Nog altijd strijd om land

In Zuid-Afrika fotografeerden Lucas Bäuml en Lando Hass het conflict over herverdeling van de landbouwgrond tussen witte en zwarte boeren – dat opnieuw oplaait.

Het smeulende vuur onder de Zuid-Afrikaanse samenleving is nog altijd de oneerlijke verdeling van de landbouwgrond, een erfenis van het kolonialisme en de apartheid, het politieke systeem van rassenscheiding, waarbij al de goede grond aan witte herenboeren, nazaten van Europese kolonisten, werd toegekend en de Afrikaanse inwoners van hun land werden verdreven en uiteindelijk in ‘bantoestans’ op de armere gronden moesten zien te overleven van de overwegend zelfvoorzienende landbouw. Maar aan dat systeem kwam toch al in 1994 een eind, toen Nelson Mandela de eerste vrij gekozen president werd en zijn partij het ANC is toch al een kwart eeuw aan de macht? Inderdaad, maar van de voorgenomen herverdeling van land is zo weinig terechtgekomen, dat de kwestie een hoofdonderwerp is in de campagne voor de komende verkiezingen in mei.

Voor het eerst propageert het ANC onder de huidige leider en president Cyril Ramaphosa ‘onteigening zonder compensatie’. De radicale oppositie van de Economic Freedom Fighters deed dit al, dus het ANC moest wel. Ook de actiepartij ‘Black First, Land First’ zet de regering onder de druk. Het ANC zegt nu bereid te zijn de grondwet te amenderen om gedwongen landonteigening zonder vergoeding mogelijk te maken.

Veel witte grootgrondbezitters voelen zich bedreigd en voeren ook actie. Er is grote onrust over de moorden op witte boeren op hun afgelegen bedrijven: er werden volgens de politie 74 van zulke ‘plaasmoorde’ gepleegd in 2017 en 2018. Extreem-rechtse groeperingen als de Afrikaner Weerstandsbeweging roepen met manifestaties op tot verzet.

De jonge Duitse fotografen Lucas Bäuml en Lando Hass maakten foto’s van zulke protestbijeenkomsten. En waren ook bij die van actievoerders voor een radicale teruggave van land. Ze gingen kijken aan beide kanten van de scheidslijn; bij rijke witte boeren en de zwarte arbeiders op hun bedrijven en bij Afrikaanse keuterboerenfamilies.

Wat opvalt aan hun beelden is het symbolische en het historische karakter van het conflict. De strijd over de grond begon al meteen met de komst van de Nederlanders en later de Engelsen, ging verder met de Voortrekkers en mijnbouwbedrijven, vond een weerslag in de Britse koloniale wet van 1913 die de basis vormt van de raciale, oneerlijke verdeling van de grond en onder het apartheidsregime in de jaren zestig werd de zwarte bevolking van de laatste goede gronden verdreven. Zwarte actievoerders eisen het land van hun voorouders op; witte boeren vinden dat het land dat hun families generatielang hebben beheerd hen toebehoort.

Herverdeling naar de achtergrond

Maar hoe belangrijk is dit eigenlijk nog in de praktijk? Het ANC vond het kennelijk niet meer zo actueel, het grote merendeel van de Zuid-Afrikanen werkt niet in de landbouw, en dat kan verklaren waarom er maar 6 procent van de landbouwgrond is herverdeeld sinds 1994, volgens een regeringscommissie. Dat betoogt Tembeka Ngcukaitobi, auteur van het boek ‘The land is ours’, in artikelen in de krant Mail & Guardian. Het ANC heeft ook helemaal geen grondwetswijziging nodig om desnoods vergoeding achterwege te laten, de huidige mogelijkheden zijn nauwelijks benut.

De grootschalige landbouw (voornamelijk bezit van witte boeren) beslaat 82 procent van de landbouw en is economisch belangrijk, bovendien biedt het werkgelegenheid, is de overweging van het ANC. Ngcukaitobi verwijt het ANC laksheid en nu symboolpolitiek rond onteigening. Zo blijft achterwege waar het echt om zou moeten gaan: een actief beleid om armoede te bestrijden van de zwarte agrarische families, die niet alleen grond nodig hebben, maar ook financiële steun en betere toegang tot markten.