Nadia wordt achtervolgd door een kunstenaar. Zij weet niet wie hij is

‘Gezocht: mensen om ongezien te volgen’, adverteerde een kunstenaar in 2017. Een 53-jarige gemeenteambtenaar reageerde. Twee jaar lang wist zij niet hoe ze werd gefotografeerd – tot nu.

In de zomer van 2017 staat in de rubriek ‘Oproepen en Opsporingen’ van de krant een kleine, obsederende advertentie:

Wat is dit? Het groezelige type dat meisjes wijsmaakt een modellenbureau te hebben? Een gepensioneerde onderwijzer met paparazzo-ambitie? Een eenzame stalker zonder prooi?

En wie wil zich nu nog ongecontroleerd laten volgen? Prinses Diana is dood. Spontaniteit is uit, beheersing is in en volgen doet u maar op Instagram.

Na een tijdje gaat er een e-mail naar ‘De kunstenaar die volgt’: heeft de advertentie inmiddels kandidaten opgeleverd? En mag de krant even weten met wie we spreken en wat hier nu eigenlijk de bedoeling is?

Een antwoord volgt per ommegaande:

‘Dank voor uw mail, leuk dat het u is opgevallen. Ik ben inderdaad een mevrouw aan het volgen op dit moment.’

O.

‘Vaak ben ik in de omgeving van haar huis te vinden en ik (…) hoop dat ik in haar leven kan komen en kennis met haar kan maken, zonder dat ze weet dat ik het ben. Maar zo ver ben ik nog lang niet dus.’

Vier reacties

De kunstenaar stuurt zijn persoonlijke e-mailadres, naam en telefoonnummer om te bewijzen dat hij het meent. Zijn fotografie blijkt een paar keer kort maar welwillend gerecenseerd te zijn in deze krant, waarbij woorden vielen als ‘mooi’, ‘documentair’ en ‘ontroerend’.

De advertentie is geplaatst in De Volkskrant, Trouw en Het Parool en levert in totaal vier reacties op. De eerste komt van een man die geld wil zien – dat is niet helemaal de bedoeling. De tweede is ook een man en tamelijk verward: hij denkt dat de kunstenaar hem al jaren online stalkt. Hij zal de kunstenaar nog weken bestoken met e-mails. De vrouw is de derde persoon die reageert en de verslaggever de vierde.

Dit verhaal vraagt geduld, blijkt al snel. De kunstenaar houdt de boot lang af.

Een half jaar na de advertentie mailt hij in vertrouwen wel een eerste reeks foto’s. De werktitel is Pursuit. De reeks begint met een luchtfoto van Google Maps van de Amsterdamse vinexwijk IJburg. Dan vanaf de grond een rijtje huizen aan het water, een blonde vrouw in de verte, alleen voor zich uit starend, of pratend met een man. Stiekeme foto’s, vanachter een struik genomen. En als ze weg is, komt de camera langzaam dichterbij de huizen, tot in een leeg tuintje, met een verbaasd kijkende kat. Haar kat. Daarna close-ups van een schaterende tuinkabouter.

Creepy.

Toestemming?

De vrouw om medewerking vragen aan dit verhaal kan niet, meldt de kunstenaar aanvankelijk: het zou betekenen dat zij in de krant zal zien wat voor foto’s hij precies maakt, en dat is niet de bedoeling. Nog niet.

Gaf zij eigenlijk wel toestemming voor die foto’s?

De kunstenaar beweert van wel. Mailt dan weer dat hij in bosjes zit, achter bomen kruipt of in een geparkeerde auto. ‘Maar ik ben manieren aan het verzinnen om het project meer betekenis te geven.’ De kunstenaar is zo openhartig aan het tobben, dat het toch de moeite waard lijkt om te wachten: het schrijven van een verhaal gaat in zekere zin soms net zo.

Na een jaar klinkt de kunstenaar opeens een stuk zelfverzekerder: ‘Het project wordt uiteindelijk een onderdeel van een serie projecten/beeldonderzoeken over wat zelfonthulling betekent in het maken van verbinding en het scheppen van vertrouwen.’

Toe maar!

Anoniem

Na nog een half jaar stelt de kunstenaar de voorwaarde dat zowel de vrouw als hij in het verhaal anoniem kunnen blijven, ‘want dit project wil ik nog lange tijd doorzetten en ik weet ook nog niet hoe het verder gaat.’

Maar twee anonieme hoofdpersonen, dat is te gortig. En ook onmogelijk als we zijn foto’s van haar willen afdrukken – wat verwacht hij, een balkje voor haar hoofd? Het antwoord is een ferm nee.

