Voor Michele Aboro was het altijd vechten

Michele Aboro moest vechten om te mogen boksen, in een leven dat haar van Londen via Duitsland en Amsterdam naar China bracht. En nu Zaandam, waar Guus Dubbelman haar bezocht.

Altijd vechten. Vechten tegen het verbod om te boksen, tegen vooroordelen omtrent haar seksuele geaardheid, tegen borstkanker. Michele Aboro (52) uit Londen raakte als kind verslaafd aan boksen. Met haar moeder keek ze naar grote gevechten op tv. Ze wandelde naar de boksschool in de buurt. Alleen: meisjes mochten niet boksen. Pas vanaf 1996 was boksen voor vrouwen legaal in Engeland en won ze de ene na de andere titel, ook in het kickboksen.

‘Mijn moeder heeft me altijd gesteund in mijn ambitie. De rest van mijn familie trouwens ook. Zo veel als ze konden, kwamen ze kijken naar mijn gevechten’, zegt Aboro in een woning in IJburg, waar ze tijdelijk logeert nu ze in Nederland is voor clinics. Ze vertrok al vroeg naar Duitsland, waar boksen groter was en vrijgevochten.

Ze trainde in dezelfde groep als de Klitsjko-broers en tal van andere vedetten. ‘Zij waren koningen. Het was een fantastische groep. Het was alsof je met Mike Tyson en Floyd Mayweather in een trainingsgroep zat.’ Het moeilijkste gevecht van haar loopbaan was tegen Kelsey Jeffries, toen ze haar titel in de bond WIBF verdedigde. ‘Vaak was ik beter, maar in deze wedstrijd kwam het aan op snel nadenken, op tactiek, op voetenwerk. Ik won dit gevecht op punten.’

Na 25 jaar strijd sloeg Aboro, telg van een Nigeriaanse vader en een Schots/Ierse moeder, een andere richting in. Ze was onder meer geluidstechnicus bij Paradiso in Amsterdam. Dat was een kwestie van gedienstig zijn, terwijl ze als sporter altijd het middelpunt was geweest. ‘Ik moest leren slikken. Atleten zijn individualistisch, vaak egoïstisch.’

Het boksen lokte haar weer naar de ring, als coach. ‘Een goede bokser is nog lang geen goede trainer. Als bokser beheers je technieken om met stressvolle situaties om te gaan, om die stress om te zetten in effectiviteit. Als coach worden heel andere zaken gevraagd. Wat kan een bepaald persoon? Hoe krijg je een individu zo ver om iets te leren, om hem of haar te laten begrijpen wat ik wil? Als coach heb je veel minder controle, en daarbij is niet iedereen van nature een topatleet. Maar je probeert je pupillen te laten houden van boksen. Het mooiste is als ze liefde opvatten voor het boksen. Als ze als het ware beginnen te vliegen, als ze hun voeten leren begrijpen.’

Ze verhuisde naar Shanghai, waar ze eerder was geweest met haar levenspartner Masca Yuen, die daar een boek schreef en zocht naar de wortels van haar ouders en voorouders. Zij hebben nu een kind samen, leiden een boksschool en drijven een stichting, om kinderen aan het bewegen te krijgen. ‘Shanghai is New York met steroïden’, zegt Aboro over de intensiteit en drukte van de Chinese miljoenenstad.

Kinderen hebben die sportieve vorming hard nodig, zeker in Azië, waar veel ouders sport tijdverspilling vinden. Het kind moet leren. Rekenen. Taal. De balans tussen geestelijk en lichamelijk welzijn verdwijnt. ‘Aan één vierkante meter kun je genoeg hebben om te sporten. We willen de jeugd iets meegeven. We willen dat jongeren connecties met elkaar maken, dat ze leren hoe een gezonde levensstijl kan ontstaan.’

Michele Aboro overwon borstkanker, in haar eeuwige strijd. Ze is genezen verklaard, al zal haar leven nooit meer hetzelfde zijn. Fotograaf Guus Dubbelman legde haar vast in Zaandam, waar ze op uitnodiging is voor clinics in cultureel centrum Het Hem, de voormalige kogelfabriek. Zaterdag 31 augustus is de finale tussen de deelnemers aan een intensieve cursus, met cursisten uit alle lagen van de bevolking. ‘Ze gaan in competitie met elkaar. Ze leren over discipline en volharding. Iedereen mag komen kijken. Het hoogtepunt van de middag is een gevecht tussen twee vrouwen.’