De sporter en zijn wielen

Ook sporters maken gebruik van vervoermiddelen, en soms hebben die niets te maken met de sport waarin zij uitblinken. Fotograaf Klaas Jan van der Weij legt hun bewegingen vast. En onze sportverslaggevers tekenen hun drijfveren op.

Judoka Juul Franssen in haar Toyota Aygo.

‘Als talent keek ik altijd op tegen judoka’s als Edith Bosch, Elisabeth Willeboordse en Anicka van Emden: zij reden in een gesponsorde auto van NOCNSF. Dat wilde ik later ook. Het gaf je een bepaalde status.

‘Ik weet nog goed hoe trots ik was toen ik voor het eerst een auto van NOCNSF kreeg, toen nog een Volkswagen Up. Het was echt een speciaal moment. Ik vond het heel spannend om er mijn eerste ritje in te maken. Tegenwoordig voorziet Toyota olympische en paralympische sporters van TeamNL van een auto en rijd ik in een Toyota Aygo.

‘Wij moeten als sporters in Nederland heel dankbaar zijn dat alles zo goed geregeld is. Ik denk dat menig sporter in het buitenland jaloers op ons is. Ik lease deze auto voor 75 euro per maand. Als er iets kapot is of nagekeken moet worden, hoef ik Toyota Louwman bij mij om de hoek in Rotterdam maar te bellen.

‘Nu ik zelf in deze auto rijd, ervaar ik hoeveel bekijks hij trekt. Als ik voor een stoplicht sta te wachten, merk ik dat de mensen naast mij even kijken wie er in de auto zit. Het grappige is dat ik vroeger precies hetzelfde deed. Soms steken ze hun duim op of zwaaien ze. Ik zwaai altijd vriendelijk terug.

‘De auto is niet alleen mijn vervoermiddel. Het is ook mijn kantoor op vier wielen en de plek waar mijn warming-up begint. Al mijn telefonische afspraken plan ik tijdens het rijden. En wanneer ik niet aan het bellen ben, luister ik naar opzwepende muziek als voorbereiding op mijn training.

‘Ook wanneer ik ergens uitstap, komen mensen uit nieuwsgierigheid naar me toe. Of het mijn auto is en welke sport ik doe. Aan aandacht geen gebrek met deze auto. Ik vind het hartstikke leuk om op deze manier een uithangbord voor TeamNL te kunnen zijn.’

Zwemster Kira Toussaint op haar scooter Nancy.

‘Dit is Nancy de scooter. Ze heeft een naam, dat was een grap van een Amerikaanse vriendin van mij. Toen ik in Amerika woonde kocht ik een auto voor 800 dollar. De auto heette Jack en ging vier jaar mee. Toen de Amerikaanse vriendin op bezoek kwam in Nederland, bedachten we dat de scooter dan ook een naam moest hebben. Nancy vonden we een goede naam voor een scooter.

‘Ik kan met mijn A-status van NOCNSF een auto leasen, maar ik heb geen auto nodig in Amsterdam. Het is ook niet handig, in een grote stad ben je met een scooter veel sneller op je bestemming. Ik heb altijd scooter gereden. Toen ik 16 was woonde ik in Amstelveen, en zwom ik in het Sloterparkbad. Mijn moeder kon mij niet altijd brengen en ik had uitgerekend dat het goedkoper was om mij een scooter te geven dan alles met het openbaar vervoer te doen.

‘Ik was veertig minuten bezig van huis naar het zwembad. In de winter was het ijskoud, dan pakte ik mezelf helemaal in als ik ’s ochtends naar het bad reed. Ik doe nu nog steeds alles met de scooter. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik rij zelfs naar het zwembad dat maar één kilometer verderop ligt.

‘Ik heb nog wel ergens een heel oude fiets, maar die gebruik ik nooit. Je moet in Amsterdam wel oppassen voor de toeristen. Zij kunnen niet goed fietsen en slingeren enorm. Ze lopen vaak op het fietspad. Sinds april heb ik daar minder last van omdat we binnen de ring op de rijbaan moeten. Ik vind dat goed, er schijnen minder ongelukken te gebeuren. Alleen moet je een helm op. Dat is een beetje irritant.’

Sjinkie Knegt sleutelt aan zijn crossauto.

‘Ik heb altijd een passie voor autosport gehad. Mijn vrienden deden het al en ik ging vaak in de weekends mee naar de wedstrijden. Na de Winterspelen van Pyeongchang in 2018 kwam het goed uit om het ook eens zelf te doen. En ik doe het nog steeds. Ik heb die auto tenslotte en dan is het zonde om er niet in te rijden.

‘Nadat ik deze auto had gekocht, heb ik hem helemaal gesloopt. Het ging me om de motor en om te kijken hoe alles in elkaar zat. Alleen die motor is nog over, voor de rest heb ik een volledig nieuwe auto gebouwd. Ik heb hem verstevigd waar dat moest, zelf de wielophanging gemaakt en alles geoptimaliseerd voor de wedstrijden.