Dan, na twee jaar, mailt de kunstenaar: ‘In dit stadium zou het wel passen’. Als hij zelf anoniem mag blijven, dan kan hij de vrouw die hij achtervolgt vragen of ze herkenbaar wil meewerken voor de krant.

Oké.

‘Eindelijk meer informatie!’

En zij wil dolgraag. We spreken af dat de vrouw en de kunstenaar zich ieder afzonderlijk zullen laten interviewen. Zo leren ze elkaar pas echt kennen in dit verhaal, waarmee het zelf onderdeel wordt van ‘het project’. En misschien ook wel het einde daarvan inluidt, zegt de kunstenaar, enigszins alsof hij dat hoopt.

Haar naam is Nadia van der Vlis. Nadia opent de voordeur van haar huis aan het water op IJburg met een brede lach: ‘Eindelijk! Eindelijk wat meer informatie!’ Althans, dat hoopt ze. Ook zij heeft leren wachten op de kunstenaar. Nadia heeft welbeschouwd al twee jaar geen idee waaraan ze precies meewerkt. Soms hoorde ze ook maanden niets.

Een blonde vrouw, knappe trekken, gezellig, een beetje Mokums. Voluit kletsend gaat ze voor naar haar woonkamer. Aan de waterzijde heeft die bijna alleen maar glas en achterin, raamloos, is dan weer een geborgen zithoek met fauteuils (‘Fijn qua privacy’).

Ze kocht het huis als casco met haar man, Hans, die architect is. Het interieur hebben ze samen bij elkaar geklust. Nadia doet dat soort dingen. Ze rijdt ook motor, reist veel, heeft een stoet vrienden die haar al heel lang kennen. Alles aan haar klinkt buitengewoon vrolijk, tot je vraagt naar haar werk.

Nadia is gemeenteambtenaar bij de GGD, afdeling Veilig Thuis voor Amsterdam en omstreken. Daar komen zo’n veertig meldingen van een vermoeden van kindermishandeling per dag binnen, ‘veertig!’. Nadia krijgt alles op haar bord, leest de processen-verbaal, rapporten van vertrouwensartsen en maatschappelijk werkers. Daar maakt ze een handzaam pakketje van, waar de politie mee verder kan.

Ja, Nadia weet hoeveel duisternis in mensen kan huizen. En toch reageert ze meteen op de advertentie. ‘Misschien gek, maar ik vond het idee erg bijzonder.’

Ze vertelt erover aan haar vrienden. Die verklaren haar bij een borrel inderdaad voor stapelgek. ‘Maar jullie dan?’, vraagt zij. ‘Jullie zetten foto’s van jezelf, je kinderen, álles op Facebook.’ Zij is dan weer de enige die geen Facebook heeft, zij vindt het griezelig. Zo onpersoonlijk.

Haar man Hans begrijpt het. Die zegt al bij het eerste bericht van de kunstenaar op Nadia’s reactie dat dat hem een goeie gast lijkt: ‘Dit is echt iets voor jou, het klopt.’

En haar dochter van 27, die vindt dat ook.

Nadia is goed in vertrouwen. Zo wil ze leven. Ze e-mailt de kunstenaar dus al snel gewoon haar huisadres. En ze vraagt of ze verder nog iets moet doen.

Nadia krijgt nog één mailtje terug. Nee, niets doen, gewoon leven. We zien wel hoe het loopt, schrijft de kunstenaar. En Nadia wacht de zomer van 2017 af. De eerste twee maanden merkt ze niet veel. Ongemakkelijk wordt ze niet echt, wel extreem nieuwsgierig.

Dan gaat ze met haar man op vakantie. Als ze weer thuiskomen, staat er opeens een kabouter achter het huis. Een tuinkabouter met een cameraatje om zijn nek. En op zijn rug hangt een plastic zakje, met een brief.

Mislukte achtervolgingen

Wat Nadia niet weet, is dat de kunstenaar er dan al twee maanden van mislukte achtervolgingen op heeft zitten. Hij kan haar niet bijbenen. Bijvoorbeeld: Nadia stapt op haar motor, de kunstenaar rijdt in zijn auto achter haar aan, raakt haar even kwijt, denkt haar weer terug te vinden bij het Amsterdamse Bos. Daar lijkt Nadia zich aan te sluiten bij een groep vrijwilligers die struiken snoeien. De kunstenaar gaat naar huis, meldt zich via een website ook aan als vrijwilliger, keert een week later terug naar het bos, om te ontdekken dat hij achter de verkeerde vrouw is aangereden. De kunstenaar staat een middag voor niets te snoeien en schoffelen.

