Het oud-rayonhoofd dat na 8.070 dagen nog in de Elfstedentocht gelooft

Het Elfstedentochtloos tijdperk duurt nu 8.070 dagen, een luwterecord. Toch heeft Auke Hylkema, die 34 jaar rayonhoofd was, de hoop nog niet opgegeven.

Na een bestaan van ruim drie decennia als rayonhoofd te Balk kan Auke Hylkema (73) het natuurlijk niet laten. Hij mag dan ruim een jaar uit functie zijn, als het zoals nu weer enkele dagen wintert, stapt hij op de fiets en rijdt langs de Luts, de vaart tussen het Slotermeer en de Fluessen. Dan kijkt hij of er ergens toch nog een bootje illegaal ligt aangemeerd, of dat er in het bos van Gaasterland, bij het landgoed Kippenburg, waar deze dag nog laagjes sneeuw ragfijn de takken tekenen, wel voldoende is gesnoeid en er nog ergens beplanting drijft. Je weet maar nooit.

Auke Hylkema, oud-rayonhoofd van Balk, op een bruggetje over de Luts. Hylkema was rayonhoofd van 1984 tot en met 2017. Foto Klaas Jan van der Weij

Maar een it giet oan zou wel zeer uitzonderlijk zijn. Deelnemers aan de Tocht der Tochten komen hier, tussen de kale eiken, allang niet meer voorbij. Deze zaterdag, 9 februari, is de dag die klimaatdrammers zagen aankomen: nog nooit is er een langer Elfstedentochtloos tijdperk geweest. De Bonkevaart, de mythische aankomstplaats in Leeuwarden, is na de zeges van Henk Angenent en Klasina Seinstra op 4 januari 1997 nu welgeteld 8.071 dagen leeg gebleven. Tot afgelopen vrijdag schrijnden de 22 jaar en 35 dagen als het record van het grote niks tussen de noordelijke hel van sneeuw en ijs op 18 januari 1963 (winnaar Reinier Paping) en de rondgang met tot voorbij het vriespunt stijgende temperaturen op 21 februari 1985 (winnaar Evert van Benthem).

Henk Angenent wint op 4 januari 1997 de vijftiende Elfstedentocht. Foto Hans Heus 

Het zit er ook tijdens deze winterprik bij lange na niet in, ziet Hylkema meteen. De Luts rimpelt donker tussen de bomen. Er ligt alleen wat fondantijs achter de oeverbeschoeiing. Hij rijdt terug, nu naar het Slotermeer. Hij staat bij een steiger, rustig en rijzig van gestalte, en wijst. Daar, achter die bomengroep op de horizon, ligt Woudsend. Vanaf die plek steken de rijders over naar Sloten en dan, onder de wal langs, glijden ze het haventje van Balk binnen. Een magisch moment, vond hij altijd. Maar ook deze dag klotsen de golven grijs en onbekommerd.

Hylkema was het langstzittende rayonhoofd, samen met Marten Dijkstra, ook uit Balk, totdat het bestuur van de Vereniging de Friesche Elfsteden hem bedankte voor bewezen diensten. Hij mocht niet klagen, hij was 34 jaar rayonhoofd geweest en al 72, twee jaar ouder dan de reglementen toestaan. ‘Er was iets niet goed gedocumenteerd. Ik had gehoopt dat ze het niet hadden opgemerkt.’ Nu staat er een bronzen beeld van twee schaatsers op een plank in de woonkamer van zijn huis, pal aan de Luts. Wacht, hij laat hem even zien. Met kalme tred loopt hij ermee door de huiskamer, het is nogal een gewicht.

Drie Elfstedentochten maakte hij in functie mee. Die van 1986 was de mooiste. Lekker koud weer, hard ijs. Die van ’85 was in zijn ogen allesbehalve heroïsch. Vieze miezer, water op het ijs. ‘Dikke dooi.’ 1997 was loodzwaar door een snijdende oostenwind. ‘Ook goed.’

