Het jaar door de ogen van huisfotograaf Marcel van den Bergh

Jaarkalender 2020

Marcel van den Bergh fotografeert al 28 jaar voor de Volkskrant. Met zijn bijzondere blik weet hij grote en kleine gebeurtenissen uit het nieuws te belichten. Om te weten wat hem beroert als fotograaf, vertelt hij over de totstandkoming van tien van zijn foto’s uit de Weekkalender van 2020.

CoverEenvoud

Ik sta te tanken bij mij om de hoek. Aan de overkant van de straat maakt een man zijn auto schoon. Ik maak een foto. Die staat vervolgens over twee pagina’s als spread in De Volkskrant. Soms is het leven van een fotograaf heel eenvoudig.

Week 4Geduld

Het sneeuwt. En meestal ben ik dan al onderweg voordat de krant belt. Ik ben een wintermens. Ik hou de sneeuwradar in de gaten en aan de hand daarvan rij ik in de richting van waar de meeste sneeuw is voorspeld.

Winter en met name sneeuw geeft plezier en overlast. Ik zoek altijd naar beiden. Het plezier, dat is meestal niet zo moeilijk. Kinderen op sleetjes, pubers die sneeuwballen gooien, wandelaars in de bossen, ik maak het eigenlijk terloops.
De overlast is moeilijker. Die foto’s hebben vaak te maken met hoe wij van a naar b moeten zien te komen: het verkeer. Het is een kwestie van zelf onderweg zijn en hopen dat je het tegenkomt. Radio 1 en de sneeuwradar sturen me.
Vandaag zit het niet mee. Als ik op het einde van de dag langzaam richting huis ga, zie ik een auto in de berm. Vader en zoon staan ernaast en wachten op de sleepdienst. Ze vinden het goed dat ik fotografeer. Ik rijd verder, en nog geen 3 kilometer verderop ligt een auto op zijn kop in de sloot. De lichten branden nog. Ik schrik en spoed mij er heen. Gelukkig zit er niemand meer in de auto. Een buurtbewoner zegt dat de bestuurder er zelf is uit gekropen. Het is een bijzonder gezicht, de auto met de lampen nog aan. Weer maak ik wat beelden.

Het is zelf ook oppassen op de weg. Het gaat stapvoets. Plots zie ik voor mij een auto schuin de weg over glijden, net voor een tegenligger langs de sloot in. Het lijkt in slow motion te gaan, want zo langzaam reden wij en gleden zij ook. Ik spring uit de auto, evenals de mensen uit de tegemoetkomende auto. Zij zijn sneller beneden. Er blijkt een ouder echtpaar in de auto in te zitten. Ze zijn ongedeerd.

Ik raap alle moed bij elkaar en vraag of ik een foto mag maken. Het is goed en ik maak beelden van het moment dat ze uit de auto worden geholpen. Soms gaan dingen zo snel dat je niet de kans om het te vragen of uit te leggen wie je bent. Als ik het dan toch maak, komt het voor dat ik thuis ga twijfelen of ik het beeld wel naar de krant zal sturen. Daarin maak ik een persoonlijke afweging. Het kan een gok zijn.

Week 12Experiment

Elk jaar weer die koeiendans. En net als bij varkens in een modderpoel: de krant en de lezer schijnen ervan te smullen. Ik hou van de boer, de weilanden en de buitenlucht. Maar van een koeiendans raak ik niet echt opgewonden meer. Het onderwerp is inhoudelijk altijd hetzelfde. De lente is in aantocht en de koeien gaan weer blij voor het eerst de wei in.

Het interessants en spannends vind ik het om close bij de koeien te zijn en het van onderuit te maken met een groothoeklens. Dit ziet er gevaarlijk uit want de bokkende speelse koe komt dan erg dichtbij met zijn poten. Ik wil natuurlijk geen risico lopen. De boer zet voor mij een shovel in de ingang van de wei met de bak heel laag bij het gras. Onder die bak ga ik plat op mijn buik liggen, met mijn camera steunend op de grond. Mijn hoofd is veilig en ik hoef alleen nog maar op de ontspanknop te drukken als de boer de staldeuren opent en de koeien hun achterpoten richting lens gooien.

