Dobberen in de
woestijn van Oman

Oman is anders dan de rest van de Golfstaten. Je kunt er wandelen door een Grand Canyon, zwemmen in koele wadi’s en wildkamperen in de woestijn. Zelf zeggen de Omani: ‘Onze natuur is net zo gevarieerd als onze bevolking.’

Soms is het fijn te vroeg wakker te worden. Richt je half op, in je daktent op de auto ergens in de woestijn van Oman, en kijk een betoverende wereld in. Sterren fonkelen boven zachtroze duinen tot aan de horizon. Duizend kamelenbulten in het maanlicht. Een vreemde wereld, zonder geluid, zonder beweging. Je hoort alleen je eigen ademhaling. Dat soort dingen maak je mee, als je gaat wildkamperen in Oman. Sla gewoon rechtsaf op een moderne snelweg en rij de Wahiba Sands woestijn in – wel eerst je banden bijna laten leeglopen voor meer grip op het mulle zand – en parkeer je terreinwagen bovenop een duin. Aanleggen is een beter woord, want op zachte banden door het zand voelt meer als varen. Je kunt ook honderden kilometers doorvaren en kamperen en zwemmen op het strand. In Oman, kortom, is veel vrijheid.

Het sultanaat aan de Arabische Zee ligt niet voor de hand als vakantiebestemming, ingeklemd tussen Jemen (burgeroorlog) en Saoedi Arabië (streng islamitisch). Slechts 3 miljoen toeristen per jaar durven het aan, maar die hebben allemaal gelijk. Oman is nu eenmaal anders dan de rest van de Golfstaten. Je kunt er wandelen in de bergen (3.000 meter), zwemmen in koele wadi’s en slapen in de woestijn. Oman is veilig en combineert een uitstekende infrastructuur met een relaxte bevolking.

‘We zijn gewoon anders’, zegt de verhuurder van onze Land Cruiser. ‘Onze natuur is net zo gevarieerd als onze bevolking. We stammen af van Arabieren, Tanzanianen, Perzen en Beloetsjen. Daarom zijn we toleranter, denk ik, en onderhouden we goede relaties met alle buurlanden.’ Later legt gids Saleh el Maawali uit: ‘We zijn nederiger. Omani werken gewoon op een tankstation of in de bediening. Dat zie je nergens anders in de Golf waar bewoners zich te goed voelen voor eenvoudig werk. Neem mijn vader, die was majoor in het leger en rijdt nu toeristen rond om zijn pensioen aan te vullen. Heeft hij geen problemen mee.’

Bij een Carrefour Hypermarket laden we eten en water in. Niet te veel flessenwater, want in Oman kun je drinken uit de kraan. Gids Saleh gaat mee om de ruigere wegen door het Hadjargebergte aan te wijzen. Hij spreekt Arabisch, Engels en Swahili. Geleerd van zijn oma, want de hoofdstad van Oman stond ooit in Zanzibar. De meeste toeristen rijden zelf over asfalt de bergen in, gewoon met Google Maps, maar Saleh kiest voor een onverharde route door een woeste kloof.

De smalle weggetjes door de Wadi Bani Awf zijn niet voor bangeriken.

De tocht door de Wadi Bani Awf is populair, maar je moet wel een beetje durven. De weg is smal, rotsig en hier en daar zeer steil langs diepe ravijnen. Tegenligger? – achteruit in de laagste versnelling. Sommige hellingen lijken recent gestold lava met vloeiende S-vormen, andere zijn net omgevallen platen van leisteen of verticale wanden van spekkoek. En dat alles op een reusachtige schaal. Wie de blauwe lucht wil zien, moet het hoofd ver in de nek leggen.