Hij vertelt dit mopperend aan een vriendin. Die komt op het idee van de tuinkabouter. Dan gaat het snel.

Middenin de nacht zet de kunstenaar de kabouter achter haar huis. Zodat ze ongezien kunnen communiceren, schrijft hij op het bijgevoegde briefje, als onderdeel van ‘het project’. De briefjes fotografeert hij voortaan ook. Hij vraagt Nadia om een blauw vel tegen haar grote raam aan het water te plaatsen wanneer zij een briefje aan de kabouter hangt. Als de kunstenaar dat overdag van ver ziet, keert hij terug in de nacht.

Oké.

Nadia komt uit Terneuzen. Daar gaat al snel het verhaal rond dat ze is ‘ontspoord’, iets met een kunstenaar.

En haar buurvrouw heeft bezwaren tegen een kunstenaar die in het donker rond een tuinkabouter scharrelt: ‘Straks staat hij voor míjn deur, met zijn camera!’

Nadia zegt: ‘Doe normaal.’

Nadia hangt een blauw vel voor haar raam. ‘Beste geheimzinnige Kunstenaar’, schrijft ze, ‘Verrast door de tuinkabouter, heel erg blij mee.’ En: ‘Had ik nog één klein vraagje: Doen er nog meer mensen mee met jouw project?

Waarop de kunstenaar antwoordt: ‘Dank voor je bericht! En nee, verder doen er geen mensen mee, jij bent de enige. (…) Fijn weekend alvast!’

Sophie Calle

De kunstenaar opent de deur van zijn atelier, een oude school in de Watergraafsmeer. Stoppelbaard, draagt een wit overhemd en zo’n vintagebril die ook wel ‘pornobril’ wordt genoemd. Hij stottert.

Dit idee ontstond toen hij, een jaar van de kunstacademie, bij wijze van stijloefening probeerde de foto’s van de Franse kunstenaar Sophie Calle te imiteren. Voor haar eerste boek Suite Vénitienne uit 1979 volgde en fotografeerde Calle twaalf dagen lang een man in Venetië, zonder dat hij dat wist.

Ook de kunstenaar begint zomaar mensen op straat fotograferen. ‘Kijken hoe het voelt. En het voelde heel irritant.’ Hij mist de inbreng van de andere partij. ‘Ik wilde dat iemand zou weten dat hij gevolgd zou worden, zonder te weten door wie.’

Sophie Calle maakte overigens ook een installatie met de titel Detective, waar ze zichzelf liet schaduwen en fotograferen. Maar dat was dan weer eenrichtingsverkeer van de andere kant.

Een advertentie kon beide kanten misschien samenbrengen. En Nadia reageert precies zoals de kunstenaar hoopt: ‘Zij deed het gewoon. Daardoor was er meteen gelijkwaardigheid.’

Het woord ‘stalken’ valt vaak, maar de kunstenaar kijkt daar gepijnigd bij: ‘Ik noem het volgen, daar zit ook iets moois in. Het leek mijzelf wel tof als iemand me altijd zou volgen, als iemand me altijd ziet.’

Tof. Nadia vermoedt door zijn woordgebruik in de briefjes al dat de kunstenaar jonger is dan zij, en dat klopt. Hij is 38 jaar oud, zij 53: de gevreesde ‘onzichtbare leeftijd’ voor vrouwen, als mensen je over het hoofd gaan zien. ‘Ik vind deze leeftijd moeilijk’, zegt Nadia. ‘En dat iemand nu al twee jaar zijn best wil doen om mij te volgen, dat vind ik wel een lekker gevoel.’

September 2017. Nu de communicatie tussen beiden per kabouter is geregeld, heeft de kunstenaar plannen.

Briefje: ‘… fijn dat ik een portret van je mag maken. Als je van 22.00 tot 22.15 uur middenin (…) je huiskamer staat, met zoveel mogelijk lampen aan, dan komt het goed. (…) Ik neem een ladder mee, zodat ik hoog genoeg kom.

Koningsblauwe kamerjas

Nadia besluit zelf niet in de huiskamer maar in haar slaapkamer te gaan staan – dat lijkt haar mooier. Ze doet het klik-klik-klik van een snelle camera na. ‘Ik hoorde de sluiter. Ik zag wel een zwarte schim in het duister waar hij op die ladder moest staan, maar dacht: niet kijken, niet kijken.’

