Is het varken van de toekomst een scharrelaar of een gigastalbewoner?

Hoe ziet de toekomst van de varkenshouderij in Nederland eruit?  In een serie verhalen onderzoekt de Volkskrant Nederland varkensland. Af­levering 5: wat voor varken ligt er 2040 op ons bord? Een scharrelvarken? Of eten we over twintig jaar vlees uit een gigastal? Vier scenario’s.

Het is 2040 en varkensboerin Anna ten Have loopt door haar stal waar varkens in het stro liggen. Ze wijst naar de gele chips die de beesten in hun roze oren hebben. Daarmee opent een luik naar de wei buiten waar de varkens kunnen wroeten in de modder.

Buiten staan ook de silo’s die gevuld zijn met voer van etensresten uit restaurants en supermarkten. De mest gaat naar een biogasinstallatie die energie levert aan de boerderij en duizenden huishoudens in de omgeving. Die installatie is al door oma Annechien gebouwd. ‘Maar hij doet het nog prima.’

Het begon allemaal in 2019, zegt Anna, vierde generatie varkensboerin in Beerta, Oost-Groningen. Zij zat nog bij oma op schoot toen minister Carola Schouten haar kringloopvisie op de landbouw presenteerde. Die werd in de jaren daarna aangescherpt.

In 2030 moest varkensvoer voor 75 procent bestaan uit reststromen uit de voedingsindustrie. Vanaf 2040 is dat 100 procent. Tegelijkertijd werden de welzijnseisen opgeschroefd: tegenwoordig moeten alle varkens naar buiten kunnen.

De gevolgen waren enorm, zegt Anna. Vergeleken met twintig jaar geleden is het aantal varkens in Nederland ruimschoots gehalveerd. Het aantal varkensboeren is nog maar een kwart van wat het in 2019 was.

Natuurlijk was daar protest tegen, zegt oma Annechien, net 81 geworden. In 2019 trokken boze boeren massaal naar Den Haag. Maar het bleek een achterhoedegevecht: het kon niet zo langer.

In de supermarkten ligt tegenwoordig alleen nog maar varkensvlees met minimaal één ster voor dierenwelzijn in de schappen; door alle nieuwe eisen is de prijs voor een speklap verdubbeld. De export is nagenoeg stilgevallen; het Nederlandse varken is te duur geworden voor het buitenland.

Het is hard werken, zegt Anna. Door de hoge prijzen wordt er veel minder varkensvlees gegeten – kweekvlees is goedkoper. ‘Maar het is wel een stuk leuker geworden.’

Zo zou het óók kunnen gaan...

Het is 2040 en Anke Houben, de kersverse ceo van de Houbensteyngroep, laat vol trots de nieuwe stal zien waar honderden varkens staan in een lange rij hokken. Ze wijst naar de roosters in het plafond: een hypermodern luchtcirculatiesysteem vangt alle ammoniak en broeikasgassen af; stank is verleden tijd. De varkensstront wordt opgevangen en verwerkt tot hoogwaardige mest die kunstmest overbodig heeft gemaakt.

Haar vader Martin, inmiddels met pensioen, voorzag al in 2019 dat in de toekomst van de varkenshouderij klimaat een belangrijker onderwerp zou worden dan dierenwelzijn, zegt Anke. Zij is daarmee doorgegaan: ‘Onze varkens zijn zo goed als klimaatneutraal.’

Houbensteyn werkt met een gesloten systeem. De biggen worden een verdieping hoger geboren, waar de zeugen liggen. Als ze groot genoeg zijn, gaan ze met de lift naar beneden om afgemest te worden. Het voer komt uit de eigen voerkeuken die nog door vader Martin is gebouwd: 85 procent van het varkensvoer bestaat uit reststromen.

Alle varkens in deze stal krijgen één ster van het Beter Leven-keurmerk van de Dierenbescherming. Hiernaast staat precies zo’n stal, alleen zitten de varkens daar dichter op elkaar. Die zijn voor de export, zegt Anke. Nederland heeft hogere welzijnseisen voor varkens. ‘Maar door efficiënt grootschalig te produceren, kunnen we de prijs laag houden.’

