REPORTAGE VACCINEREN IN OEGANDA

Vaccineren op het Victoriameer: vele tientallen eilanden, een handvol vaccins

Voor Afrika is slechts een schamele hoeveelheid vaccins beschikbaar. Maar elke prik telt. Dus Andrew Mukalazi vaart ze naar alle uithoeken van het Victoriameer in Oeganda. De bewoners zijn er blij mee, zij kennen virusziekten maar al te goed.

De man die coronavaccins over het grootste meer van Afrika vervoert, verklapt midden op de golven een geheim. ‘Ik kan niet zwemmen’, zegt Andrew Mukalazi in zijn polyester bootje. Vaccineren tegen covid-19 vindt de 54-jarige gezondheidswerker zo belangrijk, dat hij bereid is om zijn lot te laten afhangen van zijn reddingsvest en rozenkrans. ‘God zal me belonen!’, roept Mukalazi uit boven het geloei van de buitenboordmotor.

nieuwsbrief

Mukalazi’s vastberadenheid komt van pas, want de inentingscampagne tegen corona op de Ssese-eilanden, een Oegandese archipel in het Victoriameer, vergt de nodige logistiek. ‘Dit district heeft een wat ongebruikelijke geografie’, zegt hij, onderweg naar één van de 84 eilanden

De hele planeet

Vaccineren tot in de verste uithoeken is volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) nodig om de hele wereld van het slot te kunnen halen. In Oeganda mag het met officieel 343 doden op 46 miljoen inwoners behoorlijk meevallen met corona, risico is wel dat mutanten van het virus het land binnenkomen of dat Oeganda zelf broedplaats wordt voor een nieuwe variant, zo waarschuwt ook Mukalazi. ‘We moeten de hele planeet inenten’, zegt hij met een overtuiging die doet vermoeden dat hij zo’n klus het liefst eigenhandig zou klaren.

Vandaag moet hij met iets minder genoegen nemen, in de grijze koelbox in zijn bootje zitten drie flesjes AstraZeneca met in totaal dertig doses vaccin, waarmee van de 70.000 Ssese-bewoners 0,02 procent volledig kan worden ingeënt. Mukalazi houdt de moed erin: ‘Je moet toch ergens beginnen?’

Vissen is de belangrijkste economische activiteit op de Ssese-eilanden. De jonge mannen vangen vooral tilapia, nijlbaars en zilvervis.

Het tekort aan coronavaccins, waar heel Afrika mee kampt, maakt een soepele distributie van de vaccins die er wél zijn des te belangrijker. De kunst is om de middeltjes bij de bevolking te krijgen voordat ze bederven – weggooien is zonde. De druk neemt verder toe doordat Afrikaanse landen niet weten of en wanneer ze verse voorraden krijgen, een situatie die verband houdt met het gehamster van rijke landen en met de ‘code zwart’ in India.

Uitgerekend India is een belangrijke producent van de AstraZeneca-vaccins waarop zwaar wordt ingezet door Covax, de organisatie die in het leven is geroepen voor de levering van coronavaccins aan arme landen. In dat samenwerkingsverband zitten donorlanden, de WHO en Gavi, een mondiale vaccinatie-alliantie met financiële steun van Unicef en de Bill en Melinda Gates Foundation. Covax, dat graag AstraZeneca gebruikt omdat het goedkoop is en relatief weinig koeling vergt, heeft tot nu toe in 41 van de 54 landen in Afrika in totaal 18,3 miljoen doses vaccin afgeleverd. Dat is een druppel slechts vergeleken met de bijna 1,5 miljard inwoners van het continent, maar nog altijd meer dan wat Afrika langs andere kanalen heeft weten te bemachtigen. Nu India vanwege de eigen coronahausse de export van vaccins aan banden heeft gelegd, breken er voor Afrika dus onzekere tijden aan.

Mukalazi verspilt geen energie aan het gecijfer, hij is allang blij dat hij vandaag weer eens kan uitvaren, want vaak genoeg ontbreekt het zijn districtskantoor aan geld voor brandstof en een bootsman. ‘Oeganda moet meer investeren in gezondheidszorg’, vindt hij. Dat hij vandaag vaccins kan rondbrengen, dankt hij aan een donatie van een visbedrijf. Vissen is de belangrijkste economische activiteit op de Ssese-eilanden: jonge mannen in kano’s gooien op het water muskietennetten uit naar de tilapia, nijlbaars en zilvervis.

