Met elke hap chocola eten we langzaam het tropisch regenwoud op

Wereldwijd wordt de natuur bedreigd door overconsumptie. De laatste stukjes tropisch regenwoud in West-Afrika dreigen nu ongemerkt te verdwijnen vanwege onze liefde voor chocola.

‘We dachten dat het bos van ons was. We deden ermee wat we wilden. We kapten bomen als het nodig was en gingen het regenwoud in om te jagen als we wilden eten. We hadden geen idee wat we aanrichtten’, vertelt cacaoboer Joseph Kwaku Acquah. De boeren zijn bijeen in een dorpskerkje om te vertellen over de klimaatcrisis in hun gebied. ‘Nu beseffen we wat we hebben aangericht. We hebben zoveel bos omgehakt dat onze cacaobomen nu in de brandende zon staan en de regens wegblijven.’

Het resultaat van de ongebreidelde houtkap is duidelijk zichtbaar in Sefwi-Wiawso, midden in de westelijk gelegen ‘cacaoschuur’ van Ghana. Langs een stoffige zandweg staan aan weerszijden kilometerslang verpieterde cacaobomen. Verloederde huizen en verlaten erven verraden dat er eens voorspoediger tijden waren voor de cacaoboeren hier. Veel verouderde plantages zijn getroffen door ziekten. Boeren of hun erfgenamen hebben geen puf of geld meer om elders opnieuw te beginnen. Bovendien: waar? Er is bijna geen maagdelijk bos meer waar ze hun cacaobomen kunnen planten, beschermd door de schaduw van de woud­reuzen.

Boeren zoals de 62-jarige Acquah waren gewend om, zodra hun bodems uitgeput raakten en de bomen geen vrucht meer droegen, verder het vruchtbare regenwoud in te trekken. Dat ging zo van vader op zoon, generaties lang. Aangewakkerd door bevolkingstoename hebben 800 duizend cacaoboertjes in Ghana langzaam bijna het hele oerbos ‘opgegeten’. Nu staan ze letterlijk aan de rand van de laatst overgebleven beschermde regenwouden.

  • Hier zien we het verlies van bomen in Ivoorkust en Ghana in de periode van 2000 tot 2018.

  • Ook bevolkingsgroei, mijnbouw en houtkap dragen  bij aan de snelle ontbossing in Ghana en Ivoorkust.  

  • Als verouderde boomgaarden geen vrucht meer dragen, gaan boeren verder het oerbos in op zoek naar vruchtbare grond onder de schaduw van woudreuzen.

  • Nu er bijna geen 'gewoon' bos meer is in Ghana, staan de boeren aan de rand van de beschermde natuurreservaten. Bron: Hansen/UMD/Google/USGS/NASA

Zonder cacao geen chocola. Dus bij de chocolade-industrie, waarin jaarlijks ruim 100 miljard euro omgaat, rinkelen alle alarmbellen. De cacao-opbrengsten nemen in heel Ghana en buurland Ivoorkust – die samen goed zijn voor 70 procent van de wereldwijde productie – in rap tempo af. Onmiddellijke actie is geboden om het oerwoud van Ghana te redden – althans wat er van over is. Cacaobomen gedijen immers niet zonder schaduw. Ontbossing verstoort bovendien de balans van de bodemtemperatuur, wat leidt tot droogte, opwarming en onvoorspelbare neerslag.

Mahonie voor de blanken

De cacaoboeren volgen doorgaans het spoor van de mijnbouw- en houtkap­bedrijven die zich via een fijnmazig netwerk van zandwegen een weg hebben gebaand diep in het oerwoud. Op de aarderode zandweg in het dichte woud van het Bia ­Tributaries North Forest Reserve stuift een pick-up voorbij met een tiental houthakkers achterop. Dit bedrijf mag hier, vanwege een oude concessie, de komende maanden 3.500 woudreuzen kappen. ‘Kijk, het is helemaal legaal.’ Opzichter John wijst naar het formulier waarop het type bomen en hun omvang is omschreven. ‘Favoriet is het rode hardhout zoals mahonie. Dat gaat allemaal naar Europa, naar de blanken’, roept hij enthousiast boven het geluid van een kettingzaag van een buurconcessie. In het dichte woud, waar graafmachines de weg vrij hebben gemaakt, staan zware opleggers klaar om de bomen af te voeren.

  • Een pick-up met mannen die ingehuurd zijn om bomen te vellen.

  • Vrachtwagen met boomstammen op weg naar de haven.

Lokale cacaoboeren staan bij een woudreus die op hun plantage staat.