Verreweg mijn mooiste foto van de koeiendans maakte ik eens toen de koeien allemaal al in de wei waren gesprongen. Het tafereel leek voorbij, toen ook de boer plotseling heel blij een radslag maakte in de wei. Hieraan was niets afgesproken of geënsceneerd. Op mijn beurt was ik dus de derde partij die heel blij werd; en de krant en de lezer de vierde.

Voor de kalenderfoto besluit ik een langere sluitertijd te nemen. Ik ga voor een dynamischer en abstracter beeld. Het bewegende schouwspel in combinatie met lange sluitertijd zorgt voor veel onscherpte in de foto. Dit is wel meer een gok omdat je nooit weet of er uiteindelijk wel iets met scherpte tussen zit. Je kunt het ook maar één keer doen want de ‘voorstelling’ is altijd snel voorbij. Ik zit wat verder van de ingang van de wei op mijn hurken met een lichte telelens. Enkele minuten lang trek ik met de bewegingen van de verschillende koeien mee. Met het resultaat ben ik uiteindelijk tevreden.

Week 13Truc

Er moet een foto worden gemaakt van een moderne Jumbo in Leidsche Rijn. De krant heeft alvast toestemming geregeld. Je kunt als fotojournalist niet zomaar een winkel binnenlopen en foto’s maken. Het gevolg is wel dat je meestal aan de hand loopt van de woordvoerder of de bedrijfsleider.

Het is moeilijk werken als iemand voortdurend over je schouder meekijkt. Die controle werkt beklemmend. Met een truc slaag ik er in dit geval in om de bedrijfsleider af te schudden. Ik beloof hem dat ik mensen die ik fotografeer altijd zal vragen of ze dat wel goed vinden.

Het wordt steeds moeilijker mensen in hun dagelijks leven te fotograferen. Toen ik zo’n 30 jaar geleden begon in de fotojournalistiek waren mensen meestal nog vereerd. Nu moet je op sommige plekken blij zijn dat je niet de woorden ‘rot op’ naar je hoofd geslingerd krijgt.

Maar in zo’n winkel, met een knipoog, een vriendelijk praatje, en een uitleg, dan komt er meestal wel wat uit. In deze supermarkt had ik misschien kunnen volstaan met een foto van een appelboom op de versafdeling. Maar mensen boeien mij nu eenmaal meer.

Ik hang wat rond bij de appelboom en hoop op een tafereel waarbij ik een combinatie kan maken. Even verderop zie ik een jonge vrouw in een winkelkarretje zitten dat wordt voortgeduwd door haar vriend. Het ziet er prachtig uit. Ik zeg dat ze gewoon hun gang moeten gaan en dat ze zich van mij niets moeten aantrekken. Op het moment dat ze een andere oudere vrouw tegenkomen die ook wordt voortgeduwd, maak ik mijn beste foto.

Week 20Verwondering

Tijdens de Europese top over vliegbelastingen in Madurodam moet ik een portret maken van staatssecretaris Menno Snel. De krant heeft bedacht dat dit mooi in het miniatuurpark tussen de vliegtuigen op Schiphol kan. Ik gehoorzaam doorgaans gedwee. Ik loop liever niet het risico dat ik met een alternatief idee de plank mis sla. En allebei doen, zit er bij dit soort portretten niet in omdat een staatssecretaris erg weinig tijd voor een fotograaf heeft.

Ik zorg dat ik er minimaal een uur voor de afspraak ben. Ik kan met de staatssecretaris geen poses uitproberen, dus wil me goed voorbereiden. In mijn hoofd verzin ik de plek voor de persoon in het beeld.

Tijdens het testen gaat er plots een grote meeuw op een KLM-vliegtuig zitten. Ik fotografeer gewoon door, en op het moment dat hij zijn vleugels spreidt om weer weg te vliegen, voel ik al dat ik een mooi surrealistisch beeld maakt.

