Blijf bewegen, dans de tango

Dansen in België

Dansen is een manier om los te komen van de dagelijkse beslommeringen. Wie danst ervaart meer levenslust. Fotografen proberen dat gevoel in deze zomerserie over de hele wereld in beeld te brengen. In deze derde aflevering zijn we in België met fotograaf Rebecca Fertinel.

Klik op een punt op de kaart om een van de andere producties uit de serie te bekijken

Het moment komt onvermijdelijk in een mensenleven: het begin van het Grote Afstrepen. De stramheid kruipt in je lichaam als voorbode van de eeuwige stijfheid. Je verzet je, maar een onwillige achillespees dwingt je te stoppen met voetballen. Je wijkt uit naar de sportschool, maar het gesleur aan de gewichten leidt tot lies- en navelbreuken. Adieu de sport. Wat rest zijn kwalen, kunstheupen en kunstknieën.

Maar vanaf je zestigste weet je eveneens: een lichaam dat beweegt, blijft bewegen. De slogan uit een Amerikaanse tv-commercial. Hoe stijf en pijnlijk je spieren, pezen en gewrichten ook worden, je moet ze blijven aanspannen en buigen wil je niet voortijdig verstarren.

Zo ook de Belg Juul Vos, 73. Als gepensioneerde boer uit Asse, bij Pajottenland onder Brussel, had hij met zijn vriendin Roos kunnen gaan fietsen, wandelen. Maar nee, hij danst. Zelfs de tango. De Argentijnse passiedans om het laatste vuur uit het verouderende lijf te persen.

Het is niet meer wervelend. Wat het eerst je lichaam gaat verlaten, sluipend vanaf je 25ste, zijn je snelheid en soepelheid. De lenigheid neemt af met het tempo waarin de kilo’s erbij komen. Slankheid maakt plaats voor massa. Ook bij Juul is dat gebeurd. Hij mag graag een bolleke Belgisch speciaal bier drinken. De drank die goed past bij zijn levensfase: het is zwaar en je drinkt het traag.

Voor op de dansvloer is er de Linedance of het linedansen. Een uit Amerika overgewaaide liefhebberij die herinneringen oproept aan Bobbejaan Schoepen, de Vlaamse zanger die zich bij zijn optredens vaak uitdoste als cowboy en country-songs vertaalde in het Nederlands en het Duits: ‘Ich steh an der Bar und ich habe kein Geld’.

De pasjes in het linedansen zijn voor iedereen goed te doen. Alles gaat langzamer, maar het belangrijkste is dat je beweegt. Zoals ze dus zeggen in die Amerikaanse televisiereclame: ‘A body in motion, stays in motion’.

Het heeft wel iets weemoedigs. Je denkt aan hoe het vroeger was. In de woonkeuken van het ouderlijk huis. De eettafel ging aan de kant, je zus met haar opgebolde zwarte haar en je aanstaande zwager met zijn blonde vetkuif gingen rock & rollen. Zij vloog in haar ruisende petticoat over zijn heup terwijl je moeder lachend het potkacheltje afschermde. Na een avond vol zwier en pret ging de aanstaande zwager naar huis op zijn lage Avaros-brommer, zo’n buikschuiver met plastic tijgervelzitting. Het hoofd gloeiend van het gerock around the clock tonight.

Dat was eens. Ook Juul heeft zulke herinneringen. Met het meisje dat zijn vrouw werd ging hij als 18-jarige dansen in café Carina. In hun meeste dolle bui ook op de tafels. Als hij eraan terugdenkt moet hij – het kan niet anders – overspoeld worden door warme, vrolijke gevoelens. Alsof het gisteren was. Tegelijkertijd is die pijnscheut, kort maar scherp: het is niet gisteren, we zijn meer dan een halve eeuw verder, wat is het allemaal snel voorbijgegaan. De tijd van toen is weg, vervlogen, we kunnen hem niet meer terughalen. Je denkt er even aan, het schrijnt, en stopt de gedachte snel weer weg.

Juul ziet de tropische danseressen. In de jonge jaren was er altijd de hoop, het stille verlangen dat je zulke vrouwen het hof zou kunnen maken, dat je ze kon veroveren. Dan stond je urenlang moed te verzamelen om de eerste stap te zetten, die vaak nooit kwam. Omdat anderen je voor waren of omdat je bleef aarzelen tot ze ineens verdwenen waren. Die spanning, die opwinding – dat is weg, voorgoed. Juul, in zijn jonge jaren een echte versierder, kan zich alleen nog maar op afstand aan de danseressen vergapen. Over afstrepen gesproken.