Wedstrijdrijders tijdens de Elfstedentocht in 1985 bij het drielandenpunt in Bartlehiem. Foto ANP

Zelf heeft Hylkema, de zoon van een slager uit het dorp, hij komt uit een gezin met negen kinderen, nooit meegedaan. Hij was geen hartstochtelijke schaatser, het ging hem niet zo goed af als andere jongens uit de buurt. Zijn drie oudere zussen hadden het hem geleerd, krabbelend achter een stoel op de Luts.

Iets regelen, dat lag hem meer. Hij was nog maar 18, toen hij al voorzitter werd van de lokale volleybalclub DBS, De Balkse Smashers. De elfstedenvereniging lijfde hem in 1984 in, nadat hij enkele jaren eerder een mini-Elfstedentocht had georganiseerd op het Slotermeer, hij was ook nog vrijwilliger bij jongerensociëteit ’t Haske. Het was de periode waarin nog niet zo werd gesnakt naar een vervolg op ’63. Het had best eerder gekund, zegt hij, in 1976 en 1978 bijvoorbeeld. ‘Maar de betrokken organisaties waren destijds nogal laks. In het bestuur van de ijswegencentrales zaten aannemers, de directeur van een grasdrogerij, een campingbaas. Het was tijdverdrijf in de winter. Ze deden eigenlijk weinig meer dan wachten op het ijs. Dat is nu wel anders.’

Zeker in Balk volstaat wachten niet. Het is de misschien wel kwetsbaarste plek op de Friese ommegang. De Luts loopt er tussen de hoge wallen van het bos door. Daar mondt altijd regenwater op uit. Dan blijft het stromen. Daarbij komt nog dat wind het water uit de meren de nauwe vaart in perst.

Maar de rayonhoofden van vandaag laten zich niet kisten. Ze zijn in de loop der jaren inventiever geworden in het regisseren van onwillige natuur. Die van Balk kunnen tegenwoordig schotten plaatsen bij de wateruitlaten in het bos. Ze beheersen de kunst van de ijstransplantatie. Blokken bevroren water met een dikte van meer dan twintig centimeter worden elders uitgezaagd en met behulp van duikers naast elkaar gelegd in hardnekkige wakken. Eén nacht vorst volstaat dan voor een veilige vloer. In 1996 kregen ze het bij de brug voor het raadhuis op die manier voor elkaar, maar de bestuurders in Leeuwarden durfden het toch niet aan.

In 2012 waren ze er zo mogelijk nog dichterbij geweest en had het luwterecord tussen 1963 en 1985 standgehouden. Het wachten was op groen licht vanuit Balk. Hylkema heeft de chronologie van de gebeurtenissen nauwgezet genoteerd.

Eind januari loopt de koorts op met de daling van de temperatuur. Wakken worden alvast afgezet, eenden verjaagd, ijsdiktes gemeten, schaatsers krijgen de oproep voorlopig weg te blijven om de aangroei niet te verstoren. Maar dan gooit een pak sneeuw roet in het eten.

Op 4 februari zakt Hylkema op het Slotermeer rechtstandig door het ijs en gaat kopje onder bij zijn poging uit het verse wak te klimmen. Zijn metgezellen trekken hem met een prikstok weer op het droge. Het is vooral het signaal voor nog meer activiteit. Die vermaledijde sneeuw moet weg.

Dat die maandag een veegmachine tussen de schotsen verdwijnt, is niet meer dan een tegenslag. It moat en sel heve, wat Balk betreft. Op een oproep verschijnen honderd vrijwilligers om de route dan maar handmatig schoon te bezemen. De volgende dag gaan ze verder. Woensdag is het oostenwind en staat het ijs op de Luts onder druk. Als ze een meetgat boren, spuit het water als een fontein omhoog. ’s Avonds valt in Leeuwarden het besluit: een tocht is onverantwoord.

