Mee met de Masai in het Kenia van de krijgers

Je hoeft in Kenia niet per jeep op safari, je kunt ook een paar dagen meelopen met een Masaikrijger. Zo’n bedje van bladeren ligt best lekker.

Met zijn machete kapt Sankale prikkende acaciatakken weg. Zijn rode omslagdoek steekt als een klaproos af tegen de gelige savanne. Terwijl we achter de Masaigids aan lopen, wordt duidelijk hoe hij de tekens leest die wild aankondigen. Hier liggen de minikeuteltjes van een gazelle, daar een verse kluit poep en gebroken takken, achtergelaten door een kudde olifanten.

Iets verderop ontdekt hij sporen die de richting aanduiden waarin een buffel is gelopen, en daar duidt het platgeslagen gras op een roofdier. Hij kijkt met ogen die veel zien en volgt ieder dierenspoor en iedere dierengeur. Soms heft hij zijn hoofd op alsof hij over de rand van een loopgraaf kijkt. Groepjes impala’s dartelen op het dorre gras. Zebra’s en gnoes galopperen in de verte.

We lopen achter Sankale ole Ntutu aan door de Loita Hills in het zuidwesten van Kenia. De Masai leven hier nog zoals ze al eeuwen doen. Nieuw is dat ze gasten meenemen op hun meerdaagse tochten. Sankale staat om de haverklap stil om met zijn machete een wortel uit te wrikken of boomschors te schillen. We krijgen slierten schors aangereikt waarop we lang kauwen. En waarom zou je bessen plukken en ze daarna in je mond steken? We volgen zijn voorbeeld en rissen de bittere en zure bessen rechtstreeks met onze lippen van de struiken.

Bij een volgende boom zegt krijger Oloboni: ‘Deze is giftig. De schors koken we in tot een zwarte smurrie, die we gebruiken voor onze pijlpunten.’ Hij draagt een speer en een koker met pijlen bij zich. ‘Met zo’n pijlpunt legt een olifant in tien minuten het loodje.’ Jagen met een geweer is niets voor Masai: dat is voor lafaards, zegt hij. Overigens kan gif tegelijkertijd een medicijn zijn: het melksap van een andere giftige boom werkt als tegengif bij een slangenbeet. Zo komen alle denkbare kwalen in de bush voorbij. Ziek kunnen we hier niet worden, lijkt me.

De Masai lijken altijd een zonnig humeur te hebben.

In de meest onverwachte dingen zien de Masai voedsel. Sankale wijst met zijn blote voet, gestoken in een autoband-sandaal, een fragiel paars bloempje aan, pakt zijn machete en graaft de wortel van de bloem uit. Hij wrijft de wortel schoon tussen twee ruwe bladeren. Ik zet mijn tanden erin: lekker sappig.

Bij weer een andere boom tovert hij een soort zilveruitjes uit de grond. Tandenborstels hadden we thuis kunnen laten, want die kappen ze van de tandenborstelboom. Met zijn machete snijdt Sankale de ene kant tot tandenstoker en de andere kant kauwt hij tot een zacht borsteltje om zijn tanden te poetsen.

Dat willen wij ook. We druppelen aloë vera op wondjes, waarvan het gele vocht als cellofaan de huid bedekt.

CO2-uitstoot

expanded Wat kost deze reis het milieu?

Masai kijken uit over de savanne aan de voet van de Loita Hills. De Masai leven hier nog grotendeels op een traditionele manier.

Waar is je tv? Waar is je iPad? Hoe kun je zo leven?

Op een gegeven moment vraagt Sankale om een pleister voor een wondje op zijn voet. Een pleister?! Hij is een Masai, trouw aan zijn levensstijl, en toch wil hij een pleister. Hij is ook een Masai die in Nederland is geweest. In Nederland kon hij, zei hij, niet de melk van koeien drinken, noch hun vlees eten. ‘Die koeien leven in een gevangenis. Ze hebben geen band met mensen, maar met machines.’

