Paddestoelen plukken in het bos: in Polen zelfs populair bij de Insta-generatie

Het is een Poolse traditie, maar verre van ouderwets. Elke herfst trekken mensen massaal het bos in om paddestoelen te zoeken. Óók hippe jonge stedelingen.

Er ritselt iets in de struiken. Het geluid had van een hert kunnen komen of een wild zwijn, maar het wezen dat deze ochtend tussen de dennenbomen tevoorschijn komt, staat op twee benen, gestoken in blauwe laarzen, en met een nog blauwer winkelmandje in de hand. Haar ogen zijn naar de grond gericht. Het is een vrouw van middelbare leeftijd. Ze zoekt paddestoelen.

‘Ze doet boodschappen’, grinnikt Piotr Malecki (29) als hij haar mandje in het oog krijgt. Hijzelf heeft een gevlochten mand bij zich, zo eentje waar andere paddestoelenjagers alleen maar met jaloezie naar kunnen kijken. Nu de zomer voorbij is en de bladeren rood en okergeel kleuren, is Malecki samen met zijn vrouw naar de bossen gereden, 80 kilometer ten noordoosten van Warschau. Ze doen het ieder jaar.

Paddestoelen plukken is zo’n beetje volkshobby nummer één in Polen. Iedereen heeft wel een fanatiekeling in de familie: een tante of een neef die iedere herfst over de paadjes sluipt, bewapend met een mandje en een mes. Reeds bij Adam Mickiewicz (geboortejaar 1798), de bekendste Poolse dichter, vind je een lofzang op de bontste zwammen van Midden-Europa.

En afgaand op de hausse aan plaatjes op Instagram en Facebook zijn het niet alleen de ouden van dagen die plukken. Paddestoelen zijn hip. Online (de website heet vertaald paddestoelen.pl) kun je invullen waar je geplukt hebt en hoeveel, met als resultaat een soort interactieve paddestoelenkaart van Polen.

Tussen de met mos begroeide stammetjes klinkt een enthousiaste kreet. ‘Een tweeling!’, gilt Malecki’s vrouw Ania (25), terwijl ze twee aan elkaar gegroeide exemplaren omhoog houdt. Het zijn kastanjeboleten, een soort die hier veel voorkomt.

Een spoedcursus plukken is snel gegeven. De eerste tip: ga vroeg. De dauw glinstert in het zachte ochtendlicht op de hoedjes, wat het spotten vergemakkelijkt. Bespikkelde zwammen moet je links laten liggen, en het kan geen kwaad af en toe een paar eikenbladeren of takken opzij te schuiven. Je gaat ze, variërend op de stelling van Johan Cruijff, pas zien als je het doorhebt. Daarnaast: hoed je voor een ei-achtig kapje. Dat is de groene knolamaniet. Piotr: ‘50 gram en je staat op de wachtlijst voor een levertransplantatie.’

Na een uurtje hurkt Piotr bij een grijze boleet. Hij trekt hem uit de grond en likt er voorzichtig aan. Als ervaren plukker noemt hij dat de ultieme test, om te achterhalen of een paddestoel te eten is. De mate van bitterheid bepaalt of hij eetbaar is. Piotr kijkt tevreden, deze is goedgekeurd. Meestal hoeven Ania en hij niet te likken. Ze tasten aan de onderkant van het kapje. Als die sponzig is, kan hij in de mand. Zitten er ribbels onder, dan blijft hij staan. Bij twijfel (‘de allerbelangrijkste regel’) nemen ze geen risico.

Het stoffige imago dat paddestoelen ooit hadden, is helemaal verdwenen, bevestigt Justyna Straczuk, voedselsocioloog verbonden aan de Academie van Wetenschappen in Warschau. Ook jongeren bij wie het niet in de familie zit, trekken de bossen in, al leidt dat soms tot penibele momenten. Ieder jaar moeten er op de spoedeisende hulp peutermaagjes worden leeggespoeld, omdat overenthousiaste ouders hun kroost vast warm wilden maken voor de traditie.

Zoals wel vaker met Poolse tradities probeerden sommige politici er de voorbije weken munt uit te slaan. Iwona Arent, parlementslid voor de ultraconservatieve regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS), zette een foto op Twitter. Onder haar arm had ze een lullig emmertje boleten. Ze schreef dat plukkers in het verdorven Nederland een boete van duizenden euro’s kunnen krijgen. Bijschrift: ‘Waar is de grootste vrijheid en democratie, meneer Timmermans?’, een sneer naar de eurocommissaris die Polen de laatste jaren op de pijnbank legde. In werkelijkheid mag je in Nederland op een beperkt aantal plekken plukken, zij het alleen voor eigen gebruik (richtlijn: 250 gram per persoon). In Limburg werd een Pool aangehouden die wat al te enthousiast zijn kofferbak had volgegooid.

‘Mijn mand begint zwaar te worden’, klaagt Ania gespeeld, terwijl ze tussen de bladeren overeind komt. Ze is blij met haar score, zeker gezien de warme herfst van dit jaar. Ania’s vader, opgegroeid in het dorpje Grzybów (letterlijk: Paddestoelen), hield het fabeltje in leven dat je het beste na volle maan het bos in kon; dan vond je de meeste.

Piotr leerde het handwerk als kind van zijn opa. In het bos zag senior de grootste paddestoelen expres over het hoofd, zodat kleine Piotr die kon plukken. Dat Piotr nu landbouwkunde studeert aan de universiteit van Warschau, is aan grootvaders groene vingers te danken. Thuis speelden ze een bordspel dat wel iets weg heeft van ganzenbord. Iedere speler krijgt een mandje. Wie een giftige paddestoel pakt, krijgt strafpunten.

Met het klimmen van de ochtendzon groeit de concurrentie in het bos. Aan het geweeklaag (‘mama!’) te horen, is het eekhoorntjesbrood sneller gevonden dan je familie. De plukkers groeten elkaar vriendelijk, maar meer ook niet. Een plukadvies in de trant van ‘verderop liggen de beste’ kun je sowieso beter negeren, weet Piotr. ‘Negentig procent zeker dat ze je expres de verkeerde kant op sturen.’

Tussen Ania en hem, kort geleden getrouwd, is het deze ochtend nek aan nek. ‘Dat gemeenschap van goederen geloof ik wel’, zegt hij plagerig tegen zijn vrouw, ‘maar als het om paddestoelen gaat? Geen sprake van.’ Piotr steekt een sigaret op. Hij vertelt dat zijn grootvader er dit jaar voor het eerst niet bij is. Hij kreeg een beroerte en moet opnieuw leren lopen.

Thuis zullen Piotr en Ania de kleine boleten inmaken met azijn, laurier, piment, mosterdzaad en uien. De grote gaan ze in plakjes snijden en op de kachel te drogen leggen. Daarna gaan ze alles vertellen aan opa.