In 2019 gold haar vaders bedrijf met zijn 40 duizend varkens als een megastal. Anke lacht, zij heeft ruim het dubbele: 100 duizend. Het is geen issue meer. ‘Mensen snappen dat het niet anders kan.’

Zo ziet het varken van 2040 eruit

1. Het kaasstolpvarken

Nederland kent nu varkens op twee snelheden. Zo’n veertig procent wordt gehouden onder het Beter Leven Keurmerk, voor binnenlandse consumptie. Zestig procent, waarvoor lagere welzijnseisen gelden, gaat naar het buitenland. Vooral daarop is kritiek: waarom moet een klein overvol land als Nederland goedkoop varkens produceren voor het buitenland?

De export loopt nu nog goed, zegt René Veldman, sectorspecialist van de Rabobank. ‘Maar we voorzien dat die in de komende jaren onder druk komt te staan.’ In innovatie loopt de Nederlandse varkenssector niet meer voorop. ‘Spanje heeft ons ingehaald.’ Omdat in Nederland hogere welzijnseisen en milieunormen gelden, hebben onze varkens gemiddeld een hogere kostprijs dan varkens uit het buitenland. ‘Maar we zien dat daar de kostprijs ook oploopt.’

Aan de andere kant hebben varkens het nergens zo goed als hier, zegt Herman Vermeer, varkensonderzoeker van Wageningen Universiteit en Research (WUR). ‘Daar kun je best trots op zijn.’ Vermeer ziet een toekomst voor het ‘kaasstolpvarken’: een totaal gesloten systeem waarin alle uitstoot wordt afgevangen, de lucht gefilterd en ziekten buiten worden gehouden. In het meest ideale geval kan zo’n stal volledig klimaatneutraal zijn.

Om dat soort investeringen aan te kunnen, zullen bedrijven groot moeten zijn, wat verdere schaalvergroting in de hand werkt. Dat hóéft niet nadelig voor het dier te zijn, benadrukt Vermeer: ook in een megastal is dierenwelzijn mogelijk.

Veldman ziet schaalvergroting ook op een ander vlak verschijnen: in geïntegreerde ketens waar alles onder één paraplu wordt gebracht, van veevoer tot eindproduct. Ook dat zullen per definitie grote bedrijven zijn.

Wil de sector zijn exportpositie behouden, dan is het van belang dat de welzijnseisen in Nederland niet uit de pas lopen met het buitenland, zegt Vermeer. ‘Finland en Zweden hebben hun boeren strengere regels opgelegd. Die landen importeren nu varkensvlees uit Denemarken.’

Ook Anne Hilhorst, campagneleider van Wakker Dier, verwacht dat de varkenshouderij zal industrialiseren naar volledig van de buitenwereld afgesloten gigastallen. ‘Wij zijn daar tegen. Maar we gaan die kant al op.’

Annechien ten Have en haar kleindochter tussen de varkens. 

2. Het kringloopvarken

Minister van Landbouw Carola Schouten wil dat Nederland koploper wordt in kringlooplandbouw: een manier van boeren waarin grondstoffen en hulpbronnen maximaal worden benut en gerecycled. Daarbij hoort dat vee zoveel mogelijk wordt gevoerd met reststromen uit de voedingsindustrie.

In de varkenshouderij gebeurt dat al. Volgens opgave van Nevedi, de Nederlandse Vereniging Diervoederindustrie, komt 65 procent van de grondstoffen voor varkensvoer uit de levensmiddelenindustrie: aardappelschillen, biergist, sojaschroot. Dat zou nog meer kunnen zijn als het gebruik van etensresten (swill) en diermeel weer zou worden toegestaan. Na de uitbraak van dierziekten (mond-en-klauwzeer, gekkekoeienziekte, varkenspest) is dat verboden.

Bij kringloop denken veel mensen aan de keuterboeren van vroeger met hun gemengde bedrijfjes. Maar het moderne gemengd bedrijf is gebaat bij grootschaligheid, betoogt Martin Houben, megavarkensboer uit Ysselsteyn (40 duizend vleesvarkens).

