De smaak van de zomer

‘Wij willen een transitie in de landbouw.’

Het is een totaal andere manier van landbouw: voedsel verbouwen in een bos met vaste bomen en struiken in plaats van op een akker die jaarlijks gezaaid en geoogst wordt. Voedselbos Ketelbroek bij Groesbeek brengt dat in de praktijk.  

Op een akker van 2,4 hectare staan 350 soorten planten die bijna allemaal iets te eten opleveren: noten, vruchten, bloemen, bladeren, knollen. Dit is landbouw voor ‘luie boeren’: hier wordt niet gezaaid, geploegd en gespoten, maar alleen geoogst. Niet alleen de mens, ook de vogels en insecten varen daar wel bij. De V doet een jaar lang verslag van dit opwindende experiment dat misschien wel de landbouw van de toekomst wordt. Vandaag het vierde en laatste deel: Zomer. ‘Er wordt nu volop geoogst.’

Zomer

De smaak van de zomer is zoet. Het is de smaak van snoepjesroze frambozen die met hun overhangende ranken de paden overwoekeren. Maar het is ook de smaak van de eerste zomerappels die friszuur van de boom komen, van kogelronde Josta’s, smeltend zachte moerbeien en donkerpaarse kruisbessen; van pruimen vol sap, mals groen lindeblad, mollige ‘braambozen’ en zuurzoete aalbesjes die als felrode parelkettingen aan de groene struiken hangen. Zomer is de smaak van overvloed.

Braamboos Dorman Red

Ketelbroek 24 juni

Aan het begin van de zomer bereikt voedselbos Ketelbroek zijn groene Zenit. Alle groeikracht die in de lente is gemobiliseerd, barst nu uit zijn voegen. Bomen en struiken zitten vol in het blad. Brandnetels, bereklauw en wilgenroosje schieten omhoog; op sommige plekken moeten we ons met een knipschaar en geheven armen een weg banen door de groene wildernis.

De zomer van 2019 start met een hittegolf. Eind juni stijgt de temperatuur tot dertig graden. Het is kinderspel vergeleken bij wat ons later deze zomer te wachten staat, maar daar hebben we nu nog geen weet van. Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) kondigt een hitteplan af, in De Horst springen jongetjes vanaf de schutting in het zwembadje in hun tuin.

Met dit weer groeit de bamboe als een dolle, zegt voedselbosboer Wouter van Eck. Scheuten die een week geleden nog maar net boven de grond uit staken, zijn nu al een meter hoog. We breken de jonge uitlopers af en pellen het buitenblad van de stelen. Het binnenste is bros, sappig en bitterzoet.

De houten bankjes van de ‘kantine’ smoren in de zon. Maar de bomen hebben ogenschijnlijk weinig last van de hitte. De takken van de kroosjespruim kreunen onder het gewicht van jonge pruimen, de nashipeer hangt vol als een zwaar opgetuigde kerstboom.

De frambozen zijn zo rijp dat ze rode vlekken maken op onze broek als we door de struiken waden. In de Japanse walnoot hangen trosjes groene knikkers, als kokosnoten in een palmboom. En kijk, zegt Wouter: ‘De hazelnoten komen er aan.’ In de groene struiken hangen rozetjes van jonge noten.

Japanse walnoot

Niet alles gaat goed. Voor appels wordt het een mager jaar. De Discovery, de Lunterse Pippeling en de Lentse Rode dragen dit jaar nauwelijks vrucht. ‘Misschien toch het gevolg van de late vorst in april.’ Die heeft ook de abrikoos de nek omgedraaid: geen abrikozen dit jaar.

De citrusoogst daarentegen belooft uitbundig te worden. Tussen de puntige doorns van de Mongoolse citroen hangen zes groene tennisballen. Vergeleken met vorig jaar is dat een oogststijging van zeshonderd procent, lacht Wouter. Toen hing er één citroen aan.

Die nacht zijn we getuige van een zeldzaam schouwspel als vuurvliegjes hun paringsdans opvoeren in het donkere voedselbos. Het begint met enkelen, al gauw zijn het er tientallen. Groene neon-achtige lichtjes knipperen aan en uit, zwevend tussen de bomen en struiken. Het is een magisch gezicht.