Het portret dat ik van Menno Snel maak, is eerlijk gezegd niet bijzonder. Maar die meeuw op dat vliegtuig schreeuwt om aandacht. Nadat ik de foto thuis op mijn scherm heb geopend, krijg ik het idee dat ik er misschien wel een serie van vervreemdende Madurodam-beelden moet maken.

Op een zondag in de vakantie ga ik terug. Het is een slopende lange training in kijken en reageren. Maar het is fijn werken tussen de vele vakantiegangers. Ik val niet op omdat ik net als iedereen met een grote camera loop en kerktorens en molentjes fotografeer. Een kartonnen frietbakje, als afval voor een huisje in een pittoreske straat; het lijkt net een auto. Dit is precies wat ik zoek.

Ik stuur de foto’s een dag later naar Amsterdam. Ze krijgen een volle spread in de krant. Ik geniet het meest als ik mijn verwondering met zoveel mogelijk mensen kan delen.

Week 21Licht

Door de aanhoudende droogte zijn er veel Paasvuren in de Achterhoek afgelast. Sommige mogen doorgaan, maar dan wel met veel minder hout dan andere jaren. Ik kies op goed geluk voor het Paasvuur van Meddo.
Ter plekke blijkt de traditie uitgegroeid tot een behoorlijk volksfeest. Bezoekers betalen entree. Er is een feesttent en een draaimolen. De hoogte van de stapel snoeihout is verbazingwekkend. Hier is niet echt geminderd. Dranghekken moeten de bezoekers op afstand houden. Door de speakers klinkt keiharde muziek. Het aansteken van de stapel is een heel ceremonieel. Een tractor met een aanhanger vol met bouwers, allemaal met een brandende fakkel in hun hand, komt aangereden. Na het aansteken gaat het vuur snel de hoogte in.

Ik krijg het warm maar blijf bij de bouwers die nog een toost uitbrengen. Het is hen duidelijk aan te zien dat ze het allemaal spannend vinden. Ze rennen in de rondte om apparatuur in veiligheid te brengen. Verderop is het publiek al ver teruggetrokken. De dranghekken staan er verstild bij. De vonken vliegen door de lucht en ik zie mensen vroegtijdig vertrekken. Met brandslangen worden tent en draaimolen nat gehouden om erger te voorkomen. Het levert mooie beelden op.

In de tijd van de analoge fotografie zou ik nog met een flitser hebben moeten werken. Nu kan alles gewoon op een hogere iso-waarde. Ik hou van het bestaande licht. Een flitser is van invloed op de werkelijkheid. Ik heb er nu geen meer.
De gedachte aan het vuur laat me de volgende ochtend niet los. Zou het nog branden? Bij het ochtendgloren ga ik terug. En maak prompt mijn beste foto. De bouwers zitten er nog. Oververmoeid aan een lange tafel naast de smeulende stapel drinken ze hun laatste biertje. Ik laat me trakteren en drink een biertje mee.

Week 36Verleiding

Soms zijn er weinig opdrachten en dan word ik onrustig. Dan ben ik jaloers op mensen die de hele week van 9 tot 5 werken en er zorgeloos van kunnen bestaan. Maar dat gebeurt maar heel af en toe. Geen opdrachten geeft mij ook mogelijkheden om zelf wat te verzinnen. Ik speur dan regionale websites af naar eventuele aanknopingspunten voor een mooi onderwerp. En als de nood te hoog is, ga ik gewoon autorijden.

Ook nu heb ik niets te doen. Het is de tijd dat universiteiten hun academisch jaar openen. Studenten zijn druk in de weer in de binnensteden en hoogleraren trekken hun toga’s weer aan. Ik besluit naar de opening in Nijmegen te gaan. De ceremonie vind ik meestal saai. Mensen in een donkere zaal luisteren naar een spreker op een podium.