Wat ook opvalt: geen groen te bekennen. Of het moet een eenzame acacia zijn bedekt met grijs stof, of een grassprietje dat net verdwijnt in de bek van een dichtbehaarde geit die meer op een teddybeer lijkt. Toch rijden de inwoners van de hoofdstad Muscat graag in het weekend naar de Groene Berg (Jabal Akhdar). Daar heerst – beloven de brochures – een bijna mediterraan klimaat: 25 graden met een briesje! Het zijn haast polaire toestanden in een land waar het zomers heter dan 50 graden kan worden.

‘Het is hier nooit heter dan 49 graden, hoor’, sust gids Saleh. ‘Ook als de meter op mijn dashboard 55 aangeeft.’ Omdat Omani niet hoeven te werken vanaf 50 graden Celsius, stelt Saleh, meldt het staatsnieuws steevast dat het vandaag weer 49 graden is. In de winter, toeristische hoogseizoen, is 25 graden normaal in Muscat, in de bergen vriest het dan bijna ’s nachts.

  • Dorpje in het Hadjargebergte.

  • Het is drie kwartier lopen naar deze wadi, maar dan heb je de plek ook voor jezelf.

We wandelen door de Grand Canyon van het Midden-Oosten (Wadi Ghul). Aan onze voeten, een ravijn van 1.000 meter diepte, aan de overkant de hoogste berg van Oman (3.028 m). Na twee uur bereiken we een verlaten dorpje dat als een zwaluwnest tegen de klif lijkt geplakt. Een uitgeput stel uit Duitsland verzamelt moed voor de terugweg omhoog. ‘Water? Nee helaas, geen water gezien’, puffen ze. Onze gids loopt triomfantelijk door langs vergeten granaatappelbomen, klautert omhoog en wijst naar een diepgroene poel aan de voet van een amfitheater van steen. Drijvend op mijn rug roep ik ‘Echo!’

Na zo’n dag checken de meeste toeristen in bij een resort. Maar dat hoeft niet. Kijk hoe de kleur van de kliffen verandert bij zonsondergang, eet wat bij een kampvuur naast de auto en slaap op het dak, tien meter van de afgrond (niet te ver weglopen, als je ’s nachts moet plassen). ’s Ochtends zwaaien we naar andere kampeerders die 500 meter verderop staan.

Onderweg naar het zuiden, richting de woestijn, passeren we ommuurde huizen op de gekste plaatsen. Saleh: ‘iedereen krijgt hier op zijn 23ste verjaardag 600 vierkante meter grond van de overheid. Maar zij bepalen de plek. Sommigen verkopen het weer, anderen bouwen een weekendhuis.’ Met een wijds armgebaar: ‘Deze hele vallei was tien jaar geleden nog leeg.’

Vaste prik in Oman: een nacht in een woestijnkamp met buffetrestaurant, bungalowtje met airco en activiteiten als dunebashing (crossen), sandboarding (snowboarden op zand) of een kamelenritje. Je kunt ook met je eigen auto kamperen op een hoge duin. Maar blijf wel in de buurt, want wie verdwaalt of vast komt te zitten, is de klos. ‘Banden laten leeglopen en rustig aan doen’, is het advies van woestijngids Mohammed Hamaid Al Hajri.

Nederlanders bewaren een ijskrabber in hun handschoenenvakje, Omani steken daar een bandendrukverlager in. Een vriendelijke man die ons de weg wijst, springt opgewekt uit zijn Toyota om daarmee alle ventielen in te drukken. Al Hajri: ‘harde banden snijden als messen door het zand, dat wil je niet.’ Neem wel een gids mee, als je de woestijn wilt doorkruisen. Die gaat dan voorop in zijn eigen terreinwagen.

De populaire Wadi Bani Khalid

Vanuit zijn toren in de populaire Wadi Bani Khalid heeft badmeester Zaher al Saadi goed zicht op onzekere landgenoten in reddingsvesten en westerse dames die te water gaan in T-shirt en lange broek. Zij dobberen in helderblauw water tussen witte rotswanden. Hun gidsen doen een dutje onder de dadelpalmen. Oppervlaktewater is schaars, dus zulke natte wadi’s trekken honderden, soms duizenden bezoekers per dag. Bani Khalid heeft een parkeerplaats, een restaurant en op de rand is een designhotel in aanbouw.

