De loonkloof:
waarom vrouwen nog steeds minder verdienen dan mannen

Uit het laatste Nationaal Salarisonderzoek blijkt weer hoe hardnekkig de loonkloof is. Het verschil tussen wat jonge vrouwen en mannen verdienen is zelfs gegroeid. Voor het verschil in beloning worden vele oorzaken genoemd, maar kloppen die ook? 

I

De kloof valt mee na aftrek van logische factoren

Een vrouw die hetzelfde werk doet als een man verdient gemiddeld 7 procent minder in het bedrijfsleven en 5 procent minder bij de overheid. Dit wordt de ‘echte’ loonkloof genoemd, omdat er geen logische verklaringen zijn voor dit beloningsgat. Bij de berekening wordt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) namelijk gecorrigeerd voor maar liefst twintig factoren, zoals werkervaring, opleiding, sector en of de werknemer leiding geeft of niet. Logisch dat deze invloeden op het loon uit de berekening worden gehaald, want anders ben je appels met peren aan het vergelijken, is het idee. Het is immers niet vreemd dat een mannelijke manager meer verdient dan een vrouw die net begint. Of als het gaat om beroepsniveau: een mannelijke dokter krijgt nou eenmaal meer centen dan een verpleegster.

Vergelijk je alle Nederlandse vrouwen en mannen, dus zonder rekening te houden met zaken als werkervaring en type werk, dan is de kloof veel groter: het bruto-uurloon van vrouwen in het bedrijfsleven is 19 procent lager en bij de overheid 8 procent. Er valt wat voor te zeggen om juist wel naar deze ongecorrigeerde loonkloof te kijken. Want anders cijfer je een deel van het probleem weg.

Een voorbeeld om dit duidelijk te maken: Tim en Lisa werken allebei 40 uur per week voor 3.466 euro bruto per maand. Lisa wil minder uren werken. Voor 28 uur krijgt ze 1.040 euro minder. Terecht, want minder werken is minder geld. Maar behalve dat Lisa in totaal minder krijgt, blijkt uit onderzoek van CBS ook dat deeltijders in het bedrijfsleven gemiddeld een 4,4 procent lager uurloon krijgen, als alle andere aspecten van de baan hetzelfde zijn. Dat is bij wet toch verboden? Klopt, maar het gebeurt toch. Dit kost Lisa nog eens 107 euro bruto per maand.

Lisa is een paar jaar gestopt met werken om voor de kinderen te zorgen, hierdoor heeft ze vijf jaar minder werkervaring dan Tim, dat scheelt gemiddeld 6,4 procent, dus 155 euro bruto.

Er werken veel vrouwen bij Lisa op de afdeling, teamleider Hans noemt het altijd ‘het kippenhok’. Wel jammer voor Lisa, want voor elk percentage meer vrouwen bij je bedrijf verdien je (weer als alles verder gelijk blijft) 0,1 procent minder. Dat is bij 70 procent vrouwen toch alweer 1,40 euro per uur. Op maandbasis is dat 164 euro bruto.

Door al deze hierboven genoemde verschillen, die dus niet als de ‘echte’ loonkloof worden gezien, krijgt Lisa maandelijks 426 euro bruto minder dan Tim. Daar komt dan nog de ‘echte’ loonkloof bij van 175 euro bruto per maand.

Super Maria

Ken je het spelletje Mario Bros nog? Wij hebben voor de gelegenheid Maria Sis gemaakt. Speel het spelletje en kijk welke hindernissen je als vrouw tijdens je carrière allemaal moet overwinnen om toch met een mooi salaris de eindstreep te halen.

II

Nederlandse vrouwen zijn deeltijdprinsesjes

Het is een veelgehoorde verklaring voor de loonkloof: Nederlandse vrouwen zijn verwende deeltijdprinsesjes die daarom geen carrière opbouwen met bijpassend loon. Het klopt dat in geen ander Europees land de kloof tussen het aandeel in deeltijd werkende vrouwen en mannen zo groot is als hier: 73,8 procent van de werkende vrouwen is deeltijder, versus 27,1 procent van de mannen.

‘We zijn een apart land als het gaat om de arbeidsparticipatie van vrouwen’, zegt CBS-econoom Peter Hein van Mulligen. ‘Want als je kijkt naar het aandeel vrouwen dat werk heeft, staat Nederland juist in de Europese top.’ Grofweg gezegd: in veel andere Europese landen werken dus minder vrouwen, maar als ze werken, werken ze fulltime.

‘Het is te simpel om de parttimebaan van de vrouw en fulltimebaan van de man te bestempelen als een vrije keuze’, zegt Belle Derks, hoogleraar sociale en organisatiepsychologie aan de Universiteit Utrecht. We worden beïnvloed door vooroordelen, stereotypen en sociale normen. Daarbij is ons beeld van de ideale werknemer, iemand die altijd beschikbaar is, in het voordeel van de man’, meent Derks. ‘Dit werkte prima toen er altijd iemand thuis was die alles regelde. Dat model bestaat niet meer. Zowel mannen als vrouwen lopen ertegenaan dat ze dit beeld niet kunnen waarmaken.’

