Tevreden, maar ongewenst: Eritreeërs in Israël

Zo’n 35 duizend mensen telt de niet-Joodse Afrikaanse gemeenschap in Israël. In Tel Aviv, waar de Franse fotograaf Sarah Caron hun leven vastlegde, zien ze de ‘illegale infiltranten’ liever gaan dan komen.

‘Klein Asmara’ noemt Sarah Caron de fotoserie die ze maakte in een arm deel van Tel Aviv – vernoemd naar de hoofdstad van Eritrea, waar veel Afrikanen in Israël vandaan komen. ‘Ik had het ook ‘Klein Parijs’ of ‘Klein New York’ kunnen noemen, het is een smeltkroes’, zegt de Francaise. Min of meer bij toeval – ze was met een andere opdracht bezig – stuitte Caron op de niet-Joodse Afrikaanse gemeenschap in Israël, zo’n 35 duizend mensen. Het overgrote deel is gevlucht uit Eritrea, waar het regime de bevolking tiranniseert.

Een Eritrese familie in het winkelcentrum van een busstation in Tel Aviv. Foto Sarah Caron

Een vluchteling doorzoekt het vuilnis op bruikbare spullen. Foto Sarah Caron

‘Dramatisch’ noemt Caron de verhalen die ze van Eritreërs hoorde over hun komst naar Israël: een barre tocht door Soedan en de Sinaï-woestijn. Aan de grens met Egypte heeft Israël een hek laten bouwen, waardoor er een einde is gekomen aan de toestroom van ‘illegale infiltranten’, zoals ze officieel genoemd worden.

De mensen op haar foto’s zeiden volgens Caron overwegend tevreden te zijn met hun nieuwe bestaan in Tel Aviv. Minder tevreden, zacht gezegd, zijn veel niet-Afrikaanse buurtbewoners. Meer dan eens gingen honderden van hen de straat op om premier Benjamin Netanyahu te herinneren aan diens belofte om de Afrikanen te deporteren. Wegen werden geblokkeerd, portretten van de minister van Binnenlandse Zaken in brand gestoken. Dat zijn taferelen die we kennen uit andere landen, zo reageerde een ontstemde Netanyahu. ‘In Israël horen zulke praktijken niet thuis’.

Niettemin verzekerde hij de boze inwoners van Tel Aviv nog eens dat de regering alles op alles zal zetten om de Afrikanen weg te krijgen. Met harde hand of met zachte dwang. Zo moeten de lachende mannen, die Sarah Caron aantrof in de keuken van een restaurant, twintig procent van hun salaris afstaan aan de staat. Het geld krijgen ze pas terug als ze Israël verlaten.

Eritreeërs voor hun kerk in Tel Aviv. Voor ze naar binnen gaan, kussen ze de deur. Foto Sarah Caron

De halfzusjes Efrata en Sidona, met hun familie gevlucht uit Eritrea, zijn stateloos. Foto Sarah Caron

Eritreeërs in Tel Aviv op weg naar de kerk. Hun mis wordt iedere zaterdagochtend gehouden in een appartement dat voor die gelegenheid is omgebouwd. Foto Sarah Caron

Sommige Eritreeërs in Israël kunnen met een verblijfsvergunning aan het werk, de meesten van hen in de horeca, in de bouw als huishoudhulp of als kamermeisje in een hotel. Foto Sarah Caron

Een Eritrees gezin op weg naar de kerk. Vrouwen dragen voor de gelegenheid traditionele kledij. Foto Sarah Caron