In dit deel van het reservaat mogen bomen worden gekapt, maar het Bia National Park Reserve verderop, een van de laatste stukjes oerbos in Ghana, geldt sinds 1930 als echt beschermd gebied. Hier leven nog bosolifanten, chimpansees en tal van andere diersoorten die met uitsterven worden bedreigd. Een handjevol boswachters probeert het reservaat wanhopig te beschermen tegen stropers, illegale houtkap en vooral de oprukkende cacaoboeren. ‘Meer dan ­70 procent van het oerbos in Ghana is al verdwenen. Als we nu niet ingrijpen, eindigen de boeren in ons beschermde regenwoud’, zegt bosbeheerder Richard Ofori-Amanfo terwijl hij driftig een zoemende tseetseevlieg – de overbrenger van slaapziekte – in het kantoortje aan de rand van het oerwoud probeert dood te slaan.

Bewapende parkwachters van het Bia National Park patrouilleren door het regenwoud en proberen stropers en boeren opzoek naar een stukje vruchtbare grond buiten het park te houden.

Bij ‘Kamp 15’, aan de oostkant van het beschermde woud, laten rangers met ouderwetse geweren zien tot hoever de cacaobomen al in het natuurpark staan. Alleen een zandpad scheidt het regenwoud van de illegale plantages. De benodigde ‘officiële’ bufferzone van een halve kilometer blijkt al in een ver verleden geschonden. De boeren die al in het gebied aanwezig zijn, zoals Enoch Mensah, worden daarom gedoogd. De armoedige boer in zijn vale T-shirt schat zijn oogst, die op een tafel ligt te drogen, op zo’n 45 kilo. Toen zijn vader nog leefde, was de opbrengst altijd veel hoger, herinnert hij zich. Hij zou zijn bomen eigenlijk moeten vervangen, maar daar heeft hij geen geld voor. Bovendien, als hij oude bomen omzaagt, waar moet hij dan in de tussentijd van leven?

Geen thema

De razendsnelle ontbossing als gevolg van de cacaoproductie lijkt volledig aan de chocolade-consument voorbij te zijn gegaan. Voor Nederlandse ontwikkelings- en ­milieuorganisaties leek het tot voor kort amper een thema. De aandacht ging decennialang vooral uit naar sociale problemen zoals kinderarbeid en lage prijzen. Ook nieuwkomer Tony’s Chocolonely richt zich primair op de belabberde arbeidsomstandigheden in de sector.

Een alarmerend rapport van de Amerikaanse milieuorganisatie Mighty Earth bleef eerder dit jaar vrijwel onopgemerkt in Nederland. In het rapport, Chocolate’s Dark Secret, waarschuwen de onderzoekers dat er zonder ingrijpen in 2050 geen bos meer over is in Ivoorkust en Ghana. ‘Iedereen heeft zitten slapen’, geeft een woordvoerder van IDH The Sustainable Trade Initiative toe. ‘Ontbossing was lang een olifant in de kamer. Nu kunnen bedrijven en overheden er gewoon niet meer omheen. Als we niets doen is er straks geen bos meer over in West-Afrika.’

IDH is een Nederlands initiatief voor duurzame handel, dat in 2017 het Cocoa and Forests Initiative (CFI) hielp ontwikkelen. Het CFI moet de cacaoproductie verduurzamen en zo het regenwoud redden. Vorig jaar is het ondertekend door meer dan tachtig spelers in de mondiale cacao-industrie, waaronder grote chocoladebedrijven als Mars en Nestlé, cacaoverwerkers als Cargill, overheden, milieu- en boerenorganisaties en tussenhandelaren.

Het reddingsplan van de industrie komt geen dag te vroeg. Nergens ter wereld nam de ontbossing, verhoudingsgewijs, zo sterk toe als in Ghana, zo bleek dit voorjaar uit een studie van het World Resources Institute. Jaarlijks verdwijnt naar schatting 2 procent bos, ofwel 135 duizend hectare.

In de laatste helft van de vorige eeuw ging zo al 60 procent van de totale hoeveelheid bos in Ghana verloren, 2,7 miljoen hectare. Deze eeuw ging het nog harder, als gevolg van de groeiende mondiale vraag naar chocola en de toename van het aantal cacaoboeren.

Maar terwijl steeds meer boeren een graantje probeerden mee te pikken, zakten de wereldprijzen in. Dat leidde tot een verdere uitbreiding van de cacaoteelt om het inkomen op peil te houden. Lokale leiders in het feodaal ingerichte Ghana verdienden ondertussen een goede boterham aan de ongelimiteerde gronduitgiften voor cacaoproductie.

Een cacaoboer. 

Gedragsverandering

De wil tot verandering is er bij de industrie inmiddels wel, de grote vraag is hoe de gedragsverandering bij de boeren tot stand kan worden gebracht, zegt Charles Brefo-Nimo van IDH. De joviale Ghanees groet links en rechts hartelijk bekenden op de cacaovelden. ‘Een groot probleem is het landeigendom. Bomen zijn van de staat, of eigenlijk het districtshoofd, en niet van de boer. Dat maakt het voor boeren onaantrekkelijk oude cacaobomen te vervangen of schaduwbomen te planten. Ze zijn immers geen eigenaar van de grond, maar ze leasen de bomen’, legt hij uit. ‘Als ze die cacaobomen kappen, verloopt het contract. Dit weerhoudt boeren van de broodnodige modernisering van hun plantages.’

