Belfast, stad van armoede, maar ook van hoop

In de Noord-Ierse hoofdstad Belfast is het vrede, maar de armoede is gebleven. De Belgische fotograaf Marika Dee legde het dagelijks leven van jongeren in de stad vast.

‘When my love said to me / Meet me down by the gallow tree / For it’s sad news I bring/ About this old town and all that it’s offering.’ Deze woorden klonken eind jaren tachtig uit de mond van Jim Kerr. De ballade Belfast Child van The Simple Minds is een van de mooiste en aangrijpendste nummers die gemaakt zijn over de Noord-Ierse burgeroorlog. In de clip zijn zwart-witbeelden te zien van kinderen in de verarmde hoofdstad van Noord-Ierland, hopend op het uitbreken van de vrede.

Uitzicht over het Ardoyne-gebied in Noord-Belfast, een kleine katholieke enclave waar tijdens de burgeroorlog veel geweld plaatsvond.

Seanalee (17), rookt een sigaret terwijl haar dochter Olivia Rose in een kinderwagen voor de deur van hun huis in het katholieke Ardoyne-gebied in het noorden van Belfast zit. Na het krijgen van haar baby, stopte Seanalee met naar school gaan.

Dertig jaar later is het vrede en zijn de met graffiti versierde ‘vredes - muren’ die bevolkingsgroepen nog steeds scheiden toeristische attracties. Maar de armoede is niet weg - gegaan. Eenderde van de kinderen in het noorden en westen van de stad leeft in relatieve armoede, zo bleek uit recente cijfers van de End Poverty Campaign, eenvijfde van de kinderen in het oosten en zuiden. Veel verschil tussen katholieke en protestantse kinderen bestaat niet op dit gebied.

Jonge mensen kijken naar de Whiterock-parade vanaf het dak van een vervallen gebouw in het protestantse Woodvale-gebied in Noord-Belfast. Optochten vormen een belangrijk onderdeel van de cultuur van Noord-Ierland, met name - maar niet uitsluitend - in de protestantse loyalistische gemeenschap. Het optochtenseizoen loopt van april tot september en is een terugkerende bron van spanning en geweld tussen de protestantse en katholieke gemeenschappen.

Jongeren bij een zogenaamde vredesmuur in Noord-Belfast die het protestantse Glenbryn-gebied scheidt van het katholieke Ardoyne-gebied aan de andere kant.

Belfast, echter, is ook een stad van de hoop. Aan rolmodellen hebben de kinderen van Belfast geen gebrek. Wie wil er geen voetballer worden zoals George Best? Schrijver als C.S. Lewis, de man van Narnia? Zanger als Van Morrison? Golfer als Rory McIllroy? Acteur als Kenneth Branagh? Snookerspeler als Alex Higgins? Ondernemer als Tim Martin, die zijn kroegketen Wetherspoon’s heeft vernoemd naar de middelbare schooldocent die geen cent voor zijn levenskansen had gegeven?

Na schooltijd wachten Tigernach (rechts), 14 en haar vriendin Dawn (13) op een verkeerslicht om de weg over te steken in het weggedeelte van de Catholic Falls in West-Belfast. Achter hen een muurschildering ter herdenking van de Proclamatie van de Republiek van 1916, dat de onafhankelijkheid van Ierland van het Verenigd Koninkrijk aankondigde.

Een poort blokkeert de toegang tot de katholieke enclave Ardoyne in het noorden van Belfast. Deze zogenaamde vredesmuren nemen vele vormen aan: niet alleen muren, maar ook hekken, poorten, wegen en lege bufferzones verdelen de katholieke en protestantse gemeenschappen.. De regering beloofde de hindernissen tegen 2023 weg te halen, maar veel inwoners zijn daar nog niet klaar voor.

Voor kinderen uit protestantse gezinnen, kinderen die in vroegere dagen hun vaders en grootvaders zouden volgen naar het werk in de haven, is er een extra droom: in een mooi kostuum als drummer rondlopen tijdens de Oranjemarsen, zo hard mogelijk slaand. En katholieke kinderen? De dagdromen vaak van een zangcarriere, zoals Rachel Tucker, de West End-zangeres en actrice die reeds op haar tiende in een kroeg stond te zingen, de Bridge House. Zoals Kerr zong: ‘One day we’ll return here / When the Belfast Child sings again.’

Demi (15) ligt op het bed van haar vriendin Grace in het katholieke Andersontown in het westen van Belfast. Net als veel jonge mensen denkt Demi dat politici opgesloten zitten in het verleden. 'Politici werden opgevoed in een samenleving waarin verdeeldheid heel eenvoudig was: man-vrouw en katholiek-protestant, zo zijn we niet meer.'