Hebben die deeltijdwerkende vrouwen niet het beste van twee werelden: werk én tijd voor de kinderen? Deskundigen zijn het erover eens dat de deeltijdcultuur ook te maken heeft met luxe: in Nederland kúnnen gezinnen het vaak redden zonder twee voltijdbanen. Maar dan ga je er wel van uit dat die koppels bij elkaar blijven. Terwijl een op de drie huwelijken strandt. Vrouwen zijn dan financieel kwetsbaar. De gemiddelde leeftijd van de vrouw bij een scheiding was in 2017 44,2 jaar. Van de vrouwen in de leeftijdscategorie 45 tot 65 jaar is 53,2 procent economisch zelfstandig, bij mannen is dit 77 procent.

De deeltijdbanen van vrouwen met kinderen worden wel groter: steeds meer jonge moeders werken minstens 20 uur. ‘Maar de overstap naar voltijd zien we weinig. Het anderhalf-verdienmodel, waarbij de man voltijds werkt en de vrouw drie dagen, lijkt in Nederland in beton gegoten’, aldus Van Mulligen. Geen glazen plafond dus, maar een ‘sticky floor’, zoals de Britten het noemen. ‘Als je dit groeitempo doortrekt, dan duurt het nog zeker honderd jaar voordat het urenaantal van vrouwen en mannen gelijk is’, zegt Van Mulligen. ‘Dat een slakkegang noemen zou een overschatting zijn.’

III

Mannen onderhandelen vaker om hun salaris

Uit een Brits-Amerikaans onderzoek uit 2016 onder 4.600 Australische werknemers blijkt dat vrouwen even vaak om een hoger loon vragen, ze krijgen het alleen niet. Waarom niet? ‘Werkgevers verwachten zo’n verzoek bij mannen, maar bij vrouwen niet’, zegt Babette Pouwels, die voor het College van de Rechten voor de Mens de beloningsverschillen onderzocht bij de verzekeringsbranche, ziekenhuizen en hogescholen. Ze kreeg daarvoor inzage in de personeelsdossiers. ‘Bij mannen gaat het gesprek al snel over de hoogte van het bedrag, bij vrouwen over de vraag of het verzoek wel gerechtvaardigd is.’

Hier spelen ook gender-stereotypen mee, aldus Pouwels. Tijdens een verzoek om een hogere beloning wordt op vrouwen negatiever gereageerd, bleek uit onderzoek van de Harvard-universiteit. Vrouwen worden gezien als veeleisend wanneer ze om meer geld vragen, terwijl zo’n verzoek bij mannen als teken van assertiviteit wordt gezien.

IV

Als er eenmaal kinderen zijn, blijven vrouwen graag thuis

Doordat vrouwen tegenwoordig gemiddeld hogeropgeleid zijn dan mannen, verdienen ze in het begin van hun carrière meer dan mannen. Er is een kantelmoment: bij de overheid is dat wanneer vrouwen 36 jaar zijn, in het bedrijfsleven op 26-jarige leeftijd. Vanaf dat moment gaan mannen meer verdienen.

Dit omslagpunt noemen deskundigen ook wel het ‘kind-effect’. Vrouwen doen het vaak rustiger aan met hun carrière als er een baby komt en de taakverdeling thuis wordt traditioneler. Slechts 15,1 procent van de Nederlandse moeders werkt voltijds, van de vaders is dat 79,8 procent. De zorg voor het gezin en huishouden is voor 23 procent van de vrouwen de reden om niet meer uren te werken.

In haar boek Onzichtbare vrouwen bepleit Caroline Criado Perez dat het ‘onbetaalde’ werk van vrouwen, oftewel de zorgtaken thuis, het echte onderliggende probleem van de loonkloof is. Als vrouwen dezelfde kansen op promotie hebben op de werkvloer, dan kunnen ze die nog niet in gelijke mate benutten.

Nederlandse vrouwen besteden per week 9 uur meer aan de zorg voor het huishouden en anderen dan mannen, blijkt uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau. Grofweg gesteld: de man besteedt 60 procent aan betaald werk en 40 procent aan zorgtaken, bij de vrouw ligt dit precies andersom.

Onze traditionele opvattingen spelen ons hier parten. Uit de Emancipatiemonitor van het CBS en SCP blijkt dat een op de drie Nederlanders vindt dat vrouwen beter zijn in het zorgen voor kleine kinderen en dat het geen goed idee is dat een kind van 1 jaar naar de crèche gaat.

