Van de straat

Aflevering 3: Usher Fellig

Het is de fascinatie voor mensen en de manier waarop ze leven die elke straatfotograaf drijft. Rauw, ongekleurd en eerlijk. In een korte serie brengt de Volkskrant een ode aan deze oervorm van fotografie.

Tegen mensen die met ontsteltenis keken naar zijn foto’s van nog warme slachtoffers van kogels in de straten van Manhattan, mocht Usher ­Fellig – pseudoniem: Weegee – graag vertellen dat het vastleggen van een lijk voor een straat­fotograaf een koud kunstje is. Immers: een lijk is niet beweeglijk, dat poseert geduldig, je hebt alle tijd voor je foto.

Bij ander onheil in New York City moest Weegee sneller drukken, en snel was hij: in 1938 verwierf hij als eerste fotograaf in New York toestemming een politieradio in zijn auto te installeren. Vaak arriveerde hij eerder op plekken van ­onheil dan de politie zelf.

Branden leveren altijd dezelfde saaie beelden op, wist Weegee. Spánnender zijn beelden van mensen die naar branden kijken, of naar evacuaties op tien hoog, of naar een luchtballon, of naar iemand die uit het raam wil springen. Behalve een grootmeester in het kijken, werd Weegee ook een grootmeester in het vastleggen van mensen die kíjken.


De aartsvader van de Amerikaanse straatfotografie werd in 1899 geboren in een straatarm gezin in Oekraïne en kwam op zijn 11de met zijn ouders naar New York. In zijn jonge jaren sliep hij vaak in portieken. Later deed hij tussen twee politieberichten door tukjes in zijn auto. Geen New Yorkse nacht die Weegee wilde missen. ’s Nachts lopen de feesten uit de hand, ’s nachts vinden de afrekeningen plaats, ’s nachts ontmoet je de dronkaards en de tippelaarsters.

Het laatste wat Weegee wilde was ‘zomaar een foto’ van een dronkaard. Het gebeurde vaak dat mensen hem tipten: daar en daar ligt iemand in de goot. Ging Weegee kijken, dan constateerde hij vaak dat de dronkaard in kwestie ‘te weinig karakter’ had. ‘Zelfs een dronkaard moet een meesterwerk zijn! Ik rijd liever de hele nacht rond, desnoods een heel jaar lang, voor één goede dronkemansfoto.’

Weegee was uniek omdat zijn foto’s tijdens zijn leven zowel de voorpagina’s van de New Yorkse kranten haalden als de kunstgalerieën. Hij stierf in 1968 zonder ook maar één avond in huiselijke setting te hebben doorgebracht. ‘Ik heb nu eenmaal de fotografie in mijn bloed zitten. Ik houd van deze sport. Het is opwindend. Het is gevaarlijk. Het is grappig. Het is ruig. En het breekt je hart.’

Weegee