Ondertussen in Erichem

Terwijl in Groesbeek de frambozen rijpen, staan 60 kilometer verderop in het Gelderse Erichem de loodsen van Jeroen Robbers te wachten op iets heel anders: pompoenen. De oogst kan elk moment beginnen, zegt Robbers in een hal zo leeg als een kathedraal op maandagochtend. ‘Over een paar weken staat het hier helemaal vol.’

Voedselbossen hebben het tij mee. Op tal van plekken in Nederland staan al – kleinere – voedselbossen, of liggen plannen klaar om nieuwe aan te planten. In Erichem bijvoorbeeld.

Hier ligt het bedrijf van Jeroen Robbers, de pompoenkoning van Nederland. Wie een pompoen koopt bij Albert Heijn weet één ding zeker: die komt van Robbers. Had je hem dat dertig jaar geleden gezegd, dan had hij je waarschijnlijk in je gezicht uitgelachen.

Halverwege de jaren tachtig begon Robbers een biologisch moestuinbedrijfje in Erichem. ‘Als echte geitenwollensokkenboer.’ Het was een tijd waarin ze dachten dat het allemaal anders moest.

De praktijk was weerbarstiger. Robbers moest sappelen om rond te komen. Na een paar jaar besloot hij alle andere groenten eruit te gooien en zich alleen nog toe te leggen op pompoenen, die in biologische winkels bezig waren aan een opmars.

De doorbraak kwam toen eind jaren negentig Albert Heijn aanklopte. ‘Ze wilden meer doen met biologische groenten. Een van de groenten die ze hadden uitgekozen waren pompoenen.’ Daarna ging het rap. Het eerste seizoen verkocht hij 25 duizend pompoenen aan AH, nu zijn dat er 1,6 miljoen.

Robbers verbouwt zelf 20 hectare pompoenen. Daarbuiten heeft hij nog eens 170 hectare onder contract bij boeren die voor hem telen. Daarmee is hij de grootste van Nederland.

Van geitenwollensokkenboer naar pompoenmagnaat: dat mag je een succesverhaal noemen. Maar dat verhaal krijgt een wending. Dat is de schuld van zijn nieuwe vriendin Alieke, zegt Jeroen. Alieke is een stadsmeisje dat er meer romantische ideeën over boeren op nahoudt dan Jeroen.

Zij sleepte hem mee naar een voedselboscursus van Wouter van Eck. Met tegenzin, geeft Robbers toe. ‘Ik zag er niet zoveel in.’ Maar gaandeweg werd hij geïntrigeerd door de verhalen over een landbouwsysteem dat zonder zaaien, spuiten en mesten zichzelf bedruipt. Iets van de oude bioboer in hem werd erdoor aangeraakt.

En zo kwam hij op het idee om in Erichem een voedselbos aan te planten. Robbers neemt me mee naar een veld waar nu nog groene Kabocha-pompoenen groeien. Op deze 4,5 hectare moet het komen, wijst Jeroen. Vorig jaar heeft hij al hagen aangeplant. Later dit jaar gaan de bomen en struiken de grond in: appels, peren, noten, nashi’s, kaki’s, kastanjes, hazelnoten, rimpelrozen en szechuanpepers.

Allemaal in keurige rijen. ‘Want het moet natuurlijk wel praktisch blijven’, zegt Robbers die ook een nuchtere ondernemer blijft. Daarom stelde hij nog één belangrijke voorwaarde: alle soorten moeten in september rijp zijn, zodat ze tegelijk kunnen worden geplukt. Dat bespaart tijd en arbeid.

Het plan is om met de opbrengst ‘voedselbospakketten’ te maken en die in de supermarkt te verkopen, legt Robbers uit. ‘Een soort soepgroentenpakket. Maar dan met fruit en noten.’ Robbers heeft AH er al over gepolst. ‘Ze vinden het wel leuk.’ Voor het zover is duurt nog wel even, waarschuwt Wouter van Eck. ‘Ik schat een jaar of tien.’ Waanzin natuurlijk, zegt Robbers. ‘Maar het is een leuk avontuur.’

