Apollo 11:
de onmogelijke
maanmissie

Dinsdag 50 jaar geleden kwam de Saturnus V-raket met bulderend geweld los van de aarde. Drie Amerikaanse astronauten – Neil Armstrong, Buzz Aldrin en Michael Collins – zouden vier dagen later bij de maan aankomen en daar de geschiedenis van de mensheid voor eeuwig veranderen. Een prestatie die om drie redenen nog altijd ongeëvenaard is.

I

Apollo 11 deinde mee op een golf van ­extreme politieke wil

‘Ik geloof dat deze natie zich erop moet toeleggen om, voordat dit decennium voorbij is, een mens op de maan te zetten en hem veilig naar de aarde te laten terugkeren’, zei de Amerikaanse president John F. Kennedy in mei 1961 ­tegen het Amerikaans Congres. Daarmee gaf hij het startsein voor een monsterproject dat zijn weerga nog altijd niet kent.

In de jaren zestig had de ruimte zich ontpopt tot het belangrijkste strijdveld van de Koude Oorlog. Het werd het toneel voor een potje technologisch armpje drukken dat zou moeten bewijzen welke ideologie – democratie of communisme – tot de grootste heldendaden in staat was.

  • Voor Apollo 11 werd uitgebreid getraind. In het ruimtepak zit astronaut Don L. Lind, die trainde als back-up voor de drie astronauten. Tijdens de missie deed hij dienst als communicatie-officieer vanuit de vluchtleiding. Op beide foto's kijkt Apollo 11-astronaut Buzz Aldrin vanaf de zijkant toe. Foto: NASA

Kennedy wist dat hij die strijd aan het verliezen was. De eerste ruimtesonde (Spoetnik, 1957), de eerste mens in de ruimte (Joeri Gagarin, april 1961) – het waren telkens weer die vermaledijde Sovjets die als eerste de volgende mijlpaal bereikten. Alleen met spierballentaal en een schier onhaalbare doelstelling, kon hij het tij nog keren en het aangekondigd verlies ombuigen naar winst.

En dus werd in de Verenigde Staten een operatie op poten gezet die groter was dan het Manhattan Project dat de atoombom bouwde. Tegen de tijd dat men klaar was voor de eerste Apollomissie, 1967, sleutelden bij ruimtevaart­bedrijven verspreid over heel Amerika ruim 400 duizend medewerkers aan de technologie die de mens voor het eerst op een ander ­hemellichaam moest zetten.

De lancering van de Saturnus V-raket die de astronauten van Apollo 11 naar de ruimte duwde. Video: NASA

expanded Voor altijd het gevoel dat niets onmogelijk is
II

Het Apolloprogramma kende een jarenlange, minutieuze voorbereiding

‘De geldkraan stond permanent open. Elk ­detail werd tot in den treure getest’, zegt ruimtevaartconsultant Erik Laan van Eye On Orbit over het Apolloprogramma. De astronauten vlogen honderden simulatiemissies voordat ze begonnen aan het echte werk, raketmotoren werden fysiek gebouwd en via trial-and-­error steeds verder verbeterd.

Bovendien bouwde de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie Nasa het Apolloprogramma rustig op. De eerste voorzichtige stappen werden gezet met Project Gemini (1964-1966), dat missies naar de ruimte vloog ter voorbereiding van de latere Apollomissies. En ook bij het Apolloprogramma werd de sprong naar de maan niet in één keer genomen. Cruciale stappen in de missie werden eerst uitvoerig geoefend. Zo werd de koppeling van de maanlander met de commandomodule eerst op de grond getest en later nog eens in een lage baan om de aarde. Bovendien keerden de eerste astronauten die richting de maan vlogen terug zonder ooit te zijn afgedaald naar het maanoppervlak.

Voetstap op de maan, gezet tijdens de eerste wandeling op de maan van de Apollo 11-astronauten. Foto: NASA

Die uitvoerige aanloop was belangrijk, omdat de kleinste details ruimtemissies letterlijk om zeep kunnen helpen. Beroemd is het ­fiasco rond de Mars Climate Orbiter (1998-1999) van Nasa, zegt Laan, waarbij het – na meerdere succesvolle Marsmissies – toch misging. Een van de onderaannemers waar Nasa mee samenwerkte, berekende afstanden in Amerikaanse eenheden – yards, miles, dat werk – terwijl Nasa getallen aanleverde in ­internationale standaardeenheden (meters). Het gevolg: de ruimtesonde kwam in een verkeerde baan rond Mars en ging verloren. De blunder wierp een smet op het imago van Nasa.

Maar vergis je niet, zegt Laan. Hoe knullig de vergissing met de Mars Climate Orbiter ook klinkt, geen enkele ruimtemissie is vrij van fouten, technisch falen en onvermoede ­risico’s. Ook de tot in de puntjes voorbereide Apollo-missies niet.

