Als voetbalmeisje in een jongensteam

Als voetbalmeisje in een team vol jongens, hoe is dat? Soms wordt er nog lacherig over gedaan, soms krijgen ze een beuk. Maar problemen tackelen deze vier dames wel.

Ila den Bakker, zes jaar

‘Ik zit nu drie maanden bij mijn club, maar ik wilde al voetballen toen ik 2 jaar oud was. ‘Laten we eerst maar eens hockey proberen’, zeiden papa en mama. Ze kijken nooit naar voetbal. Hockey ging heel goed, ik mocht al snel door naar het team voor grotere kinderen, maar toch wilde ik nog steeds op voetbal. ‘Nou, vooruit’, zei mama. Bij de welpen heb je nog geen jongens- of meisjesteams: we spelen gemengd, soms zit er nog een ander meisje in mijn team. Laatst kwam er een heel klein jongetje voor het eerst meedoen, die gooide steeds met zijn handen de bal in het goal. ‘We zitten op voetbal, niet op volleybal’, zei ik tegen hem, maar hij ging tóch door. Toen heb ik hem geduwd en ging hij heel hard huilen. Op het eind van de training spelen we altijd een partijtje, één keer heb ik twee keer gescoord. Het mooiste was dat niemand in de weg stond. Nee, ik doe geen gekke dansjes als ik een doelpunt maak, ik ben vooral zelf heel blij. Later wil ik bij de Leeuwinnen en bij Ajax, dan bouw ik een huisje naast het stadion zodat ik elke dag kan trainen. Maar echt alléén maar met de jongens spelen vind ik ook niet leuk, ik wil wel een paar meisjes erbij. Die zijn gewoon beter.’

Ila voetbalt bij de Welpen van CVV Vriendenschaar in Culemborg.

Sophia de Oude, zeven jaar

Vader Jeroen de Oude: ‘We hebben het gevraagd, maar ze was heel stellig: ‘nee hoor, gewoon bij de jongens douchen’. Als het een probleem wordt, merken we dat vanzelf.’

Sophia: ‘De herrie in de kleedkamer vind ik niet zo leuk. Of jongens die tegen elkaar roepen: hé, laat eens een scheet!’

Jeroen: ‘Er zijn in Bavel wel vrouwenteams, maar pas vanaf 13 jaar. En Sophia is altijd een stoer meisje geweest. Soms staan er drie jongetjes aan de deur: komt ze buiten spelen? Rokjes en jurkjes wil ze niet, dan kan ze niet klimmen. Lang haar wél; dan kan er een staartje in.’

Sophia: ‘Als we een wedstrijd spelen, roepen jongens uit het andere team soms: hé, een meisje! Dat vind ik niet eerlijk: ik ben hetzelfde.’

Jeroen: ‘Niet dat ze er dan op afstapt: ze zegt het alleen tegen ons. Ze doet gewoon waar ze zelf zin in heeft. ­Sophia heeft een goed schot, zegt de trainer, en mooie passes; ze voetbalt niet voorzichtig. Soms mag ze opblijven om naar het Nederlands elftal te kijken, maar na een half uur pakt ze meestal een boek. Behalve bij het vrouwenvoetbal; dat houdt ze wél vol. Laatst speelde Lieke Martens voor Barcelona tegen Bayern München, maar daar spelen Lineth Beerensteyn en Jill Roord. ‘Mama’, vroeg Sophia, ‘voor wie moet ik nou zijn?’’

Sophia speelt voor JO8-2, VV Bavel in Bavel.

Tessa van Loon, twaalf jaar

‘Met het WK van 2014 hadden we een tent in de tuin. Als Nederland speelde, kwamen alle buren kijken en in de rust gingen we met de kinderen voetballen in het speeltuintje achter ons huis. Dat vond ik zo leuk, dat ik op voetbal wilde. Ik mocht zelf kiezen in welk team, maar als ik voor de jongens zou gaan, kwam ik bij mijn vriendjes uit de klas. Het eerste jaar werden we meteen kampioen.

De jongens zijn allemaal heel druk, maar dat vind ik wel grappig; ik ben zelf rustig en word er niet moe van. Jongens kunnen harder schieten, denk ik, en ze zijn misschien wat sneller op de bal. Meisjes doen zo voorzichtig. Ik zou niet in een team met alleen vrouwen willen zitten. Nú kun je scoren, dacht ik toen ik een keer in een ­samengesteld meidenteam speelde – en dan schoten ze mis. Maar dat is misschien geen eerlijke vergelijking, want de jongens in mijn eigen team zijn veel beter.

Ik train vier of vijf keer in de week, plus wedstrijden. Bij het Nederlands elftal spelen is mijn droom. Ja, dat is ook een vrouwenteam, maar dan zijn we echt hele, héle goede meisjes.

Eén jaar zat er nog een meisje in ons team, maar toen een jongen met zijn noppen in haar oog kwam, durfde ze niet meer. Ik ben wel voorzichtig maar ik ga er ook vol in, op de bal duiken en modder in mijn haar vind ik juist leuk. ‘Kijk, een meisje in het doel, dat wordt makkelijk scoren’, hoor ik weleens. Als we daarna winnen durven ze wel tegen anderen maar niet tegen míj te zeggen dat ik goed gespeeld heb. Maar dat maakt me niet uit, want ik heb wel gehoord dat ze het zeiden.’

Tessa is keeper bij JO12-1, VV SHO (Steeds Hooger Oud-Beijerland), Oud-Beijerland

Indra Hunze, 16 jaar

‘Hou ‘m in de broek’, hoor ik soms als ik tegenover de aanvoerder van een ander team sta. Dan kijk ik gewoon heel bitchy. Na vijf jaar paardrijden wilde ik op mijn dertiende wel eens wat anders. Bij de voetbalvereniging zochten ze meiden, maar toen er na een seizoen geen goede trainers meer waren, viel het team uit elkaar. Met twee andere meiden wilden we de overstap maken naar de jongens, alleen vertelde niemand ons wanneer de training zou beginnen. We zijn maar naar het veld gegaan, zagen dat ze hun warming up aan het doen waren en deden gewoon mee. Niemand zei iets: hallo, leuk dat jullie er zijn; niks. Misschien was het voor de jongens raar om ons er ineens bij te hebben.

Aan het eind van het seizoen heb ik lang getwijfeld: blijf ik hier, of ga ik terug naar het nieuwe meidenteam? Uiteindelijk, en dat is niet lullig bedoeld, denk ik dat je bij de jongens beter wordt. Harder. De meesten worden boos als ze van me verliezen. Bij een duel werd ik vol in mijn achillespees getrapt, dus ik duwde hard terug. ‘Ik laat me niet zomaar trappen’, zei ik tegen de scheids. Soms proberen ze me te beuken als ik ze voorbij ga, zodat ik de bal verlies. Dat mag niet, maar dan ga ik schreeuwen, dat helpt. Of ik roep keihard: doe es normaal joh, dan zie ik mijn teamgenoten zitten lachen op de bank. We zijn een hechter team geworden, dit seizoen. Toen we begonnen en ik gelijk aanvoerder werd, merkte ik aan hun blikken: huh, een meisje? Maar als ik val, komen er altijd een paar jongens voor me op en als zij vallen, raap ik ze ook van de grond. Omkleden doe ik meestal in het scheidsrechtershok, het overleg tijdens de rust is wel gewoon bij de jongens. Als we achter staan achter, pep ik iedereen op: ‘kom op jongens, kopjes niet laten hangen!’’

Indra is aanvoerder bij JO15, VV Lunteren in Lunteren