Ketelbroek 22 juli

Op het hoogtepunt van de zomer kan in het voedselbos volop geoogst worden. Chef-kok Emile van der Staak van restaurant de Nieuwe Winkel is de afgelopen weken beladen met bakjes en zakjes naar Ketelbroek gekomen.

We hebben bessen geplukt, de licht peperige gele bloemen van de daglelie, zoete vlierbloesems, pittige szechuanblaadjes, geurige bloemetjes van de rimpelroos, massa’s zaden en stengels van de bereklauw (die naar mandarijnschil smaken) en natuurlijk de bladeren van de Chinese mahonie die de smaak hebben van uiensoep. ‘In China worden die als groente gegeten’, weet Wouter.

Vandaag moeten we aan de slag met de kroosjespruim. De overvol beladen bomen laten hun vruchten massaal vallen. Gele pruimen, zo groot duiveneieren, liggen als een gespikkeld tapijt op de bosbodem. In een mum van tijd hebben we kilo’s geraapt voor Emile’s restaurant. Hij maakt er ijs en zoetzure BBQ-saus van.

‘Elke week komt er nu iets bij’, zegt Wouter als we uit zitten te puffen in de schaduw. ‘Het grootste gevaar van het voedselbos is dat er fruit op je hoofd valt.’ We delen de eerste rijpe Yellow Transparant, een oud ras en een van de vroegste zomerappels. ‘Daar kan geen Granny Smith tegenop’, zegt Emile.

Op de voorgrond Amerikaanse vlier. Daarachter bloeiend wilgenroosje

Ondertussen in Houtrak

Eind juli sneuvelt in Nederland het ene hitterecord na het andere. In het Brabantse Gilze-Rijen wordt voor het eerst in de geschiedenis de 40 graden grens doorbroken. Tropenroosters worden van stal gehaald, het land zucht onder de hitte.

Maar Kees van der Vaart heeft voor hetere vuren gestaan. Kees, een tanige zestiger, heeft over de hele wereld gewerkt. In Mexico deed hij aan glastuinbouw, in Japan hielp Kees met het herstel van het gebied dat in 2011 getroffen werd door een tsunami, in Zuid-Afrika was hij betrokken bij plannen rond ecotoerisme.

Zijn nieuwste project is voedselbos Houtrak. Aan de rand van Amsterdam, in de oksel van het Noordzeekanaal en het westelijk havengebied, bezit Staatsbosbeheer een lap natuur die wel een opknapbeurt kon gebruiken. ‘Een mooi klusje voor jou, Kees, zeiden ze.’

Van der Vaart werd benaderd door mensen met connecties in de Amsterdamse horeca. Zou het niet mooi zijn, opperden zij, als dicht bij Amsterdam een voedselbos zou komen waar restaurants uit konden oogsten? Kees was meteen om. ‘Ik zocht naar thema voor dit gebied. Eetbare natuur vond ik een aaibaar verhaal.’

Er werd een ontwerp gemaakt voor 8 hectare voedselbos. In 2017 gingen de eerste bomen en struiken de grond in. Die staan er nog een tikje armetierig bij. De contouren van een elzen- en meidoornhaag zijn te zien. Verspreid over het veld staan groepjes dwergachtige notenbomen en kastanjes. Er is een kluitje met Japanse kwee, een verzameling appelbomen en een stel nashi’s waar zowaar de eerste zandkleurige appeltjes aan hangen.

Verder is het veld vooral bedekt met hoog opgeschoten gras, zuring en distels. Kees zet een boompje recht dat scheef is geplant. De grond is gebarsten door de droogte. ‘Dit is zware klei. Keihard.’ Hij maakt er zich geen zorgen over. Over twee jaar, voorspelt hij, ziet het er hier heel anders uit. ‘Dan kijk je er niet meer overheen. Dan staat hier een bos.’

Houtrak wordt een publiek toegankelijk voedselbos. De bedoeling is om mensen via het bord de natuur in te lokken, legt Kees uit. ‘Wat is er nou mooier dan de ene dag iets eten en de volgende dag gaan kijken waar het vandaan komt?’

