‘Die vissen daar kunnen ook bewegen. Bijna alles op deze wagen kan bewegen’

Op bezoek bij ontwerper Karel Schrooyen, die al ruim 100 carnavalswagens maakte

Met man en macht werkt carnavalsvereniging We zen wir de leste aan de praalwagen van dit jaar: alweer de 105de van de Wouwse ontwerper Karel Schrooyen. Zijn papboer moet vanaf zaterdag in vier plaatsen met de leutstoet meerijden.

‘In de rechterarm zit het mechaniek’, zegt Karel Schrooyen (68) wijzend naar een acht meter hoge pop van een Wouwse papboer. ‘Daarmee kan hij zijn bolhoed op- en afzetten. Die vissen daar kunnen ook bewegen, die prei en spruiten ook. Bijna alles op deze carnavalswagen kan bewegen.’

Grafisch ontwerper Schrooyen geeft met nauwelijks verholen trots een rondleiding langs de twintig meter lange praalwagen in de krappe bouwloods van carnavalsvereniging ‘We zen wir de leste’ in een voormalige metaalfabriek in Roosendaal. ‘Rood en groen is (pap)boerenfatsoen’, is al weer de 105de carnavalswagen die hij de afgelopen decennia heeft ontworpen – de kleine wagens en creaties niet meegerekend.

Karel Schrooyen met zijn ontwerp voor de praalwagen van Wouw dit jaar. Op de achtergrond wordt de wagen gebouwd.

Papboeren

De boeren van Wouw, een dorp bij Roosendaal, werden vroeger papboeren genoemd, legt hij uit. Want de grond van Wouw was heel vruchtbaar, in tegenstelling tot het ‘klapzand’ elders in de regio. Daarom liepen de Wouwse boeren rond met bolle wangen en dikke buiken, en was de pap die ze aten zo dik dat ze er met gemak een lepel rechtop in konden zetten. In het dorp staat een bronzen beeldje van de papboer, ook gemaakt door Schrooyen, die eveneens tekende voor de nieuwe slogan bij de dorpsgrens: ‘Met een groot Wouw-effect.’

Het is enkele dagen voor de start van het feest der feesten en het wordt nog even buffelen voor de mannen en vrouwen van We zen wir de leste, maar het gaat lukken: zaterdag rijdt de papboer ‘in vijftig tinten rood en groen’ mee in de leutstoet van Roosendaal, zondag in Halsteren, maandag in Hoogerheide en dinsdag in thuisdorp Wouw.

Volgens de ontwerper zitten er ook wel vijftig gezegden en uitdrukkingen over rood en groen verwerkt in de praalwagen, gemaakt van pir, een isolatiemateriaal dat makkelijk gezaagd en geschuurd kan worden. ‘Als een rooie lap op een stier’ vormt het voorste deel van de carnavalswagen. Ook de ouwe bok die wel een groentje lust, ontbreekt niet. Of de rooie rug en de paling in ’t groen.

Wagen uit 1999

expanded ‘Zit ok op roze’

Wagen uit 2000

expanded ‘Waar is d’n tijd?’

De bouw is in september al begonnen. De laatste weken werken ze bijna elke avond met zes man, en in de weekeinden met een man of vijftien. Hoeveel manuren er wel niet in zitten, dat wil je niet weten. Maar dat is liefdewerk oud papier, lekker gezellig samen bouwen en een pilske na afloop. De materiaalkosten schat Schrooyen op 9.000 euro.

Dat bedrag wordt deels terugverdiend door sponsoring van bedrijven en winkeliers. Maar ook door het prijzengeld van de optochten. De eerste prijs in Roosendaal levert de winnende bouwclub 1.000 euro op; in de dorpen eromheen ligt het prijzengeld iets lager. In Bergen op Zoom, het walhalla der carnavalsstoeten, kan de winnaar zelfs een veelvoud daarvan incasseren.

