Met Duncan Laurence luisteren naar Arcade – toon voor toon

Waarom scoort Arcade zó goed, dat Duncan Laurence er het Songfestival mee heeft gewonnen? We luisterden nog eens goed, samen met singersongwriter Laurence.

Hij wilde maar één ding met zijn liedje Arcade en met zijn hele muzikale carrière die daaruit voort moest vloeien. Want zo had hij dat van te voren uitgetekend. Duncan Laurence (25) hoopte dat hij gehoord zou worden. Maar dan echt: gehóórd. Dat mensen zouden luisteren naar wat hij te vertellen had, in een compositie, een melodie of een tekst, wat dan ook.

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie

‘Luisteren’ – hij spreekt het woord steeds bijna plechtig uit, alsof het gaat om een vergeten werkwoord of een menselijke gave die langzaam uit ons systeem is geëvolueerd. Zijn verhaal, en dus alles wat hij de afgelopen maanden heeft meegemaakt, hoe hij van volslagen onbekende songwriter en ‘vocal coach’ te Tilburg ineens een internationale liedjesberoemdheid werd met de Nederlandse Songfestivalinzending Arcade, is natuurlijk ‘te gek’ en ‘ongelooflijk’ en ‘geweldig’.

Maar het mooiste vindt Laurence dat hij nu een aandachtig publiek heeft, zegt hij. En hij wil graag uitleggen wat hij bedoelt, in een rustig werkhok op het kantoor van zijn publiciteitsagent in Amsterdam, waar we hebben afgesproken om dat liedje Arcade nog eens goed onder de loep te nemen voordat het definitief de wereld mag veroveren.

Vorige week woensdag trad Duncan Laurence, die in 1994 in Spijkenisse geboren werd als Duncan de Moor, op in het sfeervolle centrum Het Zonnehuis in Amsterdam-Noord. ‘Mijn eerste concert ooit.’ De zaal was uitverkocht en dus lekker vol, en tussen de houten balustrades van het monumentale pand hing een tintelende spanning. Logisch ook: die jongen die de afgelopen weken heel voorbarig op de schouders was gehesen als potentiële winnaar van het grootste liedjesfestival ter wereld, zou nu dan eens laten horen wat hij echt in huis had. Of hij op zo’n groot podium wel een beetje kon zingen en zo.

Dat kon hij. Sterker nog: Duncan Laurence pakte dat Zonnehuis volledig in en deed er een strik om. Hij zong tragische ballades en opgewekte gospelsongs, steeds met die stem die we al hadden leren kennen in Arcade en bij zijn presentatie daarvan in De Wereld Draait Door: een emotionele stem, die acrobatisch tussen de registers schakelt en zelfs in de hoogste falsetstand kan ontroeren. Een stem waarnaar je dus graag wilt luisteren.

‘Dat concert was een bizarre ervaring’, zegt Laurence twee dagen na zijn optreden en aan de vooravond van zijn vertrek naar Tel Aviv. ‘Nog nooit zoiets meegemaakt. Allereerst die volle zaal en de warme ontvangst die ik kreeg van het publiek. Kippevel. Ik dacht: dat nummer Arcade is pas twee maanden uit. En het is het enige nummer dat ze van me kennen. Hoe kan het dan dat al die mensen zo gedreven zijn, dat ze me allemaal zo graag willen zien?’

Dan de volledige overgave. ‘Toen ik begon met zingen werd het dood- en doodstil. Ik voelde een enorme gretigheid, nieuwsgierigheid naar wat er ging komen. Naar die eerste liedjes van mij, waarvan ik sommige nog maar net een paar weken geleden heb geschreven.’ En in dat warme bad van anticipatie kon Laurence één voor één zijn liedjes laten zakken, bij de zachte begeleiding van een band die ook nog maar net om hem heen is gevormd: een pianist, strijkers en tweede stemmen, een drummer en zijn vaste gitarist.

Het optreden van Duncan Laurence in Het Zonnehuis in Amsterdam-Noord Foto: Piroschka van de Wouw

‘Er werd zo ontzettend goed geluisterd, naar ieder nummer en iedere zin. En ik dacht: dit is het mooiste wat je kan overkomen als beginnende artiest. Het was ook mijn enige ambitie toen ik afstudeerde aan de Rockacademie van Tilburg, nog maar twee jaar geleden. Ik hoopte dat ik ooit een eigen plek zou vinden in de muziek, waar mensen dan naar toe konden komen om mijn verhalen aan te horen.’

Eén aandachtige luisteraar had Laurence al een tijdje. Na een deelname aan de talentenshow The Voice of Holland in 2014 had hij contact gehouden met zangeres (en Songfestivaldeelnemer) Ilse DeLange, die hem in The Voice begeleidde. ‘Ik deelde mijn liedjes met haar in een dropboxje op de computer. En zij kende dus ook Arcade, het nummer waar ik jaren aan had gewerkt en dat ik ooit als mijn eerste single wilde uitbrengen.’