‘Waar ik die kennis vandaan heb? Tsja, uiteindelijk moet je het gewoon doen, dan komt het altijd goed. Kijk, als je een motor uit elkaar haalt, dan kan hij ook maar op één manier weer in elkaar. Op een andere manier past het niet. En in mijn vriendengroep hebben ze er ook verstand van, dus als ik iets niet weet, kan ik altijd hulp krijgen.

‘Ik vind het heerlijk om er thuis mee bezig te zijn. Dingen repareren en bedenken hoe iets beter kan, dat geeft me ontspanning. En het is leuk om met mijn vrienden en mijn gezin naar de races te gaan. Dan zijn we lekker een weekendje weg.

‘Net als bij shorttrack rijd je met autocross op hoge snelheid met veel mensen om je heen door krappe bochten. In die zin lijkt het wel op elkaar, maar ik heb mijn auto echt niet dusdanig onder controle dat ik inhaalacties maken kan zoals op het ijs. Nee, het gaat me niet zo goed af als schaatsen, maar ik beleef er veel plezier aan. Daar gaat het om.’

Fietscrosser Laura Smulders gaat met een rijdende werkplaats naar de training.

Tassen, helmen en fietsen. Als mijn zus Merel en ik gaan trainen, moeten er altijd veel spullen mee. Daarom is deze Toyota Proace ideaal. Het is een ruime bus. Ik heb er weleens acht fietsen mee vervoerd. Al scheelt het natuurlijk dat wij op kleine fietsen rijden.


‘Die acht fietsen waren trouwens niet alleen van Merel en mij. Voor de training haal ik onderweg vaak teamgenoten op. Ik heb gekozen voor een verlengde versie met dubbelcabine. Er kunnen vijf personen in. Het is mijn bus, maar soms noemen we het ook wel de teambus. Als mijn teamgenoten meerijden, delen we de brandstofkosten.
‘Twee jaar geleden kwam ik zonder auto te zitten omdat mijn sponsor wegviel. Via via kwam ik in contact met Toyota dealer Ramaker uit Hattem. De zoon van wie ik deze bus leen, deed zelf ook lange tijd aan BMX. Hij begreep dus goed wat ik nodig had.


‘In de laadruimte heb ik alle spullen liggen die ik nodig heb om een fiets helemaal in en uit elkaar te halen: een klein gereedschapkistje, bandenafnemers, inbussleutels, kettingpons, binnen- en buitenbanden en een fietspomp. Laatst had een teamgenoot een lekke band. Kon ik hem uit de brand helpen.


‘Ik vind het leuk om in een mooie auto te rijden. Al word ik bij de supermarkt weleens gek aangekeken. Deze bus is ook mijn boodschappenauto. Ik heb geen andere. Als ik kom aanrijden, zie ik mensen denken: wat komt dat meisje hier met zo’n grote bus doen? Het is niet ideaal, maar moeite met inparkeren heb ik niet meer.


‘Ik vind van mezelf dat ik best goed kan rijden. Ik ben op de weg niet zo’n snelheidsduivel als op de fiets. Toch vind ik het jammer dat de maximum snelheid straks teruggaat van 130 naar 100. 130 is een mooie snelheid op de snelweg.’

Hockeykeeper Pirmin Blaak en zijn Mercedes aan de kade van de Nieuwe Maas.

‘Ik zeg altijd dat ik mijn midlife crisis al heb gehad door op 21-jarige leeftijd een Porsche te kopen. Ik studeerde bedrijfskunde en leefde van 700 euro in de maand, tot ik als keeper van Rotterdam werd verkozen in de Hockey India League. Mijn team eindigde als tweede en er kwam 60 duizend euro binnen, waarvan ik slechts 10 procent belasting hoefde te betalen.

‘Mijn schoonvader werkte in de offshore en zijn baas had meerdere grote auto’s. Voor de helft van de prijs mocht ik mijn droomauto kopen en reed ik in een Porsche Cayenne naar de club. Mijn toenmalige trainer Hans Streeder had al een opvatting over de jeugd. En als de jeugd dan ook nog in zo’n auto naar de training komt? Ik werd meteen op het matje geroepen. Wat ik allemaal aan het doen was?

‘Die vraag kon ik gemakkelijk beantwoorden. Ik had ineens geld en ik dacht: doe eens gek. Mijn teamgenoten vonden het geweldig, maar als ik nu met jongens van het Nederlandse team praat zijn ze bang voor het commentaar van de buitenwacht. Je wordt al snel een proleet gevonden als je in een Porsche rijdt.

‘Mijn vriendin zei: laat het nu maar zien ook. Maar ik ging in Rotterdam niet vijf keer door dezelfde straat rijden om op te vallen. Mijn vader schrok zich rot. Hij zei: zet die wagen maar een straat verderop. Ik hoef hem niet voor mijn deur te hebben. Deze auto past niet bij onze familie.