De vaccins in Mukalazi’s bootje komen uit de enige voorraad waarmee Oeganda het sinds maart moet doen. Van de 964.000 doses AstraZeneca die het land toen ontving, gingen er 1.180 per ferry vanaf het vasteland naar het voornaamste eiland van de Ssese-archipel, waar Mukalazi de vaccins in een koelkast in een kliniek bewaart alvorens hij ze beetje bij beetje verder verspreidt.

Solarkoelkast

Na een klein halfuur varen glijdt de boeg van Mukalazi’s bootje de zanderige oever van zijn bestemming op. Koeien, geiten en kuikens scharrelen rond een handvol houten huisjes op Bufumira, een weelderig eiland van een paar vierkante kilometer. Met zijn koelbox met vaccins om zijn schouder loopt Mukalazi naar de enige kliniek. Daar krijgt hij een hartelijk welkom van dokter Jude Matovu, die hier de coronaprikken zet. ‘Hoe was je overtocht?’, vraagt de in witte doktersjas en wit mondkapje gehulde Matovu. ‘Geen al te hoge golven hoop ik?’

Zoals op veel plekken in Afrika vertrouwt men op Bufumira, bij gebrek aan een stroomnetwerk, op zonne-energie. Mukalazi legt zijn drie flesjes AstraZeneca in de solarkoelkast van de kliniek, voordat de prikactie van start gaat. Hij beweegt op kousenvoeten, want de koelkast staat door ruimtegebrek in een kamer waarin pasgeboren baby’s slapen. De koelkast doet het ‘bijna altijd’, en als het apparaat er toch mee ophoudt, ‘dan weet ik hoe ik hem moet repareren’, zo fluistert Mukalazi trots. Soms vaart hij speciaal als klusjesman over het Victoriameer.

  • Andrew Mukalazi brengt coronavaccin naar Bufumira-eiland, in het Victoriameer.

  • Mukalazi nam drie flesjes AstraZeneca mee naar het Bufumira-eiland, oftewel dertig doses.

Met de vaccinatiebereidheid lijkt het op het dunbevolkte Bufumira wel goed te zitten. Een vijftal grijze heren met wandelstokken komt naar de kliniek lopen. Behalve ouderen komen gezondheidspersoneel, leraren en mensen met ‘onderliggende condities’ in Oeganda als eerste in aanmerking voor een coronaprik.

De 66-jarige John Mary Kyazze, catechist bij de kerk van Bufumira, staat in de schaduw van een mangoboom te popelen. ‘Als Oegandees ben ik bekend met virusziektes, ik neem ze serieus’, zegt hij. ‘Een vaccin ontvang ik dus graag. Jaren geleden werd ik ingeënt tegen polio en gele koorts. Gevallen van covid heb ik hier niet gezien, maar de hele wereld huilt om de ziekte, dus die moet wel ernstig zijn.’ Mukalazi, zelf reeds voorzien van een injectie AstraZeneca, knikt instemmend.

Nieuwsgierige bewoners

Maar wie denkt dat het vaccineren op de Ssese-eilanden verder niet op hindernissen stuit, komt bedrogen uit. Wat blijkt: Bufumira is één van de slechts vijf eilanden waar Mukalazi zijn flesjes met AstraZeneca-vaccin mag bezorgen. Bewoners van de tientallen andere eilanden moeten volgens de centrale overheid zelf maar naar één van deze vijf plekken varen. ‘Een logistieke nachtmerrie’, aldus Mukalazi.

Het Oegandese ministerie van Gezondheidszorg wil naar eigen zeggen voorkomen dat op elk eiland nieuwsgierige bewoners bij een arriverend bootje met vaccins samendrommen. Tijdens inentingscampagnes tegen mazelen of hepatitis vormt groepsvorming geen bezwaar, en voor die ondernemingen gaan vaccinatieteams dan ook alle eilanden af, maar bij corona geldt nou eenmaal de anderhalvemeterregel – tot ergernis van Mukalazi.

Hij mag het in zijn positie eigenlijk niet zeggen, maar de eis van afstand houden vindt hij onzin. In de armoedige dorpjes op de Ssese-eilanden slapen mensen in piepkleine krotten, als sardientjes in een blik, dus groepsvorming voor een vlugge coronavaccinatie kan er volgens Mukalazi nog wel bij. ‘Ook omdat de meeste eilandbewoners niet de middelen hebben om zelf helemaal naar een van de weinige priklocaties toe te gaan.’