Ze was die avond alleen thuis, haar man moest onverwacht weg, het was ‘doodeng’. Nadia vraagt zich op dat moment af of haar vertrouwen niet te ver gaat. ‘En hoe sta ik op die foto? Ik kon mezelf niet zien.’

Op de foto kijkt ze in haar koningsblauwe kamerjas helemaal niet bang. Eerder totaal ontspannen. ‘Echt? Hoe is het mogelijk.’

De kunstenaar: ‘Nadia keek dwars door me heen. Opeens was ik lucht, ik vond het erg, erg griezelig deze foto te maken. Ik was een soort lens, en meer niet. Het maakte me onzeker.’

Diezelfde maand nog hangt de kunstenaar een kaartje voor een voorstelling van het Nederlands Dans Theater in de Amsterdamse Stadsschouwburg aan de tuinkabouter.

Nadia is nog nooit naar een dansvoorstelling geweest, denkt bij de eerste pauze dat het afgelopen is en marcheert opgewekt weer het theater uit.

Misschien vond je het niet mooi’, schrijft de kunstenaar, ‘hoe dan ook tof dat je er was!

Nadia begrijpt haar vergissing en denkt dat ze de avond heeft verpest. Maar de kunstenaar heeft nog net een foto vanaf het balkon kunnen maken.

De kunstenaar heeft wel een dingetje met controle – en de rollen lijken nu weer omgedraaid.

Januari 2018. De kunstenaar vraagt Nadia een uur te gaan rondlopen in de hal van Amsterdam CS.

Nadia: ‘Ja, wie gaat er nou een uur heen en weer lopen in Amsterdam CS en dat leuk vinden? Voor hetzelfde geld was hij er niet. En toch loop je daar dan, echt blij, want je denkt dit is…eh…’

Kunst?

Nadia schatert: ‘Ja hahaha, het is kunst. En het voelt fijn. Echt een uitje.’

Ze ziet hem niet. Maar met een telelens maakt de kunstenaar op CS een hele reeks.

Eén gaat later in een fotolijstje naar de tuinkabouter. Daar vindt Nadia hem, een beetje natgeregend. Ze is verrukt. Het is de enige foto die ze in twee jaar zal zien.

In zijn atelier spreidt de kunstenaar de stationsfoto’s uit op tafel: Nadia netjes aangekleed met een lange roze wintermantel. Er is in de drukke stationshal een soort leegte om haar heen en ze kijkt op een speciale manier onzeker. Iemand die weet dat er niemand komt en toch wacht.

De kunstenaar vindt deze foto de beste uit het project. ‘Het heeft een traagheid die ik mooi vind. Haar vertrouwen is zo bijzonder, in deze tijd. En de kleur van haar jas. Daar denkt ze ook goed over na.’

‘Soms voelt het bijna als vreemdgaan’, zei Nadia eerder.

‘Ik snap dat wel’, zegt de kunstenaar. ‘Maar als dit geen kunstproject was, hadden we het geen van beiden gedaan.’

Maar wat wil hij onderzoeken? Wat laten zíen?

De kunstenaar begint nu over de Israëlische hoogleraar sociologie Eva Illouz, die in haar bestseller Why Love Hurts betoogt dat de klassieke ‘romantische liefde’ uitsterft, omdat moderne mensen liefde als ‘een consumptieartikel’ kunnen behandelen. Zoals via Tinder. De toegenomen vrijheid steeds een nieuwe partner te kunnen kiezen, swipe, maakt het volgens Illouz moeilijker je helemaal over te geven aan een ander, inclusief alle pijn en onzekerheid die daarbij horen.

De kunstenaar zegt: ‘En die nieuwe manieren van verliefd worden, zoals via Tinder, zijn best eng toch? Maar is dat erg? Ik weet dat niet zo zeker. Misschien moeten we met die nieuwe vormen in het reine zien te komen.’

Hij probeerde daarom tegelijk met het plaatsen van de advertentie in de krant om via Tinder mensen te vinden om portretten van te maken. Maakte een Tinder-profiel aan dat begon met de woorden ‘Hoi, ik ben een kunstenaar, bezig met een project over de romantische liefde...’

Niemand reageert.