‘Na een jaar had ik mijn lol gehad en verruilde ik de Porsche voor een Volkswagen Polo van sportkoepel NOCNSF. Toen waren de reacties ook grappig. Zag je mensen denken: ‘oh, hij kon die Porsche zeker niet meer betalen’. Je moet het altijd uitleggen, dat is typisch Nederlands. Nu rijd ik in een Mercedes C220 station.

‘Ik vond die stap terug niet erg. Ik was er achtergekomen hoeveel een auto kostte per maand en misschien paste die Porsche ook niet bij mij. Voor die aankoop was ik materialistisch en het oog wil ook wat. Pas daarna realiseerde ik me dat ook een Porsche slechts een vervoermiddel is. Ik had geen auto nodig om mezelf te ontdekken.’

Femke Heemskerk en haar Specialized-racefiets.

‘Ik pakte vroeger de racefiets om van Roelofarendsveen naar mijn oma in Alphen aan den Rijn te fietsen waar ik dan een roze koek at. Die fiets leende ik van mijn moeder.’

‘Toen ik in Marseille ging zwemmen, kwam het fietsen weer op mijn pad. De trainer daar gebruikte het om op een andere manier fit te blijven in het naseizoen. We fietsten drie keer in de week en hebben als groep de Mont Ventoux beklommen. Ik heb het daarna jaren niet gedaan.’

‘Nu fiets ik weer veel door mijn partner. Op vakantie fietsen we bijna altijd. Je hebt geen muziek op, geen telefoon in de hand, je bent echt even met jezelf en kunt dingen overdenken. Je bent buiten, ademt frisse lucht in. Het is een fijne afwisseling met de lucht in het zwembad. Het is natuurlijk niet gezond om elke keer in die chloordampen te zitten.

‘Ik fiets het liefst op mijn favoriete vakantiebestemming, het eiland Maui bij Hawaï. Ik heb daar een keer de vulkaan Haleakala beklommen. Ik vroeg me al snel af waar ik aan begonnen was. Het was een mentale uitdaging. Je bent 57 kilometer aan het klimmen. Het gemiddelde stijgingspercentage is 5,7 procent. Ik ben een mooiweerfietser. Als het regent of als het heel glad is, ga ik niet. Het moet wel veilig blijven.’

Tennisser Robin Haase bij zijn Peugeot 5008

‘In de 14 jaar dat ik nu tennisprof ben, rij ik naast de vele vliegreizen zo’n 30 duizend kilometer per jaar. Ik heb een sponsordeal met Peugeot, ik ben de ambassadeur van hun campagne voor de Next Gen, de nieuwe generatie. Past deze luxe middenklasser bij mijn imago? Laat ik het zo zeggen, het past wel bij mijn karakter.

‘Ik ben niet van de blingbling, je zult me niet snel in een Ferrari zien rijden. Een van mijn favoriete auto’s, misschien wel mijn droomauto, is een Mercedes GLE. Evenals mijn Peugeot 5008 is het een familieauto, maar ook sportief. Die auto is aanwezig, maar niet op een manier dat het patserig wordt.

‘Ik zou nog wel in een Maserati kunnen rijden, omdat die auto wat meer ingetogen is. Niet zo uitbundig, strak en degelijk; luxe zonder het extreme ‘kijk mij nou’; zo ben ik ook met kleding en sieraden. Ik pronk niet met mijn bezit, aan de auto lees je indirect wat de bezitter wil uitstralen.

‘Federer rijdt in een Mercedes, hij kiest voor het meer klassieke type in een mooie en luxe uitvoering. Djokovic en Dimitrov reden in een Rolls Royce, dat zou Federer nooit doen. Ik ben geen snelheidsfreak, al rij ik wel hard als het kan. Ik flip wel eens op de tennisbaan, dan raak ik boos en gefrustreerd. Maar nooit achter het stuur. Ik rij niet roekeloos of agressief.

‘Ik kreeg ooit een mail van een sponsor met de vraag of ik mijn middelvinger had uitgestoken naar een andere bestuurder. Die man had een klacht ingediend. Ik zeg niet dat ik het nooit heb gedaan, maar het was niet zo. Ik erger me wel dat mensen niet kunnen ritsen of je geen ruimte geven. Volgens mij verdwijnt de helft van de files als autorijders leren te ritsen.’

Bob de Vries, schaatser en melkveehouder, op zijn trekker.

Wij zeggen altijd trekker. Niet-boeren zeggen tractor. Dat is het nettere woord, maar hier in Friesland word je verketterd als je tractor zegt. Nou ja…, mijn kinderen zeggen er in ieder geval iets van als ik bij het voorlezen tractor zeg.

