Fotoboek Muhammad Ali

Ali was mijn vriend

Muhammad Ali (1942 – 2016) was veel meer dan een groot bokser, showman en activist tegen raciale ongelijkheid. In het boek ‘Ali was mijn vriend’ komt dankzij de verhalen en anekdotes van zijn Nederlandse vriend, Volkskrant-fotograaf Guus Dubbelman, nog een andere, minder vaak benadrukte kant van ‘The Greatest’ naar voren: zijn vriendelijkheid en zachtmoedigheid.

Fotoboek Muhammad Ali

Ali was mijn vriend

Muhammad Ali (1942 – 2016) was veel meer dan een groot bokser, showman en activist tegen raciale ongelijkheid. In het boek ‘Ali was mijn vriend’ komt dankzij de verhalen en anekdotes van zijn Nederlandse vriend, Volkskrant-fotograaf Guus Dubbelman, nog een andere, minder vaak benadrukte kant van ‘The Greatest’ naar voren: zijn vriendelijkheid en zachtmoedigheid.

Een typerende en geestige anekdote over de Amerikaanse man die eerst Cassius Clay heette en sinds 1964 Muhammad Ali, gaat over een vliegreis. Dat deed hij liever niet, vliegen, hij had er in de loop der jaren een hartgrondige hekel aan gekregen. De bokser reisde liever per camper.

Los Angeles, California, 12 december 1985: Muhammad Ali in zijn camper op weg naar vrienden in de bijna 200 kilometer zuidelijker gelegen stad San Diego.

Op een dag weigerde Ali in een vliegtuig een gordel om te doen, tot afgrijzen van de stewardess. Superman heeft geen gordel nodig, zei hij. Superman – aan zelfvertrouwen ontbrak het hem nooit. De repliek van de stewardess was sterk. Ze keek hem aan en merkte op dat Superman geen vliegtuig nodig heeft. Ali deed zijn gordel om, verslagen. Dat overkwam hem niet vaak.

Geloof in eigen kunnen (‘Superman’), humor, klasse, zelfspot en in de ring die lichtvoetigheid en die fenomenale controle over zijn lichaam: The Greatest had het allemaal. Waarschijnlijk klopt het wat er op de cover staat van het (foto)boek dat Erik Dijkstra schreef over de onwaarschijnlijke vriendschap van Volkskrant-fotograaf Guus Dubbelman met Ali; dat hij de grootste atleet aller tijden was.

  • Nassau, Bahamas, 11 december 1981: Muhammad Ali in zijn laatste gevecht, dat hij op punten zou verliezen. Rechts zijn twaalf jaar jongere tegenstander Trevor Berbick.

  • Nassau, Bahamas, 8 december 1981: Muhammad Ali met zijn vier kinderen uit zijn tweede huwelijk en zijn vader (links) in de lobby van het hotel waar hij verblijft voor zijn gevecht met Trevor Berbick.

  • Los Angeles, California, 19 november 1985: Muhammad Ali neemt papieren door in zijn kapitale woning in Los Angeles, een huis dat hij moet verlaten omdat hij gaat scheiden van zijn derde vrouw, Veronica Porsché. 

  • Los Angeles, California, 10 december 1985: Muhammad Ali brengt op een regenachtige ochtend in zijn Rolls Royce zijn dochter Hana naar school. 

  • Los Angeles, California, 30 november 1985: Muhammad Ali achter zijn bureau. Zijn trofeeën staan klaar om ingepakt te worden voor de verhuizing.

Er was veel meer dan sport alleen, en vooral dat bepaalde de wereldwijde faam van drievoudig wereldkampioen zwaargewicht Muhammad Ali (1942 – 2016). Hij was een showman pur sang, een levenslustige sportman die zich in maatschappelijke kwesties mengde en de zwarte cultuur fier vertegenwoordigde. In 1964 bekeerde hij zich tot de islam en veranderde hij zijn naam. Twee jaar later, de oorlog in Vietnam was in volle gang, weigerde hij dienst.