Maanlander Eagle, met daarin Neil Armstrong en Buzz Aldrin. In dit beeld is de hele mensheid gevangen, behalve Michael Collins die deze foto maakte vanuit commandomodule Columbia. Foto: NASA

III

De Apollomissies hadden ook gewoon heel veel geluk

‘Het is wat hobbeliger dan in de simulator.’ Die gedachte schoot door het hoofd van Neil Armstrong terwijl de stuurmotoren van maanlander Eagle op twaalf kilometer boven het maanoppervlak ontbrandden. Zijn collega Buzz Aldrin was bezig de koers te controleren op de boordcomputer, toen plotsklaps de snerpende toon van het Master Alarm klonk. Op het dashboard verscheen een code: 1202. ‘Programma-alarm’, meldde Armstrong aan de vluchtleiding in Houston.

Steeds opnieuw keerde het alarm terug. Het gejengel, begeleid door knipperende waarschuwingslampjes, vormde een zenuw­slopende soundtrack die de astronauten tijdens hun afdaling continu met de neus op de feiten drukte. Ze waren op weg naar een plek die ze nauwelijks kenden, met technologie die nooit eerder onder dit soort extreme omstandigheden was getest.

Een paar maanden eerder waren de astronauten van Apollo 10 nog het dichtst bij de plek van bestemming gekomen. Zij hadden de landingslocatie bekeken van zo’n 15 kilometer hoogte. Maar hoe zou het er van dichtbij uitzien? Sommige experts speculeerden dat de maan een grote stofbol was, een drijfzandachtig moeras waarin de astronauten bij landing metersdiep zouden wegzakken. Anderen vreesden dat de maan vol gevaarlijke ziektekiemen zat. Voor de zekerheid zouden de drie astronauten bij terugkeer in quarantaine worden gehouden, totdat zeker was dat ze geen buitenaardse ziekte onder de leden hadden.

Op 20 juli 1969 landen mensen voor het eerst op de maan. Deze foto's zijn gemaakt tijdens de verkenning van het oppervlak door Neil Armstrong en Buzz Aldrin. Foto's: NASA

Dat de astronauten hun bestemming slecht kenden, werd bevestigd toen de maanlander Eagle dichter bij het oppervlak kwam. Zo’n 300 meter boven het maanoppervlak zag Armstrong uit zijn raam dat de boordcomputer hen richting een grote krater dirigeerde, waar omheen stenen lagen ter grootte van Volkswagens. In een fractie van een seconde besloot hij de besturing over te nemen en hen persoonlijk naar een veiliger gebied te leiden.

In het commandocentrum in Houston leidde dat tot ­zenuwslopende momenten. In vrijwel elke simulatie had Armstrong de ­maanlander al lang op de grond gezet. Van de krater en de stenen wisten zij niets – Armstrong had zijn volledige concentratie nodig om de maanlander aan de grond te zetten. Dat was bovendien geen sinecure, want de Eagle moest recht landen. Wanneer hij het maan­oppervlak onder een hoek zou raken, konden de poten afbreken waardoor een vertrek van de maan vrijwel onmogelijk zou worden.

Uiteindelijk zette Armstrong de lander zonder kleerscheuren neer. Later dan gepland, met bijna lege brandstoftanks, maar dat maakte het voor de oud-testpiloot alleen maar mooier. Een moment lang staarden hij en Aldrin elkaar aan. In hun glazen helmen tekende zich een grijns af op beide bebaarde gezichten. Ze gaven elkaar met hun stevige astronautenhandschoenen een hand. Een ­moment stilte en toen die verlossende woorden, die ook vijftig jaar na dato nog altijd voor kippevel zorgen. ‘Houston, hier Tranquility Base. The Eagle has landed.’

'It's one small step for man, one giant leap for mankind.' Het moment van Apollo 11 dat alle geschiedenisboekjes haalde is alleen nog te zien in gruizig beeld uit het televisiearchief. De videobanden van de landing, met (naar verwachting) superieur beeld zijn in de jaren tachtig door Nasa hergebruikt. Video: NASA

Volgens Laan zijn de astronauten tijdens de Apollo-missies door het oog van de naald gekropen. Niet alleen door alle manieren waarop het tijdens de landing had kunnen misgaan, maar ook vanwege de risico’s die destijds nog niemand kende. ‘Neem alleen al de zonnevlammen, waarover we in de jaren zestig nog weinig wisten’, zegt hij.

Een zonnevlam kan de elektronische systemen van ruimtevaartuigen ontregelen – stuurloos maken – en gezondheidsschade bij astronauten veroorzaken. Tijdens de Apollo-missies had zoiets de astronauten het leven kunnen kosten. ‘Als dat was gebeurd tijdens Apollo 11, terwijl de hele wereld meekeek, had het misschien het einde van de Amerikaanse maanaspiraties betekend’, zegt Laan.