Houben voert zijn varkens voor 60 procent met restproducten. ‘Het streven is 75 procent.’ Daarvoor heeft hij geïnvesteerd in opslagbassins voor reststromen (sojamelk, wei, broodmix) en een eigen voerkeuken. ‘Dat is een enorme investering. Daarvoor heb je schaalgrootte nodig.’

Er is een reden waarom Nederland zoveel varkens heeft, benadrukt Houben: ‘Omdat wij met zoveel mensen bij elkaar wonen, hebben we ook veel etensafval. Het varken zit naast de mens aan tafel, zeg ik altijd.’

In een ideale wereld, filosofeert Ruud Zanders, worden varkens alleen op reststromen gevoerd. Zijn bedrijf Kipster brengt dat al in de praktijk met legkippen. Zanders ziet mogelijkheden voor een varkensvariant: Pigster. ‘Dan geef je het dier weer zijn rol terug in het voedselsysteem.’

Het zou betekenen dat er in Nederland veel minder varkens kunnen worden gehouden dan nu. ‘Het aandeel reststromen in voer zal zeker toenemen’, zegt Rabo-specialist Veldman. ‘Maar ik zie dat niet 100 procent worden bij alle bedrijven.’

3. Het blije scharrelvarken

Hoe mooi zou het zijn als in 2040 alle varkens in Nederland kunnen wroeten in stro en buitenlucht opsnuiven, mijmert varkensboerin Annechien ten Have. In haar bedrijf in Beerta, dat vlees levert met twee ‘Beter Leven’-sterren, is dat al zo. ‘Maar zover zie ik het niet komen.’ De markt voor varkensvlees dat voldoet aan hogere welzijnseisen dan één ster (twee sterren, biologisch) is piepklein: 1 procent. Die zal nog wel groeien, verwacht Hilhorst van Wakker Dier. ‘Maar ik vraag me af of die ooit echt groot wordt.’ Hilhorst denkt dat in de toekomst de extremen verder uit elkaar groeien: aan de ene kant het industrieel geproduceerde massavarken. Aan de andere kant het scharrelvarken dat van de weeromstuit nog romantisch-ambachtelijker wordt. ‘Ik denk dat alles daartussenin wegvalt.’ Ten Have ziet een tussenoptie. ‘Het zou kunnen dat supermarkten met boeren gaan samenwerken om varkensvlees onder een eigen label op de markt te brengen: een Plus-varken, een Lidl-varken. En dat ze concurreren op welzijnseisen, zoals je nu ook ziet gebeuren met kip.’ Dat is een kans voor kleinere bedrijven, beaamt Veldman. Maar dat lukt alleen als actiegroepen supermarkten onder druk blijven zetten, zegt Hilhorst. Vanuit de consument zal die wens niet komen. ‘Die wil er niet mee bezig zijn.’

4. Géén varken

Dit is het doemscenario voor de boer: stel de Afrikaanse varkenspest, die al tot België is gekomen, slaat toe en als gevolg daarvan worden miljoenen dieren geruimd. Getroffen boeren maken massaal gebruik van de opkoopregelingen die de regering voor deze noodsituatie heeft opgetuigd. Zou de varkenssector dan helemaal kunnen instorten?

Onwaarschijnlijk, zegt Veldman. De Rabobank verwacht wel dat door nieuwe wet- en regelgeving en de stoppersregeling voor varkensboeren het aantal bedrijven flink zal krimpen: van 3.500 nu naar duizend in 2030.

Varkensboerin Ten Have voorziet een sanering in de varkenshouderij. ‘Ik denk dat de bulk het niet gaat redden. Op een aantal grote bedrijven na.’ Veel varkensboeren verdienen nu al minder dan modaal.

De stikstofcrisis kan een enorme impact hebben, waarschuwt Veldman. Als stikstofrechten verhandelbaar worden, is er een grote kans dat de industrie rechten koopt van varkenshouders. ‘Die zijn nu relatief goedkoop.’

Verdwijnen zal de varkenshouderij pas als het platteland massaal in opstand komt, zegt Hilhorst van Wakker Dier. ‘Als ze in Brabant zeggen: we willen die stank niet meer.’ De vraag is wat dat met de consumptie doet. ‘Als Nederland dan vlees gaat importeren, schieten de varkens er weinig mee op.’