De sporter en zijn wielen

Ook sporters maken gebruik van vervoermiddelen, en soms hebben die niets te maken met de sport waarin zij uitblinken. Fotograaf Klaas Jan van der Weij legt hun bewegingen vast. En onze sportverslaggevers tekenen hun drijfveren op.

Beachvolleybalster Sanne Keizer met haar tweeling Puk en Kees in de bakfiets.

‘Ik ben inderdaad een zogeheten bakfietsmoeder. Onze straat in Haarlem staat er vol mee. Met een gewone fiets hoor je er niet bij. Bij een stoplicht heb je soms een bakfietsfile, zoals we dat grappend noemen. Maar ik vind het een reuzenhandig ding.

Het is een tweedehands bakfiets. Ik ben van oudere dingen, het hoeft niet allemaal nieuw te zijn. De prijs? Ik denk iets van 500 euro. Vier jaar geleden hebben mijn man Michiel (Van der Kuip) en deze gekocht, voor de geboorte van onze tweeling Puk en Kees. Meisje en jongetje.

Het is een driewieler, met drie versnellingen, zo’n handvat dat je draait om te schakelen. Het is er met opzet niet een met twee wielen, die supersnelle dingen die je tegenwoordig ziet. Ik ben niet zo van het balanceren, dat is niet mijn talent. Onze Babboe is ook niet elektrisch aangedreven. Best zwaar fietsen dus, maar daar houd ik van. Naar het strand doe ik wel met deze bakfiets.

Het handige ten opzichte van de fiets met zitjes voor en achter is dat de kinderen zelf in de bak klimmen. En als we met zijn vieren de stad in gaan, dan ga ik ook in de bak zitten. Kan gemakkelijk. Dan doet Michiel het trapwerk. De kinderen gaan twee dagen per week naar de kinderopvang. Dan breng ik ze weg met de bakfiets.

De andere dagen hebben we een vaste oppas. Die gebruikt ’m ook. De bakfiets raakt op, er zal wel een nieuwe komen. Maar dan weer een met drie wielen en zonder elektro-aandrijving.

Naar de speeltuin pak ik met de tweeling soms de Mini Cabrio. En dan heb ik nog een motor, een Kawasaki Drifter, 1.500cc, zo eentje in oude Indian-stijl. Nee, geen zijspan joh. Dan rijd ik solo. In stijl, stuur hoog, met veel, heel veel leer.’

Sprinter Churandy Martina fietst op zijn BMX over een atletiekbaan van Sportcentrum Papendal.

‘Op Curaçao was BMX heel populair toen ik klein was. Ik had er ook eentje, een Mongoose. Ik had het frame gekocht en daarna zelf de onderdelen bij elkaar gescharreld. Zo maakte ik mijn eigen fiets.

‘We deden wedstrijdjes. Dan zochten we een heuvelachtige straat uit en sprintten van boven naar beneden. Wat zal het zijn geweest? Zo’n 200 meter, denk ik. De sprint was mijn wapen, maar er waren jongens die het veel beter konden. Snel gaan op trappers is anders dan hardlopen.

‘Nu rijd ik op een crossfiets die van oud-BMX’er Raymond van der Biezen is geweest. We waren ooit kamergenoten op Papendal. Ik gebruik hem bijna elke dag om mee naar de training te gaan.

‘Ik heb ook gewone fietsen, maar zolang het niet regent, rijd ik het liefst op de BMX. Ik ben dat van kinds af aan gewend en het is altijd leuk. Ik houd ervan om wheelies te doen, om die zolang mogelijk vol te houden.

‘Op Papendal ben ik een aantal keer op de BMX-baan geweest voor de nationale selectie kwam trainen. Natuurlijk is het eng als je van die startheuvel naar beneden kijkt, maar je doet het gewoon. Ik doe het niet zo vaak, want het is een gevaarlijke sport en ik ben natuurlijk met atletiek bezig.’

 Jorien ter Mors met haar nieuwe Yamaha Custom Bike.

‘Ik ben al heel lang geïnteresseerd in motoren. Het is een mooi stukje speelgoed, zelfs als je er niet op rijdt. Het was altijd al een droom van me om er eentje te laten bouwen.

‘Het is een omgebouwde Yamaha DragStar 1100, maar letterlijk alles eraan is aangepast. Alleen het motorblok is hetzelfde. En de spaken, maar die zijn wel anders gespoten.

‘Heel vaak rijd ik er niet op. Ik heb het druk met trainen en dan zitten lange ritten er niet in. Ik probeer bij mooi weer na trainingen nog wel korte toertjes te maken.

‘In de winter rijd ik niet. Dan is het veel te koud en ligt er overal pekel. Daarvan gaat de lak stuk. Hij gaat in de stalling en ik pak ’m pas weer in maart of april als het weer beter wordt.

‘Een bocht op een motor is niet te vergelijken met een bocht op het ijs. Op een sportmotor kun je nog wel een mooi bochtje rijden, maar deze nieuwe is daar veel te lomp voor.

‘In de zomer voor de Winterspelen ben ik onderuitgegaan op een sportmotor. Ik had zelf niets, maar mijn motor was total loss. Ik moest daarna wel even ergens doorheen toen ik weer op de motor stapte, maar dat is met alles zo.’

Shorttracker Sjinkie Knegt achter het stuur van zijn opgeknapte Dodge-camper uit 1976.