Een derde inkomstenbron is de verkoop van de praalwagen (of onderdelen daarvan) na afloop van de tochten, bijvoorbeeld aan een winkeliers- of carnavalsvereniging over de grens in België. Daarmee kan zomaar 1.500 euro of meer worden terugverdiend. Op marktplaats.nl worden meerdere wagens te koop aangeboden, maar daar doet Schrooyen niet aan mee: ‘Die gaan alleen maar voor dumpprijzen weg.’

Bovendien heeft hij een naam op te houden. Want de grafisch ontwerper en oud-docent uit Wouw tekent niet zomaar even een leutwagen bij elkaar. Het moet wel ergens over gaan, alles moet kloppen en tot in de perfectie zijn afgewerkt. Hij voelt zich een kunstenaar die elk jaar weer de grenzen opzoekt.

‘Drie jaar geleden had ik een volledig witte wagen ontworpen’, vertelt hij. ‘Da zien we nie zitten’, was de reactie van de carnavalsvereniging. Toen is hij maar half wit en half in kleur gemaakt. Dat was ook wel bijzonder en viel best op in de stoet.’

Het is elk jaar weer competitie met die andere ‘creatieveling’ in het dorp, die de wagen van de concurrerende carnavalsvereniging ontwerpt. Of met andere ontwerpers in de regio. In de bouwloods op het industrieterrein in Roosendaal werken wel vijf carnavalsclubs aan hun creaties, in afzonderlijke compartimenten. Ze zijn concurrenten, maar gaan ook wel amicaal even buurten bij elkaar.

Wagen uit 1985

expanded ‘We komme dur rond vor uit’

Schrooyens eerste carnavalswagen dateert uit de eerste helft van de jaren zestig: een parodie op het REM-eiland, een platform in de Noordzee waar de eerste commerciële televisie-uitzendingen (TV Noordzee) werden verzorgd. Met enige schroom laat hij een vergeelde zwart-witfoto zien: een simpel bouwsel vergeleken met de spectaculaire praalwagens van deze eeuw.

Een jaar later maakte hij een wagen over de schoolstrijd, toen meisjes en jongens bij elkaar op school kwamen te zitten. ‘Dat was wat hier op het dorp’, lacht hij. ‘Daarvóór had je een jongens- en een meisjesschool.’

Hij ontwierp een carnavalswagen als eindexamenproject op de kunstacademie in Breda. De maquette staat nog op zijn werkkamer in Wouw, een kunstzinnig ogende sobere wagen met veel kegelvormen en kubussen, het kleurenpalet beperkt tot vier. ‘Ik wilde iets anders, het carnaval is meestal ongeremd, kleurrijk en vol tierlantijnen, toeters en bellen’, zegt Schrooyen. Met ‘We springe uit de baand’ won de eindexamenwagen in 1975 de eerste prijs in Wouw en tweede prijs in Roosendaal.

Wagen uit 1984

expanded ‘We tille dur niet zo zwaar aon’

In 1978 was het motto ‘We trappe deur’. Hij maakte een ventje op een heel grote driewieler met achterop een carnavalsband. ‘Hij was 12 meter hoog en helemaal van papier-maché’, aldus Schrooyen. ‘Door zijn eenvoud en grootte kreeg hij veel waardering.’

Ruim honderd wagens tekende hij voor in totaal acht carnavalsverenigingen in Wouw, Wouwse Plantage en het Belgische grensdorp Essen. Hij zag de materialen veranderen: eerst waren ze van papier-maché, daarna van polyester en paverpol (textielverharder) en nu van pir (isolatiemateriaal). ‘De vier P’s,’ aldus de ontwerper.

Veel tekeningen van al die wagens heeft hij nog in zijn werkkamer liggen. En hij heeft er nog lang niet genoeg van. Schrooyen, lachend: ‘Ik probeer in ieder geval door te gaan tot de 111de wagen. Dat vind ik wel een toepasselijk aantal voor de carnaval.’