Het voedselbos en de verdere herinrichting van het natuurgebied wordt deels bekostigd met de opbrengst van het Groene Schip: een berg afval die is afgedekt met schone grond. En dan zeggen ze nog dat ironie niet meer bestaat.

Vanaf de top van de bult, waar een restaurant moet komen dat gaat koken met ingrediënten uit het voedselbos, hebben we een weids uitzicht naar alle kanten: de olieopslagtanks van het Westelijk Havengebied, het Noordzeekanaal dat richting IJmuiden loopt waar de Hoogovens staan. Draai je een kwartslag, dan zie je de groene Houtrakpolder voor je met het voedselbos in wording. Dat is het mooie van Nederland zegt Kees: ‘Als je de andere kant op kijkt, ziet Nederland er ineens heel anders uit.’

29 juli Ketelbroek

Het gras bij de buren van Ketelbroek is voor de verandering eens niet groener. Maar geler. Na de snikhitte van afgelopen week liggen de velden er dor en droog bij. En niet alleen hier. Boeren in de Achterhoek en Twente klagen over misoogsten. De maïs verschrompelt op het veld, aardappels verpieteren op de akker, fruit verbrandt aan de bomen.

De Middenbeek die door Ketelbroek loopt, is droog gevallen. ‘Voor het eerst sinds mensenheugenis’, zegt Wouter zorgelijk. Op de donkere bedding glimt alleen hier en daar nog een plasje vocht. Boeren in de omgeving zijn de afgelopen dagen druk bezig geweest met beregeningskanonnen in een poging nog iets van hun gras te redden. Daardoor is er geen water meer over voor de beek.

Ook Ketelbroek heeft een tik gekregen van de hitte. Rampzalig is het niet, meent Wouter. Maar zichtbaar wel. Een jonge lindeboom die vol in de zon staat, is helemaal vergeeld. ‘Die gaat alvast in de herfststand.’ De blaadjes van de hazelaar, een paar weken geleden nog fris en groen, zijn bruin verbrand en omgekruld aan de randen.

Een jonge kastanje laat zijn bladeren al vallen. Dat is uit voorzorg, legt Wouter uit. ‘Via de bladeren verdampt het water van de bomen. Als er weinig water is, voorkomen ze dat door hun blad af te stoten.’ Ook in bossen en parken liggen de paden bezaaid met afgevallen blad.

De Fuki, het Japans hoefblad in een hoek van het donkere woud, speelt de stervende zwaan. De grote bladeren zijn slap en bruin verkleurd. Die is duidelijk niet bestand tegen deze omstandigheden, concludeert Wouter. Water geven is geen optie. ‘Hij moet uit zichzelf kunnen overleven. Anders past hij hier niet.’

  • Japans hoefblad - 13.05.2019

  • Japans hoefblad - 24.06.2019

  • Japans hoefblad - 14.08.2019

Wat al een paar weken aan de gang is, wordt nu steeds zichtbaarder: het groeiseizoen is over zijn hoogtepunt heen, de neergang is ingezet. In de groene onderlaag beginnen gaten te vallen. De grassen verdorren, de brandnetels verwelken, het paarse wilgenroosje is uitgebloeid: zijn pluizen dwarrelen als gewichtloze sneeuwvlokken door de lucht.

Uit de dunner wordende haag van brandnetels komt de Japanse kwee tevoorschijn die lang onzichtbaar was. Tussen de takken beginnen de eerste groene vruchten te rijpen. Nog even en ook de Shipova’s zijn rijp. Aan de takken van dit botanisch buitenbeentje – een kruising tussen een peer en een lijsterbessoort - hangen trossen peertjes. Shipova’s zijn zeldzaam, zegt Wouter. Er staan er maar een paar van in Nederland.

Ondertussen in Wisconsin

Voedselbossen? Leuk hoor, maar daarmee ga je de wereld niet voeden. ‘Met mensen die dat zeggen ga ik niet eens meer in discussie’, zegt Mark Shepard. Hij leunt achterover op zijn bureaustoel in het kantoortje van zijn boerderij in Viola, Wisconsin. Petje op het hoofd, de blote armen achter zijn nek gevouwen. Voor hem staat een laptop; we spreken elkaar via Skype.