Ik heb nu een klein bedrijf, onvoldoende om van rond te komen, maar na mijn topsportcarrière wil ik graag verder. Dan moet ik uitbreiden en loop ik tegen de vraag aan of ik meer koeien kan nemen en hoe dat moet met die stikstofregels. Dat houdt me wel bezig.

Ik was op trainingskamp in Inzell tijdens het boerenprotest in Den Haag. Ik weet niet of ik er anders heen was gegaan. Ik heb er gewoon de tijd niet voor. Ik heb nu al moeite om de dagen rond te krijgen met sporten, de boerderij en ook nog het gezin.

Ik was er verbaasd om dat het zo groots was en zo positief uitpakte voor de boeren. Vaak zijn boeren verdeeld en het was mooi dat ze nu zo eendrachtig de stem lieten horen.

Er is een hoop fysiek werk op de boerderij en de trekker is een enorme verlichting van dat werk. Wat je met de oliedruk kan doen, moet je niet met bloeddruk doen, zeiden we vroeger altijd op school. Die voorlader, dat ding wat voorop zit, is een veredelde kruiwagen. Alles wat je daarmee op kan scheppen doe je daarmee.

Op de trekker rijden is niet mijn hobby. Ik vind het eventjes mooi, maar bij het kuilen, het grasmaaien en binnenbrengen, zit je drie dagen bijna alleen maar op dat ding. Dan ben ik het wel zat. Er zijn loonwerkers die dat voor hun werk doen. Dat zou ik niet willen. Het boeren draait voor mij om het met de koeien bezig zijn. Daar hou ik van.

Judoka Roy Meyer tilt zijn Saab Sedan 9-3.

‘Deze Saab Sedan 9-3 is mij bij toeval in de schoot geworpen. Nadat ik in 2017 een auto-ongeluk had gehad, moest ik op zoek naar een nieuwe. Ik plaatste een ­bericht op Facebook, dat viraal ging. Zelfs lokale media namen mijn oproep voor een goedkope auto over.
‘Toen de baas van een autobedrijf, Peter Mink, van mijn situatie hoorde, stelde hij meteen voor om mij deze auto te sponsoren. Hij wilde mij graag helpen op weg naar Tokio 2020. Dat kwam mij heel goed uit: ik had op dat moment niet veel centjes.


‘Deze auto is een hele vooruitgang ten opzichte van de Volkswagen Golf waar ik voorheen in reed. Mensen moesten altijd lachen als ze een reus van een kerel uit zo’n kleine auto zagen komen. Nu heb ik veel meer ruimte en kunnen ook mijn vrouw, twee kinderen en alle sporttassen mee.
‘Bovendien heeft deze auto veel meer comfort. Ik zet de stoelverwarming meestal aan als ik na het trainen naar huis rijd. De warmte houdt de stijfheid in mijn spieren weg. Ik maak zo’n 50 duizend kilometer per jaar. Het is belangrijk dat ik dat comfortabel kan doen.


‘Peter Mink zorgt voor onderhoud en reparaties. Als er iets kapot is, hoef ik maar langs te komen. Hij hoeft er niks voor terug. Ik heb niet eens een sticker of iets dergelijks van zijn bedrijf op mijn auto. Hij vindt het gewoon mooi om mij te helpen. En dat doet hij: het geeft mij een fijn gevoel dat ik veilig de weg op kan en niet voor onverwachte kosten kom te staan richting Tokio.’

Wereldkampioen surfen Kiran Badloe op zijn Carver skateboard.

‘Een skateboard is vooral een gemakkelijk vervoermiddel. Hij gaat onder de arm mee en is direct inzetbaar. Overal. Ik gebruik hem vooral bij evenementen, als lopen net even te ver is en de afstand voor een fiets weer juist te kort is. Dat komt in een zeilhaven vaak voor. Ik gebruik het board dan ook vooral als ik op pad ben voor mijn sport. Thuis in Almere of Scheveningen is dat minder.

Een groot voordeel is dat ik mijn skateboard als handbagage meeneem in het vliegtuig. Je mag naast je tas immers volgens de regels ook een accessoire meenemen. Dat is voor mij het board. Ik ben een keer tegengehouden bij de handbagagecheck. Daar zeiden ze: hé, dat mag niet. We hebben toen een pittige discussie gehad. Ik zei tegen dat beveiligingspersoneel: een vrouw brengt een koffertje plus een handtas mee. Die handtas neemt meer plaats in dan mijn skateboard. Ze gingen akkoord met die zienswijze. Maar normaal is het nooit enig probleem om het ding aan boord te krijgen. Het is reuzehandig, want als ik in november naar Nieuw-Zeeland vlieg, met een tussenlanding op Singapore, dan rijd ik met mijn board over die lange gangen van dat enorme vliegveld van Singapore.

