Met het licht van Rembrandt

Bij de sfeer van schilderkunst uit de Gouden Eeuw voelt fotograaf Ewa Cwikla zich thuis.

Waarom fotograaf Ewa Cwikla in haar werk het licht van Rembrandt oproept is eigenlijk heel eenvoudig: ‘Als ik in een museum ben en kijk naar schilderijen van Vermeer of Rembrandt voel ik me thuis.’

Tot een jaar of vijf, zes geleden maakte ze juist heel moderne foto’s, zegt ze, ‘maar het was niet wat ik echt voel, niet mijn stijl; zelf houd ik van sprekend licht, zoals bij deze schilderijen’. Wat de aantrekkingskracht precies is, kan ze niet zeggen. Maar: ‘Ik ben natuurlijk niet de enige fotograaf die Rembrandts licht mooi vindt.’ In het spel van licht en donker is het vooral ‘de donkere zijde, die me uitdaagt nog beter te kijken’.

Ze zoekt haar modellen op Instagram en op straat. Haar lievelingsmodel is Fleur, ‘een klassieke schoonheid zo uit Rembrandts tijd’. Soms valt haar een gezicht van een kind of een volwassene op in de supermarkt, dan spreekt ze die persoon of de ouders aan. ‘Laatst zag ik een meisje in Volendam, zo’n schilderachtig gezicht! Ze was met een groepje jongens en meisjes, dat gaf wel wat consternatie. Andere meisjes vinden het soms niet leuk dat ik hen niet vraag. Mensen vinden het soms raar als ik achter ze aanren, maar als ik op mijn telefoon mijn Instagram-pagina laat zien, is het meteen goed.’

Ze maakt ook portretten in opdracht – maar niet in deze stijl. Soms vindt ze zo een model voor haar vrije werk: de oude dame in zwart-wit kwam eerst met haar dochter, die haar voor haar verjaardag een portret van hen beiden cadeau deed. Cwikla was gefascineerd en vroeg de moeder te poseren, ‘ik deed haar een andere jurk aan en herschikte haar haren. Zo hing ze later in een galerie in Londen.’

Ze heeft een enorme verzameling kleding, ‘drie à vier kasten vol, voor kinderen, volwassenen, met schoenen’. Die markante witte jurken van de twee zussen had ze ook eens op de kop getikt. ‘Die foto komt uit een serie over zussen, die witte jurken en hun haar vloeien samen, ik wil laten zien wat zusters samenbindt.’ Zij zijn geen modellen, Cwikla kent de familie sinds ze de huwelijksfoto’s van de ouders maakte.

De foto’s herinneren aan het picturalisme van een eeuw geleden, toen fotografen ook met zacht licht speelden in navolging van de schilders van de Gouden Eeuw. Cwikla’s hulpmiddel is echter modern: Photoshop. De foto’s schiet ze gewoon in de studio met lampen, ‘als je belichting niet goed is, heb je weinig aan Photoshop’, daarna ‘maak ik op de computer de accenten nog mooier’. ‘Ik ontwikkel mijn eigen filters op Photoshop, experimenteer.’

Ze speelt met kitscherigheid. Lachend: ‘Een likje kitsch, eens kijken hoe dat uitpakt. Een baby met een potje bloemen. Soms heb ik daar zin in en doe ik het gewoon. Op Instagram krijgen die zo veel likes! Dan denk ik: dat geloof je toch niet?’ In een enkel geval doet het denken aan posters uit de jaren zestig met een arm jongetje met een traan. ‘Ik maakte een foto van een jongen met en zonder traan. Die met traan werd gekozen door een galerie.’