Shepard maakte furore in de wereld van voedselbossen met zijn New Forest Farm: een op commerciële leest geschoeide voedselbosboerderij. Hij schreef er een boek over: Restoration agriculture: Real-world permaculture for farmers (Herstellende landbouw. Agro-ecologie voor boeren, burgers en buitenlui). Naast het werk op zijn boerderij adviseert Shepard bedrijven en geeft hij wereldwijd lezingen.

Shepard (68), geboren in Massachusetts, is van huis uit ecoloog. Op een cursus permacultuur in de jaren negentig kwam hij op het idee om een boerderij te beginnen gebaseerd op de teelt van vaste planten.

Met hulp van een projectontwikkelaar kocht hij een 150 jaar oude boerderij in de zuidwestelijke heuvels van Wisconsin, dat bekend staat als ‘America’s dairyland’ vanwege het grote aantal melkveehouders. De boerderij was afgedankt, de 45 hectare grond, die vooral gebruikt werd om maïs te telen, was uitgeput en geërodeerd.

Het risico voor de projectontwikkelaar was gering, zegt Shepard. Ook al zou het plan mislukken, de grond werd er niet minder waard door. ‘Tien jaar later liep het zo goed dat ik mijn investeerder kon uitkopen.’

Shepard kent Ketelbroek. Hij is een paar keer in Nederland geweest en heeft daarbij ook het voedselbos in Groesbeek bezocht met zijn wirwar aan planten. Niks tegen Ketelbroek, zegt Shepard. ‘Maar mijn bedrijf ziet er heel anders uit.’

New Forest Farm is geënt op het oorspronkelijke savannelandschap of bosweides: weidegronden en akkers tussen stroken bos. Het bos wordt gevormd door voornamelijk eiken en kastanjes. Daar tussen groeien lagere fruitbomen (appels, peren, kersen en pruimen) en struiken met hazelnoten, frambozen, bessen en druiven.

Alle bomen en struiken staan in ordelijke rijen zodat ze gemakkelijk te plukken zijn en Shepard er met zijn trekker tussendoor kan. Op de open stukken tussen de stroken bos teelt hij eenjarige gewassen zoals granen en pompoenen. Ook laat hij er varkens en koeien lopen die zich volvreten aan het afgevallen fruit en noten.

Het uitgeputte land van weleer levert nu weer volop oogst op, vertelt Shepard. Jaarlijks oogst hij tonnen kastanjes, hazelnoten en groene asperges. Shepard en zijn gezin kunnen er prima van leven. ‘Ik oogst zelfs minder dan ik zou kunnen. Maar zo lang ik mijn rekeningen kan betalen, ben ik gelukkig. Ik hoef niet zo nodig harder te werken om meer te verdienen.’

De wereld kan niet gevoed worden zonder eenjarige gewassen met hoge voedingswaarde zoals rijst, aardappelen en tarwe, denkt Shepard. Maar die kunnen heel goed worden ingebed in een voedselbos.

‘Het probleem met eenjarigen is dat ze maar een deel van het jaar zonlicht benutten. In de lente zijn de plantjes nog klein, na de oogst ligt het land leeg. Bomen en struiken vangen het hele jaar zon. Als je die tussen je akkers plant, voeg je als boer omzet toe aan je bedrijf, zonder dat het veel extra werk kost. Dat kan economisch heel goed uit.’

Een ander voordeel is: voor maïs en graan heb je vlakke, vruchtbare grond nodig. ‘Voedselbossen kan ik overal aanplanten, ook op hellingen en heuvels waar geen tarwe kan groeien.’

Shepard helpt landeigenaren bij het maken van ontwerpen waarin akkers en weiden worden gecombineerd met bomen en struiken. ‘Ik kan bijvoorbeeld tegen een boer zeggen: laat mij zien wat voor machines je gebruikt. Dan maak ik een opzet waarbij de ruimte tussen de bomen breed genoeg is om doorheen te manoeuvreren.’