Laurence verslikte zich klassiek in zijn ontbijt toen DeLange hem eind 2018 op een mooie ochtend belde. ‘Ze zei dat ze weer naar Arcade had zitten luisteren en dat ze het zo mooi vond. En of ik misschien open stond voor een deelname aan het Songfestival. En ik dacht: ja, natuurlijk sta ik dat, maar ik ben toch niet bekend genoeg? Ik maak toch geen aanspraak op zo’n deelname?’

Dat maakte Laurence volgens DeLange wel. ‘Zij vond dat ik een mooi verhaal in mij droeg. En dat vond ik dan weer een heel mooi compliment. Ik probeerde niet te ontdekken wat voor een verhaal dan, daar wilde ik niet al te veel over nadenken. Maar zij vond mij kennelijk ook als persoon geschikt voor het Songfestival.’

Goud voor Arcade

De zegetocht van het nummer Arcade van Duncan Laurence is opmerkelijk, ook voor een Songfestivalbijdrage. Na de presentatie van het nummer in De Wereld Draait Door werd de Nederlandse inzending miljoenen keren gestreamd, en het lied werd favoriet voor de eindoverwinning bij de bookmakers. Omdat Arcade inmiddels ook meer dan 40 duizend keer verkocht is, heeft Laurence vorige week een gouden plaat voor zijn liedje in ontvangst mogen nemen. De eerste prijs is binnen.

Dat vond daarna de selectiecommissie ook. Laurence mocht zijn Arcade klaarstomen voor het festival, dat volgende week wordt gehouden in Israël. ‘En ik hoefde het gelukkig niet aan te passen, dat had ik ook niet gewild. Ik had de boodschap in dat liedje nooit uit kunnen dragen als er ineens een dancebeat onder gezet moest worden of zo.’ Het zou ook een belediging voor een kwetsbaar en emotioneel beladen lied als Arcade zijn geweest.

Maar voor we het nummer samen op de snijtafel leggen, moeten we hem nog die ene vraag stellen. Het is nu eenmaal de verplichte vraag die hoort bij een Songfestivaldeelname - daar begint Laurence nu wél langzaam aan te wennen. Hoe voelt hij zich? Heeft hij de zenuwen nog in bedwang? Hoe wordt de 25-jarige Duncan de Moor uit Spijkenisse eigenlijk wakker deze dagen? Met een knoop in de maag, of juist blij en ontspannen?

‘Ik ben nu toch wel aan het aftellen. Het is spannend, zeker. Maar weet je wat ik steeds denk? Wat is het toch mooi dat mensen die hele reis van mij mee kunnen maken. Dat het begin van mijn carrière in de muziek gewoon voor iedereen mee te beleven is, tot straks op het podium in Tel Aviv aan toe. Ik zie het echt zo: ik ben met heel veel mensen op een trein gestapt, iedereen gaat mee. En straks in Tel Aviv komen er nog meer mensen bij, de club wordt steeds groter.

‘Dat gevoel, dat je samen een trip aan het maken bent, dat is gewoon zo leuk. En daarmee hou ik het in mijn hoofd klein en druk ik, denk ik, de spanning weg. Ja: ik zing straks mijn liedje voor miljoenen toehoorders. Maar al die mensen die naar het Songfestival kijken of die in Tel Aviv in de zaal staan, die willen toch alleen maar leuke liedjes ontdekken en een beetje van nieuwe muziek genieten? Waarom zou ik me dan vreselijk druk gaan maken? Dan kan ik toch beter een beetje meegenieten?’

Het intro: piano en engelenstemmen

Duncan Laurence begon te schrijven aan Arcade in een studiehokje van zijn muziekopleiding. ‘Ik zat achter de piano en keek door het raam naar een boom. En zag het zonlicht prachtig door de bladeren vallen. Op een of andere manier moest ik denken aan een overleden dierbare van me. En over een verloren liefde van haar, waar ze altijd vergeefs naar was blijven verlangen. Dat had mij enorm geraakt en door de sfeer van die dag kwam ik terug bij dat gevoel van verdriet en speelde ik die vier akkoorden die nu nog steeds in het intro zitten en waar eigenlijk het hele liedje op is gebouwd.’

Het intro is rustig, bedachtzaam. Een perfect vertrekpunt voor een liedje, vindt Laurence. ‘Ik vind het belangrijk dat in een intro de sfeer van een nummer wordt neergezet. Dat je vanuit stilte en contemplatie een verhaal kunt gaan vertellen. Als ik nu die pianoakkoorden hoor, dan word ik ook zelf weer langzaam naar mijn verhaal getrokken. Ik heb de afgelopen jaren met veel mensen aan Arcade gesleuteld, maar één ding stond voor mij voorop: ik wilde nooit afbreuk doen aan de basis van het liedje en wat ik ermee wilde vertellen.’