De kunstenaar besluit uiteindelijk een drieluik te maken over ‘het failliet van de romantische liefde’. En zegt erbij: ‘zoals het geloof ook failliet ging’. Zoals zíjn geloof ook: hij is christelijk opgevoed en was zelf op een haar na jong getrouwd. Tot hij zijn studie theologie eraan gaf om naar de kunstacademie te gaan. ‘Van het idee dat een relatie voor altijd moet duren ben ik af. Maar als die liefde voor altijd niet meer bestaat, zo’n liefde waar je aan moet ‘bouwen’, desnoods met een relatietherapeut, wanneer kun je iets dan nog een relatie noemen? Waar gaat het om, als je alle verplichtingen eraf pelt? Vertrouwen? En hoeveel heb je daar dan nog van nodig? Dat soort vragen onderzoek ik.’

Zijn drieluik heet Dit zijn de afspraken. De achtervolging van Nadia, Pursuit, wordt deel één. Voor het tweede deel fotografeerde hij intussen lege interieurs van de werkkamers van relatietherapeuten, inclusief de eeuwige doos Kleenex.

Foto uit het tweede deel van het drieluik Dit zijn de afspraken.

Die foto’s combineert hij met een hilarische reeks zelfportretten, waarvoor de kunstenaar vrienden en kennissen vroeg of hij bij hen thuis even de plaats van hun partner in kon nemen: familieportret-met-indringer. ‘Niet door mijzelf bedacht trouwens, zoiets heeft de fotograaf Hans Eijkelboom eerder gedaan.’

Voor het derde deel liet de kunstenaar zichzelf twee dagen opsluiten en filmen met een vrouwelijke acteur. Ze mochten geen woord zeggen. ‘En daar dan uitzoeken hoe we op elkaar reageren.’ Het lijkt in de montage niet lang te duren voordat hij haar bij de keel grijpt.

Koffiehuis

In april 2018 nodigt de kunstenaar Nadia uit voor een afspraak in het Amsterdamse koffiehuis Rum Baba. Hij zal er al zijn, er zijn daar tafeltjes met een wand ertussen, hij zal daarachter zitten.

‘Je zegt je naam tegen de man of vrouw achter de bar en die brengt je naar je tafel. Je bestelt koffie, broodjes en gebakjes en als je er genoeg van hebt ga je weer, zonder te betalen. Je mag alleen niet naar de wc, want dan zie je mij als je weer terug komt.’ Er zit een plattegrond bij de brief.

Nadia bestelt koffie en een croissant, weet dat ze centimeters van de kunstenaar is verwijderd en is op van de zenuwen. Ze beheerst zich en wacht.

Pas als ze naar de wc moet gaat ze, teleurgesteld. ‘Hij schreef daarna dat hij het zo gezellig vond dat we even naast elkaar hadden gezeten’, lacht ze. ‘We zijn iets moois aan het maken’, schrijft de kunstenaar.

En in juni maken ze een wandeling door de duinen. Nadia: ‘Een idiote ervaring. Ik begon maar wat te dwalen en liep al snel op uitgestorven stukken, waar je als vrouw alleen nooit zou gaan lopen. Alleen omdat ik erop vertrouwde dat hij er was.’ Uren loopt ze door, in een zorgvuldig gekozen knalrode trui, maar zonder eten of drinken, dat is ze vergeten. In de wijde omgeving is geen mens te zien.

De kunstenaar volgt Nadia op afstand op de fiets, zodat hij haar soms kan inhalen en van alle kanten fotograferen. ‘Ik kwam haar per ongeluk zelfs een keer tegemoet.’

Zij ziet niet wie hij is.

Hoe ver zou ze gaan? Ver. Nadia vindt het leven snel saai, zegt ze. Dan wordt ze somber. Ze slikt medicijnen, tegen depressie, die op zichzelf ‘prima’ helpen. Maar het idee gevolgd te worden heeft een veel beter effect op haar gemoedstoestand. ‘Ik probeerde altijd al alles uit het leven te halen om niet dat sombere gevoel te krijgen. En dit project geeft me precies de goede boost.’

De kunstenaar als therapie – hij wist dit niet. Vindt hij het vervelend?

‘Waarom? Mij maakt het niks uit.’

Er komt, zegt hij, op zeker moment nog een expositie. Zijn probleem is nu vooral hoe deze relatie dan te beëindigen. Moet hij Nadia uitnodigen voor de opening? Of juist niet?

Briefje van de kunstenaar aan Nadia: ‘Ik weet even niet zo goed hoe we verder gaan. Soms denk ik dat het tijd is om af te ronden en je te ontmoeten. Maar toch is het daar, geloof ik, nog geen tijd voor.’

Nadia zegt: ‘Ik denk niet dat ik hem wil zien. Ook niet als we stoppen. Ik denk dat het zo moet blijven.’