Als surfer heb je een natuurlijk gevoel voor balans. De techniek om te skateboarden is wel anders, maar het draait toch om balans. Het lijkt meer op snowboarden. Als je hard wilt gaan, dan laat je hem rechtuit lopen. Wil je minder hard, dan draai je bochtjes, om vaart te minderen. Ik heb altijd een skateboard gehad. Ik heb nu deze Carver, een blauwe. Ik heb hem al een jaar of twee, drie. Het is er één van een kleine meter. Precies de juiste maat.’

Suzanne Schulting op haar oranje fiets.

‘Iedereen die aan de Winterspelen deelnam mocht de fiets die we daar gebruikten houden. De meeste van mijn ploeggenoten rijden er nu ook op. Mijn oude fiets was gestolen, dus het kwam goed uit. Het is niet zo dat ik er een speciale band mee heb. Ik bekijk het functioneel.’

‘Ik woon zo’n 500 meter bij Thialf vandaan. Het zou gekkigheid zijn om met de auto te gaan. Ik zou kunnen gaan lopen, maar dat gaat me te langzaam. Ik heb een bloedhekel aan wandelen. Bovendien moet ik dan eerder opstaan. We trainen, zeker in de zomer, vaak al om kwart voor acht en als ik ga fietsen kan ik net wat langer in bed blijven liggen.’

‘Ik heb verder geen band met fietsen, behalve dan dat ik vanaf mijn 11e ik op de fiets naar school moest, 16 kilometer heen en 16 kilometer terug. Daar heb ik niet per se hele goede herinneringen aan. Nu zit ik als training vaak op de racefiets, maar ook dat vind ik niet het allerleukste dat er is. Uiteindelijk vind ik schaatsen echt leuk, de rest eromheen doe ik omdat ik er beter van word.’

‘Het is een opvallend ding, maar ik word nooit door mensen op straat aangesproken omdat ik op een olympische fiets rijd. Daarvoor rijden er te veel rond in Heerenveen. Iedereen is hier sowieso aan sporters gewend.’

Geert Schipper (handbiker) in  zijn omgebouwde bus

‘Mijn bus is mijn hotel, keuken, werkplaats en vervoermiddel ineen. Het gaat wat ver om te stellen dat het mijn tweede huis is, maar ik ben heel blij dat ik hem tijdens wedstrijden kan meenemen en niet al mijn spullen in een reiskoffer hoef te proppen. Hoe lang de bus is, weet ik niet precies. Maar het was de langste uitvoering die ze hadden.

‘De bus was een behoorlijke investering. Ik heb hem zelf aangeschaft en er voor meer dan 10 duizend euro aan verbouwd. Zo heeft de bus een elektrische rolluifel en geblindeerde ramen. Ook heb ik er een uitklapbaar bed in gebouwd.

‘Het keukentje, met koelkast, elektrische kookplaat en koffiezetapparaat, heb ik laten ontwerpen door een lokale meubelmaker. De ingebouwde accu wordt tijdens het rijden door de motor opgeladen.

‘Ik neem de bus gemiddeld vier keer per jaar mee naar een wedstrijd in het buitenland. Het is ideaal en scheelt mij veel hoge hotelkosten. Verder gebruik ik de bus dagelijks om te trainen en mijn kinderen naar school te brengen.

‘Het zal je niet verbazen, maar ik krijg veel reacties als ik onderweg ben. De knaloranje kleur en de namen van de sponsoren vallen op. Het nadeel van een in het oog springend voertuig is dat je je altijd keurig aan de regels moet houden. Je wilt je naam en die van je sponsoren niet te grabbel gooien.’

Windsurfer Dorian van Rijsselberghe op zijn Polaris Elektro pick-up, op het strand van Texel.

‘Ik rijd hier op het strand bij Paal 17 met dit elektrische wagentje van Mark, de eigenaar van de strandtent, een van mijn oudste sponsors. Als ik vol gas geef, gaat dat op de weg best snel. Maar op het strand rijd je met de aandrijving op alle wielen, dan gaat het een stuk langzamer. Maar milieuverantwoord.

‘Voorheen mocht ik met mijn Landrover Defender het strand van De Koog op, volgestouwd met mijn surfspullen. Ik had ontheffing van de gemeente, ik was net ereburger geworden en met toestemming van de eigenaar van Paal 17, Mark dus. Het was mijn eerste auto. Bouwjaar 1984. Ik kocht hem na de Olympische Spelen van Londen.

‘Die dieseltruck staat nu bij me thuis in Laguna Beach in Californië. Ik kon er geen afstand van doen en heb de wagen naar de VS verscheept. Mijn vrouw Sasha heeft zo’n grote Volvo. Daar rijden we mee. Mijn duurzame tegenbod bestaat uit een e-bike. Daarmee fiets ik in Laguna naar het strand.

