In het verwaarloosde oosten van Duitsland probeert de Duitse punkband Feine Sahne Fischfilet jongeren weg te houden van neonazisme

Het oosten van Duitsland is een voedingsbodem voor rechts-extremisme. Verwaarloosd gebied met een sombere toekomst. In dat klimaat probeert de Duitse punkband Feine Sahne Fischfilet jongeren weg te houden van neonazisme. ‘Wij provoceren, logisch.’

Terwijl de bassen van het openingsnummer nog nadreunen, doemt in een walm van Bengaals vuur het reusachtige silhouet van de zanger op. Het kucht. ‘We hebben ­bananen meegenomen’, zegt het, ‘zo goed opgevoed zijn wij namelijk in het oosten.’ Gejoel. De rook trekt op. Jan Gorkow (32), zanger van de band Feine Sahne Fischfilet, staat midden op het podium, bulderend van het ­lachen om zijn eigen grap over de vrucht die vroeger in de DDR schaars was.

‘Is dit vèt’, begroet Gorkow zijn publiek, ongeveer vijfduizend fans, op een klamme nazomeravond samengepakt in de monumentale citadel van Berlijn-Spandau. De zanger wist met zijn zwarte T-shirt het zweet van zijn voorhoofd, slingert een arm de lucht in: ‘Weg met nazi’s! Wir schaffen das!’ Dan zet de band weer in. Dikke vierkwartsmaten. Holderdebolder. Duitse Punk.

De leden van Feine Sahne Fischfilet – inderdaad, dat betekent Fijne Roomvisfilet – komen van het platteland van Mecklenburg-Voorpommeren, het diepste oosten van Duitsland. Al tien jaar probeert de band te verhoeden dat jongeren meegesleept worden door het gedachtengoed van de neonazi-scene in de regio.

Een interessante missie, zeker nu in grote delen van Oost-Duitsland een op de vier kiesgerechtigden op de Alternative für Deutschland (AfD) stemt, een partij die steeds openlijker contacten onderhoudt met zulke extreem-rechtse clubs.

De strategie van de band is onorthodox, een mix van ludieke ongein en onversneden links activisme. Tussen de nummers door vertelt Gorkow over het vrijwilligerswerk dat hij heeft gedaan in de van IS-bevrijde Syrische stad Kobane, maar hij bespuit zijn publiek ook met schnaps uit een tuinslang.

De samenstelling van het publiek: hier en daar waait een vlag van de ­radicaal linkse antifa, maar er zijn ook vooral veel twintigers met het door de band verkochte T-shirt met de tekst ‘niemand moet nuchter zijn’.

Verdeeldheid tot in de hoogste regionen

Feine Sahne Fischfilet polariseert: voor de AfD is het ‘een extreem-linkse band die aanzet tot geweld tegen de staat’. Een verwijt dat gebaseerd is op het lied Staatsgeweld uit 2011, waarin Gorkow zingt dat ‘politiehelmen moeten vliegen’ en ‘de Oostzee vrij van politie zal zijn’.

Daarna werden de mannen een paar jaar in de gaten gehouden door de regionale veiligheidsdienst van Mecklenburg-Voorpommeren. Maar Bondspresident Frank-Walter Steinmeier, sociaal-democraat, prees de band vorig jaar aan op sociale media toen de mannen in Chemnitz speelden, na de rechtse rellen aldaar. Waarover CDU-voorzitter Annegret Kramp-Karrenbauer dan weer openlijk haar bedenkingen had.

Dat een plattelandsband twist kan zaaien binnen de Duitse regering zegt niet alleen veel over de instabiliteit van de coalitie, maar vooral over de gevoeligheid van het thema politiek extremisme in Duitsland, en de altijd terugkerende vraag of de staat wellicht ‘blind is aan het linker, of toch aan het rechter oog’. Zanger Gorkow slaakt een diepe zucht als het over deze politieke schermutselingen gaat. ‘De een wil ons tegen de muur, de ander aanbidt ons als de Messias, de een vindt ons te plat, de ander te activistisch. We proberen ons er zo min mogelijk van aan te trekken en muziek te maken.’

De jongen die niet wilde deugen

Een paar dagen na het concert in Berlijn zit Gorkow op een wiebelig tuinstoeltje op het terras van pension Waldlust in Jarmen. Het is zo’n etablissement waar de DDR gestold lijkt in hekjes van afbladderend kleurig smeedijzer en het kapsel van de serveerster, die schnitzels met slappe worteltjes en doperwten serveert. Hier, in de weilanden, organiseert de band zijn eigen festival: Wasted in Jarmen, de vierde editie.

Jarmen is het dorp waar Gorkow geboren is en tot de dag van vandaag woont. Hier heet hij Monchi naar de aaibare aapachtige Monchichi-popjes uit de jaren tachtig. Het is een bijnaam uit de tijd dat Feine Sahne Fischfilet nog een schoolband was en Monchi nog een jongen die niet wilde deugen – een jongen die op een haar na neonazi was geworden.

‘Hier in Jarmen was niets voor jongeren’, zegt hij. ‘Alleen het bushokje waar de laatste bus op vrijdagmiddag en de eerste op maandagochtend ging. Daar hingen we rond. Bij het hek van het schoolplein kwamen neonazi’s uit de omgeving soms cd’s uitdelen. Dat doen ze nu trouwens nog steeds.’

