Oorlogsfotograaf Don McCullin, een leven lang gespecialiseerd in de ellende van de wereld

Wat Don McCullin het recht geeft mensen te fotograferen die liggen weg te rotten of van wie, getroffen door mortieren en granaten, de ledematen zijn weggeslagen? De vermaarde Britse oorlogsfotograaf weet het zelf ook niet. Alleen dat de taferelen des doods hem nooit loslaten.

Gevechten in Londonderry, Noord-Ierland, 1971

Don McCullin is een leven lang gespecialiseerd geweest in de ellende van de wereld. Van het werk van de vermaarde Britse oorlogsfotograaf is in Tate Britain in Londen een omvangrijk retrospectief te zien – zie het als eerbetoon.

McCullin was 26, in café de Flore aan boulevard St. Germain in Parijs keek hij mee over de schouder van een vent die de krant zat te lezen, hij zag een foto van een vluchtende Vopo, een Oost-Duitse grenswacht die over het prikkeldraad sprong. Het was 1961, de Berlijnse Muur was in opbouw, hij dacht: daar moet ik zijn. Zo is het begonnen.

Een marinier met shell-shock, De veldslag van Hue, Vietnam, 1968 

Het is nooit opgehouden. Na Berlijn kwam de burgeroorlog op Cyprus, de guerrillaoorlog in Vietnam, de stammenoorlog in Biafra, als de ene oorlog voorbij was stond de volgende oorlog al op hem te wachten, nog uitzichtlozer en smeriger, en altijd was er de dwingende gedachte: ik moet erbij zijn. Opgegroeid in een Londense achterbuurt ging hij niks uit de weg. Hij dacht: ik ben geknipt voor dit vak.

Turken proberen een neergeschoten oude man te verslepen onder bescherming van een Brits legervoertuig, Limasol, Cyprus, 1964

En tegelijk draagt hij heel zijn carrière de vraag met zich mee wat hem het recht geeft mensen te fotograferen die liggen weg te rotten of van wie, getroffen door mortieren en granaten de ledematen zijn weggeslagen. Hij redeneert zichzelf aan flarden, het antwoord komt niet. ‘Ik ben mijn eigen wandelende psychiater.’

Hij was in een kamp in Biafra, 1968, er waren daar achthonderd stervende kinderen, ze zagen hem komen, de witte man die redding kwam brengen. Hij kwam slechts omdat zijn Nikon hem dat voorschreef.

Mariniers bij de Citadel, Hue, Vietnam, 1968

‘Het is er altijd, ik kom er nooit van los’, zei hij in The New York Times over wat al die taferelen des doods met hem doen. In het Britse fototijdschrift Hotshoe Magazine vertelde hij over ‘de grootste pyrotechnische show ter wereld’ – de oorlog in Vietnam. ‘De oorlog zelf was Hollywood, er was de andere kant van mannen die de helft van hun gezicht kwijt waren, van wie de hersenen en darmen openlagen. Get real, Hollywood.’

De burgeroorlog van Cyprus, Limasol, Cyprus, 1964

Don McCullin is nu 83. Hij leeft betrekkelijk teruggetrokken in het graafschap Somerset, in het zuidwesten van Engeland. Hij fotografeert het landschap en de bomen. Niet lieflijk, maar als oorlogsterrein. Niet de schoonheid, maar de leegte. Niet het klare licht, maar het gedoemde. En altijd in zwart-wit. Aan een kleurenfoto kan je voorbijgaan, meent McCullin, zwart-wit schreeuwt je toe.

Tot 6 mei is het werk van McCullin dagelijks te zien in Tate Britain, Millbank, Londen.

Het slagveld van de Somme, Frankrijk, 2000