‘Windsurfen is in principe een duurzame sport, omdat je alleen de wind nodig hebt om naar voren te bewegen. Maar alles eromheen is natuurlijk niet zo milieuverantwoord. Ik vlieg veel. Daarnaast is er de auto. De boot naar Texel is dan mijn gedeelte openbaar vervoer. Maar als we op een regatta zijn in Europa dan staat daar een Nederlands busje klaar. Van het watersportverbond. Bestuurd door een vrijwilliger, meestal Hans van den Berg. Met een trailer erachter. Want we hebben wat troep mee. Een coachboot, planken, zeilen, masten, gieken, pakken, foils. Dan is deze elektrische auto op Texel een soort van compensatie, net als mijn e-bike in Californië.’

Schaatser Patrick Roest op de Quad bij de boerderij van zijn vader.

Ik rijd met mijn quad niet door Heerenveen, nee. Ik rijd er alleen mee over het land van de boerderij van mijn ouders in Lekkerkerk. Mijn vader rijdt er ook vaker op dan ik. Ik ben tenslotte het merendeel van mijn tijd in Heerenveen. Maar als ik thuis ben en even kan helpen, dan stap ik erop.’

‘We gebruiken hem om de koeien naar binnen en buiten te brengen. Ze lopen best een eind weg. Ons land is best smal, maar loopt ver door. Als de koeien achteraan grazen, is dat al gauw een kilometer ver. Vroeger deden we dat lopend. Dit gaat zeker tien minuten sneller en dat twee keer per dag, zeven dagen per week. Dat scheelt.’

‘Ik heb hem vlak voor de zomer aangeschaft. Ik zit zelf ook in de maatschap. Hij is echt voor de boerderij bedoeld. Ik rijd er niet voor de lol op. Al kies ik bij mooi weer wel voor de quad en niet, zoals normaal, de auto om verderop de jonge kalfjes te voeren.’

‘Ik rijd er niet echt hard mee. Zo’n ding is best link in de bochten. Je kunt niet meeleunen en hij is best smal. Maar door het land rijdt het heel lekker omdat hij zo mooi geveerd is.’

Tienkamper Pieter Braun op zijn Suzuki.

‘Ik ben altijd al een adrenalinejunkie geweest. Ik groeide op met auto’s en snelle dingen. Dat was het enige waar mijn broer en ik het de hele dag over hadden. Toen ik 20 was, kocht ik een BMW. Best wel een stoere bak. Daarna wilde ik iets wat nog sneller was. Dan kom je al snel uit bij een motor. Dit gaat nog zoveel harder, is zoveel vetter. Ik denk dat mijn motor net zo snel accelereert als de snelste Lamborghini of Ferrari. Ze noemen dit een naked bike, het weegt helemaal niks, ziet er wat kaler uit en je kunt er makkelijk veel vermogen onder zetten. Je hoeft maar met je ogen te knipperen of je zit al op 300 kilometer per uur. Het voelt bijna alsof je in een achtbaan zit. Mijn coach vroeg of ik wel voorzichtig doe. Ik kijk wel uit. Als je met zo’n snelheid over een bobbeltje in de weg rijdt, word je gelanceerd en ben je klaar. Dat gevaar is natuurlijk ook de kick. Ik heb dat nodig, zeker als topsporter. Je leeft als een monnik. Ik ben zoveel bezig met eten, slapen, herstellen, niet drinken op feestjes. Als je dan ook nog stopt met de hobby’s waar je plezier uit haalt, is er geen kloot meer aan. Ik heb risicosporten altijd leuk gevonden. Wakeboarden, kitesurfen, mountainbiken, op wintersport gaan. Ik probeer het wel verantwoord te doen. Je hebt hier in de buurt mooie mountainbikeroutes. Daar zitten ook een paar flinke drops in. De echt gekke dingen doe ik niet. Ik doe wel trucjes, maar blijf aan de veilige kant. Je hoeft maar net schuin te landen en ik schuif op mijn plaat. Dan verzwik ik mijn pols en kan ik niet sporten. Ik geloof dat het goed is om andere sporten erbij te doen. Als ik niet eens een rondje kan mountainbiken, hoe moet ik dan een tienkamp doorkomen?’

Beachvolleybalster Sanne Keizer met haar tweeling Puk en Kees in de bakfiets.

‘Ik ben inderdaad een zogeheten bakfietsmoeder. Onze straat in Haarlem staat er vol mee. Met een gewone fiets hoor je er niet bij. Bij een stoplicht heb je soms een bakfietsfile, zoals we dat grappend noemen. Maar ik vind het een reuzenhandig ding.

Het is een tweedehands bakfiets. Ik ben van oudere dingen, het hoeft niet allemaal nieuw te zijn. De prijs? Ik denk iets van 500 euro. Vier jaar geleden hebben mijn man Michiel (Van der Kuip) en deze gekocht, voor de geboorte van onze tweeling Puk en Kees. Meisje en jongetje.

