De hoop is terug in de armste wijk van Boedapest

De Hongaarse oppositie kan weer lachen. De hoop op verandering is terug, na het daverende succes vorige maand bij de gemeenteraadsverkiezingen. Ook in Józsefváros, het meest verpauperde stadsdeel van Boedapest.

Aan de zuidkant van Boedapest woont een vrouw met zes kinderen, een terriër, een kat en een flinke portie angst in haar lijf. Andrea Danka (47), een Roma-vrouw, kan al maanden de huur niet betalen en dreigt uit huis te worden gezet. Onlangs kreeg ze een datum: 31 oktober. Om half twaalf die dag zou ze met het hele gezin op straat staan. De kinderen zouden naar een tehuis moeten, zij naar de daklozenopvang. Zover kwam het niet. Danka kan weer ademhalen, ze mogen er voorlopig blijven wonen.

De man die dat regelde, is de nieuwe burgemeester van József­város, het meest verpauperde stadsdeel in de Hongaarse hoofdstad. Zijn naam: András Pikó (55), de grootste politieke verrassing van deze herfst. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van half oktober wist hij de rechts-­populistische Fidesz-partij van premier Viktor Orbán te verslaan. Het verschil met zijn concurrent was minder dan driehonderd stemmen.

Het eerste wat Pikó na zijn aantreden deed, was een streep zetten door de geplande huisuitzettingen, veertig in totaal. Hij wil de huursubsidie verhogen en gezinnen helpen bij het saneren van hun torenhoge schulden. De komende zes maanden wordt er in Boedapest niemand uit de sociale huur op straat gezet.

Politieke schokgolf

Daarmee beleeft Hongarije, zij het (slechts) op lokaal niveau, een ware politieke schokgolf, de grootste sinds 2010. Binnen de oppositie kan er weer gelachen worden. Na tien verloren verkiezingen op rij – lokaal, landelijk, Europees – had Fidesz de allure van een volstrekt onverslaanbare tegenstander. En nu ging meer dan de helft van de stadsdelen in Boedapest naar de oppositie, plus een flink aantal andere grote steden (Pécs, Szeged, Miskolc). De strategie om per kiesdistrict – namens de socialisten, liberalen én het ultrarechtse Jobbik – één kandidaat naar voren te schuiven, pakte goed uit.

Iemand als Pikó hadden ze in József­város (vernoemd naar Jozef II, een keizer uit het Habsburgse rijk) nog nooit gezien. Maatpakken of stropdassen draagt hij niet, en als hij het antwoord niet weet op een vraag, zegt hij dat gewoon. Hij had ­jarenlang een praatprogramma op de radio. Niemand in de wijk kende hem.

Met een team van 150 vrijwilligers ging hij deze herfst langs de deuren. ‘Goedemiddag, zei ik dan, ik wil de nieuwe burgemeester worden.’ Hij lacht. Wie Pikó bezoekt op het gemeentehuis, ziet uitsluitend lege bureaus, lege kasten en dito papierlades. Hij is twee dagen in functie. ‘Ik ken net de weg naar de mannen-wc.’ Het liefst komt hij op de fiets naar zijn werk, of hij neemt bus 99, ook wel bekend als het ‘gedetineerdenbusje’. Inwoners klampen hem ongelovig aan. Als journalist was Pikó gewend ‘diagnoses te stellen’. Nu wil hij een ‘therapeut’ zijn, naar eigen zeggen met twee speerpunten: meer transparantie en minder corruptie.

Corruptie

In verkiezingstijd was die corruptie volop zichtbaar. Het huis-aan-huiskrantje in Józsefváros wijdde tien pagina’s aan de ­Fidesz-kandidaat zonder de oppositie één keer te noemen. Vervolgens stond de politie op de stoep bij de Pikó-campagne. Alle computers werden in beslag genomen, zogenaamd omdat er gesjoemeld was met privégegevens van kiezers. Er werd niks gevonden. ‘Het leverde veel publiciteit op’, glimlacht een campagnemedewerker. ‘Ineens realiseerden we ons dat we konden winnen.’

Het bontst maakte Fidesz het in de kasteelwijk waar Orbán resideert. Toen duidelijk werd dat de zittende burgemeester verloren had, begonnen verhuizers – bij maanlicht – een busje vol te laden met gevoelige documenten. Alles werd naar diens huis gereden.

