Eventjes van de vrijheid proeven

Vrijdag is het 40 jaar geleden dat ayatollah Khomeini terugkeerde in revolutionair Iran, kort nadat de sjah was gevlucht. Op de wittebroodsweken van de vrijheid volgde de islamitische machtsgreep.

De laatste trede van de vliegtuigtrap: een kleine stap voor de ayatollah, een grote sprong voor Iran en voor de islamitische wereld. De aankomst van ayatollah Ruhollah Khomeini op het vliegveld van Teheran op 1 februari 1979, vrijdag precies veertig jaar geleden, was een scharnierpunt in de geschiedenis. Het was het begin van een Islamitische Revolutie die wereldwijd het schrikbeeld – of het lichtend voorbeeld, inshallah – opriep van een machtsovername door islamisten.

Ayatollah Khomeini keert terug in Iran, 1 februari.

De revolutie komt als donderslag bij heldere hemel. Het bewind van sjah Mohammed Reza Pahlavi lijkt aan de vooravond van de ommekeer stevig in het zadel te zitten. Landbouwhervormingen en industrialisatie behoren tot de zegeningen van zijn Witte Revolutie. Maar onderhuids broeit de onvrede. Het platteland leeft in armoede. In de steden geniet een bovenlaag een westerse levensstijl, tot misnoegen van de clerus.

Sjah Pahlavi met zijn zuster Fatima (links) en echtgenote Farah Diba in betere tijden.

Inwoners van Teheran wachten op de terugkeer van ayatollah Khomeini.

Het keihard neerslaan van studentenprotest in 1978 doet het kruitvat ontploffen. Binnen luttele maanden groeien de protesten uit tot een ware volksopstand. Een alliantie van liberale, linkse en religieuze groeperingen neemt het voortouw en op 16 januari ontvlucht de sjah het land.

Khomeini in de heilige stad Qom, 29 maart.

Studenten en een agent bij belegerde Amerikaanse ambassade in Teheran, 15 december 1979.

De omwenteling in Iran volgt het patroon dat we kennen van de revoluties in Frankijk en Rusland. Na een fase waarin een gematigde regering aantreedt, nemen in een tweede fase radicalen het roer over. Een machtsgreep binnen de revolutie.

Al spoedig wordt duidelijk dat Iran afgaat op een andersoortige dictatuur, zo blijkt uit de reportage van verslaggever Youssef M. Ibrahim op 14 oktober 1979 in The New York Times. ‘De islam is voelbaar in het dagelijks leven. Mannen en vrouwen mogen niet meer samen zwemmen in zee. Iemand die alcohol drinkt, krijgt tachtig zweepslagen. Getrouwde overspelplegers krijgen de doodstraf.’

Eind 1979 is de nieuwe, islamitische grondwet klaar en verkrijgt Khomeini de titel Opperste Leider. Binnen twee jaar zijn alle linkse en liberale partijen verboden. De Islamitische Revolutie heeft haar ongehoorzame kinderen opgegeten.

Jonge revolutionairen in Teheran, 12 februari 1979.

Een lid van de Savak, de geheime dienst van de sjah, wordt opgebracht, 11 februari.

Vier geëxecuteerde generaals van het oude regime, 15 februari.