ONDERZOEK BELASTINGONTWIJKING

Oeganda loopt 21 miljoen mis door Nederland (en dat is het topje van de ijsberg)

Door een uniek verdrag hoeven Nederlandse bedrijven in Oeganda geen winstbelasting te betalen. Daardoor vestigen allerlei internationale bedrijven die actief zijn in Oeganda zich met een holding in Nederland. Zoals het Indiase telecombedrijf Airtel, dat zijn winsten naar een gebouw in Amsterdam Nieuw-West sluist.  

Alex Sowobi (29) is in ­Oeganda niet bepaald de enige abonnee van de Indiase telecommultinational Airtel. Meer dan 10 miljoen Oegandezen – een op de vier – gebruiken Airtel om tot in de meest afgelegen dorpjes te bellen, te internetten en per mobieltje geld te verzenden.

nieuwsbrief

expanded Het onderzoek in zes hoofdpunten

‘Ik bel elke dag via Airtel met mijn vaste cliënten’, vertelt Sowobi achter het stuur van zijn witte Toyota Raum – hij werkt in Kampala, de hoofdstad van ­Oeganda, als chauffeur. Uit Sowobi’s ­radio komt luide gospelmuziek, hij is een van de vele born agains in dit sterk christelijke land. Voor zijn contact met God kon hij in de voorbije maanden ook bij Airtel terecht: toen in maart vanwege het coronavirus de kerken dicht moesten, besloot Sowobi databundels te ­kopen om de livestreams van zijn thuiswerkende predikant te volgen op zijn ­telefoon. ‘En donaties aan mijn predikant verstuurde ik via Airtels platform voor mobile money’, aldus Sowobi.

Zijn telefoongebruik doet 6.000 kilometer verderop de kassa rinkelen, in een wit kantoorpand tegenover de Amsterdamse lunchroom Leut. Want Airtel mag dan bij de Nijl en het Victoriameer bel­tegoed en databundels verkopen, het bedrijf sluist zijn winstuitkeringen belastingvrij door naar een holding aan de Overschiestraat 65 in het Amsterdamse stadsdeel Nieuw-West. Via verdere omwegen eindigt een flink deel bij de eigenaren in India.

Aan de Oeverschiestraat in ­Amsterdam Nieuw-West heeft het Indiase Airtel een holding waar het de winsten onderbrengt. Foto Sabine van Wechem

Airtel is het topje van de ijsberg aan internationale bedrijven die via Nederland belastingen ontwijken waarmee ­Oeganda publieke voorzieningen zou kunnen financieren, zoals scholen, ­ziekenhuizen en schoon drinkwater. Miljoenen dollars verdwijnen elk jaar naar de polder, bedragen die nog vele malen groter kunnen worden zodra ­Oeganda zijn ­uiterst waardevolle olievoorraden gaat oppompen – uit onderzoek van de Volkskrant blijkt dat het betrokken Chinese staatsoliebedrijf in ­Oeganda zijn activiteiten fiscaal ook via het voordelige Nederland laat lopen, in navolging van zijn Franse projectpartner Total.

Nederland geldt als de aantrekkelijkste springplank voor zakendoen in ­Oeganda. Nederlandse bedrijven zijn praktisch de enige die in het Afrikaanse land geen belasting hoeven te betalen over winstuitkeringen (dividenden). Het normale tarief van 15 procent vervalt als gevolg van speciale – en fel bekritiseerde – afspraken tussen beide landen.

Hoe sterk Airtel profiteert van zijn ­Nederlandse registratie, valt op te ­maken uit jaarverslagen en uit bedrijfsdocumenten in de Oegandese Kamer van Koophandel. Aangezien in drie jaar tijd bijna 200 miljoen dollar (170 miljoen euro) aan dividend naar Nederland is gestroomd, heeft Airtel naar schatting ruim 25 miljoen dollar (21 miljoen euro) aan belasting weten te omzeilen in ­Oeganda. Nederland belast deze geldstroom sowieso niet.

Van die 25 miljoen dollar zou Oeganda ongeveer twintigduizend leraren een jaar lang kunnen betalen, becijfert ­Regina Navuga (35), een onderzoeker die namens de Oegandese organisatie Seatini actie voert tegen belastingontwijking. Zij gruwelt ervan dat multinationals als Airtel een fiscaal vriendelijke vestigingsplaats als Nederland gebruiken om maar zo weinig mogelijk belasting te betalen in landen waar de bedrijven werkelijk actief zijn. Helemaal scheef vindt zij dat een land als Oeganda onderwijl kampt met een tekort aan openbare voorzieningen – Navuga’s kantoor, in Kampala, ligt aan een ongeasfalteerde weg. ‘Belastingontwijking is moreel verwerpelijk’, schampert ze, ‘het versterkt het mondiale systeem van ­winner takes all.’

