Dit zijn de echte luizenmoeders van Nederland

Zondagavond is de laatste aflevering van de hitserie De Luizenmoeder te zien. Maar het luizenmoederen en -vaderen gaat natuurlijk gewoon door. 

Judith Kruidenberg

‘Ik heb nog geen schoolluis gevangen, laat ik het zo zeggen; via de klassenapp kwam er een oproepje, ik heb me net aangemeld. Mijn dochter heeft jaren geleden wel een luis gehád: zo’n verschrikkelijke ervaring, dat wil ik nooit meer. Het was op de boot op weg naar Terschelling toen ik ineens iets zag bewegen. Gewoon het idee dat er wat op je hoofd rondloopt; horror. Ik was er ook niet op voorbereid. Een aardige drogist op Terschelling heeft me gekalmeerd, maar ik heb er nog weken last van gehad.

  • ‘Gewoon het idee dat er wat op je hoofd rondloopt; horror’

Fijn dus dat ze het op school zo in de gaten houden. En nee, ik zie er niet tegenop. Het is niet alsof ik straks gillend wegren als ik een luis ontdek, denk ik: bij mijn dochter was het vooral het onverwachte eraan. Het is ook altijd wel gezellig: zo’n opstootje van kinderen bij de ingang als de luizen­ouders weer bezig zijn. Maar leuk? Nou ja, ik ga gewoon.´

  • Judith Kruidenberg (44), webredacteur en edelsmid. Luizenmoeder op de Theo Thijssenschool in Amsterdam.

  • Moniek Wassenaar (38), psychiater. Luizenmoeder op de Tweede Montessorischool Het Winterkoninkje in Amsterdam.

Moniek Wassenaar

‘De vorige luizenmoeder gaat met haar kind mee naar de volgende klas’, zei de juf van groep A, ‘wil jij de nieuwe worden?’ Ik heb een drukke baan waardoor ik niet zo veel kan helpen op school, dus ik vind het leuk dat ik op deze manier toch iets kan doen. Ik ben wel een beginneling. In de winter dacht ik bijvoorbeeld een keertje over te kunnen slaan, maar dat bleek een vergissing: zeker zeven van de twintig kinderen hadden ineens neten, dubbel zoveel als normaal.

  • ‘Met het lampje van mijn telefoon gaan de neten een beetje glimmen’

Nu kijk ik dus standaard één keer per maand in de nekjes, op de onderste strook haar, dan nog even bovenop en tot slot achter de oren; als ze daar allemaal niet zitten, zijn ze er meestal niet. Wat ik daarbij vooral nodig heb, is licht: dankzij het lampje van mijn telefoon gaan de neten een beetje glimmen, heel handig. Nee, ik heb niet het idee dat mensen me anders aankijken, sinds de tv-serie, wel dat ik tegenwoordig meer jeuk heb.’

 Karin Roos (43), senior purser (links) en Karen van den Besselaar (38), ­zelfstandig ondernemer, luizenmoeders op de St. Dominicusschool in Utrecht.

Karin Roos en Karen van den Besselaar

Karin Roos (KR): ‘In Duitsland, waar ik vandaan kom, bestaan geen luizenmoeders. Als kinderen daar luizen hebben, moeten ze naar de dokter en thuisblijven tot ze luisvrij zijn. Ik doe het inmiddels vier jaar, sinds mijn zoon en Karens dochter samen in de kleuterklas kwamen, doen we het samen. We drinken vaak koffie na afloop.’ Karen van den Besselaar (KvdB): ‘Eigenlijk is het heel gezellig, luizenpluizen. Ik vind het ook leuk om op school te zijn tijdens de les. Vooral toen mijn dochter nog klein was, dacht ik vaak: wat doet ze nou eigenlijk? Je kunt vanaf de gang een beetje meekijken. Maar we zijn vooral begonnen om de klasgenoten van onze kinderen te leren kennen. Je voert ondertussen toch gesprekjes.’

  • ‘Hiërarchie bij de hulpouders komt niet alleen in de tv-serie voor’

KR: ‘Per kind ben ik drie tot vijf minuten bezig.’ KvdB: ‘Echt? Ik maar twee minuten, denk ik, haha. Ik heb van jou de fijne kneepjes geleerd. Komt het makkelijk los? Dan zijn het geen luizen, maar zand.’ KR: ‘Of glitter. We zeggen nooit: jij hebt luizen, we willen het kind niet vernederen. We schrijven het op een lijst, daarna neemt de juf contact op met de ouders. Soms vragen de juffen of we hen ook even willen checken.’ KvdB: ‘Nee, we controleren elkaar nooit, maar ik zou wel tegen aanstormende luizenmoeders met lang haar willen zeggen: doe het vast!’ KR: ‘Het wordt wel gewaardeerd, dat we dit doen, merk ik. Ik mocht een keer als bedankje bij het kerstdiner zijn, terwijl dat eigenlijk alleen voor klassenmoeders is.’ KvdB: ‘Ja, hiërarchie bij de hulpouders komt niet alleen in de tv-serie voor!’