‘Er is ook een wadi waar alleen mensen uit de omgeving komen’, fluistert Al Saadi op samenzweerderige toon. ‘Parkeren bij het dorp Buthah en dan drie kwartier lopen.’ Opgetogen rijden we 10 kilometer stroomafwaarts, lopen langs palmplantages en slaan rechtsaf een nauwe kloof in. Al snel staan we aan de rand van helderblauw water. Wie verder wilt, moet watertrappelen met een tas boven zijn hoofd. Best vermoeiend. We klauteren en zwemmen verder als kinderen in een zwemparadijs. Onderweg passeren we een groep kledernatte Omaanse meisjes. ‘Huh?’, vragen ze, ‘hebben jullie geen zwemvest?’

Net op tijd, melden we ons na zonsondergang bij een ecogids op het strand van Ras Al Jinz, een bekende broedplaats voor zeeschildpadden. ‘Rustig achter mij aan lopen, geen licht maken en zet de flits van uw camera uit’, waarschuwt hij. Een groep van 25 toeristen volgt, waaronder jengelende kinderen die eigenlijk naar bed moeten. De gids pakt al snel een babyschildpadje op en steekt die in zijn zak. ‘Die is de weg kwijt, die helpen we even.’

Je zult maar een schildpad zijn die haar eieren legt, terwijl toeristen een voor een hun smartphone onder je staart steken. Daar staat tegenover: Oman lijkt de bescherming van deze bedreigde dieren serieus te nemen: 42 kilometer strand is beschermd, op slechts twee plekken zijn toeristen welkom. Alleen al hier, voor de deur van het Ras al Jinz Turtle Reserve, werken negen strandwachters en twaalf assistenten in dienst van de overheid om de dieren in bescherming te nemen.

Op het strand van Ras Al Jinz leggen de zeeschildpadden hun eieren, gadegeslagen door toeristen.

Vijf uur ’s ochtends staan nóg meer bezoekers klaar het strand op te gaan. Terecht, want in het ochtendgloren zie je pas het strand vol diepe kuilen; bomkraters zo ver het oog reikt. Hier en daar schuifelen grote soepschildpadden terug de branding in, een breed tractorspoor achterlatend. Krabben trippelen op de vloedlijn, vossensporen, krijsende meeuwen en een passerende familie dolfijnen: allemaal hebben ze zin in babyschildpad.

Na het ontbijt keer ik terug om te zwemmen in de Arabische zee. Onderweg pak ik links en rechts babyschildpadjes op die landinwaarts lopen. Ik laat ze los op het natte deel van het strand waar ze dapper in de golven verdwijnen. Overlevingskans: één op duizend. Om nederig van te worden.

De smalle weggetjes door de Wadi Bani Awf.

Praktische Informatie

Qatar Airways vliegt dagelijks vanaf Amsterdam naar Muscat, via Doha (vanaf 539 euro, incl. bagage en stoelkeuze, qatarairways.com).

De Nederlandse aanbieder iDrive 4x4 verhuurt terreinwagens met daktent, kampeerspullen en een navigatiesysteem met alternatieve routes en kampeerplaatsen (vanaf € 110 per dag, idrive4x4.com).

De Omaanse touroperator Khimji’s House of Travel regelt hotelovernachtingen, lokale gidsen of alternatieve rondreizen (khimjistravel.com).

Nuttig boek: Oman Offroad, uitgeverij Explorer (askexplorer.com).

Mooiste hotel om bij te komen aan het strand in Muscat: The Chedi (ghmhotels.com/en/muscat).

Mooiste hotel in het Hadjargebergte: Anantara Resort (anantara.com/en/jabal-akhdar/ed).

Algemene informatie over Oman: experienceoman.om/nl.