András Pikó.

Jarenlang was Józsefváros het afvoerputje van Boedapest, een hoekje op de kaart voor daklozen, prostituees en drugsgebruikers. De Fidesz-burgemeester kwam met een law and order-agenda. Hij liet bewakingscamera’s ophangen en ­experimenteerde met het illegaal maken van dakloosheid. Er is geen stad in Europa waar de huren zo snel stijgen als Boedapest en dus valt ook Józsefváros ten prooi aan ‘veryupping’. Het nieuwe bestuur wil het over een andere boeg gooien: meer ­sociale huur en nascholing voor Roma-scholieren met een leerachterstand.

‘Mythe doorbroken’

Dat de tijden veranderd zijn, is goed te voelen bij Auróra, een buurthuis annex café, losjes verbonden aan de lokale Joodse gemeenschap. In de kelder staat een drummer op het ritme van de Sex Pistols op een keukentrapje te rammen. De zee aan stickers (‘Dear capitalism, it’s over’) geeft iets prijs van het losse karakter. Noem het een vrijhaven voor anarchisten, zzp’ers en lhbti’ers. In de woorden van de pro-Orbán-media: een ‘drugshol’ en ‘het hoofdkwartier van George Soros’ – de verketterde multimiljardair van Hongaarse komaf. Sluiting dreigde.

Het Rákóczi-plein stond vroeger bekend om de prostitutie. Nu is het helemaal opgeknapt, met een nieuwe metrostation.

Toen kwam Pikó. ‘We waren bij zijn verkiezingsavond’, zegt Daniel Meyer (31), een van de drijvende krachten achter het buurthuis. ‘Iedereen stond met tranen in de ogen.’ Meyer keek de hele nacht gebiologeerd naar de binnenkomende resultaten en ging pas slapen toen de zon op was.

Makkelijk zal het voor de oppositie niet worden. ‘We verwachten een relatie vol conflict met de nationale regering’, zegt Gergely Karácsony (44), de nieuwe burgemeester van de gehele stad Boedapest, die ontvangt in een fraaie vergaderruimte met een levensgroot wandtapijt. Jaren geleden al haalde Orbán flink wat geld en ­autonomie weg bij het stadsbestuur. Nu het stadhuis door zijn politieke tegenstanders bezet wordt, is het goed denkbaar dat hij dat opnieuw zal doen.

Gergely Karácsony.

In aanloop naar de verkiezingen ging Karácsony op bezoek in Istanbul om te kijken hoe je dat doet: een oppositieburgemeester worden onder een regering die je vijandig gezind is. Orbán en de Turkse president Erdogan zijn beiden ‘deel van een mondiale trend’, analyseert hij. ‘Ze haten de vrije pers en doen alsof hun land belegerd wordt door buitenlandse krachten.’

Triomfantelijk: ‘Maar de mythe dat ­Fidesz onverslaanbaar is, is doorbroken.’ Karácsony hoopt op steun uit Brussel. ­Eurocommissaris Frans Timmermans (duurzaamheid) heeft al laten weten dat het voor steden als Boedapest straks mogelijk moet worden om als stad rechtstreeks aanspraak te maken op EU-geld, zonder politieke tussenkomst van Orbáns regering (zoals nu meestal het geval is). Een EU-bron nuanceert: ‘De kwaliteit van de voorstellen blijft leidend.’

Een sprankje hoop

Andrea Danka, de Roma-vrouw, steekt rillend de straat over. Ze heeft geen geld voor een jas. Ze schetst een gitzwart bestaan zonder hoop. Versleten heupen, een hernia aan haar rug, hoge bloeddruk, een man die zonder werk thuis zit, plus een schuld van meer dan 20 duizend euro.

Haar drie dochters rennen vrolijk om haar heen. De oudste wil later schoonheidsspecialist worden. ‘Ik denk niet dat ze begrijpen wat hen boven het hoofd hangt’, zegt Danka. ‘Laatst stond ik voor de keuze: de rekeningen betalen of de kinderen voeden.’ Ze stemde Pikó, een man die volgens haar betrouwbaar overkomt. ­‘Fidesz wilde van de armen af en hen vervangen door de rijken.’ Ze kan weer vooruitkijken, al is het maar voor even.