Mariska van Oudheusden (35), communicatie­adviseur en echtgenoot Martijn Heijnen (46), ­directeur van een organisatie in de jeugdgezondheidszorg, luizenmoeder en -vader op de Rotterdamse Montessori School.

Mariska van Oudheusden en Martijn Heijnen

Mariska: ‘Elke eerste woensdag van de maand is het op onze montessorischool luizenkammen. Omdat Martijn en ik om beurten op woensdag thuis zijn, heeft een van ons dus altijd luizendienst. Toch hebben onze kinderen ze nog nooit gehad. Maar we doen dit pas een jaar, en ik heb ook wel eens gehoord dat mensen die niet zo geoefend zijn, niks vinden. Van tevoren heb ik wel research gedaan op internet: hoe ziet een luis er uit? Waar gaan ze zitten? Maar eigenlijk doe ik maar wat. Je bent toch het haar van je eigen kinderen gewend, maar bij ons op school zitten zeker dertig verschillende nationaliteiten met allemaal ander haar, dat pluist best lastig. Ongekamde kinderen, ook altijd een feest. Daar kun je eigenlijk niet aan beginnen, dus dan maar kijken naar de warme plekjes achter de oren en op de kruin.

Martijn is sowieso een man die erg begaan is met zijn gezin. We doen altijd alles samen, ook in huis. Maar als hij na het luizenkammen weer een vlechtje moet maken, denk ik dat hij gewoon zegt: hier is je elastiekje, succes. Ik heb er zelf ook moeite mee, hoor: onze dochter wil nooit iets in haar haar. Wie van ons meer talent heeft? Martijn is misschien wat secuurder, ik zie hem zelf ook regelmatig boven tafel hangen met een wit papiertje eronder: kammen en kijken. Maar ik denk vooral dat andere ouders beter zijn dan wij.’

Evelien Kuiper (43), kapper, en Iris van Dam (44), projectassistent bij de gemeente, luizenmoeders op De aquarel in Zwolle.

Evelien Kuiper en Iris van Dam

Evelien Kuiper: ‘Je lijkt zelf wel juf Ank’, zeggen mensen vaak tegen me, helemaal als ik vertel dat ik opperluizenmoeder ben. Mijn gezicht is smal, net als dat van haar, en ik heb ook altijd mijn haar vast, maar eigenlijk lijken we helemaal niet op elkaar, ik ben zelf kapper. Toen ik vijf jaar geleden gevraagd werd, vond ik het meteen leuk: ik kan niet vaak genoeg in het haar zitten. Ik wil mezelf niet op de borst kloppen, maar inmiddels weet ik er wel veel van. Andere luizenmoeders vragen mij vaak advies, of ze appen of ik tussendoor even bij hun kind wil controleren. Dan pak ik ze direct om half 9 vast: ja hoor. ‘Kammen, kammen’, app ik dan terug. Ik zie dat zo.

  • ‘Soms zeggen moeders; als ik jou zie, krijg ik spontaan jeuk’

Ik ben wel blij dat het taboe eraf is: als je luizen hebt, ben je niet meer zoals vroeger een vies kind, je kunt er echt niks aan doen. Al houden luizen niet van vies haar, dus niet te vaak wassen helpt. Nog een tip: koop haarlak of goedkoop parfum en spuit dat in de nek of op het haar: houden ze ook niet van. En meisjes met lang haar: maak een knot of staart, anders geef je je vriendin een knuffel en is het wéér raak. Soms zie ik situaties waarvan ik denk: hoe kun je het zó ver laten komen? Nekjes kapot gekrabt, hoofd kapot, dan zie je ze gewoon rennen. Echt zielig. Geen tijd, zeggen die ouders dan, maar dan maak je maar tijd! Gelukkig komt dat niet vaak voor.

‘Als ik jou zie, krijg ik spontaan jeuk’, zeggen moeders wel eens, maar zelf heb ik ze nog nooit gehad. Na afloop loop ik altijd even naar het magazijn en stop mijn vingers in de bak met alcohol. Zetten mijn kinderen in de speelgoedwinkel een leuk masker op, of een pet, dan roep ik: doe onmiddellijk af! Als normale ouder denk je er niet over na, maar ik zie overal besmettingsgevaar.’