Kunstkasteel zoekt liefhebbers

Op een heuvel in Toscane staat een eenzaam kasteel vol kunstschatten: Dante, Rubens, Bernini, Machiavelli. De schathemeltjerijke bewoonster smeekt vakantiegangers langs te komen. ‘Ik wil hier geen stilte meer.’

‘Zie me als je zus en stel jezelf deze vraag: zou ik mijn eigen zus een hele winter lang alleen laten met enkel Dante, Bernini en Rubens als gezelschap?’

De statige kasteelvrouw Raffaela Paoletti neemt een hijs van haar sigaret en laat tijdens het uitblazen een stilte vallen.

‘Nee toch’, zegt ze. ‘Nee, dat zou iemand zoals jij niet doen. Iemand als jij zou bij je zus op bezoek gaan. Daarom zeg ik: zie mij als een zus, en kom hier naartoe. Laten we samen genieten van deze schatkist.’

Soms betreed je een huis waarin je denkt: dit huis is net een museum. Hier, op deze Toscaanse heuvel bedekt met kastanjebomen, gebeurt exact het tegenovergestelde. Hier denk je: woont er soms iemand in dit museum? Want wat doet die leesbril naast dat beeldhouwwerk van Gian Lorenzo Bernini? En hoe is het mogelijk dat naast die opengeslagen eerste druk van Historie Fiorentine uit 1532 van Niccolò Macchiavelli rook vanuit een asbak omhoog kringelt?

Het antwoord luidt: Raffaella Paoletti - een heerschap, kasteelvrouw, kunsthistoricus, weduwe, schathemeltje rijk, zwierig, gastvrij, elegant en eenzaam. Ze woont in een gerenoveerd kasteel in Lunigiana, het onherbergzame deel van Toscane pal achter de marmergroeven van Carrara. Haar man is overleden en kinderen heeft ze niet. Ze heeft alleen een gigantisch kasteel vol kunst en boeken.

‘Hoor je dat’, vraagt ze.

Om Paoletti heen hangt een drukkende stilte.

‘Precies. Je hoort hier niets. Soms is dat mooi, maar hier in dit kasteel niet. Hier horen discussies thuis over kunst. Hier moeten gedichten worden voorgedragen, hier moeten omgeslagen pagina’s ritselen. Ik wil hier geen stilte meer. Dat moet afgelopen zijn.’

‘Kom, ik laat je de bibliotheek zien’, begint ze te lopen over trappen die al sinds de 6de eeuw naar zalen voeren waar de planken kraken en de muren volhangen met portretten van graven en hertogen uit lang vervlogen tijden. Af en toe klapt er hard een deur dicht omdat de wind vrij spel krijgt in het kasteel en soms klinkt opeens het getrippel van de hond die iets lekkers ruikt in de keuken met de grote kastanjehouten tafel, maar verder lijkt het alsof Paoletti gelijk heeft: de zalen, de torens, de trappenhuizen, de binnenplaatsen, de balkons; alles is gehuld in stilte.

Dat was niet altijd zo. Sterker nog: eeuwen lang was dit deel van Toscane een van de drukste plekken van de regio. Bijvoorbeeld toen de Corbelli’s en de Malaspina’s er hun bloedvetes uitvochten in 1202. Of vanaf 1451, toen de Florentijnen vanaf deze 335 meter hoge heuvel het noordelijke deel van hun grondgebied bestierden.

Vierhonderd jaar lang bloeide Castiglione del Terziere, tot de eerste bewoners wegtrokken na een aardbeving in 1920. Een bombardement tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte het werk af: het dak van het kasteel stortte in, de laatste fresco’s gingen grotendeels verloren en de meeste huizen op de heuvel werden onbewoonbaar verklaard; Castiglione del Terziere was een spookdorp geworden.

‘Ik wil de plek uit mijn herinnering opnieuw creëren’, zou Loris Jacopo Bononi, de grote liefde van Raffaela Paoletti, later schrijven over het kasteel voor het bombardement.

Italië heeft een imponerende geschiedenis van grote mannen die alles konden en iedereen kenden. Loris Jacopo Bononi was zo iemand. Hij werd geboren in deze streek Lunigiana, ging studeren en werd arts, chemotherapeut en microbioloog. Hij was bevriend met grootheden als Luchino Visconti en Federico Fellini en publiceerde drie prozabundels die door filmregisseur Pier Paolo Pasolini tot de belangrijkste Italiaanse werken van de 20ste eeuw werden gerekend. Ook was hij amateurhistoricus, professor en hoogleraar aan de universiteit van Turijn en als zakenman in de farmaceutische industrie vergaarde hij zo’n fortuin dat hij eind jaren zestig besloot dat oude, vervallen kasteel op die heuvel te kopen waar hij zijn hele kindertijd tegenaan had gekeken, en over had gefantaseerd.

Bononi liet het kasteel renoveren, net als het verlaten en vervallen dorp eromheen, en begon boeken en kunst te kopen. Er hangt er een Rubens, een Antoon van Dyck, in de belangrijkste slaapkamer van het kasteel staat een marmeren beeldhouwwerk dat waarschijnlijk aan Gian Lorenzo Berini kan worden toegeschreven. De bibliotheek bevat meer dan twintigduizend werken - van originele manuscripten uit de 14de eeuw tot eerste drukken van de Dante’s Divina Commedia, van Macchiavelli, Petrarca, Cicero, Pius II, Ovidius, Seneca, Plato, Lorenzo de’ Medici, Alessandro Manzoni, Giacomo Leopardi.

