‘Iedereen wilde ons dood hebben’

Het verschrikkelijke geweld van het regeringsleger en milities in  de Congolese regio Kasai heeft 1,4 miljoen burgers op de vlucht gedreven. Van hen zijn 35 duizend burgers, vooral vrouwen en kinderen, naar buurland Angola uitgeweken. Fotograaf Giles Duley bezocht voor de VN-vluchtelingen-organisatie UNHCR het opvangkamp bij Lóvua in het noorden van Angola. 
Hij fotografeerde slachtoffers en tekende hun ervaringen op.

Ani Tscheba 19 jaar

‘We verlieten ons dorp in Congo op een maandag om 6 uur ’s morgens. Ik had geen kracht; ik was hoogzwanger. Het was een zware zwangerschap geweest en ik was zo bang voor een miskraam. Mijn echtgenoot trok me voort. Vrouwen hebben het als vluchteling moeilijker, omdat wij de verantwoordelijkheid hebben voor het voedsel en voor de kinderen. Maar hier in het kamp hebben de vrouwen mij weer hoop gegeven. We delen het voedsel met elkaar. Als ik iets niet heb, geven anderen het aan mij en omgekeerd. We helpen elkaar in onze nood. We staan samen sterker.’

Sylvie Kapenga 26 jaar

‘Het maakte niet uit of je een vrouw was of een man. Ze maakten ons allemaal af. Waar wij woonden, raakten we klem tussen twee vechtende partijen. Iedereen wilde ons dood hebben. Ik heb vier kinderen: twee meisjes en twee jongens. Hier in het kamp is het moeilijk. Er is weinig voedsel, geen kleding, we hebben alleen wat we zelf meenamen. Ik ben een vrouw, dus ik moet het werk doen. Maar eerlijk gezegd ben ik niet zo sterk. Ik heb alles verloren en ik weet niet hoe ik dit moet volhouden.’

Bernardete Tchanda 42 jaar

‘Ik vluchtte voor de oorlog. We zagen de soldaten aankomen. Ze vermoordden heel veel mensen. Ze richtten een geweer op mijn echtgenoot, maar het lukte ons te ontsnappen met onze twee kinderen. Ik was vreselijk bang. Het geluid van die wapens, het geluid van de dood. De soldaten verkrachtten en vermoordden vrouwen. Het overkwam vriendinnen van me. Hier in het kamp voel ik me beschermd. Vroeger sloeg mijn man mij nogal eens, maar hier niet. Er zijn hier regels en hij past wel op. Ik heb hier veel plezier. Ik put kracht uit dansen, vrouwen dansen veel om op krachten te komen. Vrouwen lijden het meest, maar hebben de meeste kracht.’

Lina Mananga 19 jaar

‘Elke dag gaan we na het opstaan water halen, kleren wassen; we zoeken iets te eten en we koken. Zo ziet onze dag eruit. Het is zwaar lichamelijk werk. Ik herinner me de dag dat we Kamako ontvluchtten heel goed. De kinderen droegen rode kleren toen de soldaten kwamen. Zodra ze in ons dorp waren begonnen ze te schieten, ze hakten hoofden af. Ik gruwde ervan. Als vrouw voelde ik heel veel gevaar. Ik was zwanger en ik wist dat, als ik die dag zou bevallen, ze mijn kind zouden doodmaken. Ik heb dat bij anderen gezien. Ik heb een kind en verloor een andere bij een miskraam door het geweld. Ik ben nog jong, dus ik moet sterk zijn. Sommige anderen zijn dat niet.’