Bedreigde parel van Afrika

Nog steeds beeldschoon, maar de schijn bedriegt. In de reeks ‘De langzame dood van het Victoriameer’ van fotograaf Frédéric Noy is te zien hoe het ecosysteem van Afrika’s grootste plas onder druk staat.

Niet dat de omwonenden er zelf geen naam voor hadden. Ze spraken van Nyanza, of van Nnalubaale, of van Nam Lolwe. Maar vanaf 1858 gaat de reusachtige waterplas op de evenaar door het leven als Victoriameer. De Engelsman John Hanning Speke was er tijdens zijn zoektocht naar de oorsprong van de Nijl nou eenmaal op gestuit en hij besloot het water te vernoemen naar zijn koningin. Majestueus is het ook wel: met een oppervlakte van ruim anderhalf keer Nederland is het Victoriameer het grootste meer van Afrika.

Dit ecosysteem, sinds mensenheugenis een bron van overvloed, staat onder druk. Bevolkingsaanwas langs de oevers, overbevissing en afvaldumping behoren tot de verschijnselen die zijn gedocumenteerd in het beeldverslag ‘De langzame dood van het Victoriameer’. Het verslag is gemaakt in de landen rond het meer − Kenia, Tanzania en Oeganda − en won vorige maand tijdens het jaarlijkse fotofestival in Perpignan de Visa d’or-prijs voor reportagewerk.

Bedreigingen voor het Victoriameer zijn ook illegale zandwinning, boomkap op de kant en de komst van uitheemse vis- en plantsoorten. Waterhyacint bijvoorbeeld hoopt zich op bij veel plekken langs de oevers; dikke lagen groen blokkeren de lichtval op organismen onder het wateroppervlak. Waterhyacint weerhoudt soms vissersboten van hun afvaart, wat een geluk bij een ongeluk kan heten voor de visstand in het meer. Al zien de vissers, naarstig op zoek naar een inkomen, dat weer anders.