Met forró kan eigenlijk iedere Braziliaan uit de voeten

Dansen in Brazilië

Dansen is een manier om los te komen van de dagelijkse beslommeringen. Wie danst ervaart meer levenslust. Fotografen proberen dat gevoel in deze zomerserie over de hele wereld in beeld te brengen. In deze zesde aflevering zijn we in Brazilië met fotograaf Luisa Dörr.

Klik op een punt op de kaart om een van de andere producties uit de serie te bekijken

De vrouw legt haar hoofd tegen de schouder van de man, zijn hals is plakkerig van de hitte. Hij heeft zijn arm stevig om haar heen, de vingers gespreid op haar heup. Hun lichamen kennen elkaar net, maar vloeien soepel samen. Alsof ze al een leven lang met elkaar dansen.

De band speelt forró, een ritme dat in het noordoosten van Brazilië is geboren en in de afgelopen zestig jaar de rest van het land heeft veroverd. Het is het meest gedanste ritme van het land. Brazilianen met dansvloervrees, en die zijn er meer dan het cliché doet vermoeden, wagen zich eerder aan een forró dan aan een samba. Zelfs de grootste hork heeft de basisstappen snel door.

Tot de jaren zestig van de vorige eeuw gingen forró’s over het leven op de gortdroge steppe. Over het verlangen naar regen, verdriet over uitgedroogde veestapels en de pijn van honger. Nadat Brazilianen uit het noordoosten massaal naar de rijkere zuidelijke steden migreerden, kwamen er nieuwe teksten. Over heimwee en achtergebleven liefdes.

De traditionele dans is simpel: Twee stappen links, twee stappen rechts, met het hele lichaam dicht tegen de ander aangedrukt. Later, onder invloed van salsa, samba en tango, kwamen daar pasjes, zwieren en draaien bij. Die nieuwe stijl kreeg de naam forró universitário, omdat het zo ingewikkeld is. In het noordoosten dansen ze nog altijd het liefst traditioneel: dois para lá de dois para cá.

De speakers in de Squash Bar kraken een beetje, de zanger probeert het piepen van de microfoon onder controle te houden. Binnen gaat ongemerkt over in buiten, waar een man vanuit een houten mobiele bar caipirinha’s maakt met limoen, cachaça en heel veel ijs. Hier in Itacaré, aan de kust van Bahia, is het ook ’s nachts warm. Op straat wordt gedronken en gepraat, naar binnen ga je om te dansen.

Enkele deuren verder, in de Favela Bar, draait een dj funk carioca. Jonge vrouwen bewegen razendsnel hun billen, brengen hun bovenlichaam naar voren en zakken door de knieën. Funk carioca is populair, met name onder jongeren, maar wordt door veel Brazilianen als vulgair beschouwd. Teksten zijn vaak uitgesproken misogyn en verheerlijken geweld. Op sommige baile-funkfeesten laten meisjes zich op het podium uitkleden, slaan en berijden door MC's.

Funk carioca: MC João - Baile de Favela

Forró is meer mainstream en kan dienst doen als smeermiddel tussen klassen en generaties. Directeur of schoonmaker, opa of kleuter, met een forró kan eigenlijk iedereen uit de voeten. Tijdens de junifeesten dossen Brazilianen zich massaal uit als noordoosterlingen. Dan danst het hele land forró, op scholen en kantoren, in parken en op pleinen, gekleed in blokjesshirts en met plaksnorren op.

Als de nacht vordert in Itacaré sluiten dansende stelletjes de ogen. Handen beroeren ruggen, teenslippers kleven aan de grond, er wordt gezwierd, gestruikeld en gelachen. Straks breekt de dag aan, maar nu nog niet. Nu is er forró.

Asa Branca, een forró klassieker van Luis Gonzaga