Hij heeft het er druk mee, vertelt Shepard. Met een team van acht mensen is hij in het hele land actief om voedselbossen op te zetten. Daarbij gaat het om duizenden hectares. Veel boeren zijn bang, zegt Shepard. ‘Ze realiseren zich dat zij deel zijn van het probleem.’

Ketelbroek 19 augustus

Het is mijn laatste bezoek aan Ketelbroek. Als ik Wouter ophaal in zijn huis op de Horst zit hij op zijn vertrouwde plekje achter de laptop in de keuken. Op tafel staat een schaaltje vers geplukte shipova’s. ‘Die zijn nu echt rijp.’ Ze smaken zacht en zoet.

Samen lopen we naar het voedselbos, voor de zoveelste keer. Vanaf het plein voor de basisschool klinken kinderstemmen, de vakantie is voorbij. Op het ooievaarsnest bij Ketelbroek zitten alleen de ouders er nog; de jonkies zijn al naar het zuiden gevlogen. Voor hen zit de zomer er alweer op.

Na weken van droogte is de hemel eindelijk opengebarsten. De afgelopen dagen heeft het volop geregend waardoor het land een opkikker heeft gekregen. Ketelbroek ligt er fris gewassen bij. Zelfs het gras bij de buren is weer groen.

Peultje van de Siberische erwtenstruik

Een jaar lang heb ik hier bijna wekelijks rondgelopen. Proevend, kijkend, pratend, plukkend, vragend, me verwonderend. Nooit eerder heeft het weer zo’n grote rol gespeeld in mijn leven als het afgelopen jaar. We zijn nat geregend, hebben kou geleden, zijn door de zon verbrand.

Boeren leven met het weer. Late vorst, te veel regen, te weinig regen, regen op het verkeerde moment: het kan oogsten maken en breken. Wat weer betreft was het een wispelturig jaar.

Op de kurkdroge zomer van 2018 volgde een zacht najaar. Eind januari was het land bedekt met een laagje sneeuw en vroor het dat het kraakte. Nog geen maand later konden we de korte broek aan bij temperaturen tot boven de 20 graden. Gevolgd door 7 graden vorst in april en een zomer waarin hitterecords als mussen van het dak vielen.

  • Sumak - 24.06.019

  • Sumak - 08.07.2019

  • Sumak - 4.08.2019

Het zijn uitschieters die boeren nerveus maken. Maar gezien de klimaatverandering is het nog maar de vraag of dit soort weersschommelingen in de toekomst uitzonderingen zijn, zegt Van Eck. ‘Extremen worden misschien wel het nieuwe normaal. Wen er maar aan.’

Het voedselbos heeft er betrekkelijk weinig onder te lijden gehad, zegt Wouter. ‘Wij konden gewoon blijven oogsten.’ Terwijl kale akkers verdrogen in de zon, bieden de bomen in het voedselbos schaduw en houden het water vast. De diversiteit aan planten zorgt ervoor dat tegenover tegenvallers ook altijd meevallers staan. ‘Het is een robuust systeem.’

Ketelbroek levert ook nieuwe ontdekkingen op. Zoals de nashipeer, een zandkleurig appeltje dat in Japan gewild is, maar ook in het Hollandse klimaat uitstekend blijkt te gedijen. De szechuanbes, een populaire kruiderij in de Chinese keuken, groeit op Ketelbroek gewoon aan de struiken. En de hartvormige Japanse walnoot doet het zelfs beter dan zijn meer ingeburgerde soortgenoten. ‘Die begint nu al noten op te leveren’, wijst Wouter.

Het zijn ervaringen die worden meegenomen naar andere voedselbosprojecten zoals in Erichem, Houtrak en Schijndel, waar afgelopen winter is begonnen met de aanplant van een 20 hectare groot rationeel voedselbos. Schijndel moet aantonen of het mogelijk is volwaardige landbouw te bedrijven met voedselbossen.