Hij verfoeit de levensstijl in de Keniase steden, waar de groeiende middenklasse het consumptiegenot omarmt. ‘Mijn kleinkinderen in Nairobi lopen bij mij verdwaasd rond. Waar is je tv? Waar is je iPad? Hoe kun je zo leven? Pas als ze eenmaal de vrijheid geproefd hebben, willen ze niet meer weg.’ Voor Sankale geen tv, noch deodorant; wel plukt hij kamferbladeren als opfrisdoekje en wc-papier. Hadden we dus ook niet mee hoeven te nemen.

Krijger Sankale in een traditionele, open Masaigrot.

Als we onderweg een manyatta - een erf, omheind met gedoornde takken - bezoeken, is het in het modderhuisje aardedonker. Plotseling flikkert het blauwe licht van Sankales smartphone op. Weer buiten zie ik op het dak een zonnecel waarmee het mobieltje van de bewoonster wordt opgeladen. Zojuist heeft Sankale via het populaire Mpesa (een betaalsysteem zonder internet) een bedrag aan haar overgemaakt omdat wij die nacht op haar grond onze tentjes mogen opslaan.

Tijdens het kamperen blijkt hoe de Masai, jong en oud, als jongens spelen. Ze doen wedstrijdjes boogschieten, kiezelsteentjes schieten en knuppels (een soort reuzekomkommers) naar elkaar gooien. Hun humeur lijkt altijd zonnig en ze zijn altijd omgeven door de geur van rook.

Om ons een soort westerse veiligheid te bieden, zijn er twee rangers meegekomen: Johnson en Mary. Beiden zijn Masai, hebben een geweer, dragen een uniform en Mary loopt zelfs op lakschoenen. Johnson is geboren in een manyatta, maar woont sinds zijn schooltijd in de stad. De familie van Mary is al generaties geleden in de stad komen wonen.

De twee spelen met hun mobiel, hebben een slechtere conditie en zijn zwaarder. Zij vinden zichzelf nog echte Masai. Dat geldt alweer minder, zeggen ze, voor Masai die toetreden tot een van de vele kerken, zoals de zevendedagsadventisten of de pinksterbeweging, kerken die actief zieltjes werven onder de Masai.

Wie in Kenia met de Masai meegaat, zal niet snel andere toeristen tegenkomen.

Niks vrijheid. Niks vlees eten. Aan de slag!

Sankale kapt zich een weg door de bush, terwijl we een helling op klauteren. Op de felrood geruite doeken van de Masai na, is er niets dan groen om ons heen. Maar ineens is daar een smal rotsplateau, overhuifd door een zwartgeblakerde rots. Het is een grot waar de krijgers slapen en eten.

Staand als een reiger, met een voet in zijn knieholte, vertelt Sankale over de tijd als krijger. Jarenlang leef je met een groep jongens in de grotten en is het leven één groot jongensavontuur. Alles mag. Alles kan. Als krijger sta je boven de wet. Als een soort guerrilla’s. Na de eindceremonie zijn de krijgers volwassen. Niks vrijheid. Niks vlees eten. Aan de slag! Vanaf dat moment moet je koeien, een vrouw en kinderen hebben.

Krijger Oloboni heeft in een manyatta een geit gekocht en meegetrokken aan zijn omslagdoek. Hij bindt het dier vast aan een boom bij de open grot waar we overnachten. Daarna hakt hij grote takken van de kamferboom, die wij naar de grot slepen, waar Sankale de takken tot snoeisel kapt en de takjes vervolgens tot matras vlecht.

Ondertussen kapt Oloboni takken van een boom die wonderlijk koud blijft in de Keniase hitte. Op die koude takken gaan ze de geit slachten. Het tweetal drukt de geit tegen de grond, terwijl Oloboni zijn handen stevig om de snuit houdt en hem langzaam verstikt en een derde Masai de geit in de dovende ogen kijkt, zegt hoe nuttig de geit is en dat hij zal reïncarneren in een mens.

