Nog geen licht aan het einde van de tunnel op Sint Maarten

Twee jaar en drie maanden na de orkaan Irma is nog maar een fractie van de beschadigde huizen en gebouwen op Sint Maarten opgeknapt. Waarom verloopt de wederopbouw zo traag? 

De troep van Joep. In Nederland zal het kinderboek van Rindert Kromhout uit 1994 wellicht weinig lezers meer kennen, maar op de basisschool Martin Luther King op Sint Maarten zijn ze er blij mee. Al was het maar omdat alle exemplaren ongeschonden de orkaan Irma hebben doorstaan. Dat geldt voor veel andere spullen niet.

Hubert Duffis geeft een rondleiding. Het zachtmoedige schoolhoofd is nog altijd trots op zijn instelling, maar soms ook schaamt hij zich tegenover zijn leerlingen. En voelt hij zich moedeloos, als hij beseft dat twee jaar en drie maanden na Irma zijn gebouw nog altijd niet fatsoenlijk is opgeknapt.

Duffis laat de vergaderzaal zien. ‘Soms zijn we hier in bespreking en begint het te regenen. Dan schuiven we de tafel een stuk naar links, verzetten we alle stoelen en proberen we verder te gaan. Maar ja, als het water hier naar binnen stroomt, valt het natuurlijk niet mee om je gedachten erbij te houden. In de leslokalen is dat al net zo.’

De ‘MLK’-school is een van de duizenden gebouwen op het Caribische eiland die door Irma schade opliepen. Dankzij een particuliere hulporganisatie kwamen er redelijk snel blauwe dekzeilen op de daken. Daarna zou het echte herstel beginnen. Maar de zeilen zijn door de hete zon verschrompeld en lek geraakt. En het echte herstel laat nog altijd op zich wachten.

‘Ruim een jaar geleden hadden we met de overheid de laatste vergadering, over de instantie die het contract voor de reparatie zou krijgen. In april dit jaar werd bekend wie de aannemer zou zijn. Die zou in juli beginnen.’ Meneer Duffis zwijgt. Op zijn gezicht verschijnt een blik van ingehouden woede. En toen? ‘En toen gebeurde er niets. Er was een fout gemaakt bij het opstellen van de bankgarantie, zei men. De overheid zegt: bel de aannemer. De aannemer, die neemt niet op.’

Ondertussen heeft het een aantal keer behoorlijk geregend. ‘Dan moeten de kinderen hun tafeltjes aan de kant schuiven en hopen dat hun boeken niet nat worden. Mijn kantoor lekt trouwens ook. Mijn onderwijzers raken steeds gefrustreerder. Zoiets mag toch helemaal niet voorkomen? Ik zit met zo veel vragen; zij hebben zo veel vragen. En niemand heeft antwoorden. We weten niet eens wat de reparaties zouden kosten. Van alle deuren, alle ramen, het hele dak eigenlijk, en dan moeten we ook nog kijken naar de elektriciteit.’

Bij Nelly Serrant, een stukje verderop in de wijk Dutch Quarter, is van al die zaken helemaal geen sprake meer. Van haar huisje staan alleen de muren van wat vroeger de woonkamer was nog enigszins overeind. Een dak heeft zij sinds Irma niet, ze slaapt bij haar zus Lucy in een noodcontainer die zelf ook begint te lekken.

‘De overheid kwam kijken en zei: dit huis moet helemaal afgebroken worden’, vertelt mevrouw Serrant, geboren op het eiland Dominica maar al tientallen jaren Sint Maartense. ‘Nou, dat snapte ik ook wel. Het Rode Kruis kwam en maakte foto’s. En daar is het bij gebleven. Maar ik moet van mijn huisbaas nog wel elke maand 100 dollar overmaken. Verschrikkelijk, toch? Meer dan twee jaar na Irma! Het maakt me soms boos en verdrietig. But I still praise the Lord.’

Zus Lucy kan het niet meer verklaren. ‘Ik begrijp gewoonweg niet waarom ze er na al die tijd niet in zijn geslaagd om dit op te knappen. Ik heb echt geen idee hoe dat nou kan.’

Ook Gwendolien Mossel zit met vragen. Zij is op Sint Maarten de Ombudsman. Onlangs bracht haar organisatie een treurigstemmend rapport uit over het gebrekkige herstel van huizen. En dat bijna een jaar nadat de Nederlandse Rekenkamer had geconcludeerd dat met Nederlands geld voor de wederopbouw ‘nog geen dak’ was gerepareerd. De Ombudsman spreekt van een sociale crisis. ‘En onze grootste zorg is misschien wel deze: we zien geen licht aan het eind van de tunnel.’