Grotere belastingbijdragen van multinationals zouden niet vanzelf tot meer ziekenhuizen of scholen leiden, want overheidsinkomsten verdwijnen in ­Oeganda maar al te vaak in de zakken van de politieke machthebbers, weet ­Navuga. Maar het gaat haar om het principe: ‘Betalen multinationals hun eerlijke aandeel, dan is het aan de Oegandese bevolking om van de politiek meer publieke voorzieningen te eisen.’

Belastingontwijking is wereldwijd een probleem. Alle overheden bij elkaar liepen in 2017 door toedoen van op winstmaximalisatie gerichte multinationals minstens 500 miljard dollar (418 miljard euro) aan potentiële inkomsten mis, schat de organisatie Tax Justice Network. Nederland is, ondanks maatregelen van Den Haag, een spil in het systeem: het Centraal Planbureau (CPB) spreekt in een vorige maand verschenen studie onomwonden van ‘de prominente rol van ­Nederland als doorsluisland voor belastingontwijking’. Via brievenbusfirma’s, coöperaties en andere fiscale poldermodellen sturen multinationals elk jaar miljarden euro’s richting belastingparadijzen als Bermuda of de Kaaimaneilanden.

De Nederlandse route kost de rest van de wereld jaarlijks zo’n 25 miljard dollar (21 miljard euro) aan gederfde belanginkomsten, berekende Arjan Lejour, hoogleraar taxation and public finance in Tilburg. Voor ontwikkelingslanden bedroeg de schade in 2018 1,8 miljard euro, schat de internationale organisatie Actionaid. Hoeveel belastinggeld Oeganda exact ziet verdwijnen, is lastig te bepalen. Het kan van jaar tot jaar verschillen en hangt mede af van de winsten die ‘Nederlandse’ bedrijven boeken. Wel is duidelijk dat het elk jaar om miljoenen dollars gaat.

In 2014 bijvoorbeeld derfde Oeganda, volgens experts van de London School of Economics (LSE), tot 24 miljoen dollar aan potentiële belastingopbrengsten van ‘Nederlandse’ firma’s (Airtel speelde toen waarschijnlijk nog geen rol: het ­bedrijf maakte destijds nog verlies in ­Oeganda). Waarschijnlijk was het bedrag hoger: de LSE-experts keken niet naar álle soorten belastingen die het land misliep. Zo gebruiken multinationals Nederland ook om in Oeganda belasting op de verkoop van onroerende goederen te vermijden. Met zulke praktijken zijn tientallen miljoenen dollars gemoeid (zie inzet). ‘Oeganda geeft te veel weg’, zegt ­Navuga.

Verkoop onroerende goederen

expanded Een nieuwjaarskater van 80 miljoen

Het CPB noemt Nederland ‘het kanaal bij uitstek’ waarlangs potentiële belastingopbrengsten verdwijnen, een gevolg van Nederlands ‘agressieve’ belastingverdrag met Oeganda.

Belastingverdragen zijn op zichzelf niet ongewoon: wereldwijd bestaan er duizenden. Landen spreken met elkaar af wie belasting int bij een bedrijf dat in beide landen actief is, zodat een bedrijf niet dubbel betaalt. Maar de Nederlandse verdragen hebben zo veel kritiek teweeggebracht, dat Den Haag zich gedwongen zag een reeks afspraken te herzien, bijvoorbeeld met Zambia en Ethiopië. Met Oeganda wordt ook gepraat over meer rechten om belasting te heffen bij Nederlandse bedrijven.

Op de vraag waarom Oeganda in 2004 het verdrag met Nederland sloot, heeft Cephas Birungyi, die als belastingambtenaar bij de onderhandelingen was betrokken, wel een antwoord. ‘Onze delegatie had te weinig kennis van zaken, in Den Haag voelde het alsof we als scholieren tegenover studenten zaten’, zo blikt hij grinnikend terug in zijn kantoor in Kampala, waar hij tegenwoordig als belastingadvocaat multinationals terzijde staat. Hij bezit nog altijd een paar klompjes en een delftsblauw KLM-huisje.

Oeganda dacht dat het door het belastingverdrag investeerders voor zich zou interesseren. Het weggeven van rechten om belasting te heffen zou ruimschoots worden gecompenseerd door de vruchten van extra economische bedrijvigheid. In de praktijk stimuleert het belastingverdrag multinationals die toch wel in Oeganda willen investeren om via ­Nederland belastingen te ontwijken.