Het moment voor mij is als de hoogleraren na hun vakantie weer samenkomen op de plaats waar ze hun toga’s aantrekken. Het beweegt dan allemaal informeel door elkaar heen en ik kan vrij onopgemerkt werken. Er is bij mij geen druk want ik maak dit voor mezelf. Als ik niets zie, is het ook prima. Het is gewoon heerlijk om naar mensen te kijken en ik heb dan als excuus dat ik dat mag doen op bijzondere plekken omdat ik toevallig fotojournalist ben.

Met mijn fotografie wil ik een verhaal vertellen. Ik observeer de mensen in de ruimte en probeer relevante ingrediënten te combineren in een beeld. Zo kunnen er verhaaltjes ontstaan waarbij ik de kijker door middel van vorm verleid te gaan kijken. Dat is voor mij de enige functie van de vorm en/of esthetiek. De hoogleraar die naar een geanimeerd gesprek tussen twee collega’s lijkt te luisteren, trekt in het rustige beeld waarop toch veel staat, de aandacht. De dag is voor mij geslaagd. Ook al is de foto nooit gepubliceerd en heb ik niets verdiend.

Week 38Verrassend

Den Haag is voor mijn gevoel de moeilijkst bereikbare stad van Nederland. De logistiek waar ik als fotojournalist van een landelijke krant mee te maken heb, is voor mij vaak een grote hobbel. En dan ook nog op Prinsjesdag; een strak geregisseerd gebeuren waar je een uur voor het begin al niet meer op straat mag lopen. Het zijn niet mijn favoriete opdrachten.

Ik ben er zo’n 3 uur voor aanvang om gebruik te kunnen maken van de bewegingsvrijheid die ik dan nog heb. Ik heb straks maar 2 kansen; de heen- en de terugweg. Ga ik voor veilig? Of voor de gok? Het is ook elk jaar hetzelfde. En mijn doel is toch weer met iets anders, iets verrassends, thuis te komen. Mijn stijl is in de 30 jaar dat ik voor de krant werk nooit veranderd. Ik beweeg niet mee met ‘vorm-trends’, maar blijf reageren vanuit mezelf. En dat is mij vooral bezighouden met mijn visie op de werkelijkheid. Dat ‘verrassende’ zal moeten komen uit een moment dat vooraf niet is bedacht.
Ik besluit op een verhoogde stenen trap te gaan staan, niet ver van paleis Noordeinde. Zo kan ik over de mensen heen kijken naar de koets. Ik sta al een uur klaar als de koers voorbijkomt. Uiteindelijk is het voor niets. De zon op de gebouwen weerkaatst in het glas van de koets en ik zie niet eens wie er van het koninklijk echtpaar aan mijn kant zit. Het was te voorzien geweest, maar ik had het niet bedacht.

Ik heb nog één kans. Ik wurm me door de mensenmassa richting het Binnenhof. Ik bereik de Hofvijver en daar staat een groep klimaatactivisten langs de Korte Vijverberg. Ik maak wat foto’s en noem het bijvangst. De tijd dringt en verder kom ik niet.

Ik ben gewend dicht op mijn onderwerp te zitten, maar de verrassing zit hem vandaag juist in de afstand. Doordat ik even naar rechts, de andere kant op, kijk. Tussen het Mauritshuis en het Torentje zie ik de glimp van een eerste koets. Ik heb niet eens meer de tijd een telelens op te schroeven en maak de glazen koets vervolgens precies in de opening met mijn groothoeklens. Ik moet thuis bij het afwerken de foto behoorlijk kroppen. Voor een keer ben ik tevreden met een foto die ik eigenlijk vooraf had kunnen bedenken.

Week 39Vertrouwen

Laat mij maar afwezig zijn en wachten op het moment. Ik stel me altijd bewust weinig spraakzaam op zodat de aandacht voor mij verdwijnt. Dan voel ik me als een vis in het water.

