Van de straat

Aflevering 1: Matt Stuart

Het is de fascinatie voor mensen en de manier waarop ze leven die elke straatfotograaf drijft. Rauw, ongekleurd en eerlijk. In een korte serie brengt de Volkskrant een ode aan deze oervorm van fotografie.

Hoe het kan dat op een plek waar de één ­zomaar een straatgezicht fotografeert, de ander een magnifiek absurdistisch tafereel vastlegt, heeft te ­maken met het genie van een fotograaf, maar niet alléén daarmee. De Britse straatfotograaf Matt Stuart, veelgeprezen om zijn voortreffelijke gevoel voor het ­absurde, noemt als belangrijke kwaliteit zijn geduld.

Al bijna een kwarteeuw struint Stuart door de straten van Londen. In zijn vak moet je oog hebben voor ogenschijnlijk onbetekenende details. Je moet op precies het goede moment de verkeerde kant opkijken. Maar je moet óók lang kunnen wachten – tot die fotogenieke hond de cabrio van baasje helemaal voor zichzelf heeft, tot er een unieke combinatie ontstaat tussen een mens en een ballon, tot er een kast wordt verhuisd met een gat op precies de goede plek, tot twee voorbijgangers zich identiek tegen de elementen verweren, tot er een volmaakte harmonie ontstaat tussen mensen en dieren op reclameposters, de straat waarin ze hangen en de mensen die er langs lopen.

Wie veel en vaak zomaar voorbijgangers vastlegt, moet er rekening mee houden dat niet iedereen dat leuk vindt. Dat Stuart in zijn 23 straatjaren nog nooit een blauw oog opliep, dankt hij aan zijn discretie, zijn opgewekte en nimmer intimiderende voorkomen én zijn snelheid. Je moet soms uren wachten op het goede moment, maar áls dat moment eenmaal daar is, moet je snel klikken en wegwezen.

Zijn advies aan iedereen die in zijn voetsporen wil treden: ‘Koop een paar comfortabele schoenen, zorg dat er altijd een camera om je nek bungelt, gebruik nooit je ellebogen, wees geduldig en optimistisch en vergeet nóóit te lachen.’