Want dat is het doel, benadrukt Van Eck. Voedselbossen zijn het stadium van hobbyboeren of smulbos ontgroeid. ‘Wij richten ons op een transitie in de landbouw.’ Ketelbroek met zijn 350 soorten op 2,4 hectare is geen blauwdruk, maar een proeftuin en een etalage. ‘Hier kunnen we laten zien dat het kan. Daarmee kunnen we mensen overtuigen.’

Wouter van Eck tussen de frambozen

Dat verandering nodig is, onderstreept een reeks rapporten die het afgelopen jaar zijn verschenen. In januari pleitte een groep internationale wetenschappers in het gezaghebbende medisch tijdschrift The Lancet voor een ‘Great Food Transformation’: de omslag naar een duurzame landbouw en een gezonder eetpatroon.

Het VN-biodiversiteitspanel IPBES waarschuwde in mei voor de dramatische gevolgen van het uitsterven van soorten door de intensieve landbouw. Onlangs luidden de klimaatdeskundigen van het IPCC de noodklok: de landbouw is niet alleen slachtoffer van klimaatopwarming, zij is er ook een belangrijke oorzaak van.

Tussendoor stelde een Zwitserse studie dat bomen de wereld kunnen redden. Als we massaal bossen aanplanten kunnen we de klimaatopwarming binnen de perken houden.

‘We hebben een biodiversiteitcrisis, een klimaatcrisis en een dreigende voedselcrisis’, somt Van Eck op. ‘En we hebben meer bomen nodig.’ Tel die bij elkaar op en voedselbossen zijn volgens hem een logische uitkomst. Ze dragen bij aan biodiversiteit, slaan CO2 op én produceren voedsel.

  • japanse walnoot - 24.06.2019

  • japanse walnoot - 08.07.2019

  • japanse walnoot - 14.08.2019

Daar komt steeds meer komt erkenning voor. Het IPCC noemt agro-forestry (voedselbosbouw) als een van de mogelijke oplossingen voor de toekomst. De Nederlandse minister van Landbouw Carola Schouten heeft in haar recente toekomstvisie op kringlooplandbouw ook een plaatsje ingeruimd voor voedselbossen.

Wat Van Eck betreft mag het sneller gaan. Veel sneller. ‘De urgentie is groot. Ik zeg niet dat alle landbouw voedselbos moet worden. Met 40 procent ben ik al tevreden.’ Dat, weet hij ook, zal nog wel even duren. Daarvoor is de weerstand vanuit de conventionele landbouw nog te groot.

We maken ons vaste rondje door het voedselbos waar de duindoorns diep oranje kleuren in de zon. Rijpe bramen hangen langs het pad, de nashiperen zijn bijna plukrijp. Wouter wijst over het veld waar rijen appel- en perenbomen boven de brandnetels uitsteken. ‘Een paar jaar geleden was dit nog een zee van onkruid.’

Rimpelroos

De notenbomen aan de zijkant van Ketelbroek zijn nu zo groot dat ze de rest beginnen te overvleugelen. Langzaam maar zeker krijgt het ontwerp vorm. Als voedselbos zit Ketelbroek nog steeds in de puberteitsfase, benadrukt Van Eck. ‘De kastanje- en notenbomen worden nog vijftien meter hoger. Dan begint het pas echt.’ Dit is landbouw van de lange adem.

Als je al die alarmerende rapporten de revue laat passeren zou je bijna depressief worden, zegt Van Eck. ‘Maar als ik eraan denk hoe wij hier negen jaar zijn begonnen op een kale akker en ik zie waar we nu zijn: dat geeft hoop.’ We draaien een hoek van het pad om. Hé, zeg ik: de mispels komen er alweer aan. Het lijkt pas gisteren dat we er emmers vol van plukten. Maar dat is alweer een jaar geleden. De cirkel is rond.

Pimpernoot

expanded Japanse walnoot
expanded Shipova
expanded Duindoorn
expanded Uiensoepboom

Voedsel verbouwen in een bos is misschien wel de landbouw van de toekomst. De Volkskrant volgt voedselbos Ketelbroek een jaar lang op de voet: van herfst tot en met zomer.

Deel 1: Herfst

Deel 2: Winter

Deel 3: Lente