Van de straat

Aflevering 4: Henri Cartier-Bresson

Het is de fascinatie voor mensen en de manier waarop ze leven die elke straatfotograaf drijft. Rauw, ongekleurd en eerlijk. In een korte serie brengt de Volkskrant een ode aan deze oervorm van fotografie.

Hij liep er per ongeluk langs, pakte even zijn simpele Leica-­camera die losjes om zijn hals bungelde, drukte af en liep weer door. Ogenschijnlijk plompverloren voorzag hij de 20ste eeuw van iconische beelden. Zonder zijn werk was de Leica II-­camera uit 1932 al lang vergeten. Niemand die ooit geweten had dat je met zo’n eenvoudig toestel zulke beelden kon maken.


Sommige bewonderaars dichtten Henri Cartier-Bresson (1908-2004) een poëtische nonchalance toe, andere wisten dat zijn intuïtie bovennatuurlijk was. Een van zijn beroemdste fotoboeken draagt de toepasselijke titel The Decisive Moment. In een interview in 1957 trachtte de fotograaf uit te leggen wat lastig uit te leggen is. Je loopt ergens langs en opeens krijg je op je netvlies een offerte van, nou ja, het leven zelf. ‘Dat is het moment dat de fotograaf creatief is. Oeps! Het Moment. Als je het mist, is het voor altijd voorbij.’

In december 1948 waren de troepen van Mao in rap tempo bezig op te rukken naar Shanghai, dat nog in handen was van de Kwomintang (die niet lang daarna naar Taiwan zou uitwijken). Papiergeld was in Shanghai niets meer waard, dus besloot de Kuomintang-leiding dat elke inwoner recht had op 40 gram goud. Wat er gebeurt als mensen op straat horen dat ze een stukje goud kunnen bemachtigen, werd in een fractie van een seconde vastgelegd door een toevallige passant met een Leica-camera. Er zijn sindsdien ­wereldwijd nog vele lange rijen op straat gefotografeerd – ‘de goudrij van Shanghai’ van Henri Cartier-Bresson is ruim zeventig jaar na dato nog altijd de Rij der Rijen.

Duizenden fotografen legden in nachttreinen slapende stellen was. In 1975 zat de toen al 67-jarige Cartier-Bresson in Roemenië in de trein, met als gevolg dat twee slapende Roemeense geliefden nog altijd slapende geliefden zijn. In 1936 liep Cartier-Bresson door Manhattan en het zweet van afgepeigerde arbeiders is meer dan tachtig jaar later nog te ruiken. Was Henri Cartier-Bressons er niet toevallig langsgelopen in 1952, dan was ‘Graziella’, een ‘charme-opleiding’ in Hamburg waar Duitse meisjes na een cursus van vier ­weken een diploma meekregen als ze charmant genoeg waren, niet legendarisch geworden.

De fotograaf die bijna de hele 20ste eeuw meemaakte, deze eeuw op vijf continenten vastlegde en één van de oprichters was van het legendarische fotografencoöperatief Magnum, was een kind van de Franse textielbourgeoisie. Oorspronkelijk had hij een roeping als schilder. Op latere leeftijd werden schilderen en tekenen opnieuw zijn voornaamste bezigheden. Zoals een bewonderaar het formuleerde: ‘Het was alsof hij de fotografie er alleen maar even bij had gedaan.’

Henri Cartier-Bresson. George Hoyningen-Huene / Magnum / HH  

Alle afleveringen 'Van de straat'.

Aflevering 1: Matt Stuart legt het hedendaagse Londen vast.

Aflevering 2: Todd Darling voorziet samen met de gefotografeerde het beeld van tekst.

Aflevering 3: Usher Fellig fotografeerde de achterkant van Manhattan in de jaren veertig en vijftig.

Aflevering 5: Alexander Petrosyan ziet het nieuwe Rusland