  • Neil Armstrong en Buzz Aldrin vlak na de historische wandeling op de maan Foto: NASA

Bijna was het gebeurd. In augustus 1972 roerde de zon zich met een fikse storm, precies tussen twee Apollo-missies in. De bemanning van Apollo 16 bivakkeerde sinds april weer op aarde, terwijl die van Apollo 17 in ­december op de maan ging landen. Waren ze tijdens de storm op de maan geweest, dan hadden ze blootgestaan aan een potentieel dodelijke stralingsdosis.

Uiteindelijk liep het met de astronauten van Apollo 11 – en hun opvolgers – goed af. Met het nodige geluk, voortgestuwd door politieke strubbelingen en meeliftend op de expertise van honderdduizenden wisten zij het aardse te overstijgen. Met zijn one small step verlegde Armstrong de menselijke horizon van onze nietige planeet naar de onmetelijke kosmos. Die prestatie is ook nu, vijftig jaar na dato, nog altijd ongeëvenaard.

Verantwoording: De belevenissen en gedachten van Armstrong en Aldrin tijdens de Apollo 11-missie zijn uitvoerig beschreven in het boek A Man on the Moon van de Amerikaanse wetenschapsjournalist Andrew Chalkin.

De iconische foto van Apollo 11. Dit is overigens niet Neil Armstrong, maar Buzz Aldrin. Armstrong is wel op de foto te zien: als fotograaf, gereflecteerd in de helm van Aldrin. Foto: NASA

Wat je van maanstenen leren kan

382 kilogram stenen, kiezels, gruis en stof. Dat is de officiële geologische oogst van negen missies naar de maan. Hoewel het de koude oorlog was die het Apolloprogramma bovenaan de to do-lijst van Amerikaanse beleidsmakers plaatste, surfte de wetenschap dankbaar op die geopolitieke golf mee.

Wie onderzoek wil doen naar de roerige geschiedenis van ons zonnestelsel loopt op aarde al snel tegen een beperking op. De aarde is een levende planeet, waar wind en regen stenen langzaam tot zand slijpen, waar continenten verschuiven en de aardkorst continu verandert. Het levert geologen fikse hoofdbrekens op. Want hoe moet je iets bestuderen dat de aanwijzingen van zijn eigen historie steeds weer uitgumt?

Tegelijk verandert de maan nauwelijks. Op enkele inslagen van ruimtestenen na bleef zijn oppervlak de afgelopen miljarden jaren verrassend gelijk. Dat maakt van het meegebrachte maanspul een geologische schatkist.

Zo ontdekten wetenschappers dat op het maanoppervlak veel zogeheten plagioklaas voorkomt, een mineraal dat voorkomt in gestold magma. Dat ondersteunt de theorie dat de maan ontstond toen een gigantische oerplaneet - grofweg formaatje Mars - tegen een jonge voorloper van de aarde knalde. Door die botsing smolten de planeten (letterlijk) samen, waarbij een fikse klodder heet spul losliet en een stukje verderop samenklonterde tot de maan.

Een ander belangrijk inzicht volgde nadat onderzoekers grond en stenen uit maankraters analyseerden. Toen ze op die manier de leeftijd van die kraters bepaalden, bleek dat de maan relatief kort na zijn ontstaan hevig onder vuur werd genomen. Dat ondersteunt een spannende, maar nog altijd controversiële theorie dat reuzenplaneten als Jupiter en Saturnus niet hun hele leven op dezelfde plek hebben gestaan, maar in het verleden door het zonnestelsel reisden. Bij één zo'n trektocht trokken ze met hun zwaartekracht aan een gordel van planetoïden en creëerden daarmee een stenen regen die de planeten en manen in het zonnestelsel kortstondig hevig onder vuur namen.

Terugblik op het Apollo-tijdperk

De nieuwe Apollo 11-documentaire zit propvol niet eerder vertoond archiefbeeld van de eerste succesvolle maanlanding en ontving in de Verenigde Staten jubelende recensies. Wij bekeken hem met astronaut André Kuipers tijdens een voorpremière in het Omniversum.

Voor eeuwig de eerste mens op de maan. Neil Armstrong, de eerste mens die op de maan liep, is overleden. Een koelbloedige astronaut die na zijn historische vlucht een teruggetrokken bestaan leidde.

Ruimtevaarder Alan Bean overleed op 86-jarige leeftijd. Hij bracht schat aan ervaring terug van de maan.

Deze zwarte vrouwen hielpen NASA getallen te kraken.

Mars moet even wachten, de NASA wil weer naar de maan. Waarom zou je daar een halve eeuw na Neil Armstrong terugkeren?

Van moonwalk naar catwalk. Oud-astronaut Buzz Aldrin loopt modeshow.

Astronauten Apollo 10 hoorden ‘rare ruimtemuziek’ aan achterkant van maan.

Buzz Aldrin ( 84 ) is op de maan geweest. Been there, seen that. Nu moeten we verder, zegt hij. Op naar Mars, dat ons tweede huis zou moeten worden.