De Vlaamse onderzoeker Nick ­Deschacht concludeerde dat er sprake is van een ‘promotiekloof’: ‘Vrouwen missen promotiekansen doordat ze minder (over)uren maken. Werkgevers gaan ervan uit dat een vrouw minder aanwezig zal zijn, dat ze kinderen zal willen en dat ze meer tijd thuis wil spenderen. Dat is statistische discriminatie. Werkgevers kiezen bij gelijkwaardige kandidaten sneller voor een man.’

Het wegwerken van het ‘kind-effect, als de kinderen eenmaal wat groter zijn, is niet makkelijk. ‘Vrouwen halen die achterstand niet meer in’, zegt Van Mulligen. ‘Als je voor je 40ste geen grote klapper hebt gemaakt, is de kans niet zo groot meer.’

V

Vrouwen hebben minder ambitie

Onderzoek van de Universiteit van Exeter laat zien dat mannen en vrouwen met dezelfde ambitie beginnen bij een organisatie, maar dat vrouwen die ambitie sneller verliezen.

Dat heeft volgens de onderzoekers niets te maken met de wens om thuis voor de kinderen te zorgen, maar met onvoldoende steun, de subtiele vooroordelen over vrouwen en het gebrek aan rolmodellen in de organisatie. ‘Ambitie heeft niet alleen te maken met intrinsieke motivatie, maar ook met de vraag wat jij als haalbaar ziet voor jezelf’, zegt Belle Derks. ‘Het is een afweging of je inzet loont. Als jij als vrouw ziet dat mannelijke collega’s carrière maken terwijl ze minder goed zijn, dan werkt dat ontmoedigend.’

Er zijn niet veel cijfers bekend over ambitie. In 2017 vroeg Hays Recruitment 200 mannen en vrouwen naar hun carrièrewensen. Binnen deze groep dachten meer mannen CEO te kunnen worden, maar evenveel mannen als vrouwen ambieerden een managementpositie.

VI

Vrouwen kiezen de verkeerde sector

In de gezondheidszorg, horeca en cultuursector werken meer vrouwen dan mannen en laten dat nou net de sectoren zijn waar het loon minder hoog is. Kiezen vrouwen de verkeerde beroepen? Of wordt een beroep automatisch minder lonend wanneer er veel vrouwen werken, zoals de Franse socioloog ­Évelyne Sullerot concludeerde? Volgens de wet van Sullerot daalt automatisch de status van zo’n vrouwenberoep, en ook het salaris.

‘De praktijk van vandaag is complexer’, zegt hoogleraar Yvonne Benschop, hoogleraar bedrijfskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘Waarom vrouwen voor het onderwijs kiezen is deels inhoudelijk, ze willen iets toevoegen aan de samenleving, en deels praktisch. Die sectoren zijn erin geslaagd om het werk zo te organiseren dat het beter te combineren valt met andere zorgtaken.’ Volgens Benschop zijn vrouwen niet de verklaring van de lage lonen in die beroepen. ‘De lage waardering van zorg en onderwijs is problematisch in zichzelf.’

Conclusie

Niemand in Nederland vindt het een goede zaak dat vrouwen voor hetzelfde werk minder verdienen dan mannen. En toch blijft de loonkloof voortbestaan.

Wie de cijfers bekijkt en leest wat deskundigen hierover zeggen, moet concluderen dat onze opvattingen over gelijkwaardigheid niet stroken met hoe we ons leven inrichten. Het anderhalf-verdienmodel, waarbij de man fulltime werkt en de vrouw parttime, is comfortabel. Zo houden we alle ballen van het gezinsleven in de lucht, zonder met een burn-out te eindigen. We mogen onszelf een progressief land noemen, maar we houden er traditionele ideeën op na over de zorg voor de kinderen en de crèche.

‘De echte kloof tussen mannen en vrouwen op de Nederlandse arbeidsmarkt is die in gewerkte uren, niet die in loon’, stelde CBS-econoom Peter Hein Van Mulligen. Dat klopt, als je alleen kijkt naar betaald werk. Reken je ‘onbetaald’ werk mee – de huishoudelijke taken en zorg voor de kinderen – dan werken mannen en vrouwen evenveel. Wil je vrouwen meer uren laten draaien op de arbeidsmarkt, dan zal het werk thuis anders opgevangen moeten worden. Door mannen bijvoorbeeld. Maar ja, die zien bij hun vrouwen dat het niet loont om een stapje terug te doen – minder loon, en dat gat haal je niet meer in. Ziehier de complexiteit van de loonkloof.

Verantwoording

Lisa en Tim bestaan niet echt, maar zijn wel representatief voor een grote groep werknemers. Als basis is een uurloon gekozen van 20 euro. Daarna is met behulp van de technische toelichting op de loonkloof van het CBS een berekening gemaakt voor verschillende factoren die het loon beïnvloeden. De berekening gaat uit van medewerkers in het bedrijfsleven, en is gebaseerd op data uit 2016. De 'onverklaarbare' loonkloof van 175 euro is gebaseerd op de gecorrigeerde loonkloof van 7,2 procent voor het bedrijfsleven.