‘Ik gebruik deze camper vooral om mee naar autocrosswedstrijden te gaan. Dan zijn we een weekendje weg en slapen we erin. Er kunnen zes personen in.

Twee jaar geleden heb ik hem gekocht. Hij was niet in heel uitmuntende staat, om het zo maar te zeggen. Hij stond ergens boven Groningen en toen we hem ophaalden strandden we op een van de drukste kruispunten van de stad. Hij wilde geen kant meer op en ik had geen gereedschap meegenomen.

Dat het een oud ding was, wist ik. Het is een Dodge uit 1976. 43 jaar oud dus. Dat heeft zijn charme. Ik heb er zo’n vier maanden over gedaan om hem weer APK-klaar te krijgen. Nu brengt hij ons altijd op de juiste bestemming.

Hij is ideaal voor de autocross, want hij mag enorm veel gewicht trekken. Ik kan er een aanhanger met de crossauto en onderdelen aan koppelen. Dat zou bij de meeste moderne campers niet mogen.

Aan de binnenkant heb ik niet veel gedaan. Alleen het plafond hebben we vernieuwd. Het oude was verzakt doordat het dak lekte. Maar dat is het enige, verder is het allemaal heel old school.’

Beachvolleyballers Robert Meeuwsen (links) en Alexander Brouwer in een gesponsorde Mini.

Vorige week ging hij op de fiets naar het beachstadion van Scheveningen. Een thuiswedstrijd voor beachvolleyballer Alexander Brouwer, al jaren samenspelend met Robert Meeuwsen met als grootste succes de wereldtitel van 2013 in Polen. Maar normaal pakt hij de sponsorauto. ‘De Mini Countryman Cooper SE. De E staat voor elektrisch. Het is een hybride. Ik kan 40 kilometer op de batterij rijden. Dat is twee keer op en neer naar ons trainingscentrum in het Zuiderpark van Den Haag.’

Toen de twee Maxi-beachboys (1.98 en 2.07 meter) elk zo’n Mini met panoramadak kregen aangeboden, moesten ze deze wel even checken. ‘We wilden zien of we er met onze lengte fatsoenlijk in pasten, maar dat bleek geen enkel probleem. We zitten wat hoger, de stoel op de achterste stand, dat past prima’, zegt Brouwer.

Meestal vliegen ze naar verre toernooien, maar de WK van deze zomer in Hamburg waren haalbaar met de Mini. ‘We hadden een pitstop in Groningen, bij mijn ouders. Daarna via Oldenburg en Bremen naar Hamburg. Konden we op de Autobahn de auto even uitproberen. Nee, je krijgt geen maximumsnelheden van ons.’

Meeuwsen heeft de Mini, zonder Cooper en zonder SE. Cooper was vroeger de rally-uitvoering van het kleine Britse autootje dat nu door BMW wordt vervaardigd, deels bij VDL in Borne. Het karretje (‘best lang hoor in deze uitvoering’) voldoet ook in het gezinsleven. Boodschappen inladen achterin is gemakkelijk. ‘Je voet onder de bumper doorhalen en de sensor zorgt dat de achterklep opent. Kind in de Maxi-Cosi, ook prima.’

Epke Zonderland rijdt zijn Volkswagen Touareg geregeld door de wasstraat.

‘Ik kreeg na de Olympische Spelen van Londen een persoonlijk contract met Pon, de importeur van Volkswagen in Nederland. Ik reed altijd Golfjes, prima auto’s hoor, niks mis mee, maar dit voorjaar kwam het idee om een grotere wagen te gaan rijden. Zal of door mijn manager, Johan Boesjes, of door Pon zelf geopperd zijn, maar het is deze Volkswagen Touareg geworden, de grootste SUV die zij hebben.

‘Ik vind de kleur erg mooi, de grille is stoer, het witte leer en het dashboard zijn ook bijzonder. Maar het beste is natuurlijk de ruimte in de auto. Als we in het verleden met drie turners, Rick Jacobs, Michel Bletterman en ik, plus coach Daniël Knibbeler en de fysiotherapeut naar Schiphol reden, dan karden we met twee auto’s achter elkaar aan. Nu kan alles, zelfs al die spullen van de fysio, in deze ene auto. Hij heeft een enorme ruimte.

‘Het heeft er ook mee te maken dat Linda en ik sinds de geboorte van Bert een gezinnetje vormen. Meer ruimte achterin is dan ook lekker. Deze zomer deed ik een trainingskamp in Hoofddorp en dan reed Linda door met de kleine naar Zandvoort, voor een dagje aan zee.

‘Ik ben gemiddeld geïnteresseerd in auto’s. Nee, ik ben geen Sjinkie Knegt. Ik zal niet snel onder de motorkap gaan kijken, wat daar allemaal huist. Ik weet bijvoorbeeld niet eens of deze auto vierwiel aangedreven is. Je krijgt instellingen op je dashboard van off-road, comfort of sneeuw. Maar ik zou het eens moeten checken hoe de wagen wordt aangedreven.

‘Ja, ik rijd hem geregeld door de wasstraat. Nee, dat moet niet van mezelf. Maar hij is natuurlijk nog erg mooi. En anders vindt Johan dat ik dat moet doen. Zo’n mooie wagen moet er natuurlijk keurig uitzien. Ik ben er heel blij mee. In ons contract staan mijn tegenprestaties omschreven. Zo heb ik een nieuw pand geopend. Of doe ik een presentatie. Maar alles in het redelijke, de sport mag niet in de knel komen.’