‘Toe maar’, wijst Paoletti naar I fioreti di miser Francesco van Petrarca - een van de slechts drie bestaande exemplaren, gedrukt in 1484. ‘Sla de bladzijde maar om. Het mag. Ik vertrouw je.’

Tussen het verzamelen door werd Bononi verliefd op de veel jongere Raffaela Paoletti, die bij hem introk. In hun kasteel begonnen de twee vrienden uit te nodigen, en historici, studenten, schrijvers, kunstenaars, musici. Ze organiseerden lezingen en colleges want een huis met zoveel waardevols, verdient het om gevuld te zijn met liefhebbers.

Het bleek van korte duur, want toen Bononi in 2012 overleed op 83-jarige leeftijd, keerde langzaam maar zeker de stilte terug in Castiglione del Terziere.

‘En dat is zo zonde’, zegt Paoletti. ‘Ik wil deze plek nieuw leven inblazen. Ik wil dat straks wanneer ik oud ben en deze wereld verlaat, ik weet dat ik de droom van Loris heb voorgezet. Want wat heb ik aan al deze boeken en aan al dit schoons als er niemand naar kan kijken? Spullen - kunst, huizen, kastelen - moeten van nut zijn, anders stellen ze niets voor. Je ziet hoe mooi het uitzicht vanaf hier is, maar bij de voordeur staan nauwelijks auto’s geparkeerd. Zo zou het niet moeten zijn.’

In zekere zin staan deze kasteelkamers daarmee symbool voor de hele streek die eromheen ligt. Want net als het kasteel is ook de streek Lunigiana een stuk Toscane dat grotendeels wordt overgeslagen door het massatoerisme - ondanks alle pracht en praal die beiden te bieden hebben.

Enkel de wandelaars die over de eeuwenoude pelgrimsroute de Via Francigena - een van de mooiste wandelroutes ter wereld - naar Rome lopen, bestijgen deze heuvels nog met enige regelmaat. Voor de rest wordt deze plek op onverklaarbare wijze door bijna alle treinen en bussen richting Pisa, Florence of Siena voorbij geraasd. Dat terwijl ook dit deel van Toscane alles heeft wat Toscane zo onbetamelijk aangenaam maakt. Ook hier liggen de dorpen er nog precies zo bij als vijfhonderd jaar geleden, ook hier waait de warme wind in de zomer onder je T-shirt en ook hier past de chianti classico zo frustrerend goed bij een bord papardelle met een ragù van everzwijn. Ook hier zorgen de cipressen al voor heimwee ver voordat je vakantie ten einde is je op de intercity van 07.36 uur richting Driebergen-Zeist staat te wachten.

‘Nederlanders, wees alsjeblieft welkom’, zegt Paoletti.

Vanaf Utrecht is het 1.200 kilometer naar Lunigiana. Vanuit het drukke Pisa sta je in anderhalf uur in de stilte bij het kasteel en kom je bovendien langs de heilige drie-eenheid van dit deel van Toscane: de mare, monti e marmi - de zee, de bergen en het marmer. Aan je linkerhand passeer je de populairste stranden van Italië, aan je rechterhand de marmergroeven waar Michelangelo zijn marmer kocht voor hij aan zijn David begon. Pak vervolgens het kronkelweggetje richting Parma en wanneer de cipressen plaats maken voor kastanjebomen, kijk dan uit naar een klein bordje aan je rechterzijde waarop Castiglione del Terziere staat.

Dat is namelijk het dorp aan de voet van het kasteel dat tevens door Bononi werd opgeknapt. Vroeger woonden hier juristen, geestelijken en handelaars, tegenwoordig doen hun vroegere woningen dienst als zogenoemde albergo diffuso - een versnipperde herberg. Dat is in feite een groot hotel met kamers verspreid over de oude, verlaten woonhuizen in het historische centrum van een spookdorp. In het geval van Castiglione del Terziere zijn dat zes huizen die in totaal veertig gasten kunnen herbergen. Alle huizen hebben een eigen keuken, een badkamer, meerdere slaapkamers en hangen vol met portretten van Leopold de Tweede - de laatste groothertog van Toscane - en standbeelden van San Leonardo, de patroonheilige van de streek.

In haar strijd tegen de stilte werkt kasteelvrouw Paoletti nu al veel samen met Italiaanse universiteiten en zo kan het zijn ergens halverwege de trap naar de tweede verdieping Giuseppe Fontanelli zich verontschuldigt voor een bijna-botsing: ‘Hallo, ja sorry, ik heb mijn bril niet op’.

Fontanelli is een letterkundige van de universiteit van Messina die zich continu ‘il professore’ laat noemen. Hij draalt al jaren door het kasteel wat eerder resulteerde in een boek over de schrijver Bononi en binnenkort in een tweede, en hopelijk zelfs derde boek, waaraan hij momenteel tegelijkertijd werkt; een taak die hij al lopend uitvoert door de vele gangen en kamers van het kasteel omdat de gedichten van Bononi altijd elders zijn dan zijn leesbril, die na een tijd lang zoeken negen van de tien keer in zijn grijze piekhaar blijkt te zitten.

‘Iedereen geïnteresseerd in kunst, in literatuur, in de geschiedenis van deze streek, is welkom’, zegt Paoletti wijzend naar Fontanelli. ‘Ik wil hier intelligente personen over de vloer hebben. Liefhebbers, letterkundigen, kunstkenners, studenten, scholieren, muzikanten. Er kunnen hier mensen groeien.’ Ze kijkt om zich heen en schudt haar hoofd.

‘Maar dan moeten ze wel eerst komen.’

expanded Praktische informatie