Het orkaanseizoen in het Caribisch gebied loopt van pakweg mei tot november. Ruim twee jaar geleden liet staatssecretaris Raymond Knops van Koninkrijksrelaties, die namens Nederland honderden miljoenen euro voor de wederopbouw van Sint Maarten beschikbaar heeft, weten dat het herstel van huizen topprioriteit had. Knops zou zijn opmerking dit jaar gewoon herhaald kunnen hebben.

De reparatie van huizen en andere gebouwen loopt voor een deel via de Wereldbank, de toezichthouder op het Nederlandse geld. ‘Onze conclusie is’, zegt Mossel, ‘dat in elk geval voor dat deel van de wederopbouw van Sint Maarten de Wereldbank onvoldoende functioneert. Zo’n 10 procent van de huizen is aangepakt en zelfs dat is niet helemaal goed gebeurd, blijkt nu. Het lijkt soms alsof er gewoon niets is gebeurd. Het was geen goed idee om de Wereldbank hierin een rol te geven.’

De Ombudsman zegt niet dat de Wereldbank, waar expertise en bureaucratie hand in hand lijken te gaan, van alle wederopbouwprojecten op Sint Maarten teruggetrokken moet worden. ‘Wij hebben de focus gelegd bij het herstel van huizen en op de mensen die door het gebrek hieraan nog altijd getroffen zijn. Als de Wereldbank hierbij niet functioneert, moet je daarin verandering brengen. Nederland is in dat opzicht niet eerlijk; het steekt de kop in het zand, zo komt het soms over. En dat gaat ten koste van mensen.’

Met de Wereldbank, zo klinkt op het eiland, ‘is het alsof je een tank een moeras in hebt getrokken’. In het interim-rapport over Sint Maarten uit juli van dit jaar spreekt de bank over het gericht zijn op ‘key bottlenecks’, de belangrijkste hindernissen dus, over ‘oriëntatie, prioritisering en selectie’ en over ‘analytisch werk’. Tussen de regels door maakt de organisatie duidelijk dat de overheid van Sint Maarten, die uiteindelijk verantwoordelijk is voor het beleid, te maken heeft met ‘extreme capaciteitsbeperkingen’. Het is een opmerking die diverse betrokken partijen maken op het Caribische eiland, een autonoom land binnen het Nederlands koninkrijk.

Feit is dat Sint Maarten, deel van de vroegere Nederlandse Antillen, nog maar sinds oktober 2010 een autonoom land is. Feit is ook dat het dit jonge land ontbreekt aan voldoende goedgeschoolde eigen krachten - waardoor iemand met een mbo-opleiding opeens aan het ambtelijk hoofd van een ministerie kan komen te staan, of een 27-jarig parlementslid zonder enige achtergrond op het gebied van wetgeving plotseling minister van Justitie blijkt te zijn. Zelfs voor mensen met goede bedoelingen blijken dat vrijwel onmogelijke taken.

Maar ook over ‘goede bedoelingen’ bestaan op Sint Maarten veel twijfels. Geen van de betrokken partijen wenst hierover met naam en functie geciteerd te worden, maar in veel gesprekken valt het woord ‘corruptie’. En dat terwijl de Wereldbank ook is binnengehaald om te garanderen dat de wederopbouw transparant verloopt. De bank hanteert hiervoor zeer strakke regels. Maar juist zij die graag op andere manieren zakendoen, zo is de redenering op het eiland, zorgen er vervolgens voor dat die transparante projecten niet van de grond komen.

‘Het leidt tot steeds meer negativisme en chagrijn, over en weer’, zegt een Haagse bron. En zo tot een uiterst traag, verlammend tempo in de wederopbouw.

Meneer Duffis, het hoofd van de MLK-school die zijn aannemer en bankgarantie als door een gat in het dak van zijn leerinstelling zag verdwijnen, wil het woord corruptie niet in de mond nemen. Hij legt een vinger op de mond: ‘Dat heb ík niet gezegd.’ Maar door alle politieke spelletjes, zo maken mensen duidelijk, is uiteindelijk de bevolking van Sint Maarten de dupe.

De oorspronkelijke, optimistische gedachte bij ondernemers in vooral de toeristensector, die voor het eiland van levensbelang is, was dat met een jaar of twee de zaken weer zouden draaien. Met het hoogseizoen aan het einde van het jaar weer voor de deur, is de hotelcapaciteit ‘voor meer dan 60 procent’ op orde, vertelt Lorraine Talmi, de voorzitter van SHTA, de grootste werkgeversorganisatie binnen de particuliere sector. Maar de toeristeneconomie en -werkgelegenheid blijven onder het benodigde herstel.

Ook de SHTA heeft daarom laten blijken niet blij te zijn met het tempo van de wederopbouw en de rol van de Wereldbank. ‘Het tij valt nog te keren. Maar haast is geboden.’ De politiek van Sint Maarten gaat zich echter de komende tijd vooral bezighouden met verkiezingscampagnes.