‘Loving you is a losing game.’

Die hoge stem komt ook vanzelf, zegt hij. ‘Ik zit het niet uit te tekenen, zo van: en dan ga ik hier eens heel hoog zingen. De hoogte van mijn stem wordt ingegeven door de tekst en de emotie in de zinnen. Een gevoelskwestie. Ik zie de stem als een instrument. En ik bekijk hoe dat instrument het verhaal op de beste, meest pure manier kan vertellen. In het geval van Arcade moet dat volgens mij dus zo.’

Die lenig van toonhoogte verschietende stem maakt het voor Laurence niet eenvoudig, ook straks niet op het podium in Tel Aviv. ‘Het is zéker geen makkelijk liedje om te zingen. Maar volgens mij kan het niet fout gaan als je maar overtuigd bent van het verhaal in je song. Laat je stem dan een keer overslaan van emotie, is dat dan erg? Ik hou er ook wel van als de stem van Adele bijvoorbeeld een keer breekt en ze echt even een traantje wegpinkt. Er zit gevoel in, denk ik dan.’

Laurence speelt even virtueel piano, met zijn handen op de tafel voor hem. ‘Kijk, op die piano-akkoorden kwam vanzelf de tekst, zo gaat dat bij mij vaker. A broken heart is all that’s left. Een introductie op wat komen gaat.’ Daarna schiet zijn stem snel de hoogte in, om in een getergde falsetstand te komen tot die ene zin, die toch wel oorwurmkwaliteiten heeft. ‘Loving you is a losing game, ja dat blijft hangen, hè? Het was niet per se bedoeld als oorwurm, maar ik begrijp nu van veel mensen dat die zin in het hoofd blijft zitten.’

‘Small town boy in a big arcade’

‘Ik groeide op in Hellevoetsluis en verhuisde voor mijn opleiding naar Tilburg. En waar staat Tilburg bekend om? Juist: om de kermis. Ik voelde me een kleine jongen in een grote stad, helemaal als daar de kermis werd gevierd. Overal lichtflitsen, herrie en plezier. En ik kreeg er ook altijd een wat nostalgisch en somber gevoel bij, net als in de speelhallen van vroeger. Een hal vol plezier of een kermis vol attracties, waar mensen meer en meer willen maar waar ze uiteindelijk ook wat met lege handen staan. Voor mij is de arcade of de kermis een metafoor voor de mogelijkheden die het leven biedt, maar ook de kansen die je niet weet te grijpen. Of de onvervulde verlangens.’

De donderende drums...

Na een minuut van gevoeligheid en oprecht sentiment knallen ineens de drums door Arcade. Niet toevallig, volgens Laurence. ‘Het nummer gaat over verlies. Daar komt natuurlijk ook frustratie en boosheid bij kijken. Voor mij staan die drums voor de boosheid, het rauwe gevoel van afscheid. Ik heb dat met mijn producer Wouter Hardy bewust in zware, donkere drums gelegd. Zodat de emotie er even uit mag klappen. Dat het dan ook nog eens heel fijn is om op die epische drums mee te zingen, ja dat is dan meegenomen.’

Zo schiet Laurence in het precies 3 minuten durende Arcade van heel zacht naar vrij hard, en dat tot twee keer toe. ‘Er zit veel dynamiek in en zo lang die in dienst blijft staan van het verhaal is het goed. En dynamiek in een lied kan het op een Songfestival natuurlijk goed doen. Het grijpt de aandacht. En die wil je grijpen.’

… en de zalvende strijkers

In de tweede helft van Arcade komen zachte strijkers binnenzweven, alsof ze de gemoederen wat tot bedaren willen brengen. Maandenlang zijn Laurence en zijn producer bezig geweest de snaren in goede banen te leiden, op eindeloos veel sporen in de geluidsmix. ‘We wilden niet dat de strijkers de overhand zouden krijgen. En toch moesten ze erin, omdat ze passen bij het sentiment in het liedje. Je moet heel erg oppassen met strijkers: zijn ze te nadrukkelijk aanwezig dan kan een liedje larmoyant worden.

‘Maar doe je het goed en hou je de strijkers bescheiden, dan kunnen ze een heel mooie klankkleur geven. Mijn producer Wouter Hardy heeft dit ongelooflijk goed gedaan, vind ik. Sommige strijkers zijn bijna onhoorbaar maar ze geven de rest van de instrumenten een extra laagje. Ze vervolmaken het geluid, en belangrijker: de sfeer in het liedje en dus het verhaal van Arcade.’

Het nummer is volgens Laurence een verdrietig verhaal met een optimistisch perspectief. ‘Ik hou van tragiek in een liedje, maar ik probeer ook altijd een zonnetje door de wolkenpartijen te laten breken. Ik hoop dat dat gevoel terug te vinden is in Arcade. Het idee dat we altijd kunnen blijven dansen in de regen.’