Hij kan, zegt hij ‘het hele repertoire van Landser van voor naar achter en terug meezingen.’ Landser is een van de bekendste extreem-rechtse bands in Duitsland. ‘Ik heb veel stront in m’n hoofd.’

Op het Oost-Duitse platteland was extreem-rechts min of meer mainstream jeugdcultuur. Het is een verhaal dat veel mensen vertellen die opgroeiden in de jaren negentig, in het vacuüm dat het verdwijnen van de DDR had achtergelaten in de rurale gebieden die zo afgelegen waren dat de voordelen van het verenigde Duitsland er niet doordrongen. ‘Het politieke establishment heeft hier enorm verzaakt’, zegt Gorkow. Een tekst die zo van een AfD-stemmer afkomstig had kunnen zijn.

Toch begrijpt Gorkow niet waarom mensen dan op de AfD stemmen. Met van ongein twinkelende ogen: ‘Alsof je in de discotheek een drankje bestelt en dat drankje is vies. En dat je dan besluit maar uit het urinoir te drinken.’

Dan, serieus: ‘Natuurlijk zijn AfD-stemmers geen nazi’s, maar ze stemmen wel op nazi’s en maken zich daarmee medeschuldig.’

‘Zes miljoen mensen moeten branden’

Gorkow zelf kwam op andere ­politieke gedachten toen vrienden hem meenamen naar Hansa Rostock, een club uit de derde Bundesliga, maar niettemin de voetbaltrots van het noordoosten. Daar komt niet alleen Gorkows voorliefde voor ­Bengaals vuur vandaan; op de tribune ontmoette hij ook ‘linkse ultra’s’ die hem meenamen naar punkconcerten en die hem vertelden dat het ‘niet normaal’ was om te lui­steren naar liedjes met teksten als: ‘zes miljoen mensen moeten branden’.

Nu maakt Gorkow de muziek die hij zelf als 16-jarige graag had willen horen, en organiseert hij het festival dat er toen niet was. De band betrekt daarbij alle verenigingen die het dorp rijk is, van de motorsportclub tot de badmintonvereniging. ‘Het enthou­siasme is groot. Echt, er wonen hier niet alleen idioten.’

De band verkocht een deel van de kaarten niet online maar bij de middenstand in de omliggende dorpen, zodat de lokale jeugd geen nadeel zou ondervinden van het berucht slechte internet in de streek.

Ook zijn ouders komen dit weekeinde, zegt Gorkow tevreden, terwijl hij over het terrein wandelt, links en rechts groetend en grijnzend, als een goeroe of een groot uitgevallen mascotte. Een verspreider van saamhorigheid op badslippers.

Maar dat wil niet zeggen dat Gorkow niet óók de radicaal is die rechtse Duitsers in hem zien. Hij vertelt dat er op het festivalterrein ook zones zijn met gratis activiteiten voor kinderen en ouderen uit het dorp. ‘Goede formule hè, van neonazifestivals afgekeken, die weten ook hoe ze mensen moeten beïnvloeden.’

Een vrijwilliger schildert de namen van de slachtoffers van de moordserie van de extreem-rechtse NSU levensgroot op een bord, de terreurcel die tussen 2000 en 2007 negen migranten vermoordde.

Of Gorkow zichzelf een extremist vindt? ‘Ik zal nooit oproepen tot zinloos gebruik van geweld, maar ik heb er geen probleem mee als nazi’s op hun bek geslagen worden.’

In een softe aanpak gelooft hij niet. Hij zet een irritant zeurstemmetje op. ‘Politici die dingen zeggen als: ‘rode kaart tegen nazi’s’. Dat is zo’n universitaire lariekoek, daar trapt toch niemand in. Mensen die geloven dat ze extreem-rechts gedrag ongedaan kunnen maken in een goed gesprek, hebben nog nooit een vuist in hun gezicht gevoeld.’ Gelukkig is zijn moeder tandarts.

Vorig jaar werd een deel van de camping van Wasted in Jarmen besmeurd met mest en boterzuur. Uit het bos hoorden festivalbezoekers mensen ‘Sieg Heil’ roepen – de regionale media berichtten erover. Een paar jaar geleden sloeg iemand een bijl in Gorkows auto. ‘Wij provoceren, dan kun je dat verwachten. Huilen heeft geen zin.’

De eerste festivalgangers

Hij vindt sowieso dat er te veel ‘gehuild’ wordt in de discussie over extreem-rechts, dat mensen en instanties te vaak herhalen dat het allemaal zo vreselijk en verboden is. ‘Dan laat je de nazi’s de agenda bepalen. Je kunt beter zelf iets doen waar je zin in hebt. Dat is geloof ik de kwintessens van deze band: dat iedere idioot zelf een band kan beginnen.’ Dat geeft hij jongeren uit de regio graag mee.

Op het parkeerterrein komen de eerste festivalgasten aan. Meest twintigers. Veel kentekens uit de omgeving inderdaad, maar ook Hamburg, Bremen tot Stuttgart en plaatsen in Beieren aan toe. Omstreden of niet, Feine Sahne Fischfilet blijkt een goede reclame voor het Oost-Duitse platteland.