Te koop: gevangenisdorp Veenhuizen, t.e.a.b.

Het Drentse gevangenisdorp Veenhuizen staat in de verkoop. De Nederlandse staat zoekt een nieuwe eigenaar voor ‘het pauperparadijs’, zoals het ook wel wordt genoemd. Wie een statige villa met stichtelijke spreuk wil, kan zich melden.

Een Te koop-bord ontbreekt op het gazon voor hotel-restaurant Bitter en Zoet. Rond het Gevangenismuseum aan de Oude Gracht krioelt het evenmin van de verkoopmakelaars met aanprijzende praatjes. Moeite zouden ze er niet voor hoeven doen: ‘Panden als spiegels van twee eeuwen maatschappelijke ontwikkeling! Toeristische trekpleister! Staat op de nominatie als UNESCO-Werelderfgoed!’

Je zou het niet zeggen. Toch staat zo’n beetje een derde van het grondgebied van het Drentse gevangenisdorp Veenhuizen in de stille verkoop. ‘Aanbod: ca. 90 objecten, landelijke omgeving’, luidt het onalledaagse voorstel van de Rijksgebouwendienst. Van statige villa’s met de voor het dorp zo kenmerkende stichtelijke spreuken op de gevel tot een in onbruik geraakte portiersloge, van een trafohuisje tot de oude ijskoepel: alles mag weg. Ook twee kerken, een voormalige school, Brouwerij Maallust en tal van andere karakteristieke gebouwen zoeken een nieuwe eigenaar.

Ooit, aan het begin van de 19de eeuw, werden hier de Koloniën van Weldadigheid gesticht. Armen, klaplopers uit de stad en ander uitschot zouden op het Drentse veen heropgevoed worden – ‘het pauperparadijs’, zoals door Suzanna Jansen beschreven in het gelijknamige boek. Maar zoals wel vaker eindigde het nastreven van een kneedbare samenleving in een desillusie. De Kolonie kwam in geldnood, en in 1859 nam het Rijk de boel over.

Veenhuizen werd een gevangenisdorp, waar tot 1990 enkel medewerkers van justitie woonden. Nog steeds zijn er twee penitentiaire inrichtingen in gebruik en er is een militair depot. Maar veel van de anderen panden hebben geen overheidsfunctie meer. Gewone mensen huren er woonhuizen, andere gebouwen doen dienst als bedrijfspand. Daarom wil de Rijksgebouwendienst het spul verkopen. Of: ‘vervreemden’, zoals het zo chique heet.

Maar daarmee gaat de geschiedenis van Veenhuizen niet in de uitverkoop. De historie moet met een deal juist zeker gesteld worden voor de toekomst. ‘Wie geeft het verhaal van Veenhuizen een vervolg?’, luidt de tekst in de ronkende informatiebrochure van de Rijksgebouwendienst.

De nadrukkelijke bedoeling is om de gebouwen en gronden in Veenhuizen als geheel over te dragen aan een nieuwe eigenaar, zegt een woordvoerder. Bij voorkeur aan een consortium dat ervaring heeft met beheer, exploitatie en herbestemming van erfgoed. Want sommige panden zijn in geweldige staat, maar bijvoorbeeld de paviljoens van de al jaren leegstaande voormalige instelling Bankenbosch verpieteren. ‘Niets doen is geen optie', merkte rijksbouwmeester Floris Alkemade eens over Veenhuizen op. Let op: huurcontracten met particulieren en bedrijven moeten gerespecteerd worden.

Een consortium van Stichting Het Drents Landschap, de Nationale Monumenten Organisatie (NMO) en BOEi (een maatschappelijke onderneming gespecialiseerd in herbestemming) heeft interesse, bevestigt Frank Van der Velden, hoofd team monumenten bij Het Drentse Landschap. De vraag hoe het verder moet met het dorp speelt volgens hem al decennia. ‘Wij zijn bereid ons over Veenhuizen te ontfermen.’

Ondanks de naam is het een misverstand dat Het Drents Landschap enkel een ‘groene’ club is, benadrukt Van der Velden. Inmiddels is de stichting de grootste monumentenbeheerder van de provincie. ‘Onze doelstelling is om alles wat Drenthe tot Drenthe maakt te behouden: de landschappen, de monumenten, maar ook de cultuurhistorie. Daar hoort Veenhuizen zeker bij.’

En Veenhuizen, benadrukt ook Van der Velden, is een samenhangend geheel. ‘Als dit in handen komt van een partij die minder waarde hecht aan de historische waarden, bestaat het gevaar dat onrendabele onderdelen afgestoten worden en het ensemble uit elkaar valt.’

Het liefst was het consortium er onderling met de Rijksgebouwendienst uitgekomen. Maar een onderhandse deal is wettelijk niet toegestaan. Daarom loopt er nu een formeel aanbestedingstraject. ‘Wij zijn benieuwd of er nog meer geïnteresseerden zijn’, aldus de woordvoerder van de Rijksgebouwendienst. Tot 1 oktober kunnen gegadigden zich melden.

Over de precieze voorwaarden en het prijskaartje is nog weinig bekend. Sommige gebouwen kunnen rendabel worden verhuurd, terwijl andere juist een fikse kostenpost zullen zijn. ‘In het verleden heeft de monumentenorganisatie NMO weleens dertig monumenten overgenomen mét een bruidsschat’, zegt Van der Velden. Daarom wil het consortium de panden nauwkeurig inventariseren. ‘Het is nogal wat. Even Veenhuizen overnemen, zo werkt het niet.’