Fotoshoppen in het pre-Photoshop-tijdperk

Fotoverzamelaar Erik Kessels diepte uit een Hongaars archief een collectie op waarbij vreemdelingen zich jaren later nog afvragen wie er achter die zwarte lagen verscholen gaan.

Lang voor de digitale revolutie met haar fotoshopprogramma’s het censureren van het verleden een kwestie van muisklikken maakte, bestond er bij mensen al grote behoefte medemensen van foto’s te verwijderen. Sommige mensen maken het immers zo bont dat we ze zelfs op foto’s niet meer willen terugzien.

Flink wat van ’s werelds fotoalbums uit analoge tijden bevatten lege plekken of afdrukken met rare vormen omdat er een oom, een tante of een bij nader inzien vreselijke collega moest worden weggeknipt. Gebrouilleerde broers en zussen verknipten familiefoto’s tot vreemde driehoeken. Echtscheidingen leidden tot foto’s waarvan de helft of nog minder overbleef.

Welbeschouwd moest je in analoge tijden over de techniek en het censuurbudget van de Sovjet-Unie beschikken om een foto professioneel ‘leeg’ te maken. In de jaren dertig van de 20ste eeuw had menig Sojvet-censor aan het opschonen van beeldmateriaal een dagtaak. Telkens als Stalin een bolsjewistische kameraad voor het vuurpeloton zette, moest die kameraad óók van alle officiële foto’s af. Was Stalin op foto’s uit 1928 nog door gezelschappen omringd, op bewerkte versies van dezelfde foto’s uit 1938 was het in zijn omgeving behoorlijk leeg geworden.

Ongewenste aanwezigen op foto’s zijn zo oud als de fotografie zelf, in de eeuwen voor de uitvinding van de camera werden er veelvuldig schilderijen overgeschilderd vanwege vetes, breuken en brouilleringen. Maar wat als je verf, inkt of viltstift gebruikt om een foto van ongewenst verleden te ontdoen? Dat degene die moet verdwijnen dan paradoxaal genoeg extra zichtbaar wordt, zien we op deze collectie beelden die kunstenaar en fotografieverzamelaar Erik Kessels opdiepte uit een Hongaars archief vol materiaal uit het interbellum.

Wie de foto’s van een afstand bekijkt, kan denken dat die mannen van weleer op stap waren met vogelverschrikkers, of met echtgenotes in boerka’s nog vrouwonvriendelijker dan de Saoedische, zelfs zonder streepje licht voor de ogen. Opvallen doen hun verschijningen hoe dan ook.

De mensen op deze foto’s zijn allemaal dood. Hun geheimen hebben ze meegenomen in hun graf. Zeker is dat de degenen die inkt over zich heen kregen vrouwen waren: daarvan getuigen incidenteel onbedekt gebleven ledematen, kleding en schoeisel. Aannemelijk is dat de censors óók vrouwen waren, en dat er passie in het spel was. Bekrasten zij de vrouw die hen als echtgenote voorging, de vrouw als hen als echtgenote opvolgde of de vrouw die al die jaren de maîtresse bleek te zijn geweest van de man die alleen van hén had horen te zijn. Of waren de censors juist maîtresses die eindeloos waren voorgelogen, een fotoalbum bemachtigden en achter de gruwelijke waarheid kwamen? Zeker is dat juist hun werk ervoor zorgt dat vreemdelingen bijna honderd jaar later nieuwsgierig zijn wie er achter die zwarte lagen verscholen zitten. Censors vereeuwigen gecensureerden, in de oude Sovjet-wereld wisten ze dat al.

Photographs from the Horus archive, Sandor Kardos.
Black and white sepia photographs, 15,5 X 20 CM, 148 pages, softcover

ISBN 978-90-70478-50-6

www.kesselskramerpublishing.com