Boer Joseph Kwaku Fosu beent trots tussen de bomen door op zijn ‘modelboomgaard’. Met hulp van cacaohandelaar Touton heeft hij de verouderde plantage, die hij van zijn vader heeft geërfd, gemoderniseerd. Hij leerde hoe zijn bomen te snoeien en meer schaduwbomen aan te planten. Brefo-Nimo wijst kritisch naar een oude zieke cacaoboom. ‘En deze dan? Waarom heb je die niet gekapt?’ De boer kijkt schuldig. ‘Misschien geeft hij volgend jaar ineens weer vruchten?’, zegt hij hoopvol. De begeleider van Touton moet lachen. ‘Cacaobomen zijn heilig. Waag het niet aan ze te komen, voor boeren voelt dat alsof je hun navelstreng doorknipt. Ze gaan er gewoon voorliggen als je met een zaag aankomt.’

  • Cacaoboer is blij met de vruchten waarin de cacaobonen zitten. Ze groeien uitstekend op de vruchtbare bodem van het oerwoud. 

  • Cacaobonen in zakken in een opslagplaats, opgekocht van lokale boeren door handelaren die direct of indirect geaffilieerd zijn aan grote internationale commodity traders.

Tussenhandelaren als Touton, Cargill en Olam hebben in Sefwi-Wiawso het voortouw genomen om de 800 duizend keuterboeren in Ghana op het rechte pad te krijgen. De opkopers beconcurreren elkaar met fraaie sociale programma’s en premies om de cacaoboeren aan zich te binden. Ze geven hulp bij investeringen in nieuwe bomen, landbouwtrainingen en assistentie bij het zoeken naar andere bronnen van inkomsten.

De inspanningen van de opkopers komen niet voort uit liefdadigheid, maar uit commercieel belang. Zij moeten immers de enorme volumes ‘verantwoorde’ cacao leveren aan hun klanten: de grote multinationals als Mars, Ferrero (Nutella), Mondelèz en Nestlé.

De tussenhandelaren moeten de boeren er nu van overtuigen weg te blijven uit het oerwoud. ‘Een lastige opgave’, zegt Kennedy Ntoso, hoofd duurzaamheid bij opkoper Olam. ‘Het regenwoud is als een maagd. De bodem is zo vruchtbaar, alles wat je er plant groeit fantastisch.’

Olam heeft inmiddels een databank ontwikkeld om alle toeleveranciers in kaart te brengen, inclusief de staat en productie van hun boomgaarden. Doel is te kunnen garanderen dat er geen cacao meer wordt aangeleverd uit illegaal ontboste gebieden. ‘Maar er is nog een lange weg te gaan’, verzucht Ntoso die vooral aan de grote multinationals als Mars levert. ‘Meer dan de helft van de afnemers in de cacaosector stelt helemaal geen eisen aan duurzaamheid. Dat doen alleen maar de grote bedrijven.’

Een omgekapte boom op een cacaoplantage. Ondanks dat cacaoboompjes beter gedijen onder het bladerdak van grotere bomen, zijn sommige boomsoorten weer minder goed voor de oogst, zij verspreiden ziektes en schimmels. 

Europese Commissie

Ontwikkelingsorganisaties reageren dan ook sceptisch op het Cocoa and Forests Initiative (CFI). Ze vinden het initiatief te vrijblijvend, te veel gestuurd vanuit de industrie en missen harde toezeggingen van de Ghanese overheid om de ontbossing tegen te gaan, zo vat bijvoorbeeld Julia Christian van de Europese milieuorganisatie Fern de kritiek samen. Zij verwacht daarom meer van nieuwe richtlijnen die de Europese Commissie vorig jaar aankondigde te willen opstellen. Die moeten garanderen dat er überhaupt geen illegale ontbossing meer plaatsvindt ten behoeve van landbouwproducten die de EU importeert.

Toch lijkt inmiddels ook de Ghanese overheid ervan doordrongen dat er wat moet gebeuren om de cacaosector te redden, immers de belangrijkste inkomstenland voor het land. Onlangs is 10 duizend hectare cacaobos aangewezen om op kosten van de overheid te worden gerehabiliteerd.

Cynthia Kyeremaa behoort tot de gelukkigen. Haar bomen zijn net omgehakt, volgende week worden nieuwe aangeplant. Terwijl ze tussen de omgehakte bomen loopt, vertelt ze hoe de boomgaard die ze van haar vader heeft geërfd, vier jaar geleden begon te verpieteren. ‘Twee jaar geleden gaven ze helemaal geen vrucht meer. Ik was wanhopig, wist niet meer wat ik moest doen om voor mijn broers en zusjes te zorgen. Dat er nu voor me wordt gezorgd is een geschenk uit de hemel.’ Zij hoeft niet verder het oerwoud in om cacao te blijven verbouwen.

Cynthia Kyeremaa.