Zorgvuldig controleert Oloboni of de geit dood is. Dan snijdt hij de huid bij de hals open, slaat de huidflap naar weerszijden open en vormt daarmee een kom. Als een kraantje loopt het bloed uit de halsslagader in de kom. Om de beurt duiken ze naar beneden om met hoorbaar genot bloed te slurpen. ‘Nasieku!’, roept Sankale - het is mijn Masai-naam die ze me tijdens een ceremonie gisteravond hebben gegeven en die ‘de Snelle’ betekent.

Als ik met mijn hoofd in de kom ben, kijk ik recht de halsslagader in. Ik neem een teug. De smaak is romig en boterzacht. ‘Gezamenlijk bloed van de geit drinken betekent verbondenheid’, zegt Sankale. Bij de Masai ben je onderdeel van een groter geheel. ‘Van bloed wil je almaar meer.’ Maar dan is het bloed op. Voorzichtig villen ze de geit. Die avond eten we de nog warme niertjes en de lever rauw. Het overige vlees spant Oloboni op stokken om die bij het vuur te roosteren.

Door steentjes te schudden in een kalebas voorspelt krijger Oloboni de toekomst.

‘Dat zijn toeristen. Jullie zijn onze gasten.’

De volgende morgen hangen de Masai hun zacht rinkelende sieraden weer over hun blote bast. De achterliggende bergketen kan ik door hun doorkijkoren zien - als kind zijn hun oorlellen met een stukje hout doorboord. Boven hun hoofd breken ze een naald van een acaciaboom af om het vlees tussen hun tanden te verwijderen.

Het klapstuk is de bouillon, getrokken van de kop en de hoeven. Met kamferbladeren als pannenlap pakt Oloboni de hete pan van het vuur. De thee is getrokken van de schors van sandelhout. ‘Sandelhout scherpt ons reukvermogen’, zegt hij. Om bijvoorbeeld de luipaarden en cheeta’s die hier rondsluipen te kunnen ruiken. Dan deelt hij de bouillon uit.

Masai ontwikkelen zich tot alleskunners. Zo geniaal als zijn vader is Oloboni nog niet, maar hij is wel een stagiair vol goede bedoelingen. Zijn vader, de waarzegger, leeft voor de berichten uit de toekomst. En dat is geen grap bij de Masai, want zo’n twintig mensen per dag komen bij zijn vader langs. Als wij de laatste dag bij zijn hut aankomen, is hij er niet. Maar zijn zoon Oloboni is bereid de taak op zich te nemen. Daar zit hij met zijn attributen. Een kalebas, wat kiezelsteentjes. Ieder van ons drieën formuleert een vraag.

Hij schudt de steentjes, geeft ons de kalebas en vraagt ons om onze problemen aan de kalebas toe te vertrouwen. Opnieuw schudt hij de steentjes in de kalebas. Met een frons vertelt hij de uitkomst. Mijn pen blijft boven mijn notitieblokje zweven. Het papier blijft blanco. Er is geen touw aan vast te knopen. De sessie duurt amper tien minuten. Ineens kijkt hij streng en zegt: ‘Ik breng jullie verschillende bedragen in rekening. Karin moet het meeste betalen, want ze heeft de meeste woorden gebruikt. 50 dollar. De andere twee 35 dollar.’ 120 dollar in tien minuten voor kiezelsteentjes gooien? Blanken hebben allemaal diepe zakken. Je kunt het allicht proberen? Sankale lost het elegant op.

Er verschijnen stofwolken aan de horizon. De herders komen thuis, de zon zakt. We keren terug op het basiskamp. Onze kleren: verrookt. Onze rugzakken doortrokken van rook. Deze dagen zijn we geen andere toerist tegengekomen.

Een keer passeerde een klein vliegtuigje dat toeristen van Nairobi naar de Masai Mara brengt, waar ze in lodges verblijven, op safari gaan en zogenaamd traditionele Masai-sieraden en doeken kopen. ‘Dat zijn toeristen’, zegt Sankale. ‘Maar jullie zijn onze gasten.’

Bushexpeditie

De meerdaagse bushexpeditie van Masaigids Sankale ole Ntutu begint vanaf het Loita Hills Basecamp en is te boeken via de Nederlandse reisaanbieder African Touch. (€ 950, exclusief vlucht)

www.african-touch.nl