Bij deze opdracht is dat heel belangrijk. Er moet een foto worden gemaakt bij een verhaal over steden die meedoen aan het experiment met gereguleerde wiethandel. Niet makkelijk. Mijn verwachtingen zijn laag. Bezoekers van coffeeshops zijn doorgaans nogal schuw. Het gaat om vertrouwen winnen.

De journalist gaat met iedereen in gesprek; ik wacht af. Ik wacht tot het ijs breekt, op het juiste moment om te vragen of ik ook wat foto’s mag maken. Ik heb mijn zinnen bij binnenkomst gezet op een groepje van vier jongens onder een prachtig oud cartoonesk schilderij. Een schitterende compositie, iets anders dan dat we al kennen uit de coffeeshop.

Als ik al een tijdje heb rondgelopen in de coffeeshop en iedereen gewend lijkt aan mijn aanwezigheid, knikken de jongens dat ze wel mee willen werken. Voor de vorm fotografeer ik ze alle vier, met in mijn achterhoofd de gedachte dat ik de jongen die rechts om het hoekje zit zal weg laten. Het gevoel is goed. Als ik klaar ben noteer ik hun mailadressen. Want vertrouwen moet wederzijds zijn. Ik vind het niet meer dan normaal dat ze van mij de foto krijgen.

Thuis begin ik aan de selectie en bewerking van mijn beeld. Dat kan behoorlijk arbeidsintensief zijn, zeker het kiezen van de juiste beelden. Op mijn camera scheid ik het kaf van het koren, maar op mijn computer begint het pas echt. Wat wil ik laten zien? Wat wil ik vertellen of kies ik voor een bepaald moment? Als dat laatste het belangrijkste is, raakt voor mij de esthetiek ondergeschikt.

In dit geval was de keuze niet moeilijk. Het wordt de foto van de drie jongens onder het schilderij waarop drie mannetjes zijn afgebeeld. Ik selecteer nog wat door op detail, houding, positie van de joints en gezichtsuitdrukking. Het uiteindelijke beeld corrigeer ik op kleur en contrast. Hier en daar druk ik nog wat door of houd ik wat tegen. Dat is eigenlijk niet meer dan dat wat ik vroeger in de doka ook deed.

Ik weet welk beeld het beste is. Toch voeg ik nog enkele foto’s bij voor het geval dat de krant meer wil gebruiken. De foto krijgt een mooie plek, zie ik later. Pas dan ben ik eigenlijk vaak pas echt tevreden.

Week 41Inspiratie

De bestemming vandaag is Loosduinen in Den Haag, een wijk waar wethouder Richard de Mos populair is. Onderweg luister ik eigenlijk altijd naar Radio 1. Als muziekliefhebber klinkt dat raar, maar muziek is voor thuis, als alles weer rustig is. Deze ochtend komt er een item voorbij over de week van de eenzaamheid. Ik sla er niet speciaal acht op. Eenmaal in Den Haag kom ik op een gezellige volkse weekmarkt. Het is mooi weer dus zijn er genoeg mensen.

Bij dit soort opdrachten is het vaak een kwestie van tijd. Het is wat rondhangen en kletsen en wat ‘kiekjes maken’, zoals mijn vriendin dat zegt. Zo gaat het hier ook. Na 2 uur besluit ik weer te vertrekken.
Ik loop een stukje door de wijk richting de plek waar mijn auto staat. Ik weet niet waarom. Maar ik blijf hangen als ik aan de overkant van de weg een man voor het raam zie staan met zijn hoofd achter een glas in lood afbeelding. Hij beweegt zijn hoofd van links naar rechts, en andersom, als er iets voorbijkomt. Ik kan er eindeloos naar blijven kijken. Het is triest en komisch tegelijk.

Ik maak er een foto van en ook als stilstaand beeld werkt het. Als ik verder loop naar mijn auto vraag ik me af of het door het item op de radio komt dat dit beeld mijn aandacht trok. Dat ik geïnspireerd raakte. Ik denk dat het toeval is. De foto past niet bij het verhaal in de krant waarvoor ik kwam. Maar als afbeelding in de Week van de Eenzaamheid is hij prima geschikt.