Het is een driewieler, met drie versnellingen, zo’n handvat dat je draait om te schakelen. Het is er met opzet niet een met twee wielen, die supersnelle dingen die je tegenwoordig ziet. Ik ben niet zo van het balanceren, dat is niet mijn talent. Onze Babboe is ook niet elektrisch aangedreven. Best zwaar fietsen dus, maar daar houd ik van. Naar het strand doe ik wel met deze bakfiets.

Het handige ten opzichte van de fiets met zitjes voor en achter is dat de kinderen zelf in de bak klimmen. En als we met zijn vieren de stad in gaan, dan ga ik ook in de bak zitten. Kan gemakkelijk. Dan doet Michiel het trapwerk. De kinderen gaan twee dagen per week naar de kinderopvang. Dan breng ik ze weg met de bakfiets.

De andere dagen hebben we een vaste oppas. Die gebruikt ’m ook. De bakfiets raakt op, er zal wel een nieuwe komen. Maar dan weer een met drie wielen en zonder elektro-aandrijving.

Naar de speeltuin pak ik met de tweeling soms de Mini Cabrio. En dan heb ik nog een motor, een Kawasaki Drifter, 1.500cc, zo eentje in oude Indian-stijl. Nee, geen zijspan joh. Dan rijd ik solo. In stijl, stuur hoog, met veel, heel veel leer.’

Sprinter Churandy Martina fietst op zijn BMX over een atletiekbaan van Sportcentrum Papendal.

‘Op Curaçao was BMX heel populair toen ik klein was. Ik had er ook eentje, een Mongoose. Ik had het frame gekocht en daarna zelf de onderdelen bij elkaar gescharreld. Zo maakte ik mijn eigen fiets.

‘We deden wedstrijdjes. Dan zochten we een heuvelachtige straat uit en sprintten van boven naar beneden. Wat zal het zijn geweest? Zo’n 200 meter, denk ik. De sprint was mijn wapen, maar er waren jongens die het veel beter konden. Snel gaan op trappers is anders dan hardlopen.

‘Nu rijd ik op een crossfiets die van oud-BMX’er Raymond van der Biezen is geweest. We waren ooit kamergenoten op Papendal. Ik gebruik hem bijna elke dag om mee naar de training te gaan.

‘Ik heb ook gewone fietsen, maar zolang het niet regent, rijd ik het liefst op de BMX. Ik ben dat van kinds af aan gewend en het is altijd leuk. Ik houd ervan om wheelies te doen, om die zolang mogelijk vol te houden.

‘Op Papendal ben ik een aantal keer op de BMX-baan geweest voor de nationale selectie kwam trainen. Natuurlijk is het eng als je van die startheuvel naar beneden kijkt, maar je doet het gewoon. Ik doe het niet zo vaak, want het is een gevaarlijke sport en ik ben natuurlijk met atletiek bezig.’

 Jorien ter Mors met haar nieuwe Yamaha Custom Bike.

‘Ik ben al heel lang geïnteresseerd in motoren. Het is een mooi stukje speelgoed, zelfs als je er niet op rijdt. Het was altijd al een droom van me om er eentje te laten bouwen.

‘Het is een omgebouwde Yamaha DragStar 1100, maar letterlijk alles eraan is aangepast. Alleen het motorblok is hetzelfde. En de spaken, maar die zijn wel anders gespoten.

‘Heel vaak rijd ik er niet op. Ik heb het druk met trainen en dan zitten lange ritten er niet in. Ik probeer bij mooi weer na trainingen nog wel korte toertjes te maken.

‘In de winter rijd ik niet. Dan is het veel te koud en ligt er overal pekel. Daarvan gaat de lak stuk. Hij gaat in de stalling en ik pak ’m pas weer in maart of april als het weer beter wordt.

‘Een bocht op een motor is niet te vergelijken met een bocht op het ijs. Op een sportmotor kun je nog wel een mooi bochtje rijden, maar deze nieuwe is daar veel te lomp voor.

‘In de zomer voor de Winterspelen ben ik onderuitgegaan op een sportmotor. Ik had zelf niets, maar mijn motor was total loss. Ik moest daarna wel even ergens doorheen toen ik weer op de motor stapte, maar dat is met alles zo.’

Shorttracker Sjinkie Knegt achter het stuur van zijn opgeknapte Dodge-camper uit 1976.

‘Ik gebruik deze camper vooral om mee naar autocrosswedstrijden te gaan. Dan zijn we een weekendje weg en slapen we erin. Er kunnen zes personen in.

Twee jaar geleden heb ik hem gekocht. Hij was niet in heel uitmuntende staat, om het zo maar te zeggen. Hij stond ergens boven Groningen en toen we hem ophaalden strandden we op een van de drukste kruispunten van de stad. Hij wilde geen kant meer op en ik had geen gereedschap meegenomen.

Dat het een oud ding was, wist ik. Het is een Dodge uit 1976. 43 jaar oud dus. Dat heeft zijn charme. Ik heb er zo’n vier maanden over gedaan om hem weer APK-klaar te krijgen. Nu brengt hij ons altijd op de juiste bestemming.

