care toen ik hoorde dat hij gereanimeerd moest worden. Hij leeft nog. Zijn familie is nu bij hem.’