Dure reis

Tien kilometer verderop, op een eiland dat weinig meer is dan een uit de kluiten gewassen rotspartij, breken eilanders zich het hoofd over hoe ze een vaccin kunnen organiseren. Een van hen is wiskundeleraar Vincent Lubuurwa (33). Een tocht naar de priklocatie op Bufumira kost omgerekend 23 euro, zo rekent Lubuurwa voor, dat is eenvijfde van wat hij in een maand verdient. ‘En ik heb ook nog een vrouw en drie kinderen te onderhouden.’

Een groep leraren van een eilandje tien kilometer verderop gaan hun prik halen op Bufumira-eiland.

Samen met vijf collega’s, drie vrouwen en twee mannen, heeft hij een oplossing bedacht: ze delen de kosten voor de huur van een boot en de aanschaf van brandstof, zodat ze toch naar Bufumira kunnen. De leraren willen allemaal een prik. ‘Eigenlijk vind ik dat de overheid ons hier op ons eigen eiland moet komen inenten’, zegt Lubuurwa. Hij doet een geel reddingsvest aan en een zwart mondkapje om. ‘Maar ik ben bang genoeg voor corona om dan maar zelf naar het vaccin toe te gaan.’

Geen van de leraren kan zwemmen, eenmaal onderweg in hun bootje kijken ze toe hoe hun bootsman een doormidden gesneden jerrycan gebruikt om water overboord te scheppen. Na anderhalf uur dobberen, zetten ze eindelijk voet aan wal op Bufumira. Bij de kliniek zijn de flesjes AstraZeneca van Mukalazi reeds geopend. Eén voor één krijgen de leraren hun felbegeerde prik. Met hun telefoons maken ze foto’s van elkaars ontblote bovenarm, ze behoren toch maar mooi tot de 364.000 Oegandezen – 1 op de 126 – met een injectie. De jongste van het stel, Swalik, klimt uit enthousiasme in een jackfruit-boom om vruchten te plukken.

Uitgerekend Mukalazi is de spelbreker van het feestje. De leraren wandelen al terug naar hun dure bootje, gereed voor hun lange tocht naar huis, als hij ze nog een boodschap meegeeft. ‘Denk eraan: over acht weken moeten jullie terugkomen voor de tweede prik.’ De leraren weten dat het maar de vraag is of er dan nog vaccins zijn, de helft van de voorraad op de Ssese-eilanden is inmiddels verbruikt. Mukalazi wacht tot ze weg zijn en zegt: ‘Als ik eerlijk ben: ik vraag me af of deze inentingscampagne gaat slagen.’

Andrew Mukalazi kan niet zwemmen.

Covax, China, India – het helpt allemaal weinig

Het schreeuwende tekort aan coronavaccins in Afrika lijkt kans te bieden aan machtige landen om hun imago op te vijzelen middels goedkope - of zelfs gratis - leveringen van vaccins. Toch is de ‘vaccindiplomatie’ in Afrika nog niet erg omvangrijk.

Cijfers van de WHO: met de 36,5 miljoen doses die langs multilaterale en bilaterale weg zijn geregeld, kan van de meer dan 1,3 miljard inwoners nog geen 3 procent een prik krijgen – en dan is er vaak ook nog een tweede prik nodig. De 19,5 miljoen prikken die tot nu toe daadwerkelijk zijn uitgedeeld, vormen ongeveer 1,5 procent van het wereldwijde totaal – terwijl in Afrika meer dan 15 procent van de mensheid leeft.

Net iets meer dan de helft van de doses die Afrika heeft ontvangen (18,3 miljoen), komt van het multilaterale donorinitiatief Covax. Maar dat is praktisch stil komen te liggen door de coronacrisis in India, waar Covax van afhankelijk is voor de verdere productie van AstraZeneca-vaccins. India doneerde zelf ook rechtstreeks vaccins aan Afrika voordat de crisis in eigen land de Indiase regering noopte tot exportrestricties.

In totaal ontving Afrika langs bilaterale weg ruim 17 miljoen doses vaccin. De grootste speler naast India is China. Maar ook de 7,6 miljoen doses die Beijing volgens het Chinese bedrijf Bridge Consulting aan Afrika heeft geleverd, zijn niet genoeg om een echt verschil te maken. ‘China’s vaccin-bereik in Afrika lijkt vrij langzaam te verlopen’, aldus Bridge Consulting. Mogelijke verklaringen zijn dat China zijn vaccindiplomatie vooral richt op Azië en dat het de eigen, binnenlandse behoeftes in het oog houdt. Daarnaast zijn de Chinese vaccins nog niet volledig goedgekeurd door de WHO, wat in sommige Afrikaanse landen leidt tot een afwachtende houding.

nieuwsbrief