Hij is ideaal voor de autocross, want hij mag enorm veel gewicht trekken. Ik kan er een aanhanger met de crossauto en onderdelen aan koppelen. Dat zou bij de meeste moderne campers niet mogen.

Aan de binnenkant heb ik niet veel gedaan. Alleen het plafond hebben we vernieuwd. Het oude was verzakt doordat het dak lekte. Maar dat is het enige, verder is het allemaal heel old school.’

Beachvolleyballers Robert Meeuwsen (links) en Alexander Brouwer in een gesponsorde Mini.

Vorige week ging hij op de fiets naar het beachstadion van Scheveningen. Een thuiswedstrijd voor beachvolleyballer Alexander Brouwer, al jaren samenspelend met Robert Meeuwsen met als grootste succes de wereldtitel van 2013 in Polen. Maar normaal pakt hij de sponsorauto. ‘De Mini Countryman Cooper SE. De E staat voor elektrisch. Het is een hybride. Ik kan 40 kilometer op de batterij rijden. Dat is twee keer op en neer naar ons trainingscentrum in het Zuiderpark van Den Haag.’

Toen de twee Maxi-beachboys (1.98 en 2.07 meter) elk zo’n Mini met panoramadak kregen aangeboden, moesten ze deze wel even checken. ‘We wilden zien of we er met onze lengte fatsoenlijk in pasten, maar dat bleek geen enkel probleem. We zitten wat hoger, de stoel op de achterste stand, dat past prima’, zegt Brouwer.

Meestal vliegen ze naar verre toernooien, maar de WK van deze zomer in Hamburg waren haalbaar met de Mini. ‘We hadden een pitstop in Groningen, bij mijn ouders. Daarna via Oldenburg en Bremen naar Hamburg. Konden we op de Autobahn de auto even uitproberen. Nee, je krijgt geen maximumsnelheden van ons.’

Meeuwsen heeft de Mini, zonder Cooper en zonder SE. Cooper was vroeger de rally-uitvoering van het kleine Britse autootje dat nu door BMW wordt vervaardigd, deels bij VDL in Borne. Het karretje (‘best lang hoor in deze uitvoering’) voldoet ook in het gezinsleven. Boodschappen inladen achterin is gemakkelijk. ‘Je voet onder de bumper doorhalen en de sensor zorgt dat de achterklep opent. Kind in de Maxi-Cosi, ook prima.’

Epke Zonderland rijdt zijn Volkswagen Touareg geregeld door de wasstraat.

‘Ik kreeg na de Olympische Spelen van Londen een persoonlijk contract met Pon, de importeur van Volkswagen in Nederland. Ik reed altijd Golfjes, prima auto’s hoor, niks mis mee, maar dit voorjaar kwam het idee om een grotere wagen te gaan rijden. Zal of door mijn manager, Johan Boesjes, of door Pon zelf geopperd zijn, maar het is deze Volkswagen Touareg geworden, de grootste SUV die zij hebben.

‘Ik vind de kleur erg mooi, de grille is stoer, het witte leer en het dashboard zijn ook bijzonder. Maar het beste is natuurlijk de ruimte in de auto. Als we in het verleden met drie turners, Rick Jacobs, Michel Bletterman en ik, plus coach Daniël Knibbeler en de fysiotherapeut naar Schiphol reden, dan karden we met twee auto’s achter elkaar aan. Nu kan alles, zelfs al die spullen van de fysio, in deze ene auto. Hij heeft een enorme ruimte.

‘Het heeft er ook mee te maken dat Linda en ik sinds de geboorte van Bert een gezinnetje vormen. Meer ruimte achterin is dan ook lekker. Deze zomer deed ik een trainingskamp in Hoofddorp en dan reed Linda door met de kleine naar Zandvoort, voor een dagje aan zee.

‘Ik ben gemiddeld geïnteresseerd in auto’s. Nee, ik ben geen Sjinkie Knegt. Ik zal niet snel onder de motorkap gaan kijken, wat daar allemaal huist. Ik weet bijvoorbeeld niet eens of deze auto vierwiel aangedreven is. Je krijgt instellingen op je dashboard van off-road, comfort of sneeuw. Maar ik zou het eens moeten checken hoe de wagen wordt aangedreven.

‘Ja, ik rijd hem geregeld door de wasstraat. Nee, dat moet niet van mezelf. Maar hij is natuurlijk nog erg mooi. En anders vindt Johan dat ik dat moet doen. Zo’n mooie wagen moet er natuurlijk keurig uitzien. Ik ben er heel blij mee. In ons contract staan mijn tegenprestaties omschreven. Zo heb ik een nieuw pand geopend. Of doe ik een presentatie. Maar alles in het redelijke, de sport mag niet in de knel komen.’