Auke Hylkema controleert de ijsdikte in Balk in 2012. Foto AP

Zuur was het zeker. Het rayonhoofd in ruste wijst op een tabel. Waar metingen van de dikte op die donderdag erna op veel plekken de vereiste dubbele cijfers niet haalden, bleek de ijsvloer aan het begin van de volgende week overal toch tot minstens 12 centimeter te zijn aangegroeid. In de tussenliggende dagen passeerden alsnog duizenden schaatsers de Luts op eigen houtje.

Hylkema wil maar zeggen dat het een taak is die je niet te licht kunt opvatten – hij heeft er wakker van gelegen. Hij heeft meegemaakt dat de burgemeester had bevolen de bruggen dicht te houden om hulpdiensten vrij baan te geven. Hij zag dat het in Balk opstroopte. ‘Vijf- tot zeshonderd schaatsers met hun rugzakjes die er dan maar onderdoor gingen kruipen.’ Toen heeft hij op eigen gezag de brug laten openen. De burgemeester informeren kwam later wel.

‘Je moet ook niet bang zijn.’ Hij is ooit met anderen op een tractor het Slotermeer op gegaan om de baan te vegen, onder een strakblauwe lucht. Ze waren behoorlijk ver van de kant, toen het ineens potdicht trok. In de mist was zijn oriëntatie meteen weg. Verraderlijke windwakken en kistwerken hielden zich onzichtbaar. Ze luisterden soms: als je ganzen hoort, weet je dat open water nabij is. Meer op de gok dan op berekening bereikten ze bijna stapvoets het stadje. Opgelucht wilden ze het lijfsbehoud vieren bij de Chinees. Nog geen twee meter vanaf de trekker begaf het ijs het en stonden ze tot ver voorbij hun middel in het water. Een echt avontuur, noemt hij het.

Het water heeft hem altijd aan de provincie gebonden. Drie jaar is hij er weg geweest, hij heeft wel degelijk geprobeerd wat verder te kijken. Hij was exportplanner bij Douwe Egberts in Joure, toen hij het aanbod kreeg ambtenaar algemene zaken te worden in Oosterbeek. Betere verdiensten en de liefde speelden een rol: zijn toekomstige vrouw was de dochter van de burgemeester in Angerlo – ook Gelderland. Maar van zeilen op de boot die hij in Balk had achtergelaten, kwam te weinig. Hij ging terug naar huis, zo voelde het. Hij werd in eigen dorp ambtenaar sport & recreatie, en later communicatie.

Is het nu 8.070 dagen vooral duimendraaien geweest, de winterse perioden daargelaten? Hylkema zal niet beweren dat hij zijn handen vol had aan het rayonhoofdschap. Maar dat raakte wel vervlecht met zijn ambtenarenbestaan. ‘Bewoners spraken me vaak aan als rayonhoofd. Auke, d’r ligt een boom in de vaart. Dan was het voor mij makkelijk even de lui bij Gemeentewerken aan te spreken.’

Januari, 2013: Rayonhoofd Auke Hylkema bekijkt de laatste waterkering in het bos naast De Luts. In dertig jaar zag hij daar niet zo’n mooie ijsvloer. Foto ANP

Hij begon met zijn inspectietochtjes langs de Luts op 1 november. Vanaf die datum zijn bootjes op zijn wateren taboe. Enkele keren per jaar ontving hij wijzigingsbladen voor het draaiboek van de tocht. Sinds er tijdens de Nijmeegse Vierdaagse in 2006 doden vielen wegens de hitte, moeten organisaties nauwgezet scenario’s en protocollen bijhouden. De Elfstedenvereniging zelf geeft geen inzicht in activiteiten gedurende het gehele jaar – alleen Nieuwsuur mocht langskomen voor een vrijdagavond uitgezonden reportage.