Navuga, de belastingactivist, wijst op Total, het Franse energieconcern. Total regelt zijn Oegandese olieproject dan wel via een Nederlandse bv, ook zonder dit belastingvehikel zou het bedrijf maar al te graag in Oeganda willen opereren, stelt Navuga. ‘Wij hebben ólie, waarom zou Total dan níét komen!’

Hetzelfde lijkt op te gaan voor Airtel, dat al had besloten om in Oeganda actief te worden toen het in 2010 nog snel een bijpassende holding in Nederland inschreef. Het Oegandese filiaal bleef formeel nog even onder Airtel in moederland India ressorteren, maar toen het in 2017 eenmaal winstgevend was en het voor de eerste keer dividend ging uitkeren, werd het onder de bv aan de Overschiestraat 65 geparkeerd.

Op dit adres zitten nog veel meer holdings: Airtel opereert in meer dan tien Afrikaanse landen en al deze bedrijfs­onderdelen – van Nigeria en Tsjaad tot ­Kenia en Rwanda – profiteren via de Overschiestraat 65 van het fiscaal vriendelijke, Nederlandse vestigingsklimaat. Alles bij elkaar laat Airtel een forse hoeveelheid geld door de polder stromen: volgens de jongste cijfers staat er op de Nederlandse balans meer dan 6 miljard dollar (5 miljard euro).

De Afrikaanse bedrijfsonderdelen worden na de fiscale tussenstop in Amsterdam ook nog te gelde gemaakt op de beurs in Londen, waar ze gezamenlijk genoteerd staan als de entiteit Airtel Africa. Deze eenheid is profijtelijk: afgelopen jaar heeft Airtel Africa een winst geboekt van 408 miljoen dollar (343 miljoen euro). Los hiervan schuift Airtel via Amsterdam miljoenenbedragen van en naar belastingparadijs Mauritius. Mogelijk gaat het hierbij om interne, voordelige bedrijfsleningen.

‘Airtel lijkt te denken: het maakt ons niet uit dat het er onbehoorlijk uitziet, als we maar geen belasting betalen’, zegt Vincent Kiezebrink van de Amsterdamse organisatie Somo, die multinationals tegen het licht houdt.

Airtel zegt in een reactie dat het zich ‘aan de belastingwetgeving houdt’. Dat is nou net het probleem, zegt Kiezebrink: de handelwijze van Airtel bewijst dat Den Haag de regels in Nederland verder moet aanscherpen en dat het ­belastingafspraken met een land als ­Oeganda moet herzien. ‘Airtel is een aanklacht tegen het bestaande systeem.’

Exploitatie olie via Nederland

Honderden miljoenen euro's dreigt Oeganda mis te lopen zodra het land zijn olievoorraden gaat exploiteren. De bedrijven die de olie mogen oppompen, het Franse Total en het Chinese CNOOC, opereren namelijk fiscaal gezien via Nederland. Volgens de bestaande regels hoeven zij straks nul belasting over hun winstuitkeringen te betalen.

De gederfde belastingopbrengsten kunnen oplopen tot 287 miljoen dollar (241 miljoen euro), zo becijfert Oxfam in een recent rapport over Oeganda’s opstartende oliesector. Oxfam baseert zich op uitgelekte contractgegevens en een olieprijs van 50 dollar per vat, een prijs die ook voorkomt in scenario’s van Total. In werkelijkheid kan Oeganda nog veel meer geld mislopen: Oxfams studie gaat over slechts één van de vier olievelden waarin Total en CNOOC samenwerken.

CNOOC is in de berekening meegenomen nadat Oxfam van de Volkskrant informatie had gekregen waaruit blijkt dat het Oegandese filiaal van CNOOC eigendom is van een b.v. in Nederland. Dat Total via Nederland opereert is geen geheim − het Franse concern doet vanaf de Bordewijklaan 18 in Den Haag zaken over de hele wereld − maar CNOOC doet zijn uiterste best om de belastingconstructie achter zijn glinsterende kantoorgebouw in Oeganda te verhullen. Gegevens uit de plaatselijke KvK bewijzen echter dat het door de Chinese Communistische Partij aangestuurde CNOOC zijn Oegandese zaakjes via de fiscale sluiproute richting Nederland laat lopen.

Het bedrag dat Oeganda verliest aan Total en CNOOC, kán lager uitvallen dan becijferd, mits Nederland en Oeganda het eens worden over een nieuw belastingverdrag. Mogelijk gaat Oeganda’s belastingtarief voor dividenden van ‘Nederlandse’ bedrijven van 0 naar 10 procent. Dan loopt Oeganda volgens Oxfam ‘maar’ 113 miljoen dollar (95 miljoen euro) mis over één van de vier olieblokken.

nieuwsbrief