In een grotendeels gesegregeerd land voerde Ali twee gevechten. Naast een succesvolle kampioen was hij een activist die vocht voor burgerrechten en tegen raciale ongelijkheid. In Ali was mijn vriend komt dankzij de verhalen en anekdotes van Dubbelman (1957) nog een andere, minder vaak benadrukte eigenschap van de Louisville Lip naar voren: zijn vriendelijkheid en zachtmoedigheid.

San Diego, California, 3 december 1985: Muhammad Ali trekt sokken aan in een kledingzaak. Hij huurt er een smoking voor een feest van rijke Libanezen. Links, in de reflectie van de spiegel, de maker van de foto: Ali’s Nederlandse vriend Guus Dubbelman.

Wat de vriendschap tussen Ali en Dubbelman mede zo bijzonder maakt, is de schijnbare ongelijkheid. Ali was een wereldster, Dubbelman aanvankelijk niet meer dan een jonge (18) bewonderaar uit Arnhem. Jaren eerder had hij de bokser ontdekt, dankzij een viertal foto’s in het jaarboek Het aanzien van 1966.

Met zijn plakdoek meldde hij zich in 1976 in het Amsterdamse Okura-hotel. Ali was in Nederland om zijn biografie te promoten, The Greatest. Dubbelman slaagde er in opgenomen te worden in de entourage van de wereldkampioen. Hij trok de aandacht met een brutale opmerking over de meegereisde minnares van Ali, Veronica Porsché, zijn latere vrouw. Meekomen jij, zei Ali tegen Dubbelman toen het gezelschap zich later in het hotel terugtrok.

Dat was het begin, óók van zijn loopbaan. Bij het samenzijn in het Okura was fotograaf Hans Heus aanwezig. Dubbelman bezocht Heus later om de foto’s op te halen die in het hotel waren gemaakt, zag hem aan het werk in de donkere kamer en was meteen verkocht.

  • Amsterdam, Nederland, maart 1976: Guus Dubbelman (links) en Muhammad Ali naast elkaar aan tafel in het Okurahotel, waar ze ’s avonds laat met elkaar praten. Het is de eerste ontmoeting van de student met zijn idool. Foto: Hans Heus

  • Chicago, Illinois, 5 oktober 1978: Guus Dubbelman en Muhammad Ali in de kelder van diens woning in the South Side. Dubbelman vroeg kort daarvoor of Ali een handtekening wilde zetten op een foto.

In het boek is zijn band met Ali zichtbaar gemaakt, niet alleen op foto’s van de twee samen. In 1985 logeerde Dubbelman bij Ali thuis, in Los Angeles. Hij bezocht hem niet in eerste instantie om hem te fotograferen, maar de bijvangst van de bezoeken tonen hoe dicht hij bij zijn idool kwam.

Op wat de fotograaf in het boek zijn ‘mooiste foto ooit’ noemt, is Ali al een kwetsbare figuur geworden. Hij is lusteloos en depressief en de scheiding met zijn vrouw is aanstaande. Zijn lichaam wordt, hoewel dat toen nog niet bekend was, langzaam maar zeker gesloopt door de ziekte van Parkinson.

Los Angeles, California, 7 december 1985: Muhammad Ali biddend op de vloer van zijn woning. Dubbelman mocht dit intieme moment niet meer dan één keer vastleggen, bepaalde Ali: ‘Only once.’

Als hij zit te bidden, mag Dubbelman één foto maken. Het decor is overdadig ingericht, met een kolossale haard, een vleugel, woest tapijt en een kitscherige stoel. Ali draagt een wit T-Shirt. De omvang van zijn armen verraadt zijn voormalige professie.

Dubbelman drukte af. ‘Ik heb die foto alleen kunnen maken omdat ik hem al zo lang kende. Hij liet me toe. Omdat hij me vertrouwde. Omdat we vrienden waren.’

Erik Dijkstra & Guus Dubbelman: Ali was mijn vriend. Uitgeverij JEA, 288 pagina’s, € 24,95.

Volg ons