Er zit een bont palet in de klapper. Zie het dopingreglement. Naast gesteriliseerde 100- cc-flesjes dienen een trechtertje, vijf urinalen, een ondersteek, een kaars, zegellak en een zegelring voorhanden te zijn, alsmede een kistje voor het transport. Het artsenteam moet bestaan uit een man en een vrouw of anders twee mannen en een vrouwelijke verpleegkundige.

Laat zeker geen misverstand bestaan over bestuurlijke verantwoordelijkheden. De vereniging past op de veiligheid van het ijs en de deelnemers. Provincie en gemeenten zien toe op de openbare orde en veiligheid buiten de dranghekken. Een jaarlijkse check van de ‘Leidraad bestuurlijk en veiligheidskader Elfstedentocht’ is voorgeschreven. Soms zit er beweging in en komt de mededeling dat het huisvestingsbureau voortaan in het Wetterskip Fryslán zit. Op medisch terrein: ‘Indien nodig de GGD folder aanpassen aan de tijd en eventueel laten herdrukken’.

Bekijk hier de fotoserie van Harry Cock over de elfsteden zonder ijs.

expanded Klik hier om te bekijken

De meeste tijd was Hylkema kwijt aan het jaarlijkse overleg met ehbo’ers en de brandweer. Er moeten vijf posten worden ingericht, in een huiskamer, op een erf – als er maar warm water beschikbaar is. Zijn de betrokkenen nog wel bereid hun locatie beschikbaar te stellen? Kun je rekenen op het gezin dat graag de deuren openzet, maar om religieuze redenen op zondag liever de rust bewaart? Hoe zit het met de eigenaar van het pand bij de Fluessen? Die is niet van hier, het is een tweede woning, hij is er lang niet altijd. Maar het is het enige huis in een omtrek van zo’n vijf kilometer. Met de brandweer inventariseerde hij telkens de plaatsing van schijnwerpers op kritieke punten. De bijeenkomsten kostten hem enkele tientallen uren per jaar, schat hij. De nazit rekent hij niet mee.

Nu wandelt en fietst hij veel, alleen of samen met zijn vrouw Catharina, Ineke voor de Balkers. Hij gaat geregeld langs bij zijn moeder, 102 is ze. Ze woont vlakbij. Hij durft geen voorspelling aan over een zestiende Elfstedentocht. Gevoelsmatig zegt hij: ja. Elke dag komt de volgende dichterbij. De onderbouwing laat hij maar over aan de wetenschap. Die zit in elk geval binnenkort in de buurt: Gerrit Hiemstra, weerman, Fries en schaatser, gaat aan de overkant wonen.

Maar die is er niet optimistischer op geworden. Vorig maand somde hij in het AD de statistiek op. De kans op de tocht in de jaren ’60 en ’70 was nog 24 procent, eens in de vier jaar. Nu is het 6 tot 7 procent. In 2050 resteert minder dan een schamele 2 procent. Dat is eens per eeuw. Als het weer de warme kant op gaat, nemen volgens Hiemstra de koude extremen als eerste af. Zijn prognose: zijn kinderen – ze zijn intussen wel het huis uit – gaan het niet meer meemaken.

Auke Hylkema, oud-rayonhoofd van Balk, op een bruggetje over de Luts. Hylkema was rayonhoofd van 1984 tot en met 2017. Foto Klaas Jan van der Weij

Hylkema hoopt er bij te zijn als het toch weer zover komt. Dan als vrijwilliger en het liefst op de Luts in het bos. ‘Daar de baan vegen in alle vroegte, als het langzaam licht wordt en je de vogeltjes hoort, dat is het allermooist. Dan ben je één met de natuur.’

De betrokkenheid is niet geweken. Als hij terugkeert van de haven, ziet Hylkema dat twee pontons zojuist het prille ijs in de haven hebben stukgevaren om werkzaamheden aan de oever te verrichten. Hij moppert. Was die klus nou echt niet in november te klaren geweest?